Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 153

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 153

10 minuten leestijd

PAGINA 9

ADVALVAS 23 OKTOBER 1997

'Een kind op de lom-school is behoorlijk gênant' Theo Doreleijers over zijn passie voor de kinderziel Hebben jeugdige delinquenten een stoornis in de liersenen? Volgens de eerste hoogleraar algemene kinder- en jeugdpsychiatrie, Theo Doreleijers (49), speelt genetische aanleg in ieder geval een rol. De spraakmakende hoogleraar die onlangs werd benoemd aan de VU gaat een "heel leuk vak" doceren. Sheila Kamerman Op een steenworp afstand van zijn huis, in een rustige villawijk aan de rand van Den Haag, Ugt zijn levenswerk: de psychiatrische afdeling van het Juliana Kinderziekenhuis. H e t gebouw, dat meer weg heeft van een rustiek landhuis dan van een ziekenhuis, ligt verscholen tussen de bomen van de omringende parkachtige tuin in de Scheveningse duinen. M e t pijn in het hart nam T h e o Doreleijers daar na achttien jaar afscheid o m de eerste hoogleraar algemene kinder- en jeugdpsychiatrie te worden aan de vu. "Ik kwam bij het Juliana Kinderziekenhuis om de afdeling kinderpsychiatrie op te zetten en dat werk is af', licht hij zijn keuze toe. Er is inmiddels een polikliniek, een afdeling voor dagbehandeling en een voor 24-uursopnames. De kinderen krijgen hier allerlei therapieën: van spel- en creatieve therapie tot individuele-, groeps- en gezinstherapie. "Het werd tijd om het los te laten, het was té veel van mij. Zelfs de gordijnen had ik uitgezocht. Kortom, ik was toe aan iets nieuws." Maar de drang naar vernieuwing was niet zijn enige drijfveer. Terwijl hij in de avonduren zijn proefschrift schreef, kreeg hij de smaak van het wetenschappelijk onderzoek te pakken. In het ziekenhuis was de druk van patiënten en directie te groot om die ambities in praktijk te brengen. "Een onderzoeksstaf oprichten was absoluut uitgesloten. De universiteit bood een aanlokkelijk alternatief," Last but not least is er op de v u de mogelijkheid om onderwijs te geven. Doreleijers vindt het belangrijk om mensen kennis te laten maken met een "prachtig vak", dat vaak een beetje onderbelicht blijft op de geneeskundefaculteiten. "Tot nu toe was kinderpsychiatrie voor veel geneeskundestudenten nog een ver-van-mijn-bedshow." N a hun artsenexamen kunnen ze eventueel kiezen voor een opleiding tot psychiater. Pas na de opleiding kunnen ze zich specialiseren in de kinderpsychiatrie. Doreleijers zou graag zien dat de kinderpsychiatrie niet zo'n onbereikbare superspecialisatie blijft, maar dat studenten - en zeker arts-assistenten - er volop kennis van nemen. "Naar mijn mening moet iedere arts - of hij n u huisarts, chirurg of KNO-arts wil worden - vertrouwd zijn met de beginselen van de kinderpsychologie en -psychiatrie. Wanneer zij kinderen op h u n spreekuur krijgen die te kampen hebben met problemen, dan is er meer kans dat ze stoornissen herkennen en bijtijds doorverwijzen."

Nieuwe Buikhuisen De geneeskundestudenten van de v u zullen zeker kennismaken met de spraakmakende theorieën van Doreleijers. Een van zijn stellingen is dat psychische problemen bij kinderen vaak zijn terug te voeren op een stoornis in de hersenen. Jarenlang werd beweerd dat het externe factoren zoals de opvoeding, een scheiding van de ouders of 'slechte' vrienden - de redenen waren van disfunctioneren. Toen Doreleijers nog in de collegebanken zat, leerde hij dat autisme te wijten was aan een kille moeder. "Dat heeft natuurlijk groot leed bij veel moeders veroorzaakt, terwijl we nu pertinent zeker weten dat het onzin is. Bij autistische kinderen is in de jaren tachtig een biologische afwijking in de hersenen gevonden." Bij kinderen met gedrags-, angst-, contact- of posttraumatische stressstoornissen is de afwijking weliswaar minder extreem dan bij autisten, maar er is vaak wel sprake van een genetische aanleg. "Maar", benadrukt Doreleijers, "het is daarmee niet gezegd dat die kinderen ook daadwerkelijk problemen zullen krijgen." Het is te vergelijken met iemand die aan-

leg heeft voor astma. In de zomer, als er veel stuifmeel in de lucht zit, heeft die persoon de meeste kans op een aanval. Woont hij midden in N e w York, dan zal hij er weinig of geen last van hebben, maar wanneer hij zomers op een Drents boerderijtje vertoeft, krijgt hij het binnen de kortste keren Spaans benauwd. Doreleijers: "Ook bij het wel of niet krijgen van een astma-aanval spelen de externe factoren dus een grote rol." Gedragsstoornissen ontwikkelen zich volgens hetzelfde principe. Heeft een kind een genetische aanleg én groeit het op in een achterstandsbuurt met aan de drugs of alcohol verslaafde ouders, dan is de kans dat het problemen krijgt levensgroot. In een stabiele omgeving hoeft dat bij hetzelfde kind niet het geval te zijn. Doreleijers heeft zelf veel onderzoek gedaan bij jeugdige delinquenten, en daaruit blijkt dat ook agressief crimineel gedrag op een stoornis in de hersenen terug te voeren is. Hij is in de media reeds tot de 'nieuwe Buikhuisen' gebombardeerd, een verwijzing naar de hoogleraar criminologie die in de jaren zeventig beweerde dat crimineel gedrag mede biologisch bepaald is. Doreleijers moet lachen om de vergelijking en heeft er geen problemen mee. Wel merkt hij op dat hij de afgelopen jaren niet de enige was die onderzoek deed naar biologische factoren die bij agressie een rol spelen. "Waarschijnlijk valt het op omdat ik de eerste ben die zich als biologisch geïnteresseerde specifiek richt op jonge delinquenten. D a n is de vergelijking met Buikhuisen snel getrokken."

Nachtmerrie Was in de jaren zeventig de tijd blijkbaar niet rijp voor dergelijke ideeën totale hoon viel Buikhuisen ten deel anno 1997 wordt dergelijk onderzoek veel meer geaccepteerd en zelfs zeer gewaardeerd. "Het gaat om een grote groep jongeren en daarom is het zeer relevant", merkt Doreleijers op. "Zij veroorzaken met het plegen van diefstallen en het gebruik van geweld een hoop overlast voor de maatschappij veel meer dan een depressief of autistisch kind. Die zitten stil in een hoekje en doen meestal alleen de ouders verdriet. Hoewel er onder de zedendelinquenten wel wat autisten zitten." Bovendien hebben we veel te lang gedacht dat de maatschappij verantwoordelijk zou zijn voor crimineel gedrag. Een stoet maatschappelijk werkers werd op die jongeren losgelaten. Die dachten dan bijvoorbeeld dat ze de oorzaak in verwaarlozing zouden vinden: Soms bleken die jongeren inderdaad aan h u n lot te zijn overgelaten, maar vaak ook niet. In de afgelopen tien jaar zijn we daar wat genuanceerder over gaan denken. Een op de dertig a veertig kinderen heeft bijvoorbeeld een stoornis in de hersenen, waardoor ze hyperactief en soms daarbij ook agressief worden. Deze stoornis, ADHD genoemd, kan bij een combinatie van hyperactiviteit en agressiviteit leiden tot crimineel gedrag. D e criminaliteit onder jongeren neemt de laatste jaren toe, maar van een toen a m e van het aantal stoornissen is volgens Doreleijers geen sprake. Wel is de druk op kinderen sterk toegenomen, waardoor ze eerder last van h u n storing krijgen. "In grote gezinnen maakte het niet zoveel uit als er eentje wat minder slim was. Die hobbelde rustig mee met de rest. N u de gezinnen uit een of twee kinderen bestaan, moet het kroost presteren. Ouders accepteren niet dat h u n kind het beste af zou zijn op een lom-school, dat vinden ze gênant. Mavo is toch wel het minste. Bovendien heb je door het grote aantal scheidingen ook meer kans op kwetsbaarheid. Een latent labiel kind gedijt nu eeimiaal beter in een solide gezin."

Prof.dr. T. Doreleijers: 'Heeft een kind een genetisclie aanleg én groeit het op in een achterstandsbuurt met aan de drugs of alcohol verslaafde ouders, dan is de kans dat het problemen krijgt levensgroot.'

Peter Wolters - AVO A U

D e hoge criminaliteitscijfers onder allochtone jongeren betekenen niet dat zij extra gestoord zouden zijn, zegt Doreleijers stellig. Wel hebben ze per definitie een extra externe factor die h u n gedrag negatief kan beïnvloeden, namelijk het cultuurverschil tussen h u n ouders en de Nederlandse maatschappij. "Bij Marokkanen komt daar nog bij dat zij zeer moeizaam integreren. H e t grote aantal jonge Marokkaantjes dat te maken krijgt met criminaliteit, is daar voor een deel aan toe te schrijven." M e t de instroom van vluchtelingen komt er nog een nieuw probleem voor de kinderpsychiaters om de hoek kijken: de vaak vreselijke trauma's die deze kinderen in het land van herkomst hebben opgelopen. Zo behandelde Doreleijers eens een zevenjarig Afghaans jongetje dat geteisterd werd door vreselijke nachtmerries. Op jonge leeftijd had hij moeten toezien hoe Russische soldaten baby's in de lucht gooiden en doodschoten."

Alarmklok Extreem getraumatiseerde vluchtelingenkinderen, jonge allochtonen met een verhoogd risico op problemen, Nederlandse jeugd die steeds vaker hulp nodig heeft: er is genoeg werk aan de winkel voor kinderpsychichiaters. En juist dat baart Doreleijers zorgen, want er is in Nederland een groot tekort aan kinderpsychiaters: "Er zijn er zo'n tweehonderd en we

hebben er dubbel zoveel nodig. Het wordt hoog tijd dat we de alarmklok luiden." Hij wil zich inzetten om het tekort te verkleinen. "Als ik daar in de komende zestien jaar tot mijn pensioen mijn steentje aan kan bijdragen, ben ik zeer tevreden," O m studenten de kans te geven de smaak van het vak te pakken te krijgen, laat Doreleijers video's zien waarop hij in gesprek is met een kind. 'Wat is er aan dit kind te zien?' vraagt hij de groep. Iedereen merkt dingen op en samen produceert de groep van twintig studenten een waslijst van antwoorden. "Klopt allemaal", zegt Doreleijers dan, "Jullie zien met z'n allen wat je als kinderpsychiater alleen moet doen." Volgens Doreleijers is een dergelijke aanpak productief: de studenten merken dat ze het kunnen en dat zelfvertrouwen is essentieel. "In dit vak zit je in het begin vaak met je handen in het haar. Je moet kinderen volkomen anders benaderen dan volwassenen." Hij grijnst als hij zich herinnert hoe een meisje van veertien zijn kamer binnenkwam, haar breiwerkje uit haar tasje haalde en onverstoorbaar ging zitten breien. "Tijdens de eerste sessie heeft ze dat volgehouden. Op een gegeven moment heb ik gezegd dat we elkaar voor die dag maar niet verder meer moesten plagen en hebben we een nieuwe afspraak gemaakt. Op zo'n moment is het belangrijk dat je je realiseert dat haar gedrag niet tegen jou persoonlijk is gericht, maar tegen

haar ouders. Die hebben haar naar de psychiater gestuurd en ze denkt: ik zal wel eens even laten zien wie hier de baas is." Overigens richt de kinderpsychiater zich niet alleen op de kinderen, ook h u n ouders vormen vaak een flinke kluif. De helft van de gesprekken voert hij met hen. Enerzijds worden ze voorgelicht over de manier waarop ze het best met de stoornis van h u n kind kunnen omgaan. Anderzijds moeten ze soms leren inzien wat er schort aan h u n opvoedkundige houding, "Dat is vaak niet gemakkelijk." T o c h kan Doreleijers zich in zijn lange loopbaan maar één ouderpaar herinneren dat hij als hopeloos geval de deur heeft moeten wijzen. "Dat was nadat ze het wekelijkse zakgeld voor h u n puberzoon hadden verhoogd van driehonderd naar vierhonderd gulden. Tegen zoveel onvermogen kon ik niet o p . " Het is een zeldzaamheid. Praktisch alle kinderen, hoe verknipt hun zieltje ook is, kunnen baat hebben bij een behandeling. "Dat is zó stimulerend. Ik heb duizenden kinderen onderzocht, tienduizenden gesprekken gevoerd, en nog steeds vind ik niets leuker dan het praten met kinderen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 153

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's