Ad Valvas 1997-1998 - pagina 643
AD VALVAS 28 MEI 1998
PAGINA
En nu dan promoveren Afgestudeerd politicologe Hadewych Hazelzet Is, nadat ze een Jaar als consultant heeft gewerkt, weer de collegebanken ingeschoven. Zij doet verslag van haar ervaringen ais PhDstudent aan de European University Institute in Rorence, Italië. Deze week deel 18: Jezik je u pitanju, Idiote!
Illustratie: Aad Meijer
Hadewych Hazelzet
Rechtenjongens zijn dommer dan -meisjes Juristen strijden tegen suf imago, met wisselend succes De status van de rechtenfaculteiten kalft af. Juristen vinden niet zo makkelijk meer werk. De opleiding heeft een ouderwets imago. En de studentenaantallen dalen. Toch gaat dat verhaal niet voor alle rechtenfaculteiten op. Terwijl de grote faculteiten van Leiden, Rotterdam en de Universiteit van Amsterdam steeds minder in trek zijn, wisten de Vrije Universiteit, Tilburg en Maastricht de laatste jaren juist te groeien. Robert Sikkes "Onze studenten zijn gemiddeld wat dommer, het zijn niet de besten van de klas." Dat zegt prof mr. A. Soeteman, de rechtendecaan van de vu. Volgens hem heeft rechten het imago van een makkelijke opleiding. "Ten onrechte, want in het eerste jaar blijken veel studenten de studie niet aan te kunnen." Maar er is volgens Soeteman wel een opvallend verschil tussen mannen en vrouwen: "Ik hoor van de grote advocatenkantoren dat ze uitstekende meisjes kunnen krijgen, maar geen goede jongens. Ik zie hetzelfde bij de opleiding voor rechter waar ik aan verbonden ben. En in de studie zelf zie je het ook: meisjes doen het beter. Dat is een goede ontwikkeling. Maar jongens blijven duidelijk achter in de prestaties. Dat is merkwaardig en zorgelijk. Want ook die goede jongens wil ik hebben." Soeteman ziet het kwaliteitsverschil tussen de mannelijke en vrouwelijke rechtenstudenten groeien, maar kan dit niet verklaren of oplossen. Blijkbaar zien intelligente vrouwen rechten als interessante carrièremogelijkheid en verhuizen de ambitieuze jongens naar studies waarmee ze sneller of met minder moeite kunnen doorstoten naar aantrekkelijke banen. Want als het om werkgelegenheid gaat, scoort rechten de laatste jaren niet zo goed. Afgestudeerde juristen profiteren niet voluit mee van de economische hausse. Volgens een recent onderzoek van het weekblad Elsevier heeft de gemiddelde jurist negen maanden nodig om een baan te vinden. Dat is niet beter dan iemand die Engels gestudeerd heeft. Misschien letten jongens bij hun studiekeus meer op zulke gegevens, want juist zij blijven steeds meer weg bij rechten. Tussen 1992 en 1996, liep het aantal mannelijke eerstejaars terug van iets meer dan 2100 tot een tikkeltje boven de 1800. In diezelfde periode bleef het aantal vrouwen bijna stabiel. Daardoor steeg het percentage vrouwen bij de eerstejaars van 50 naar 54 procent; terwijl dat percentage bij andere universitaire studies vrijwel constant bleef
Op de ene universiteit verloopt de feminisering van de rechtenstudie wel sneller dan op de andere. De Utrechtse decaan prof mr. A.H.A. Soons ziet dat bij zijn faculteit de collegezalen al voor tweederde met vrouwen zijn gevuld. "Een verheugende ontwikkeling. Want vrouwen zijn beter: ze studeren korter en halen hogere cijfers."
Argusogen De constante daling van het aantal eerstejaars rechten betekent dat alle faculteiten de aanmeldingscijfers met argusogen volgen. Bijna alle decanen kennen hun marktaandeel in de laatste cijfers van 'Groningen' uit hun hoofd. En er zijn ieder jaar weer verrassingen. Zo lijkt de gestage opmars van Maastricht dit jaar tot stilstand te komen: de aanmeldingen zitten in de min. De aantrekkingskracht van Limburg was jarenlang onaantastbaar: een modem onderwijssysteem en een kleine faculteit. Een gouden combinatie, maar Maastricht is niet klein meer en evenmin de enige die intensief onderwijs aanbiedt. Ook Tilburg heeft nu succes met dergelijk onderwijs, en profiteert volop van zijn topposities in studie-hitparades in de media. Begin mei werd de Tilburgse faculteit door Der Spiegel nog eens uitverkoren tot de beste rechtenstudie in Europa. "Daar zijn we heel blij mee, maar je moet de waarde van dat soort onderzoeken erg relativeren", nuanceert decaan professor mr P.C. Gilhuis de reeks eremedailles. "Ik schrijf ons succes toch vooral toe aan onze enthousiaste docenten en aan de schaalvoordelen: hier zijn de lijnen kort en heerst er saamhorigheid. Dat vinden studenten aantrekkelijk." Gilhuis moet hoogstens oppassen dat zijn faculteit niet te groot wordt. Nu zijn er af en toe al groeistuipen. Het tutoraat, waarbij studenten af en toe hun studievoortgang met een ouderejaars student bespraken, werd ingevoerd als keuzemogelijkheid. Maar het was zo populair dat alle eerstejaars er gebruik van maakten. "Moderne studenten willen aan alles meedoen. Dan lossen we dat op door
meer tutors te werven." Het lijkt inderdaad een vanzelfsprekende trend: kleine faculteiten doen het goed, omdat ze weten te ontsnappen aan het beeld dat van de rechtenstudie bestaat. Massaal, enorme collegezalen, soms met televisiemonitoren doorgeschakeld naar een volgende zaal. In de plaatselijke concurrentie met de Universiteit van Amsterdam wist ook de Vrije Universiteit de kleinschaligheid goed uit te buiten. Maar dit jaar staat de vu in de vooraanmelding opeens zwaar in de min. Dat is misschien geen toeval: de uvA die tot nu toe als massaal en chaotisch te boek stond, is hard bezig geweest zijn onderwijs te verbeteren. "Werkgroepen van hoogstens vijftien studenten bij alle vakken, waarbij studenten hun werk voorbereid moeten hebben. Drie tussentijdse toetsen", somt prof.dr. J.W. Zwemmer de inspanningen van zijn faculteit op. "Dat betekent dat docenten een fors hogere onderwijsbelasting hebben gekregen. Maar ze zien ook dat onderwijs geven leuker wordt als dat in kleine groepen met goed voorbereide studenten gebeurt, zodat er een goed gesprek kan ontstaan." Dat kleinschaligheid nog geen garantie voor succes is, blijkt in Nijmegen. De rechtenfaculteit in de Waalstad bleef de afgelopen jaren een bescheiden stroom studenten trekken. "Ik vraag me wel eens af wat er in godsnaam aan de hand is dat eerstejaars ons kennelijk mijden", zegt professor mr P.J.P. Tak, tot voor kort decaan. Studieadviseur G. Teunissen denkt dat veel eerstejaars voor Tilburg kiezen. "We profileren ons blijkbaar te weinig. Wij gaan meer aan pr doen, onze selling points beter naar voren brengen: de degelijkheid en klemschaligheid van het programma." Dat laatste moet lukken, want Nijmegen is met een instroom die dit jaar misschien onder de tweehonderd zakt, de enige faculteit die zich echt klein mag noemen.
Verbouwing Onder druk van dalende studentenaantallen en een zeer kritisch visitatierapport dat vorig jaar verscheen, is op vrijwel alle faculteiten een grote verbouwing aan de gang. Het succesvolle voorbeeld van Tilburg en Maastricht wordt in aangepaste vorm nagevolgd. Meer werkgroepen. Tutors of mentoren worden razendsnel voorbereid op hun nieuwe begeleidingstäak. Oefenrechtbanken waar studenten voor rechter, advocaat of officier van justitie spelen duiken overal op. Meer computer ondersteund onderwijs. Er is sprake van een enorme modemiseringsgolf bij
het rechtenondetwijs. "De visitatiecommissie heeft overal veel in gang gezet", constateert de Groningse decaan professor dr. L. Timmerman tevreden. "Wij maken het programma studeerbaarder en aantrekkelijker en proberen zo de sfeer van ongemotiveerdheid die er bij rechten zeker was, te doorbreken." Rotterdam werkt aan een speciale 'zelftest' voor eerstejaars. Zodat studenten voor 1 februari, de datum waarop ze nog zonder financieel risico kunnen stoppen, zelf kunnen onderzoeken of ze de opleiding aankunnen. De UVA en de vu hebben de test al overgenomen, omdat ook zij verwachten dat de test de ongemotiveerde studenten snel op hun matige slagingskans wijst. "We willen echt af van het imago van een makkelijke opleiding", zegt studiecoördinator B. Beljaars van de Erasmus.
Koerswijziging De Leidse decaan prof.mr. H. Franken moet ervaren hoe het studentenaantal van zijn faculteit onophoudelijk krimpt. Was Leiden zeven jaar geleden de grootste rechtenfaculteit, afgelopen september kwam het aantal eerstejaars er amper boven dat van Maastricht uit. Aan de wetenschappelijke status van Limburg kan het niet liggen. En evenmin zijn de Leidse studenten erg ontevreden over de kwaliteit van het onderwijs; ze zijn hoogstens beroerd gehuisvest. Wat de Leidse juristen nog het meeste parten lijkt te spelen is de campagne van de universiteit met het bindend studieadvies en 'koersen op kwaliteit'. Franken: "Mijn collega van de Erasmus Universiteit bedankte mij nog toen het bindend studieadvies werd ingevoerd. Dat leverde hem meteen honderd studenten extra op", is zijn wrange herirmering. En het einde van de terugloop lijkt nog niet in zicht. Franken maakt zich daar grote zorgen over. "Er is te weinig voor het voetlicht gekomen dat het bindend advies er niet is om studenten zomaar weg te sturen, maar dat het gepaard gaat met een grote inspanning van de faculteit. We hebben ons onderwijs en de begeleiding enorm geïntensiveerd." Volgens Franken is het percentage eerstejaars studenten dat genoeg studiepunten haalt, gestegen van 40 naar 70. Hij vindt dat "een spectaculaire verbetering. Maar ouders op de tennisbaan die over de studiekeuze van hun kinderen praten weten dat niet. Die denken alleen maar dat Leiden strenger is geworden." (HOP)
"Jezik je u pitanju, idiote!" Ik had mijn huisgenoot Antonio nog nooit zo'n rappe ingewikkelde zin horen zeggen. "Scusa?", bracht ik verbouwereerd uit. Lang-zaam en dui-de-lijk sprak hij hem nogmaals uit. Zijn familie had hem vandaag gevraagd wat er van zijn moedertaal geworden was. Het was ze de laatste tijd opgevallen dat hij zo kinderlijk praatte. Waar waren de subtiele zinsconstructies, aanvoegende vrijs, conjunctivus en onvoltooid verleden tijd gebleven? Zijn eindeloze geduld met buitenlandse studenten was hun wellicht ten goede gekomen, maar had gemaakt dat hij was teruggezakt naar het spreekniveau uit zijn kinderjaren. "Ja, je verschiet ervan, maar het punt is dat het an sich natuurlijk geen sense maakt om vis-ä-vis landgenoten een andere taal dan je moedertaal te spreken, o contrario. Toch valt dat switchen niet altijd easy, dus tantpis.^' Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn. Mijn moeder vroeg voorzichtig of ik mijn standpunt in gewoon Nederlands kon herhalen. Hier was het debat over de nieuwe spelling niets bij, mompelde ze. Een van de voordelen van in het buitenland studeren is dat je nieuwe talen leert en de talen die je ooit min of meer onder de knie had, regelmatig spreekt. Een nadeel van het leven in een internationale gemeenschap is echter dat je na een tijdje in je eigen moedertaal de weg kwijtraakt: je zoekt naar woorden en uitdrukkingen en bouwt rare zinsconstructies. Je Nederlandse intonatie krijgt meer ups en downs en klinkt opeens melodieuzer. Het Italiaans vlakt wat af in scherpte, Engels klinkt niet Brits of Amerikaans meer maar krijgt dat kleurloze internationale accent van alle non-native speakers tezamen, Duits is doorspekt met Nederlands, het Frans een mengelmoesje van al wat je aan Latijnse talen hebt opgepikt. En of de Nederlanders hun talen spreken! Sommige toonaangevende lieden binnen het instituut vonden het welletjes met dit nieuwe Esperanto. De docenten Engels gingen in staking tegen de overvloed aan correctiemateriaal terwijl er nooit iemand kwam opdagen bij de English writing course. Docenten vroegen zich af waarom ze zich door het belabberde Engels van hun pupil moesten worstelen terwijl ze toch oorspronkelijk uit hetzelfde land stamden. Bij het opmaken van de jaarlijkse balans bleek het taleninstituut bovendien wat prijzig. Waar hadden studenten eigenlijk Italiaans voor nodig bij hun academische vorming? Zou het niet logischer zijn als ze dat in hun eigen tijd zouden leren en uit eigen zak zouden betalen? Het instituut kon wél blijven voorzien in het bijspijkeren van de ware moderne talen van vandaag de dag; computertalen. Tegen de tijd dat de moedertaal begon te haperen en de meesten zich enigszins wisten te redden in het Italiaans, staken nieuwe communicatiestoornissen de kop op. De barrières tussen de verschillende nationaliteiten waren beslecht, maar nu de dode lijnen het einde van het academische jaar aankondigden, bleek dat onderhuids de muren tussen de faculteiten waren opgetrokken. Wie als sociaal wetenschapper tussen economen aan de limchtafel belandde, moest nu niet meer zien te laveren tussen Spaans en Grieks maar tussen utility curves en multipliers. Geschiedkundigen herkenden de juristen niet meer in hun verwoede debatten over de interpretatie van artikel 113 en 228 van de TEU. Juristen begonnen zich zorgen te maken over hun politicologen-vrienden bij het opvangen van flarden over him negatieve vrijheidsgraden en unit homogeniteit. Waren alle variabelen nog wel onder controle? Wie nog waagde te vragen waar het over ging, kreeg in een willekeurige taal toegebeten: It's the language, stupid!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's