Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 495

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 495

1 minuut leestijd

AD VALVAS 19 MAART 1998

PAGINA 5

'En de winnaars zijn...' VU betrokken bij drie toponderzoekscholen De VU neemt deel aan drie van de zes toponderzoel<scliolen die de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) onlangs aanwees. Tot de school op nummer één van de ranglijst behoren de sterrenkundigen, die de laatste jaren moesten vechten voor hun positie, maar nu voorlopig verzekerd zijn van hun voortbestaan. De vakgroep theoretische chemie, behorend tot de onderzoekschool op plaats vier, ziet in de erkenning het bewijs dat fundamenteel onderzoek indirect wel degelijk maatschappelijk relevant kan zijn. De aardwetenschappers zijn penvoerder van de toponderzoekschool en staan zesde. Zij hebben de champagnefles nog niet durven openen. Martine Zuidweg

Toekenning redt sterrenkunde "Ik had het wel verwacht", zegt prof.dr. W. Hogervorst m e t een glimlach. D e voorzitter van de vakgroep sterrenkunde en a t o o m fysica is niet verbaasd dat de sterrenkundigen n u m m e r één staan op de Hjst van zes toponderzoekscholen. Neem alleen al de beoordeling door de internationale visitatiecommissie die twee jaar geleden het sterrenkundig onderzoek onder de loep nam, verklaart Hogervorst. "De commissie was unaniem lovend over de Ne-derlandse sterrenkunde. Ze werden toen al als wereldtop gekarakteriseerd." Aan de VU maakt sterrenkundige prof. dr. J. Hovenier deel uit van de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (Nova). Hij is deze week naar de Alpen voor een conferentie met collega-astronomen en fysici. D e keuze van NWO moet hem goed hebben gedaan, want daardoor wordt de discussie over de toekomst van sterrenkunde aan de vu opnieuw op de agenda gezet. En de astronomen kunnen wel een steuntje in de rug gebruiken. De afgelopen jaren woedde er een discussie binnen de natuurkundefaculteit over het bestaansrecht van sterrenkunde. Een commissie van drie fysici kwam met een voorstel voor een wetenschappelijk profiel voor de faculteit, waarbij geen plaats meer was voor sterrenkunde. Het faculteitsbestuur en de faculteitsraad reageerden een stuk gematigder, maar dat sterrenkunde kleiner moest worden stond wel vast. T o t voor kort dan. Hogervorst, zelf atoomfysicus, die zich als vakgroepvoorzitter aan de zijde van Hovenier heeft ingezet voor het bestaansrecht van sterrenkunde: "Wij hebben vorig jaar, toen de discussie over sterrenkunde binnen de faculteit werd gevoerd, al gezegd: 'Realiseer je dat Nova kans maakt om toponderzoekschool te worden. D a n zou er wel eens een heel ander plaatje van sterrenkunde naar voren kunnen komen dan nu geschetst wordt." Met het gelijk aan zijn kant klinkt zijn stem rustig. "Er zijn nu heel andere perspectieven. Ik verwacht dat de positie van sterrenkunde wel een stuk sterker is geworden. De betrokkenheid bij een toponderzoekschool vergroot de kans op de vorming van een volwaardige onderzoeksgroep." ,

In zekere zin heeft de faculteit hiermee toch iets geleerd, poneert Hogervorst. "De groep die hier het wetenschappelijk profiel van de faculteit moest schetsen, bestond uit fysici. Een club fysici die praatte over een ander vak: de sterrenkunde. Daar zat een stuk miscommunicatie. Binnen je eigen vakgebied kun je als wetenschapper wel iets van ontwikkeling zien, maar daarbuiten doe je er verstandig aan je op de vlakte te houden." Dankzij de erkenning door NWO kunnen de sterrenkundigen op de vu voorlopig vooruit. Als onderzoekschool Nova het bedrag krijgt waarom ze heeft gevraagd, komt sterrenkunde van de vu de komende vijf jaar drie miljoen toe. Nova is bereid om 3,5 jaar lang het salaris voor een hoogleraar te betalen en 8 jaar dat van een universitair docent. Dat betekent dat de vakgroep nu al op zoek kan gaan naar een opvolger van Hovenier die eind 2001 met pensioen gaat. En Hogervorst verwacht dat het feit dat sterrenkunde van de v u betrokken is bij een toponderzoekschool, interessante kandidaten zal aantrekken. D e v u heeft de onderzoekschool inmiddels de garantie gegeven dat ze de positie van de hoogleraar sterrenkunde veilig zal stellen, ook na de 3,5 jaar dat Nova de hoogleraar heeft betaald. D e vu heeft nog niet gegarandeerd dat ze ook zal meebetalen aan de universitair docent die Nova wil aanstellen, maar Hogervorst verwacht dat dat er wel van komt. "Een universiteit kan het zich met veroorloven om niet bij een dergelijke toponderzoekschool betrokken te zijn." Het plan dat de onderzoekschool heeft ingediend bij NWO behelst onderzoek op het gebied van melkwegstelsels, de levenscyclus van sterren, waaronder neutronensterren en zwarte gaten, en het ontstaan van planeten. Dat de astronomen de erkenning van NWO hebben gekregen, danken ze niet alleen aan de hoge kwaliteit van h u n onderzoek, maar ook aan de goede onderlinge samenwerking. "Dat ze nu in korte tijd een dusdanig mooi onderzoeksplan hebben weten te schrijven dat inhoudelijk een heel hoog niveau haalt, heeft alles te maken met het feit dat de Nederlandse astronomen al 25 jaar lang in grote saamhorigheid met elkaar werken."

Prof.dr. W. Hogervorst (links) en prof. dr. J. Hovenier

Peter Wolters AVC/vu

Vns onderzoek blijkt wel degelijk van belang' "Mijn vakgenoten zullen mij niet m e e r gaan waarderen o m d a t ik n u b e h o o r tot een van de toponderzoekscholen", stelt prof.dr. E.J. B a e r e n d s nuchter vast. " B u i t e n landse collega's beoordelen mij uitsluitend op m ' n publicaties". D e c h e m i c u s behoort tot de onderzoekschool katalyse, die e e n vierde plaats i n n e e m t op de ranglijst van toponderzoekscholen. Hij is blij met het geld, "mijn eigen vakgroep krijgt waarschijnlijk zo'n half miljoen per jaar", maar de manier waarop de selectie van de onderzoekscholen verloopt, staat 'm niet aan. "Er zijn te veel mechanismen waarlangs je als onderzoeker geld moet proberen te krijgen. Voor elke promovendus moet je meerdere keren in de pen klimmen. Het slokt op dit m o ment een onevenredig deel van mijn tijd op. Ik vind deze verdelingsronde in zoverre een verbetering dat het echt om een hoop geld gaat." Zelf heeft hij niet in de clinch gelegen

Prof.dr. E.J. Baerends.

met collega's, maar dat gaandeweg de selectieprocedure conflicten rezen tussen vakgenoten is hem niet ontgaan. "Ik heb niet midden in de ruzies gezeten en moeten bespreken wie wel bij de groep mocht en wie niet. Die positie had ik niet; ik ben erbij gevraagd. Maar naar wat ik heb gehoord, geloof ik niet dat deze procedure de verhoudingen goed heeft gedaan." D e uitverkoren toponderzoekschool waar Baerends toe behoort, is een combinatie van drie bestaande onderzoekscholen. De groep bestaat in hoofdzaak uit chemici die experimenten uitvoeren op het gebied van de katalyse. Ze zoeken methoden om chemische reacties te versnellen en om de chemische reactie zodanig te verbeteren dat er geen ongewenste bijproducten (afvalstoffen) worden geproduceerd. Het zijn wetenschappers die vaak een nauwe band hebben met de chemische industrie (Shell, Akzo, Unilever), waar veel katalysatoren worden gebruikt, stoffen die chemische processen verbeteren.

D e onderzoekers hebben drie deskundigen gezocht om hun werk te ondersteunen en Baerends is als theoreticus een van de drie. "Dat mijn vakgroep meedoet, is een bevestiging van het feit dat de methoden die wij ontwikkelen erg belangrijk zijn geworden", zegt Baerends. In het verleden schortte het wel eens aan waardering voor zijn vakgebied, vindt de chemicus. "Deze erkenning laat zien hoe heel fundamenteel onderzoek, waarvan de financiering steeds weer ter discussie wordt gesteld omdat het niet maatschappelijk relevant zou zijn, korte tijd later wel degelijk van belang blijkt. Ons onderzoek is van belang voor de katalyse en die tak van de chemie gaat binnen de scheikunde toch door voor een van de meest duidelijke voorbeelden van maatschappelijk relevant onderzoek." D e vakgroep van Baerends ontwikkelt computerprogramma's die andere chemici in staat stellen eigenschappen van moleculen te berekenen en te verklaren. Hij is ook verantwoordelijk voor de theorie die aan de programma's ten grondslag ligt. "Wij zitten hier aan de basis van het chemisch onderzoek", vat de chemicus samen. Dat zijn vakgroep is opgenomen in de toponderzoekschool is volgens Baerends het bewijs dat de computer ook voor de chemicus steeds belangrijker wordt. "We leven in een tijd dat het modelleren met behulp van computerprogramma's een steeds grotere rol speelt in de chemie." Aan experimenten zitten nadelen die een chemicus achter de computer niet tegenkomt. Zo moet de experimentator beschikken over een laboratorium en eerst een opstelling bouwen, met vaak dure apparatuur, voor hij aan de slag kan. "Als experimentator ben je lang bezig met de voorbereiding en je krijgt met je metingen niet direct inzicht in m o leculen, want je krijgt meetresultaten die geïnterpreteerd moeten worden. En een meetresultaat kan altijd net iets anders betekenen dan de onderzoeker denkt. Terwijl je met mijn methode op microscopisch niveau bijvoorbeeld kunt uitrekenen wat er gebeurt als het ene molecuul botst met het andere. Berekeningen geven op dat niveau veel vollediger en directer informatie dan experimenten."

Peter Wolters - AVC/VU

^We krijgen een voorsprong binnen Europa' D e v u is penvoerder van ISES (Netherlands Research Centre for Integrated Solid Earth S c i e n c e ) , die de z e s d e plaats op de ranglijst van toppers i n n e e m t . D e drie initiatiefnemers van ISES zijn de VUgeologen prof. dr. S. Cloetingh, prof.dr. W. Schlager en dr. P . Andriessen. D e geologen maken alle drie deel uit van de Nederlandse onderzoekschool voor Sedimentaire geologie (NSG), waarvan de v u penvoerder is. Behalve de NSG nemen ook wetenschappers van een Utrechtse en een Delftse onderzoekschool deel aan ISES. Voor het eerst werken daarmee geologen (van de v u ) , geofysici (Utrecht) en geotechnologen (Delft) stelselmatig samen. "Dit is helemaal nieuw", zegt Cloetingh. "Deze combinatie van geologie, geofysica en geotechnologie in één onderzoekschool vind je nergens." Geologen bestuderen de direct waarneembare delen van de aarde en de geofysici geven met vooral berekeningen een indruk van de diepere delen. In Delft weten de onderzoekers alles van technieken, waaronder satellieten, waarmee de aarde nauwkeurig in kaart kan worden gebracht. Schlager: "We zijn er in ons land in geslaagd om drie belangrijke disciplines van de aardwetenschappen tot nauwe samenwerking te bewegen. Dit topinstituut geeft een vaste basis voor die samenwerking en dat geeft ons een beslissende voorsprong ten aanzien van andere instellingen in Europa."

D e geologen wijzen erop dat die stap gemaakt kon worden dankzij de ruime ervaring binnen aardwetenschappen met samenwerking tussen verschillende onderzoekscholen. Zo werken alle zes onderzoekscholen binnen de N e derlandse aardwetenschappen al een paar jaar samen aan het onderzoeksprogramma Neesdi (Netherlands Environmental Earth Systeem Dynamics Initiative). En dat alle onderzoekscholen van een vakgebied samenwerken aan één onderzoeksprogramma komt niet vaak voor. Terwijl Neesdi alleen de Nederlandse bodem behelst, willen aardwetenschappers binnen ISES de hele aarde onder de loep nemen. Cloetingh: "Met dit programma willen we uitgroeien tot een Europees centrum op het gebied van aardwetenschappen." Juist de unieke samenwerking tussen drie verschillende aardwetenschappelijke disciplines maakt volgens Cloetingh zo'n Europees centrum tot een gat in de aardwetenschappelijke markt. Cloetingh: "Het is belangrijk dat we die meerwaarde verzilveren en benutten, want ondanks het feit dat we nu veel meer van de aarde begrijpen dan dertig jaar geleden, is er vanuit de maatschappij steeds meer behoefte aan kwantitatieve kennis over de aarde." Ook Schlager en Andriessen wijzen op een grotere vraag naar kennis van de aardbodem: "Omdat de samenleving steeds intensiever gebruik maakt van de aarde, met steeds meer vragen komt over wat er gebeurt als er

gif in de grond wordt gedumpt of waar olie en gas of goed grondwater te vinden zijn, is er meer dan ooit behoefte aan antwoorden die de aardwetenschappen kunnen geven. D e aardwetenschappen kunnen daar door betere technieken en een integratie van disciplines steeds beter aan voldoen." Hoewel aardwetenschappen volgens NWO op de zesde plaats staat op de ranglijst van toponderzoekscholen, hebben de geologen nog niet uitgebreid feest gevierd. Minister Ritzen heeft het laatste woord en hij heeft al gezegd het te betreuren dat er geen gamma- of alfa-onderzoekers op de ranglijst staan. Het is in principe dus mogelijk dat Ritzen de gamma's of de alfa's alsnog van een plaats voorziet en dat zou ten koste kunnen gaan van aardwetenschappen, op dit moment de laagst genoteerde op de lijst. Schlager heeft echter goede hoop dat Ritzen zich bij het advies van NWO zal aansluiten: "NWO is in dit land hét instituut voor plannen op wetenschappelijk gebied en Ritzen beseft dat natuurlijk ook. De beoordeling van wetenschap is niet de deskundigheid van Ritzen en zijn mmisterie, maar van NWO." Cloetingh voegt eraan toe: "Het is voor ons een lange weg geweest. Het heeft veel tijd gekost om alle plannen uit te werken en we zijn heel ver gekomen. Maar we willen eerst de brief van Ritzen even zien voor we de fles opentrekken."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 495

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's