Ad Valvas 1997-1998 - pagina 701
AD VALVAS 18 JUNI 1998
PERSONEELSKATERN
PAGINA 1 1
De tijdelijken roeren zich Neveneffecten nopen vakbond tot andere kijk op vaste baan De één vindt het een achterhaald fenomeen, de ander de ultieme beloning: een vaste aanstelling. De vakbonden weten niet meer precies wat ze moeten eisen, nu een tijdelijke aanstelling steeds gewoner wordt en ongewenste neveneffecten van het streven naar vaste aanstellingen moeilijk uit te bannen zijn. "Ook de werkgever moet leren flexibel te zijn." Peter Boerman
De vakbonden zitten behoorlijk in hun maag met alle tijdelijke aanstelhngen die de universiteiten de laatste jaren aan hun nieuwe medewerkers geven. Vroeger was de inzet van de vakbond altijd zo veel en zo snel mogelijk vaste aanstellingen. Dat bood de medewerkers zekerheid. Maar gaandeweg is men erachter gekomen dat er aan die wens ook ongewenste neveneffecten kleven. De afspraak dat mensen maar een bepaalde periode tijdelijk mogen werken en daarna een vast dienstverband móeten krijgen, is door menig werkgever zo uitgelegd dat op de tijdelijke aanstelling helemaal niets meer volgde. Er werd gewoon een nieuwe tijdelijke kracht aangenomen. "Helemaal niet de bedoeling van de regeling", benadrukt EUy Ros, bestuurder van de AbvaKabo, de vakbond met de meeste leden op de vu. "Probleem is alleen: wat is ertegen te doen?" De vakbond organiseerde met het oog op de naderende nieuwe caoonderhandelingen, die aan het eind van het jaar moeten zijn afgerond, eind vonge maand een discussiebijeenkomst over de verschillende mogelijkheden om op in te zetten. Volgens Ros zi)n er kortweg drie. De eerste is de meest voor de hand liggende: vasthouden aan de huidige lijn en afspraken maken over het aantal mogelijke opeenvolgende tijdelijke contracten en de maximale duur van die tijdelijkheid, met het al genoemde risico dat de ene tijdelijke kracht de andere opvolgt. Maar ook aan de beide andere opties, makkelijker ontslagmogelijkheden bij het ophouden van de financiering enerzijds en toeslagen voor tijdelijke krachten anderzijds, kleven forse minpunten: of je geeft je werknemers veel minder zekerheid, of je kweekt ongelijkheid. "We moeten zoe-
ken naar een regeling die voor werknemers én werkgevers gunstig is", aldus Ros. "Maar werkgevers moeten ook weer niet geprikkeld worden om er misbruik van te maken." Het maken van een regeling die bevredigend is voor beide partijen is volgens haar lastig. "Wij zijn met van plan het hele verlanglijstje van de werkgevers in te willigen. We vinden bijvoorbeeld dat de werkgever zich zoveel mogelijk moeite moet getroosten om mensen te herplaatsen die elders overbodig geworden zijn. Flexibiliteit mag niet alleen van de werknemer worden gevraagd. Ook de werkgever moet leren flexibel te zijn." Volgens Ros begint het moment te naderen dat "de wal het schip gaat keren". "Niet alleen de werknemers die op tijdelijke basis werken, ook het kringetje daaromheen begint steeds meer te klagen richting college." Ze vertelt dat al minstens vijf jaar de nadelen bekend zijn van het aannemen van veel tijdelijke krachten. "De betrokkenheid bij de organisatie is kleiner", noemt ze als voorbeeld. Ook de inwerktijden van steeds weer nieuw personeel kunnen uiteindelijk een forse kostenpost worden. Daar komt bij dat de arbeidsmarkt voor veel jonge mensen op dit moment erg gunstig IS. Dat betekent dat veel werknemers vrij makkelijk elders aan de slag kunnen als een baan niet helemaal aan hun verwachtingen voldoet. "Maar lijkt het wel of de werkgevers een bord voor hun kop hebben", aldus Ros. Cor Jonker, hoofd Personeelszaken bij de vu, IS niet erg onder de indruk van haar kritiek. "De universiteit is een specifieke organisatie. We nemen niet zomaar tijdelijke krachten aan. Het is voor ons een levensnoodzaak. Neem bijvoorbeeld de aio's. De universiteit heeft niet alleen de taak een opleiding te verzorgen voor doctoraalstudenten.
Illustratie: Berend Vonk
maar ook voor mensen die verder willen, voor onderzoekers. Daar zit je in ieder geval met de eindigheid van contracten, je kunt nu eenmaal niet alle aio's een vaste aanstelling bieden. Daarnaast wordt een belangrijk deel van onze formatieplaatsen betaald uit de derde geldstroom. De tijdelijke financiering van de meeste onderzoeksprojecten maakt het noodzakelijk dat je mensen voor een afgebakende periode aanneemt." Ook voor diverse onderwijstaken is tijdelijkheid onontkoombaar, meent Jonker. "Neem de opleiding COM, die een aantal jaren geleden plots heel veel studenten trok. Daar moesten toen extra mensen voor worden aangenomen. Maar het is natuurlijk de vraag hoe lang die studenten blijven komen. Pas sinds kort is duidelijk dat die toestroom structureel is. Daarom gaan we pas nu langzaam over op vaste benoemingen." Erg zijn de tijdelijke aanstellingen lang
niet altijd, meent Jonker. "Het gaat in bijna alle gevallen om mensen jonger dan 35. Daar mag nog iets meer flexibiliteit van verwacht worden. Het komt nauwelijks voor dat iemand van boven de veertig nog een tijdelijke aanstelling heeft. Ja, alleen hoogleraren. Maar daarvan vinden we het minder erg, die zijn economisch zelfredzaam want ze hebben vaak ook nog een aanstelling elders." Volgens Jonker is het ook niet zo dat er steeds meer mensen op tijdelijke basis worden binnengehaald. "Het gaat niet om zulke grote aantallen. Van de 3200 formatieplaatsen van de vu is ongeveer driekwart vast, en een kwart tijdelijk. En daarvan is de helft aio. Die verhouding is al een hele tijd ongeveer zo." Wat volgens Jonker "een aandachtspunt" kan zijn bij de naderende CAOonderhandelingen, is: hoe lang kun je het iemand aandoen om op een tijdelijk contract te zitten? "Voor ons
geldt: als je structureel werk doet, knjg je in principe een vast dienstverband. Maar structureel werk is wel werk met een structurele financiering. De geldstroom mag dus niet tijdelijk zijn. Ook al zie je zo langzamerhand steeds vaker dat mensen op basis van de derde geldstroom toch in vaste dienst komen. Logisch, denk ik. Je kunt je inderdaad afvragen of het wel fatsoenlijk is mensen zes jaar op een tijdelijke aanstelling te laten zitten." De suggestie dat veel mensen voor bepaalde tijd worden aangenomen omdat je er dan ook weer makkelijker vanaf kunt, wijst Jonker resoluut van de hand. "Dat heeft voor ons nooit gespeeld. Het wachtgeld is bij het verbreken van een tijdelijke of een vaste aanstelling ook gelijk, dus dat speelt ook niet mee. Nee, ik denk dat ik voldoende legitieme redenen heb genoemd om aan te tonen waarom vvdj vasthouden aan een bepaald compartiment tijdelijke mensen."
'Meer vrijheid dan in het bedrijfsleven' steeds vaker stappen mensen binnen de VU over van de ene afdeling naar de andere. Ad Valvas brengt hen in beeld. Deze maand: Aniel Bhulai, medewerker bij de faculteiten wis- en natuurkunde.
applicatiebeheerder vroegen. Omdat hij zich niet lang bij de Alkmaarse Internet-provider zag werken, besloot hij te solliciteren. Binnen een dag was hij aangenomen. Een paar maanden later kwam daar de mogelijkheid bij om ook bij Wiskunde en Informatica voor een halve week te gaan werken. Reden om zijn baan m Alkmaar op te zeggen. "Het is nu mooi verdeeld", zegt hij. Hoewel hij de voordelen van het
^ ^ > ^ ^ . «^'"::^ ,/*'""^^ "^^
Peter Boerman
De ene helft van de week werkt Aniel Bhulai bij Wiskunde en Informatica als medewerker aan het project studiehandleidingen, de andere tweeëneenhalve dag zit hij drie verdiepingen lager, bij de faculteit natuur- en sterrenkunde. Daar is hij vorig jaar juli aangesteld als applicatiebeheerder. En dat terwijl hij zijn loopbaan aan de vu begon bij scheikunde. "Dat is wel grappig, ja", geeft de 27-jarige Bhulai toe. "Maar ik moet wel zeggen dat ik nooit bewust voor de chemie gekozen heb. Ik wilde eigenlijk geneeskunde studeren, maar werd uitgeloot. Toen heb ik scheikunde gekozen omdat ik daarmee vrijstellingen kon verdienen. Een jaar later werd ik echter weer uitgeloot en besloot ik iets te doen dat een beetje in de medische richting ligt. Dat werd farmacochemie. In de laatste fase van mijn studie ben ik echter toch weer overgestapt naar de echte scheikunde, want ik kwam in aanraking met dierproeven. Die wilde ik niet mijn hele leven blijven doen." Na zijn doctoraal koos Bhulai voor de lerarenopleiding van het too-VU, al vond hij zichzelf nog niet rijp om voor de klas te staan. "Ik gaf tijdens mijn studie al bijlessen in de bètavakken op m'n oude vwo. Daar merkte ik dat ik het leuk vond om kennis over te dragen. Maar ik had mezelf voor ik aan de lerarenopleiding begon al voorge-
Aniel Bhulai: 'Dankzij de lerarenopleiding kwam ik in de automatisering terecht.'
^entnÄlg.\fermpSea 0229 Yvonne Compier - AVC/VU
nomen: als ik al ooit voor de klas ga staan, dan niet nu, maar pas als ik een stuk ouder ben. Volgens mij raak je als leraar veel te snel opgebrand." Spijt heeft hij nooit gehad van het jaar extra studeren. "Je leert op de lerarenopleiding niet alleen onderwijsvaardigheden, maar ook een heleboel andere dingen, zoals managementtechnieken. Als ik die opleiding niet had gedaan, zou ik nu niet in de automatisering gezeten hebben, en niet op de vu. Ik raad daarom iedereen aan het te gaan doen. De opleiding duurt tenslotte
maar een jaartje. Voor mij gooide het heel veel deuren open. Dankzij de lerarenopleiding kreeg ik het aanbod om bij Scheikunde mee te werken aan het schrijven van een studiehandleiding, voor drie dagen in de week. Dat heb ik uiteindelijk twee jaar gedaan." De rest van de week vulde Bhulai in die tijd met het geven van Intemetcursussen, aanvankelijk voor een bedrijf in Baam, een jaar later voor een Internet-provider in Alkmaar. "Het maken van homepages is al lang mijn hobby. Ik heb een stte van zo'n
veertig pagina's over India. Veel verder ging mijn kennis van Internet op dat moment nog niet. Maar met zelfstudie ben ik een stuk opgeschoten. Dat was een jaar lang hard werken, maar daar pluk ik nu de vruchten van." Na het aflopen van zijn contract bij Scheikunde, kreeg Bhulai een fulltime baan aangeboden bij de provider, onder meer als Äe/^rfes^-medewerker. In dezelfde tijd kwam hij echter ook de vacature tegen van Natuur- en Sterrenkunde, waar ze een parttime
bedrijfsleven kent, en nog steeds regelmatig gebeld wordt door rrbedrijven, heeft hij het naar zijn zin op de universiteit. "Ze betalen in het bednjfsleven misschien beter, maar hier heb ik meer vrijheid. Bovendien voel ik me wel thuis op de vu." Eén bezwaar heeft hij wel. "Ik werk nu al een hele tijd op contractbasis. Dat gaat me wel tegenstaan. In oktober word ik 28, ik wil nu wel een vaste aanstelling. Ik zie veel mensen om me heen die om die reden weggaan. Dat vind ik zonde. Ik vind het werk hier heel leuk, en ik wil ook best blijven, maar dan wel met een vast contract. Je moet ook aan je eigen toekomst denken." Bhulai kent als jonge automatiseringsdeskundige zijn waarde op de huidige arbeidsmarkt. "Ik zou zo elders aan de slag kunnen, maar daar heb ik nu geen zin in. Hier is de sfeer anders dan in het bedrijfsleven. Gelukkig maar. Als de vu ook die mentaliteit zou gaan vertonen, dan ben ik hier weg."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's