Ad Valvas 1997-1998 - pagina 377
'Buiten we elkaar wel goed genoeg uit?' Rector Sminia wil meer aandacht voor onderzoek De VU moet niet alleen goed zijn in onderwijs, maar ook in onderzoek. En dat op een zodanige wijze dat het de buitenwereld niet kan ontgaan, vindt rector prof.dr. Taede Sminia. Als het aan hem ligt zal elke faculteit in de toekomst enkele zwaartepunten hebben waarmee ze zich landelijk onderscheidt en krijgt de VU een paar interdisciplinaire samenwerkingsverbanden van grote faam.
we zelfs penvoerder. Dat is een mooie prestatie, maar de vertegenwoordiging van de verschillende faculteiten is nogal scheef. En de v u wil nadrukkelijk een brede tmiversiteit zijn met overal zowel hoogwaardig onderwijs als onderzoek. We zouden voor de alfa's en de gamma's best wat extra's kunnen doen."
Topinstituten
Dirk de Hoog "Is de vu toe aan een onderzoeksbeleid op instellingsniveau?" Die vraag pnjkt bovenaan de notitie Aanzet onderzoeksbeleid VU die het college van bestuur recent naar de faculteiten stuurde. Rector prof.dr. Taede Sminia, die het wetenschapsbeleid in zijn portefeuille heeft, beantwoordt de vraag met een volmondig ja. "We zullen de vu als onderzoeksinstelling scherper en helderder in de markt moeten zetten. Algemeen staat de v u bekend als een universiteit met goed onderwijs, maar naar buiten toe is het totaalbeeld van het onderzoek nog te fragmentarisch. Terwijl we ook heel goede wetenschappers in dienst hebben, zoals de Spinozaprijzen voor Pmedo en Nijkamp bewijzen." Het gaat de rector niet om een facelift of een pr-campagne, maar om het maken van inhoudelijke keuzes. "Elke faculteit moet niet alleen goed zijn m het geven van onderwijs, maar ook kwalitatief hoogstaand onderzoek bedrijven, dat ook als zodanig herkenbaar is. Het is mijn doel dat de faculteiten een beperkt aantal profileringspunten hebben waarmee ze zich van anderen onderscheiden. Die keuzes zi)n ook nodig om m de toekomst financieel gezond te blijven. Daarom moeten de faculteiten nu voor het eerst researchplannen opstellen, waarin de onderzoeksstrategie staat beschreven. D a t dwingt de faculteiten na te denken waar de prioriteiten de komende jaren komen te liggen." Sminia vindt dat een echt universitair onderzoeksbeleid meer moet zijn dan een optelsom van wat de verschillende faculteiten doen. " T o t n u toe hebben we op instellingsniveau te weinig een totaalvisie gehad. Voor onderzoek is steeds vaker multidisciplinaire samenwerking nodig. Wat ik zou willen is dat er veel meer bruggen tussen de diverse faculteiten worden geslagen. Buiten we elkaar wel goed genoeg uit? We moeten maximaal gebruik maken van het feit dat we op een campus zitten. Dat kunnen we op instellingsniveau stimuleren door extra faciliteiten beschikbaar te stellen. Als we bepaalde prioriteiten stellen, maakt dat de vu herkenbaarder. D a t heeft weer als voordeel dat organisaties uit zichzelf hierheen komen om bepaalde zaken te laten onderzoeken, of aanbieden een bijzonder hoogleraar te betalen, bijvoorbeeld." Om zijn uitspraken te concretiseren
Prof.dr. T. Sminia: 'll< zou willen dat er veel meer bruggen tussen de faculteiten worden geslagen.' Peter Wolters - AVC/VU
noemt de rector het verouderingsonderzoek aan de vu. "Van onderop zijn in verschillende faculteiten en vakgroepen initiatieven ontstaan om iets met veroudering te gaan doen, zoals bij sociale gerontologie, geneeskunde en psychiatrie. D e verschillende expertises blijken elkaar prima aan te vullen en te versterken. Die samenwerking geeft een meerwaarde aan het onderzoek. N u is er al een centrum voor verouderingsonderzoek aan de v u en lopen er een paar grote projecten. In de toekomst zullen nog mer faculteiten zich aansluiten. D e v u heeft echt een naam verworven op dit gebied." Dit project geeft volgens de rector aan dat de tmiversiteit prima in staat is te voldoen aan de wens van de politiek o m maatschappelijk relevant onderzoek te verrichten, zonder afbreuk te doen aan het wetenschappelijk gehal-
te. Zo krijgt de v u ook geld van NWO en het ministerie van vws voor fundamenteel onderzoek naar verouderingsprocessen. Er bestaan nog meer samenwerkingsprojecten aan de vu. Zoals het milieuonderzoek en onderzoek naar bètacomplexiteit. Maar de rector ziet meer mogelijkheden. " O p verschillende plekken, zoals bij rechten, psychologie, pedagogiek, geneeskunde en psychiatrie zijn mensen bezig met de positie van kinderen in problemen. Er zijn de laatste tijd een paar hoogleraren benoemd die zich onder meer bezighouden met opvoeding, jeugd, gezondheid en criminaliteit. Misschien zou je dat soort projecten dichter bij elkaar kunnen brengen en extra stimulansen kunnen geven. Bovendien past dit soort onderzoek naar hulpverlening ook heel goed in de traditie van de v u en ik vind dat de christelijke
doelstelling best mee mag spelen bij de wijze waarop we ons profileren op het gebied van onderzoek. Maar dan moet het wel op een goede manier worden geconcretiseerd en draagvlak hebben binnen de faculteiten, want dingen van bovenaf droppen werkt niet. Wat de identiteit van de vu betreft denk ik natuurlijk ook aan het instituut voor ethiek dat de vu heeft." Sminia benadrukt dat het college op dit rrioment nog geen concrete voorstellen heeft voor terreinen waarop de v u zich zou moeten profileren. "De discussie begint net en is nog helemaal open." Wel valt het de rector op dat wat toponderzoek betreft de bèta's en medicijnen het beter lijken te doen dan de alfa's en de gamma's. "De v u participeert in zeven van de elf clusters die meedingen naar de erkenning van topinstituut. Van twee ervan zijn
Eigenlijk is Sminia geen voorstander van de komst van topinstituten langs de huidige weg. "We zitten nog middenin het proces van vorming en uitkristallisering van onderzoekscholen. Het lijkt me beter eerst dat proces af te maken en dan pas te kijken hoe het verder moet. Die topinstituten komen wat mij betreft te vroeg." Ook is hij nadrukkelijk tegen de overheveling van vijfhonderd miljoen gulden van de tmiversiteiten naar NWO, zoals de minister wil. "De overheid heeft te veel de neiging zich te willen bemoeien met de inhoud van het onderzoek, terwijl de universiteit de desktindigheid daarvoor bezit. Bovendien doorkruist de minister met dit beleid niet alleen afspraken maar ook vele zaken die al gaande zijn. En hij vergeet hoeveel tijd en moeite het kost om een goede know how en infrastructuur voor wetenschappelijk onderzoek op te bouwen. Door die overheveling zal de verhouding tussen vast en tijdelijk personeel nog schever komen te liggen dan nu al het geval is en wordt de infrastructuur te veel afgebroken, want NWO betaalt alleen op projectbasis. Voor een adequaat onderzoekbeleid moeten we voldoende talent kunnen aantrekken en binnenhouden, want over een jaar of tien gaan veel ervaren onderzoekers weg vanwege de vergrijzing. Laat de universiteiten het onderzoek blijven doen, met natuurlijk een goede kwaliteitscontrole middels visitaties, zoals nu al gebeurt." Sminia ontkent dat de vu te weinig aandacht zou hebben voor jong talent in het personeelsbeleid. "De groep tussen de dertig en veertig jaar is aan de v u niet duidelijk slechter vertegenwoordigd dan aan andere universiteiten, maar het is natuurlijk wel een teken aan de wand dat we het twee jaar achter elkaar niet goed hebben gedaan bij de toekenning van KNAWbeurzen voor veelbelovende pas gepromoveerden. Intern zijn we aan het evalueren hoe dat komt. We hebben de indruk dat we relatief te jonge mensen hebben voorgedragen. Misschien zou het een idee zijn dat de vu talentvolle mensen van binnen en buiten echt gaat klaarstomen voor een wetenschappelijke carrière, bijvoorbeeld door ze na een promotie een poosje naar een gerenommeerde instelling in het buitenland te sturen om ervaring op te doen. Dat moet de v u dan zelf betalen, want we zenden die mensen uit om er later meer van te kunnen profiteren. Laat ze maar lekker groot groeien in de kweekvijver die het universitaire bedrijf tenslotte
Geduld loont niet voor vrouwen aan universiteit Meer deeltijdhoogleraren en niet meer beoordelen op basis van het aantal publicaties. Dat zijn enkele van de oplossingen die Wil Portegijs voorstelt om het aantal vrouwelijke hoogleraren en universitair hoofddocenten op de Nederlandse universiteiten op te krikken. Peter Boerman In de top van academisch Nederland kom je zelden een vrouw tegen. Van de hoogleraren is slechts 4,6 procent vrouw, van al het overige wetenschappelijke personeel net iets meer dan een kwart. D e positie van de vrouwelijke wetenschapper is daarmee slechter dan die van bijvoorbeeld vrouwen m het bedrijfsleven of de rechterlijke macht. Veel mensen denken dat het een kwestie is van geduld: als over een paar jaar een grote groep oude mannen vertrekt, zullen er wel vrouwen klaar staan om ze op te volgen. Maar Wil Portegijs, die in opdracht van het ministerie van onderwijs uitgebreid
onderzoek deed naar de positie van vrouwen op de universiteiten, denkt daar anders over. In haar vorige week gepresenteerde verslag De weg naar de wetenschappelijke top valt te lezen dat ook onder jongere wetenschappers vrouwen schromelijk ondervertegenwoordigd zijn. In de groep veertig- tot vijftigjarigen is maar een op de zeven vrouwen hoogleraar of UHD tegenover 40 procent van de mannen. In de groep vrouwen tussen de dertig en veertig jaar bekleedt slechts 2,8 procent een hogere functie. Bij de mannen is dit 8,3 procent. Bovendien blijkt dat "in de vakgebieden waar in het verleden al relatief veel vrouwen afstudeerden het percentage vrouwe-
lijke hoogleraren nauwelijks is toegenomen". Portegijs deed haar onderzoek naar aanleiding van de wet evenredige vertegenwoordiging, die alle universiteiten verplicht om eens in de vier jaar het aantal vrouwen in de organisatie te tellen, streefcijfers op te stellen en aan te geven hoe deze gehaald kunnen worden. D e eerste keer dat de universiteiten dit moeten doen is uiterlijk 7 maart, een dag voor internationale vrouwendag. De v u heeft dit al gedaan door onlangs de 'Nota Emancipatiebeleid 1997-2000' uit te brengen. De vu is wel onderzocht door Portegijs, maar specifieke cijfers per universiteit geeft ze niet. Wel laat ze duidelijk zien dat mannen meer kans maken op bevordering dan vrouwen. Van de mannelijke universitaire (hoofd)docenten uit 1992 was vijfjaar later 10 procent bevorderd, bij de vrouwen 7,6. Vrouwen zochten daarentegen veel vaker h u n heil elders: 17,3 procent vond een baan buiten de alma
mater, tegenover 13 procent van de mannen. D e grote honkvastheid onder wetenschappelijk personeel zorgt er bovendien voor dat zelfs onder 'ideale' omstandigheden vrouwen nauwelijks kans maken op de universitaire arbeidsmarkt. Ervan uitgaande dat alle de komende jaren door natuurlijk verloop vrijkomende plekken worden opgevuld en er eveneens van uitgaande dat vrouwen even vaak doorstromen als mannen, dan nog, rekent Portegijs voor, is het aandeel vrouwen in de twee hoogste wetenschappelijke rangen in 2011 nog maar 12,6 procent. Er moet dus hoognodig wat extra's gebeuren, aldus de onderzoekster. Ze denkt daarbij bijvoorbeeld aan het vergroten van de verticale mobiliteit. Van de universitair (hoofd)docenten verandert nu jaarlijks nog geen 2 procent van functie. Dit houdt de opkomst van vrouwen tegen, denkt Portegijs. Daarnaast hoopt ze dat de eisen die aan hoogleraren worden gesteld, de komende jaren worden afgezwakt. Werken in deeltijd.
zegt ze, mag geen belemmering zijn om carrière maken. Moet er dan toch beoordeeld worden op basis van het aantal publicaties dat iemand produceert, corrigeer dan naar de werktijdfactor, vindt de onderzoekster. Ook moeten er, stelt ze, maatregelen worden getroffen om de uitstroom van nog meer vrouwen uit de universiteit te voorkomen.
Percentage hoogleraren en uhd's van het vrouwelijk, resp. mannelijk wetenschappelijk personeel aan Nederlandse universiteiten. leeftijd <30jr 30-39 40-49 50-59 60+ totaal
vrouwen 0,0 2,8 14,4 26,5 25,5
mannen 0,1 8,3 40,2 56,0 65,4
5,8
28,1
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's