Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 69

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 69

10 minuten leestijd

PAGINA 3

AD VALVAS 18 SEPTEMBER 1997

Opleidingen politicologie hebben erg weinig gemeen Lof voor aandacht voor algemene vaardigheden bij VU-opleiding Nederlandse studenten politicologie krijgen een opleiding op voldoende academisch niveau. Maar wat hun studie inhoudt, verschilt wel erg sterk per universiteit. Dat staat in een nieuw visitatierapport van de VSNU. De vu oogst lof voor de aandacht die zij besteedt aan algemene vaardigheden. Variatie is prima, vindt de commissie die de politicologen in Leiden, Nijmegen en tweemaal Amsterdam bezocht. Maar zoals het nu is hebben de vier opleidingen bijna niets gemeen. Dat wreekt zich. Zo draait de landelijke onderzoekschool Polybios matig, bij gebrek aan een gezamenlijke visie en methodologie. En

ook de bijna-halvering van het aantal eerstejaars in vijf jaar tijd zou mede veroorzaakt zijn door de gebrekkige identiteit van de Nederlandse politicologie. Toch is het oordeel over de vier afzonderlijke opleidingen wel duidelijk positiever dan bij de vorige visitatie, zes jaar geleden. Toen was het studieprogramma te licht en te vaag, nu blijkt het niveau in het algemeen in orde. Alleen de politicologen van de UVA krijgen veel inhoudelijke kritiek. Hun propedeuse is nogal licht, het studieprogramma is minder evenwichtig dan elders en al is het niveau van afgestudeerden gemiddeld goed, voor scripties worden vaak te hoge cijfers gegeven.

Het andere uiterste is Nijmegen. In 1991 oogstte die opleiding nog zware kritiek omdat studenten er pas na twee jaar algemene 'beleidswetenschappen' aan politicologie toekwamen. Dat wekte twijfels, ook aan het niveau van afgestudeerden. Er volgde een woelige periode waarin minister Ritzen zelfs een 'gele kaart' gaf Maar nu zit er vanaf het eerste jaar wel politicologie in de opleiding. Volgens de nieuwe visitatie heeft Nijmegen na Leiden nu zelfs het beste studieprogramma. Vakinhoudelijk krijgt Leiden de meeste lof, maar de aandacht voor algemene vaardigheden is in Nijmegen én bij de Vrije Universiteit wat beter. Leidenaren leren weinig

Ritzen biedt studenten voordeeltjes via belasting

OR hekelt evaluatie

functionerings gesprekken

De evaluatie van de functioneringsgesprekken die Personeelszaken onlangs verspreid heeft, is door de ondernemingsraad in zijn laatste vergadering zwaar gekraakt. "Wij kunnen hier geen chocola van maken", aldus plaatsvervangend voorzitter B. Overdijk. "Daarvoor is de kwaliteit té mager."

Studenten met een baantje naast hun studie gaan minder belasting betalen, als ze althans een aanvullende beurs hebben. Dat kan hun honderden guldens per jaar schelen. Dit voordeeltje voor studenten kondigt het kabinet aan in het zogeheten 'belastingplan' voor 1998, dat op Prinsjesdag openbaar is gemaakt. Tot nu toe moesten studenten voor de belasting bijna de helft van hun aanvullende beurs optellen bij hun loon. Wie een maximale aanvullende beurs heeft (ruim 4600 gulden per jaar), overschrijdt daardoor al gauw de grens waaronder geen inkomstenbelasting betaald hoeft te worden. Die ligt op zevenduizend gulden. Dat verandert. Vanaf het lopende jaar hoeft de aanvullende beurs niet meer bij het inkomen opgeteld te worden. Het bedrag dat studenten daardoor besparen op hun belasting kan oplopen tot zo'n achthonderd gulden per jaar. Een student moet dan wel vijftienduizend gulden aan loon biimenhalen, het maximum dat hij mag verdienen zonder dat er gekort wordt op zijn beurs. Voor studenten die hun prestatienorm niet halen, heeft minister Ritzen nog een tweede meevaller in petto. Zij moeten hun beurs weliswaar terugbetalen, maar de studiekosten van alle jaren daarvoor mogen zij voortaan aftrekken van de belasting. Dat levert een aftrekpost op van bijna 3700 gulden per jaar. De bedoeling is dat studenten met het geld dat ze daardoor overhouden meteen een deel van hun studieschuld afbetalen. (HO, HOP)

pen. Alleen bij de UVA is er echt te weinig begeleiding; maar dat geldt ook eerder tijdens de studie al. Een totaaloordeel per opleiding geeft de visitatiecommissie niet. Maar alle oordelen combinerend springen Leiden en Nijmegen er iets beter uit dan de vu. De UVA slaat duidelijk een minder goed figuur. Dat valt ook af te lezen aan het aantal aanbevelingen. De UVA krijgt van de visitatiecommissie negentien van zulke voorstellen tot verbetering, de andere opleidingen twaalf of dertien. (FS, HOP)

samenwerken met andere disciplines. Meer kritiek krijgt ook hier de UVA: zowel schrijven als computeren en 'internetten' leert men er te weinig. Niet toevallig heeft de UVAopleiding ook een tekort aan computers en bibliotheekvoorzieningen. Wat het studietempo betreft constateert de commissie dat de opleidingen in principe wel 'studeerbaar' zijn, maar dat de eindscriptie vaak tot grote vertraging leidt. Hoofdoorzaak is dat studenten de scriptie als allerlaatste studie-onderdeel aanpakken, zodat ze weinig contact met de opleiding hebben en hun studieritme verliezen. De commissie denkt dat enkele werkcolleges aan het eind van de studie dit euvel kurmen verhel-

Prinsjesdag bracht een belastingmeevaller voor studenten.

Economisch instituut ESI in financiële problemen Het Economisch en Sociaal Instituut van de vu heeft financiële zorgen. Het onderzoeksinstituut van de economen, dat het vooral moet hebben van de derde geldstroom, kampt met hoge kosten en lage inkomsten. "Er moeten meer middelen uit de markt worden gehaald", aldus het onlangs verschenen jaarverslag over 1996. Een van de redenen waarom het slecht gaat met het onderzoeksinstituut is de krappe beurs van de economische faculteit zelf Had de facukeit in 1992 nog ruim 7,7 ton over voor de onderzoekers, in 1996 was de facultaire bijdrage gedaald naar ruim 4,3 ton. In 1997 zal dat bedrag vermoedelijk nog lager zijn. Daarnaast nemen ook de 'bijzondere inkomsten' af, zoals de rente op het vermogen, van 289 duizend in *91 tot 214 duizend vorig jaar. Daar staat weliswaar tegenover dat de netto opbrengsten van het contractonderzoek flink zijn gestegen: in een jaar gingen die van 979 duizend naar 1,2 miljoen. Maar dat is niet genoeg om alle kosten van het instituut" te dekken, en dat is in de nabije toekomst toch de bedoeling. Het faculteitsbestuur is dan ook in druk overleg met het bestuur van het instituut. In een brief aan het college van bestuur zegt het bestuur van de economen dat het ESI de laatste jaren "royaal bedeeld',' geweest

is. Het ESI zelf ziet de situatie echter niet zo somber in. Ondanks het feit dat een aantal jaren achtereen verlies is gemaakt, denkt het bestuur van het onderzoeksinstituut dit jaar al boven de rode lijn uit te komen. In de begroting voor 1997 wordt zelfs een positief resultaat van ongeveer een ton verwacht. Het faculteitsbestuur heeft in een overleg met het instituut "geconstateerd dat men redelijk op de goede weg is dit te bewerkstelligen", al "wordt een positief saldo van een ton wellicht niet gehaald". Het ESI is, om de loonkosten te drukken, niet van plan in de komende tijd nog iemand aan te nemen. Het ESI belooft verder in een brief aan het faculteitsbestuur dat "directie en medewerkers hun uiterste best zullen doen" om tot winst te komen. Hiertoe wordt onder meer geprobeerd de efficiëntie te verbeteren en minder tijd voor management uit te trekken. Daarnaast overweegt het ESi de tarieven te laten stijgen. Ook moeten er meer opdrachten binnengehaald worden. Omdat een aantal concurrenten van het onderzoeksinstituut pas een kwaliteitscertificaat hebben behaald, komt ook binnen het ESI op korte termijn een 'kwaliteitszorgsysteem', "zodat die mogelijkheid tot acquisitie niet wordt afgesneden". (PB)

Nout Steenkamp

De dienst personeelszaken presenteerde de evaluatie van de zeven jaar geleden geïntroduceerde gesprekken als een "kwantitatief inventariserende" analyse. In het hele stuk van Personeelszaken, twee kantjes A-4, is echter geen cijfer te vinden. Er wordt alleen gezegd dat er drie groepen te onderscheiden zijn: een stel koplopers, een middengroep en een groep achterblijvers. Hoe groot die groepen zi)n, staat er niet bij. De drie groepen zijn nogal een open deur, volgens de ondernemingsraad. "Dat wisten we natuurlijk al langer", aldus J. Biewenga, lid van het dagelijks bestuur van de OR. "De hele evaluatie is vaag en eenzijdig. Laten ze die eerst inhoudelijk maar eens behoorlijk bijstellen, voordat we er over praten." Dr.ir. C. van Montfort, voorzitter van de commissie sociale en organisatorische zaken (soz), stelde voor de notitie, die al meer dan een jaar beloofd was, terug te sturen naar Personeelszaken. "Functioneringsgesprekken zijn een belangrijk instrument voor personeelsbeleid. Ze moeten het maar wat concreter maken." Woensdag 24 september overlegt de ondernemingsraad met het college van bestuur over de functioneringsgesprekken. (PB)

VU uit VSNU Vervolg van pagina 1 De VU verloor haar laatste medestander, de Delftse universiteit, net voor de zomer toen de VSNU kwam met een sterk afgebakende lijst met onderwerpen waarover overleg mag worden gevoerd. De ongerustheid van de Delftenaren was daarmee weggenomen. Volgens de vu gaat deze lijst echter niet ver genoeg, terwijl ook de infrastructuur van de vSNU om over cao's te onderhandelen voor de vu niet duidelijk genoeg is. Daardoor bleef de vu als enige dwarsligger over. Collegevoorzitter Noomen legde in een brief aan de universiteitenclub eind augustus uit waarom. "De vu steunt de gedachte van gezamenlijk arbeidsvoorwaardenoverleg ten volle. Maar de vu wil wel weten welke beleidsvrijheid wij wel of niet uit handen geven. En deze zekerheid wil ze ook graag verankerd zien in statuten, reglementen of anderszins." Maar dat lijkt niet snel te gebeuren, al stelt de vsNU nu wel voor om de gezamenlijke cao niet bindend te verklaren als dat in strijd zou zijn met óf het privaatrecht óf het bijzondere

karakter van de vu. Desondanks, zo deelde Donner de URcommissie algemene zaken mee, ziet de vu nog steeds geen reden haar standpunt te wijzigen. "We zijn genuanceerd kritisch", aldus Donner. "Voor een aantal thema's zijn we het volstrekt eens dat er een gezamenlijk standpimt moet komen. Maar er is ook een hele reeks thema's waarvan wij zeggen: wij zijn anders, en dat willen we blijven. Wij kijken soms wat anders tegen het werkgeverschap aan dan de anderen." Donner noemde daarvan ook een voorbeeld: deeltijdarbeid. "Wij hebben ons altijd verzet tegen een overwerkvergoedmg van deeltijders, omdat je het dan, als het structureel gebeurt, niet meer over deeltijders hebt. Maar de openbare universiteiten denken daar heel anders over." Donner sprak de verwachting uit dat het vsNU-voorstel "dertien tegen één" zal worden aangenomen. "Als er dan een statutenwijziging volgt, kunnen we ons afvragen of we van deze VSNU nog wel lid willen zijn." Het opstappen uit de vsNU achtte Donner niet ondenkbaar. De gevolgen zouden volgens

hem "niet vreselijk dramatisch" zijn. "Op het ptmt kwaliteitszorg, waaronder de visitaties vallen, is de VSNU nu al een serviceorganisatie. Daarvoor hoef je geen lid te zijn. Ook buitenlandse universiteiten draaien bijvoorbeeld in dit systeem mee. En op andere punten geldt er vrije informatievoorziening." Niettemin sprak Donner van "een lastige situatie". "Het is te wensen dat de vu ook andere universiteiten nog van haar standpunten zal weten te overtuigen." Want mocht de vu echt van plan zijn het lidmaatschap op te zeggen, dan moet zij rekening houden met een opzegtermijn van twee jaar. Als er in die twee jaar een cao wordt afgesloten, zit de vu strikt genomen nog steeds met de brokken. Daarom wordt er voor gepleit deze termijn in de statuten te bekorten, als de aanleiding voor het opzeggen een conflict over de arbeidsvoorwaarden is. De VSNU wil in zo'n geval echter wél de contributie voor die twee jaar opstrijken. (PB)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 69

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's