Ad Valvas 1997-1998 - pagina 212
FERSONEELSÜÄTEIII^: PERSONEELSZAKEN
PAGINA 1 0
AD VALVAS 1 3 NOVEMBER 1997
Arbo en milieuja arvers la g 1996 In het Arbo en milieujaarverslag wordt verslag gedaan van de activiteiten die binnen de Vrije Universiteit zijn uitgevoerd op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn. Daarnaast is ook de milieuzorg opgenomen en wordt aandacl^t besteed äan onderwerpen van personeels- en sociaal beleid, welke zijn gerelateerd aan het arbobegrip welzijn. In deze verkorte weergave van het Arbo en milieujaarverslag zijn uit elk hoofdstuk enkele kenmerkende onderwerpen opgenomen. Het volledige verslag ligt ter inzage op het secretariaat van uw faculteit, instituut of dienst of kan worden afgehaald bij de informatiebalie van de Bedrijfsgezondheidsdienst, de Dienst voor Veiligheid en Milieu en de dienst Personeelszaken.
Arbo en UUi^u
Beleid, organisatie en overleg Beleid in het kort
Aandacht voor de arbeidsomstandigheden en het milieu is niet nieuw voor de VU. De VU beschikt reeds lang over deskundige diensten op dit terrein. Wettelijke voorschriften leiden daarom vaker tot aanpassing van bestaand beleid, dan tot het ontwikkelen van geheel nieuw beleid of nieuwe activiteiten. De inventarisatie en evaluatie van risico's op de voorgeschreven wijze is wel een nieuwe activiteit, die uit de regelgeving is voortgekomen. Binnen de VU is op centraal niveau langzamerhand een redelijk sluitend systeem van planning en verslaglegging met betrekking tot arbo en milieu in brede zin gegroeid. In de komende jaren zal dit ook op decentraal niveau, waar nodig, verder vorm krijgen. Organisatie In 1996 werd de Bedrijfshulpverleningsorganisatie (BHV) geherstructureerd. Nieuw is o.a. de benoeming van een hoofd BHV en het instellen van een zogenoemd coördinatieteam bedrijfshulpverlening (CTB), dat bij calamiteiten de bevelvoerder ondersteunt en de bedrijfsvoering in bedreigde delen van de universiteit waarborgt. De eindverantwoordelijkheid van de bedrijfshulpverlening ligt bij het hoofd BHV. De zogenaamde 'lokaal deskundige' draagt zorg voor het verstrekken van actuele gegevens aan de bevelvoerder van de bedrijfsbrandweer. Het trainen en opleiden van de bedrijfshulpverleners wordt verzorgd door de Dienst voor Veiligheid en Milieu. Overleg In de Ondernemingsraad zijn aan de orde geweest het arbo en milieujaarverslag 1995 en het arbo en milieujaarplan 1996. Verder is er informatie-uitwisseling geweest tussen de VGW-commissie en elk van de drie diensten (BGD, DVM en PZ) die gezamenlijk vorm geven aan de interne Arbodienst Vrije Universiteit. In het kader van de besteding van arbeidsvoorwaardengelden zijn eveneens enkele onderwerpen op het gebied van de arbeidsomstandigheden aan de orde geweest. Een brochure voor
Risicoinventarisatie Op grond van de Arbeidsomstandighedenwet worden binnen de VU bij alle faculteiten en diensten gevaarsinventarisaties en risicoevaluaties uitgevoerd (kortweg risicoinventarisaties of RIE's genoemd). Het betreffende project, dat gezamenlijk door BGD, DVM en PZ met de faculteiten en diensten wordt uitgevoerd zal naar verwachting in 1998 worden afgerond. De RIE's vormen als het ware het fundament voor het arbobeleid en daarmee samenhangende activiteiten zoals het opheffen van gesignaleerde knelpunten en een gericht ziekteverzuimbeleid. Ook het arbojaarplan is veelal gebaseerd op bevindingen uit de RIE. Het doel van de RIE's is te komen tot concrete verbeteringen en maatregelen. Door samenwerking tussen deskundigheden van de genoemde diensten, de faculteiten en diensten was het mogelijk situaties als een samenhangend geheel te beoordelen en kon de omvang van de RIE's beperkt blijven. Aan de geconstateerde knelpunten is in overieg met de betrokken organisatorische eenheid een prioriteit gegeven van 1 tot 3 (prioriteit 1 is een belangrijk risico, prioriteit 2 een mogelijk risico en prioriteit 3 een risico dat op korte termijn aanvaardbaar is, maar waarbij een oplossing op lange termijn wenselijk is). Hiertoe zijn gezondheidskundige en veiligheidskundige overwegingen afgezet tegen technische, organisatorische en economische overwegingen zoals kosten, tijd, afdelingsgebondenheid, toekomstige renovaties. Knelpunten Omdat de RIE zich uitstrekt over meerdere jaren zijn diverse knelpunten inmiddels opgelost. Voor de aanpak van complexere problemen hebben faculteiten soms aparte projectgroepen in het leven geroepen. Een aantal knelpunten wordt opgenomen in het arbojaarplan. Van belang is de inzet van de betrokkenen binnen de faculteiten en diensten, zoals o.a. veiligheidsfunctionarissen, deelnemers aan de overleggroepen en vakgroepvoorzitters. Soms blijken geconstateerde knelpunten, bijvoorbeeld het opruimen van overtollige chemicaliën, het aanbrengen van stickers met het alarmnummer op telefoons, het gebruik maken van beschikbare hulpmiddelen en het deelnemen aan instructies, gemakkelijk op te lossen. De faculteiten en diensten doen dat ook; terwijl in andere gevallen zelfs relatief simpele oplossingen soms jaren niet worden uitgevoerd. W/elzijnsproblemen komen vaak voor bij reorganisaties. Medewerkers voelen zich dan vaak onvoldoende geïnformeerd over het lopende proces.
Voorlichting en onderricht Medewerkers van de VU worden via het personeelskatern van Ad Valvas geïnformeerd over onderwerpen op het gebied van arbo en milieu. Leidinggevenden en arbocontactpersonen ontvangen 4x per jaar het informatiebulletin arbeidsomstandigheden en milieu. De DVM verzorgt een college over veiligheid en milieu voor eerstejaars biologiestudenten. Ook aan scheikundestudenten wordt hierover college gegeven, maar door een medewerker van de faculteit. Verder krijgen studenten van de faculteiten der Scheikunde en der Biologie blusmstructies. In 1996 is gewerkt aan een voorlichtingsproject om leidinggevenden, medewerkers en studenten systematisch te informeren over en te motiveren voor milieuvriendelijker beheer, onderzoek en onderwijs. Ook kunnen leidinggevenden van faculteiten en diensten worden ondersteund in hun taak om medewerkers en studenten te instrueren en te motiveren. Bij een van de faculteiten is bij wijze van proef een papierbesparingscampagne gestart. Medewerkers worden penodiek per e-mail geïnformeerd en gemotiveerd. De eerste resultaten van de proef zien er positief uit. In 1996 zijn tevens voorbereidingen getroffen voor het geven van vooriichting aan alle medewerkers van de VU over een in 1997 geplande papierbesparings- en afvalpreventiecampagne. Gezondheid Ziekteverzuim Het ziekteverzuim in 1996 was onveranderd laag. Vermeldenswaard is dat in dit jaar een cursus 'omgaan met verzuim' voor leidinggevenden is aangeboden.
Zowel de Gebouwendienst als de verband met de aanwezigheid van laboBibliotheek hebben daar gebruik van ratoria blijft een zekere mate van instagemaakt. De cursisten hebben dit als biliteit bestaan. zinvol en nuttig ervaren; zij hebben vaardigheden ontwikkeld om een verzuimgeGlasbewassing sprek te voeren en geleerd dit instruRond het thema glasbewassing Gebouw ment in te zetten wanneer dat nodig is. MF (en later Gebouw WN) is de situatie Mede daardoor hebben ze een duidelijglobaal zo dat in zeer direct overieg met ker beeld van hun eigen rol bij ziekteverde Arbeidsinspectie overeenstemming zuim, naast de rol van de bedrijfsarts. bestaat over het model van aanpak. De Het ziekteverzuimbeleid van de projectontwikkeling is nu zover dat midBibliotheek en de Gebouwendienst is den 1998 wordt begonnen met de naar aanleiding van de cursus op onderdefinitieve uitvoering, met een uitloop delen aangepast. Er zijn afspraken tot in 1999 voor het Gebouw WN. gemaakt over het contact tussen leidingVoor de overgangsperiode bestaat overgevende en medewerker bij ziekte en de eenstemming met de Arbeidsinspectie berichtgeving van de BGD na een - om de huidige installatie op details tijdespreekuurbezoek bij de bedrijfsarts. lijk aan te passen en gebruik te maken van hoogwerkers. Beroepsziekten In 1996 zijn in totaal 13 gevallen van beroepsziekten gemeld, in 1995 waren dit er 8. Het betrof o.a. 6 klachten aan het bewegingsapparaat, 3 keer lawaaidoofheid en 2 keer overspannenheid. De aantallen zijn zo klein dat er geen conclusies aan verbonden kunnen worden over structurele problemen op het gebied van arbeidsomstandigheden. Het spreekt vanzelf dat elke individuele melding aanleiding gaf tot maatregelen om herhaling te voorkomen. Ongevallen Bij de BGD zijn in 1996 46 ongevallen gemeld, die leidden tot 175 verzuimdagen. Zoals gebruikelijk betrof het meestal lichte verwondingen aan de handen van laboratoriumpersoneel en medewerkers van de technische diensten. Daarnaast werden 6 personen, die in dienst waren van derden bij de BGD voor een ongeval behandeld. In 15 gevallen werd een slachtoffer doorgestuurd naar de Eerste Hulp van het VU ziekenhuis en in 4 gevallen naar een specialist. De overigen konden bij de BGD worden behandeld.
Door de DVM is in 1996 geadviseerd over de volgende programma's van eisen en verbouwingen: i'ten behoeve van de verbouwing van de faculteit der Psychologie en Pedagogiek is een veiligheidsplan opgesteld en advies gegeven over de vluchtwegbewijzering •voor het nieuwe kinderdagverblijf is op basis van het door de DVM opgestelde veiligheidsplan overieg gevoerd met de gemeentelijke brandweer over de brandweereisen behorend bij de bouwvergunning en de gebruiksvergunning. Tijdens de bouw is aandacht besteed aan de bouwveiligheid overeenkomstig de eisen uit het Bouw-procesbesluit. Leidraad hierbij was het door de aannemer en de Gebouwendienst opgestelde Veiligheids- en Gezondheidsplan • in verband met de verbouwing van de hoofdingang van de faculteit der Geneeskunde is het veiligheidsplan van de begane grond aangepast. Tevens is geadviseerd over de toegankelijkheid van het gebouw. Daarnaast zijn, ten behoeve van de verbouwing van de eerste verdieping van de GH-vleugel van de faculteit der Geneeskunde, adviezen verstrekt om te komen tot een indeling met veilige vluchtwegen en een veilige opslag van (brand)gevaariijke stoffen. Het veiligheidsplan van de eerste verdieping is aangepast Arbo en milieuprojecten In het arbo en milieujaarplan 1996 zijn projecten in de sfeer van arbo en milieu opgenomen die gebouvrtechnisch van aard zijn. De meeste in het plan genoemde activiteiten op centraal niveau zijn in 1996 gestart en deels afgerond. Over de in 1996 gerealiseerde projecten kan het volgende worden gemeld. Gevaarlijke stoffen In de Gebouwen WN en MF zijn knelpunten In de opslag van chemicaliën geïnventariseerd. Vervolgens zijn de prioriteiten voor het oplossen van de knelpunten vastgesteld en is met de voorbereiding van de uitvoenng gestart. Ook de gewenste uitbreiding van kasten voor de opslag van gasflessen is geïnventariseerd. De aanpassing van de zuurkasten In het Gebouw MF wordt in de reeds geplande verbouwingen meegenomen. Binnenklimaat Op diverse gevels van het Gebouw WN en het Gebouw MF is zonwering aangebracht. Het project Is nog niet afgerond. Er is een onderzoek uitgevoerd naar de tochtklachten in het Gebouw WN. Een deel van het probleem is opgelost door het opnieuw inregelen van de installaties. De situatie is stabieler geworden maar door de verplichte onderdruk in
Project loopbaanontwikkeling/mobiliteit Het project richt zich op de 'employabillty' van de medewerker. Kort gezegd heeft 'employability' betrekking op de inzetbaarheid van de medewerker binnen de organisatie - en breder - zijn mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Het project is in 1996 ontwikkeld om aan het versterken van het personeelsbeleid op dit punt een extra impuls te geven. Er zijn twee coördinatoren aangesteld, een voor het wp en een voor het obp, die het project trekken. De invalshoek van waaruit gewerkt wordt is dat samen met het management eigen loopbaan- en mobiliteitsbeleid ontwikkeld én geïmplementeerd wordt, specifiek gericht op het eigen organisatie-onderdeel. Er is kleinschalig, in 'proeftuinen', begonnen om ervaring op te doen. Bij succes wordt het project verder over de universiteit uitgebreid. In de periode 1997-1998 is Mf 1.4 uitgetrokken voor dit project.
envooi ^
handbrondmeldar
T*-bror^d3langhaBpsl 20 f
mir.
Spro»l30hulmblU3s8r 6 lir.
Veiligheid en arbeidshygiëne Brandveiligheid
schappen van de betreffende functionaris aan regelmatige spanning onderhevig. Loopbaanontwikkeling en mobiliteit vormen instrumenten bij uitstek om bij te dragen aan de oplossing van dergelijke spanningen. Gebruikelijk is dat inzake loopbaanontwikkeling en mobiliteit een beroep kan worden gedaan op de personeelsfunctionaris; ieder van hen is getraind in carrièrecounseling. In de meeste faculteiten is de aandacht voor de loopbaan van medewerkers toegenomen. Voor het wetenschappelijk personeel is de aandacht nog wat eenzijdig gericht geweest op tijdelijk personeel. Vooral met het ondersteunend en beheerspersoneel hebben veel loopbaangesprekken plaatsgevonden.
Welzijn en personeels-/ sociaal beleid Welzijn in termen van de arbowet
in de arbowet is het begrip welzijn in directe zin beperkt gedefinieerd in termen als: »bevordering van welzijn bij de arbeid in de zin van het zoveel mogelijk ergonomisch verantwoord zijn van de inrichting van arbeidsplaats, werkmethoden en hulpmiddelen • rekening houden met persoonlijke eigenschappen, waaronder leeftijd, geslacht en vakmanschap • het stimuleren van de vakbekwaamheid van de medewerker door middel van het verrichten van de arbeid • mogelijkheid voor inbreng van eigen inzichten en het hebben van contact met anderen •vermijden van kort cyclisch werk (o.a. lopende band) Kwaliteit van de functievervulling Het belang van gekwalificeerde en gemotiveerde medewerkers Is evident. De arbowet stelt als eis dat een evenwichtige relatie bestaat tussen persoonlijke eigenschappen en de verrichte taken. Het functioneringsgesprek en het beoordelingsgesprek zijn belangrijke instrumenten om na te gaan of een evenwichtige relatie op dit vlak ook na verioop van tijd nog aanwezig is. Gezien dat belang is in 1996 een evaluatieonderzoek gehouden naar het gebruik van functioneringsgesprekken. De voorioplge uitkomsten laten zien dat er redenen tot verbetering van de systematiek en het gebruik zijn. Een definitieve rapportage zal in 1997 plaatsvinden. Van groot belang voor behoud van kwaliteit en motivatie is ook de reflectie van de medewerker op de eigen ontwikkeling. In 1996 is een begin gemaakt met een omvangrijk meerjarenproject op het vlak van loopbaanontwikkeling en mobiliteit. Verderop wordt hierop nader Ingegaan. Van groot belang voor een goed functioneren van de organisatie is het kunnen beschikken over capabele managers. Door de toenemende decentralisatie van beheerstaken, maar meer nog door de toename van de complexiteit en de kwaliteitseisen binnen het onderwijs- en onderzoeksbedrijf, Is stimulering van managementvaardigheden een punt van aandacht. O.a. is in dit verband een leergang opgezet voor leidinggevenden in wetenschappelijke eenheden. Loopbaanontwikkeling/mobiliteit In een organisatie met hoge eisen aan de flexibiliteit en de noodzaak tot voortdurende verandering, is de door de arbowet vereiste evenwichtige relatie tussen functie/taken en de persoonlijke eigen-
Aandacht voor specifieke groepen Groepen in specifieke aandachtvragende omstandigheden of posities: het gangbare beleid met betrekking tot deze groepen is in 1996 gecontinueerd. Voor de bij de VU onderscheiden groepen zijn: •vrouwen • allochtonen •gehandicapten • ouderen • uitkeringsgerechtigden In het volledige jaarverslag wordt over de activiteiten met betrekking tot de genoemde groepen gerapporteerd. Bedrijfsmaatschappelijk werk Cursus 'omgaan met stress' In de verslagperiode werd jaarlijks door het bedrijfsmaatschappelijk werk, in samenwerking met de BGD een cursus 'omgaan met stress' aangeboden. De cursusduur werd uitgebreid tot 10 bijeenkomsten: ér bleek namelijk veel vraag te zijn naar oefening in assertief gedrag. Ook de techniek van het realistisch waarnemen en denken, waarmee in de cursus gewerkt wordt, ervaren de meeste cursisten als een effectief middel om stress te voorkomen of te hanteren. In het algemeen wordt dit cursusaanbod erg gewaardeerd, omdat het houvast biedt in het adequaat omgaan met de (toenemende) eisen die vanuit de werkomgeving gesteld worden. Vertrouwenspersonen seksuele intimidatie In 1995 en 1996 is het werk van de vertrouwenspersonen uitgebreid met de opvang van diegenen die op een of andere wijze zijn aangeklaagd voor seksuele intimidatie. Dat wil zeggen dat een aangeklaagde zich kan wenden tot een andere vertrouwenspersoon dan degene die de klacht heeft ingediend. Van deze mogelijkheid is een enkele keer gebruik gemaakt: betrokkene wil bijvoorbeeld informatie over de regeling en de werkwijze van de vertrouwenspersonen, of wil de mogelijkheid van eigen stappen overwegen. De vertrouwenspersonen worden, behalve mondeling en telefonisch, tegenwoordig ook via e-mail geconsulteerd. Dankzij de Internationalisering gaan studenten meer naar het buitenland. Ze weten daar niet altijd de kanalen ter plaatse te vinden en e-mail is dan een manier om In de eigen taal het verhaal te kunnen doen en inzicht te krijgen in de mogelijkheid zelf een einde te maken aan vormen van seksuele intimidatie. Het aantal zaken is ten opzichte van de vorige verslagperiode (1993-1994) ongeveer gelijk gebleven. In een aantal gevallen werd doorverwezen naar externe instanties.
Lees verder op pagina 12
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's