Ad Valvas 1997-1998 - pagina 77
AD VALVAS 18 SEPTEMBER 1997
PAGINA 1 1
'Jongeren de dupe van hoog minimumloon' Hoogleraar Van den Berg ziet toekomst voor sociale zekerheid De kosten van het minimumloon worden onnodig hoog gehouden. Jongeren onder de dertig worden daar de dupe van, zo bleek uit de oratie die Gerard van den Berg vrijdag 12 september hield. "Als de gevestigde belangen nu minder beschermd worden, dan houdt men op de lange termijn wellicht een minder uitgekleed stelsel over."
Peter Boerman
Vorige week meldde Ad Valvas dat prof.dr. Gerard van den Berg, die vrijdag zijn oratie hield, pleit voor lagere lonen en dus ook lagere uitkeringen. Dat wil hij nu graag nuanceren. Het is niet de taak van de wetenschapper om op de stoel van de beleidsmaker te gaan zitten, zegt hij. "Het is een politieke keuze." Waarschijnlijk zullen niet veel mensen in de politiek bli) zijn met Van den Bergs berekeningen, waaruit blijkt dat een lager minimumloon en eventueel lagere uitkeringen de werkloosheid terug kunnen dringen. Maar uit zijn onderzoek blijkt wel, zegt hij, dat de werkgeleegenheid er erg mee gebaat zou zijn. "De conclusie die ik voor mezelf heb getrokken is dat het slim is als het verschil tussen het minimumloon en de uitkeringen vergroot wordt. Maar ik denk inderdaad niet dat de politiek dit pleidooi makkelijk overneemt. Daarvoor zijn de gevestigde belangen waarschijnlijk te groot. Er zitten bijvoorbeeld negenhonderdduizend mensen in de WAO. Dat is vanuit electoraal oogpunt natuurlijk een enorm belangrijke groep." Van den Berg (35) ging tijdens zijn inaugurele rede onder meer in op zijn onderzoek naar evenwichtszoekmodellen. Deze modellen gaan ervan uit dat werkgevers die een lager loon betalen dan andere bedrijven niet noodzakelijkerwijs failliet gaan wegens gebrek aan personeel. Dat komt omdat hun werknemers niet de hele arbeidsmarkt kunnen overzien. Volgens Van den Berg zullen er eventueel best mensen zijn die een baan accepteren met een loon ónder het uitkeringsniveau, gewoonweg omdat ze denken dat je mét een baan nu eenmaal makkelijker een beter betalende baan vindt dan zonder. Die uitgangspunten combinerend ontstaat het beeld van een 'banenladder'. "Werklozen vinden en accepteren een baan met een loon dat hoger is dan het loon dat voor hen minimaal acceptabel is. Eenmaal in die baan blijven ze zoeken naar een beter betaalde baan en als ze die vinden, klimmen ze op de ladder. Er is echter ook steeds een risico dat ze van de ladder geduwd worden."
Twintigers Een minimumloon beschermt individuele werknemers in principe tegen de macht van werkgevers, die er misbruik van kunnen maken dat werknemers niet de hele arbeidsmarkt kennen. Maar een minimumloon kan zich ook tegen de werknemers keren, meent Van den Berg. "Als het minimumloon hoger wordt dan wat een werknemer voor dat geld presteert, zal hij zijn baan verliezen. Het blijkt dat als het minimumloon 25 procent hoger wordt, 16 procent van de mensen werkloos wordt." Opvallend is dat uit het onderzoek van Van den Berg blijkt dat vooral twmtigers slachtoffer zullen zijn van een verhoging van het minimumloon, "en dan vooral twintigers met een lage opleiding". Bij een verlaging van het minimumloon, redeneert Van den Berg verder, zal daarom waarschijnlijk de werkloosheid onder twintigers afnemen. Met hoevéél precies valt op basis van zijn onderzoek niet te zeggen, maar hij waarschuwt er wel voor dat verhalen van werkgevers als zou een verlaging van het minimumloon geen werkgelegenheid scheppen, met een korrel zout moeten worden genomen. Deze jongeren zullen werk kunnen uitvoeren dat op dit moment óf helemaal niet óf door machines wordt gedaan. "Het gaat dus om banen die nu niet bestaan. De bijbehorende bedrijven dus ook niet", aldus Van den Berg. "Het minimumloon
Prof.dr. Gerard van den Berg: 'Als het minimumloon 2 5 procent hoger wordt, zal 1 6 procent van de mensen zijn baan
verliezen.'
NICO Boink AVC/VU
beschermt dus tegen uitbuiting, maar daarvan profiteren vooral de mensen van dertig jaar en ouder, zeg maar de gevestigde orde. De prijs hiervoor wordt echter betaald door minder gevestigde, niet-werkende mensen op de arbeidsmarkt." Die minder-gevestigde belangen komen er ook het bekaaidst vanaf bij een ander onderzoek van Van den Berg, naar het effect van sancties bij mensen met een uitkering. Hier blijkt dat met oudere mensen met een uitkering vaak meer mededogen wordt getoond dan met jongere uitkeringsgerechtigden. Sancties, kortingen op de uitkering die meestal worden opgelegd als men vindt dat de uitkeringsgerechtigde onvoldoende werk maakt van zijn sollicitatieplicht of in geval van fraude, werken overigens wel. Het blijkt dat zelfs bijstandsgerechtigden, "die tot de meest uitzichtloze mensen in onze samenleving behoren", sneller aan het werk komen als hun uitkering wordt gekort. "Dat is voor mij wel een van de meest verrassende uitkomsten geweest", aldus de arbeidseconoom en econometrist. De uitkering van ww'ers wordt bij een sanctie over het algemeen voor twee maanden met zo'n 15 procent gekort. Sancties in de bijstand zijn, omdat de overheid de plicht heeft iedereen in het land van een minimaal bestaan te voorzien, gemiddeld wat minder ingrijpend. Toch blijken zowel ww'ers als bijstandsgerechtigden opvallend sneller aan het werk te komen wan-
neer ze net een sanctie opgelegd hadden gekregen. "Natuurlijk betekent een verdubbeling van een kleine kans nog steeds een heel klein getal", zegt Van den Berg. "Maar het geeft in ieder geval wel aan dat de betrokken groep niet immuun is voor financiële prikkels. En dat is bepaald nog geen algemeen aanvaarde wijsheid." Dat vooral jongeren onder de 35 vaak slachtoffer worden van sancties, zoals uit Van den Bergs onderzoek blijkt, kan volgens hem een aantal dingen betekenen: óf zij overtreden de regels vaker, óf de instanties die over sancties beslissen concentreren zich op jongeren omdat ouderen meer clementie verdienen. Deze laatste hypothese wordt sterk ondersteund door onderzoek in het veld, waarbij medewerkers zijn geïnterviewd die bij de uitkerende instanties werken. Van den Berg is niet blij met die ontwikkeling. "Het strookt niet echt met het gelijkheidsbeginsel van de ww", zegt hij. Maar er is ook een fundamenteler probleem. "Het kan niet worden uitgesloten dat het hele solidariteitsbeginsel, de grondslag van de welvaartsstaat, lijdt onder een beleid dat ouderen bevoordeelt. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de ontheffing van de sollicitatieplicht voor bepaalde groepen uitkeringsontvangers." Volgens Van den Berg is het "evident" dat een paar jaar geleden het mes in het sociale-zekerheidsstelsel moest. Maar de manier waarop dit gebeurd is, "pakt nogal eens slecht uit
voor jongeren en andere nieuwkomers". Dat kan er in de toekomst toe leiden dat het maatschappelijk draagvlak voor het stelsel afneemt en daardoor zou het stelsel wel eens sneller kunnen worden afgebroken dan eigenlijk nodig is. "Anders gezegd: als de gevestigde belangen nu minder beschermd worden, dan houdt men op de lange termijn wellicht een minder uitgekleed stelsel over."
Toekomstschets Die aantasting van het maatschappelijk draagvlak kan extra hard aankomen, schetst Van den Berg, omdat er in de wereld ook nog andere ontwikkelingen zijn die de sociale zekerheid bedreigen. "En dan doel ik niet alleen op de vergrijzing, of de nog steeds gigantisch hoge verborgen werkloosheid onder vrouwen en afgekeurden, maar eerder op technologische veranderingen. Er vinden vernieuwingen plaats die gunstig zijn voor de productiviteit van geschoolde arbeid en ongunstig voor ongeschoolde arbeid. Als gevolg daarvan komt er steeds meer vraag naar geschoolde arbeid, en mensen met een opleiding zullen hogere lonen verdienen, dit in tegenstelling tot ongeschoolden. Op die ontwikkeling kan nauwelijks invloed worden uitgeoefend, maar vroeg of laat zal het wel leiden tot een blijvende, grotere inkomensongelijkheid. Daar komt de globalisering van de economie nog bij. Die kan zich vertalen in grootschalige en langdurige
werkloosheid van mensen met weinig vaardigheden." Een dreigend klinkende toekomstschets. Maar of de politiek er gevoelig voor is, is volgens Van den Berg maar de vraag. Frustrerend vindt hij dat echter niet. "Het gaat me er als wetenschapper om zo goed mogelijk fundamenteel onderzoek te doen. Het belangrijkst voor mij is publiceren. Als een artikel van mij in een gerenommeerd tijdschrift wordt geplaatst, ben ik een paar dagen euforisch." Van den Berg heeft wat dat betreft weinig te klagen. In de recentste lijst van meest publicerende Nederlandse economen stond hij op een fraaie derde plaats. Vorig jaar was hij een van de vijf jonge onderzoekers die van de vu een speciale subsidie kreeg van 1,2 miljoen gulden om een eigen team van onderzoekers om zich heen te vormen. Dat IS hem ook gelukt, zegt hij zelf. "Ik ben van mening dat het niet goed mogelijk is goede arbeidseconomie te bedrijven zonder basiskennis van econometrie. Er zijn veel bureaus op de markt die onderzoek doen naar de arbeidseconomie. Maar vaak zijn die niet voldoende zorgvuldig, omdat ze niet genoeg verstand van de econometrie hebben. Die commerciële bureaus werken misschien wel sneller dan wij hier kunnen, maar ik durf rustig te beweren dat wij door onze econometrische achtergrondkennis beter presteren."
^Arbeidsmarkt geen stoelendans' De arbeidsmarkt in Nederland is geen "te kleine taart" meer voor "te veel hongerige mensen", zoals vroeger wel werd gedacht. Het is er juist een komen en gaan van allerlei verschillende banen. Dat blijkt uit het proefschrift van Pieter Gautier, dat hij maandag 15 september met succes verdedigde. Vroeger werd in econotnenkringen de grootte van de arbeidsmarkt als een soort constante beschouwd. Je had het aantal banen, het aantal mensen dat wilde werken en het verschil daartussen was de werkloosheid. Zo eenvoudig is het echter niet meer, betoogt de kersverse doctor Pieter Gautier (30) in het proefschrift The flow approach to the labor market. Gautier bekeek de arbeidsmarkt niet op haar voorraden, maar juist op de stromen die er zich afspelen. En wat blijkt? "De arbeidsmarkt is geen stoelendans om bestaande banen. Voortdurend worden nieuwe banen gecreëerd en verdwijnen oude banen."
Uit Gautiers onderzoek, waarvoor hij vooral cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (cBS) en het CoUege van Toezicht Sociale Verzekeringen (CTSV) gebruikte, blijkt dat tussen de 10 en 20 procent van de banen niet eens langer dan een jaar bestaan. Slechts tussen de 10 en 30 procent van de banen bestaat nog steeds na veertien jaar. De rest is allemaal verdwenen. Kleine ondernemingen scheppen en vernietigen daarbij verhoudingsgewijs meer banen dan de grote bedrijven. "Extra steun voor het midden- en kleinbedrijf, stelt Gautier vast, "is vanuit werkgelegenheidsoogpunt dan ook niet evident." De heterogeniteit van zowel banen als werknemers is volgens Gautier "enorm". "Zowel werkgevers als werknemers zijn continu op zoek naar betere mogelijkheden in een omgeving die voortdurend verandert. De smaak van de consument wisselt, en er worden alsmaar nieuwe technologieën en producten ontwikkeld. Daardoor ontstaan steeds andere
banen." Om op die veranderende omgeving in te spelen, zegt Gautier, "blijft het van belang dat het arbeidsmarktbeleid veel nadruk legt op her- en omscholing zodat de gevraagde en aangeboden arbeid beter op elkaar aansluiten." In ontslagbelasting, een begrip dat recentelijk weer opdook in beleidsdiscussies onder economen, ziet Gautier niets. "Wanneer werkgevers aangeslagen worden voor hun ontslagen, zullen sectoren met veel mobiliteit, zoals de voedingsmiddelenindustrie, onevenredig zwaar getroffen worden. Bovendien kan het leiden tot vermindering van de dynamiek van de arbeidsmarkt. Dat is weer nadelig voor de langdurig werklozen." Ook centrale loonafspraken zijn volgens Gautier niet zaligmakend. Tijdelijke afwijking van afgesproken lonen moet kunnen om onnodig baanverlies te voorkomen. "Het is daarom verstandiger om beleid op specifieke doelen te richten dan op specifieke sectoren." (PB)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's