Ad Valvas 1997-1998 - pagina 109
AD VALVAS 2 OKTOBER 1997
PAGINA 5
Olifanten, grote tranen en de student boven de docent Wetenschap Techniekweek over klein en groot Grote emoties in de sport, afbeeldingen van enorme beesten in de IVliddeleeuwen en het spel tussen machthebbers en ondergeschikten. Daarover gaan drie van de 55 werkgroepen die scholieren woensdag 8 en donderdag 9 oktober op de VU kunnen bezoeken. Het thema van de Wetenschap Techniekweek is 'klein en groot'.
Martine Zuidweg Sporters gaan uit hun dak als ze heb ben gescoord, smijten woedend h u n racket op de grond of huilen met lange uithalen als ze hebben verloren. Wie kent er geen beeld van een spor ter die zijn emoties de vnje loop laat. Grote emoties komen in de sport vaak voor, omdat het belang dat op het spel staat meestal groot is. "Denk aan de Olympische Spelen: mensen wer ken er tien jaar of langer naar toe om daar goed te presteren. Stel je voor dat je er al in de voorrondes wordt uitgelopen. Twaalf jaar lang heb je je gek getraind, jezelf ontzettend veel ontzegd. En dan wordt het hoogte punt je afgenomen", zegt bewegings wetenschapper dr. F . C . Bakker, die tijdens de wetenschapsweek een werk groep over sport en emoties verzorgt. "Natuurlijk levert dat een enorme emotie op." Soms is het echter van belang om emoties onder controle te houden. Sporters vinden dat zelf ook, blijkt uit onderzoek van een Duitse collega van Bakker. Deze wetenschapper toonde sporters videobeelden met emotionele gebeurtenissen waarm de sporters een hoofdrol speelden. De resultaten wezen uit dat sporters vaak heel bewust met h u n emoties bezig zijn, met de bedoeling om bepaalde effec ten teweeg te brengen bij zichzelf, de teamgenoten of bij de tegenstander. Sporters die emoties als onzekerheid en angst maskeerden, zeiden dat te doen omdat het h u n meer zekerheid geeft. "Dat kun je je wel voorstellen", vmdt Bakker. "Als je toegeeft aan die zenuwen dan wordt het van kwaad tot erger." Sporters vertelden ook dat ze een emotie als vreugde soms extra uit bundig toonden, vanwege het motive rende effect op teamgenoten. In een aantal gevallen houden sporters die heel blij zijn, hun emoties juist in om op die manier de tegenstander te frus treren. Bakker: "Stel ik speel een spel letje badminton met de b u u r m a n en hij laat mij alle hoeken van het veld zien. Hij staat er onaangedaan bij en alsie de laatste shuttle heeft geslagen, loopt hij van het veld af alsof het hem niks doet. Dat is voor mij natuurlijk vreselijk vernederend." Niet dat het voor een sporter eenvou dig is om zijn emoties zo te gebruiken dat hij er voordeel van heeft. Iemand die tien jaar naar een wedstnjd heeft toegewerkt en vervolgens flink onder uit gaat, IS zo geraakt, dat hij haast niet anders kan dan zijn tranen de vnje loop laten. Toch vindt Bakker het belangrijk om sporters te leren h u n emoties te con troleren, omdat heftige emoties con traproductief kunnen zijn. "Als iemand je onrecht aandoet, is kwaad zijn een begnjpelijke reactie. Ik scoor het doelpunt van m ' n leven en vlak daarna fluit die hufter van een scheidsrechter, omdat hij denkt dat ik buitenspel stond. En ik stond hele maal niet buitenspel! Maar als ik mijn woede botvier op de scheidsrechter, loop ik het risico dat ik eruit lig. Het IS dus slimmer om dat soort woede uitbarstingen enigszins binnen de per ken te houden. Met mentale trainings programma's kun je dat leren." Op dit moment zijn er wel sporters die in een cursus leren hoe ze met
emoties kunnen omgaan. "Maar dat zijn er heel weinig en dat vind ik zonde", zegt Bakker. "Zo kan het van belang zijn om je tijdens een wedstrijd niet te veel in beslag te laten nemen door een teleurstelling. Kenmerk van een teleurstelling is namelijk een reac tie van: bekijk het maar, ik doe niks meer. Zo'n reactie is tijdens een sport wedstrijd natuurlijk allerminst han dig."
Klein boven groot Terwijl de bewegingswetenschapper erop wijst hoe belangrijk het voor sporters is om h u n emoties in goede banen te leiden, gaat het sociaalcul tureel wetenschapper drs. Sierk Ybema tijdens de wetenschapsweek om het leren controleren van macht. Samen met de studenten Nicole van Hemert en Ilse Borg verzorgt hij van uit Cultuur, Organisatie en manage ment de werkgroep 'Doorbreek de macht: klein boven groot': een spoed cursus over hoe je vastgeroeste hiërar chische relaties kunt veranderen, zoals die tussen leraar en leerling. Ybema: "Stel je hebt een onvoldoende gekre gen en je vindt dat dat ten onrechte is gebeurd. Maar je staat bekend als las tig en hebt het gevoel dat de leraar je niet mag. Probeer in zo'n situatie je
De telcenaars van de Middeleeuwen baseerden zicli op t>esclirijvlngen van olifanten in oude geschriften. Uit: Boek der Natuur, Jacob van Maerlant (1266) leraar maar eens te overtuigen van je gelijk." Ook op de universiteit zijn er genoeg voorbeelden van vastgeroeste machts relaties. Zoals die tussen de studente en haar scnptiebegeleider, aan wie ze de pest heeft. Zelden heeft hij tijd voor haar, hij neemt nooit de moeite een bemoedigend woordje te spreken en een stimulerende tip kan er al hele maal niet vanaf. H e t enige dat die vent doet is vanuit de hoogte ongefun deerde kritiek poneren. De studente praat erover met studiegenoten, wat oplucht, maar dat is maar voor even. Als ze weer tegenover de hoogleraar zit, voelt ze opnieuw een lawine van kritiek over zich heen denderen. Vol gens Ybema, Van Hemert en Borg is het in zo'n geval zaak het vastgeroeste machtspatroon te doorbreken. In het jargon van de sociaalcultureel weten schapper: "Je moet je proberen te ont worstelen aan je ondergeschikte posi tie en de negatieve sfeer in het gesprek ombuigen." Dat kan door het contact met de begeleider over een heel andere boeg te gooien. "In plaats van steeds in de aanval te gaan bij elke kritische kant
tekening die hij maakt, kun je zijn suggesties serieus nemen en hem vra gen wat hij nou precies bedoelt. Je kunt hem ook vragen hoe hij het onderwerp zou aanpakken als hij m jouw schoenen stond", zegt Borg. "Of je stelt de verhouding zelf aan de orde door aan te geven dat de gesprekken demotiverend zijn", zegt haar studie genoot Van Hemert. Scholieren gaan anders met h u n meerderen om dan studenten, is de ervaring van Ybema. "Bij studenten merk ik een grotere sociale intelligen tie dan bij vwo'ers. Ik merk dat stu denten eerder met creatieve oplossin gen aankomen voor verstoorde rela ties. Vwo'ers hebben vaak het idee: je doet er toch niets aan." Van Hemert vermoedt dat niet alleen het gebrek aan levenservarmg daar debet aan is. "Ik denk ook dat het komt omdat het machtsverschil tussen scholieren en leraren op het vwo groter is dan tus sen studenten en docenten op de uni versiteit." Overigens komt hij ook als weten schappelijk onderzoeker situaties tegen waarin het handig is te weten hoe machtsrelaties doorbroken kun nen worden. "Ik wilde iemand inter viewen die beschikte over veel nuttige informatie voor mijn onderzoek. Vriendelijk vragen hielp niet: hij ont week me steeds. Op een gegeven moment heb ik hem gewoon op de man af gezegd dat ik dat vervelend vond. Ik heb hem uitgelegd waarom ik hem graag wilde spreken en gezegd dat er voor hem geen goede redenen waren om niet met mij te praten. Kortom: ik verruilde mijn rol van aar dige jongen die graag iets wilde weten voor de rol van onderzoeker die graag serieus wordt genomen. Sindsdien heb ik drie interviews met hem gehou den en die liepen als een tierelier." In de wetenschapsweek vraagt Ybema leerlingen om zich te verplaatsen in de positie van een leraar. De leraar moet dan proberen een discussie te ontlok ken aan apathisch voor zich uit staren de scholieren of juist een heel kriti sche groep. Tijdens vorige weten schapsweken bleken ook de met de scholieren meegekomen leraren hap pig op tips van Ybema.
OHfant
Tegen het einde van de Middeleeuwen werd er meer waarde gehecht aan de eigen waarneming. Uit: Van den Proprieteyten der Dinghen, Bartholomeus Anglicus (148S)
Klein boven groot, het diplomatiek omdraaien van de gangbare machts verhoudingen, komt in de natuur niet voor. Want daar heersen de beesten. Docent kunstgeschiedenis dr. P.C.J. van Dael confronteert scholieren in zijn werkgroep 'Middeleeuwse sprook jeswereld in het klein' met afbeeldin gen van grote beesten in de Middel eeuwen. H u n kennis over de natuur en de die ren haalden de middeleeuwers uit de antieke geschriften en de bijbel. Ze vertrouwden niet zozeer op wat ze zagen, maar op wat ze lazen. Hoewel geen mens ooit een leeuw, een dro medaris of een olifant had gezien, hielden deze dieren de gemoederen wel bezig, want men begreep dat het indrukwekkende beesten moesten zijn. Ook was wel bekend dat de kalief van Bagdad een olifant aan Karel de Grote cadeau gaf.
De tekenaars en schrijvers van de Middeleeuwen hadden alleen oude teksten om zich aan vast te klampen. Dat weerhield ze er met van de dieren in kwestie af te beelden. In Het boek der natuur, dat Jacob van Maerlant in 1266 schreef, geeft hij een uitgebreide beschnjving van een olifant zonder dat hij ooit zo'n beest heeft gezien. Een fragment: "De slurf heeft de oli fant nodig omdat hij groot is en zich niet naar de grond kan buigen. Zon der de slurf, waarmee hij eten en drin ken naar zijn bek brengt, zou hij zich niet van voedsel kunnen voorzien." Een middeleeuws beestenboek vertelt eigenlijk meer over hoe mensen zelf in de Middeleeuwen dachten, dan over de dieren. De middeleeuwers waren geneigd dieren te zien als dragers van een morele boodschap. Van Maerlant schrijft: " N u zult u kurmen lezen hoe olifanten getemd worden. (...) Als het dier eenmaal met de voorgeschreven listen gevangen is, wordt het door een van de jagers vreselijk afgeranseld. Vervolgens verschijnt degene die het dier aan zich wil onderwerpen en jaagt de eerste man weg. Dat maakt de oli fant zo dankbaar, dat hij degene die hem van de pijn heeft verlost, met eerbied bejegent en altijd zal gehoor zamen. Dit zou voor ieder mens een les moeten zijn en een reden om Christus te danken, die hem van zijn eeuwige vijand de duivel heeft ver lost." Pas in de late Middeleeuwen werden mensen kritischer ten aanzien van wat ze lazen. Niet langer vertrouwden ze blind op de teksten die ze onder ogen kregen en op wat ze hoorden. Van Dael: "Men werd kritischer tegenover zijn bronnen en ging waar de hechten aan het zelf waarnemen, aan het observeren. Olifanten kon je natuurlijk nog steeds niet waarnemen, maar men ging de verhalen over bees ten kritischer lezen." De prent van een olifant in een Haar lems prentenboek uit 1485 lijkt al veel meer op een olifant dan die uit het boek van Van Maerlant. Waarschijn lijk is er dan ook werkelijk een olifant in Nederland geweest en kan de teke naar teruggrijpen op wat hij of zij met eigen ogen heeft gezien. "Dat beest heeft hier op kermissen gestaan. Ver moedelijk is hij in Muiden bij een oversteek verdronken", weet Van Dael. Albertus Magnus was een van de eer sten die kritisch stond tegenover het geen er werd beweerd, een houding die al gmg lijken op die van de moderne wetenschapper. Van Dael: "In de Middeleeuwen dacht men dat griffioenen echte dieren waren, die in verre landen leefden. Mensen lazen erover in antieke geschriften en in de bijbel, dus ze bestonden. In de Latijn se vertaling van de bijbel wordt de griffioen genoemd in een lijst van 'onreine dieren'." Volgens Van Dael was Albertus Magnus de eerste die de verhalen over gnfifioenen met zo nauw nam, want hij schreef: "Griffioenen zouden vogels zijn, maar dat is een sprookje."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's