Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 202

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 202

9 minuten leestijd

«i-

A D VALVAS 6 NOVEMBER 1997

PAGiNA 1 6

Op de VU lopen opvallend veel mensen rond die familie van elkaar zijn. Soms is dat toeval, maar in een aantal gezinnen is het traditie om aan de Vrije Universiteit te gaan studeren of werken. Deze week prof.dr. P.J.D. Drenth, hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie, en zijn zus drs. F. Pijpers-Drenth. Zij is hoofd van de dienst studentenzaken van de VU.

F. Pijpers-Drenth (rechts): 'De meeste dingen over Piet hoor ik via mijn moeder.'

Bram de Hollander

'Je wilt niet afgaan met familie in de zaal' Marianne Hoek van Diike

Ze zijn tweede en jongste telg m een gezin met zes kinderen. Ze gingen beiden vanuit Leeuwarden psychologie studeren aan de vu en werken daar nog steeds. Maar door hun leeftijdsverschil was prof.dr. P.J.D. Drenth (62) al bijna hoogleraar aan de faculteit toen drs. F. Pijpers-Drenth (50) er voor het eerst kwam kijken. Pijpers-Drenth: "Ik had heel lang gezegd: ik ga alles studeren, behalve psychologie, want dat doet mijn broer al. Maar uiteindelijk vond ik het toch de leukste studie." Drenth: "De echte zelfstandigheid van

ZO BROER, ZO ZVSJE mijn zus zit erin dat ze niet bij mij is afgestudeerd." Pijpers-Drenth: "O, dat is dus zelfstandigheid!" Drenth behoort binnen het gezin tot de vier kinderen die voor de oorlog geboren werden en Pijpers-Drenth is een van de twee nakomertjes die daar na de oorlog nog bijkwamen. Ondanks hun verschil in leeftijd en ervaring konden broer en zus het van jongs af aan goed met elkaar vinden. Drenth: "Je jongste zusje is natuurlijk altijd vertederend, maar we hadden echt een speciale band. Dezelfde interesses. Ik weet nog dat we vroeger veel fietstochten maakten en dan wilde ze altijd bij mij op de stang zitten. Soms wel zeventig kilometer lang." Pijpers-Drenth: "En we hadden dezelfde lichaamsbouw, we waren allebei van die lange, dunne staken." Bmnen het "typisch gereformeerde hoofd-der-schoolgezin", zoals ze het uitdrukken, stonden orde en intellectuele ontwikkeling in hoog aanzien. Vader, die zelf niet de kans had gekregen om te studeren, wilde graag dat zijn kinderen dat wel deden. De bijbelse gelijkenis van de talenten indachtig zag hij het als een opdracht om te zorgen dat zij hun capaciteiten met onbenut zouden laten. Drenth: "We gaan voor het hoogste, was zijn mentaliteit. Toen ik bijvoorbeeld toelatingsexamen voor de middelbare school moest doen, schreef hij me alleen in voor het gymnasium en met ook voor de hbs. Ik heb het gehaald, maar achteraf gezien was het bloedlink. Zonder het behalen van dat examen had ik niet naar school gekund." Pijpers-Drenth: "Er was gewoon geen sprake van dat je iets met zou doen als

je er de capaciteiten voor had. Bij de meisjes lag dat trouwens wel ietsje anders." Drenth: "Nou, toen jij naar de middelbare school moest, hebben vader en ik besproken welke dat moest worden. En het stond als een paal boven water dat jij naar het gymnasium zou gaan." Drenth koos na de middelbare school voor de vu omdat dat zo de gewoonte was in gereformeerd Nederland. Voor de zeventienjarige jongen, die Amsterdam alleen kende van een paar foto's, was de verhuizing een overweldigende ervanng. Zijn zusje zat op dat moment nog niet eens op de lagere school. Hun herinneringen aan die tijd lopen dan ook nogal uiteen. Drenth: "Het was zoiets als nu voor het eerst in Buenos Aires komen: een volkomen vreemde stad waar ik totaal geen voorstelling van had. Ik vond een kamer bij een gereformeerde hospita, tante Dora, volgde college en was na

een week kaal. De ontgroening van het vu-Corps was zwaar." Pijpers-Drenth: "Hij kwam maar eens in de vijf weken naar huis. Ik herinner me nog dat hij dan op maandagochtend vroeg terug ging liften naar Amsterdam. Als mijn vader om half twaalf met mij achterop de fiets uit school kwam, reed hij even langs om te kijken of hij al weg was." Toen Pijpers-Drenth twaalf jaar later ook aan de vu ging studeren, trok ze in bij haar broer, die inmiddels getrouwd was en een zoontje had. Voor haar ouders was het een veilig idee dat hun jongste dochter in goede handen was. Broer en zus vonden het vooral gezellig om elkaar zo eindelijk eens beter te leren kennen. En ze konden samen bepalen wat hun ouders wel en met te weten zouden komen over het studentenleven van htin dochter in Amsterdam. Drenth: "Moeder heeft vast nooit ge-

weten dat jij wel eens om twee uur 's nachts thuiskwam. Onze ouders dachten dat het leven bij ons identiek was aan het leven vroeger thuis: om half elf is iedereen binnen, om elf uur gaan de deuren op slot en ga je naar bed." Pijpers-Drenth: "Onze moeder denkt ook nog steeds dat we elkaar heel vaak zien. Ze is inmiddels 89, maar nog steeds het centrale punt in ons gezin. Wat je aan haar vertelt, duikt altijd bij iemand anders weer op. Al werken we allebei op de vu, de meeste dingen over Piet hoor ik via mijn moeder." Want al zijn ze na hun studie psychologie allebei vrijwel onafgebroken aan de vu werkzaam gebleven, hun camères zijn een volkomen verschillende kant opgegaan. Drenth werd, toen hij 32 was, hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie en psychodiagnostiek en was van 1983 tot 1987 rector magnificus. Pijpers-Drenth begon bij het onderwijsadviesbureau, werd daar

diensthoofd en is sinds tweeëneenhalf jaar hoofd van de dienst studentenzaken. De enige keer dat ze elkaar bijna in functie tegenkwamen, was toen Pijpers-Drenth diensthoofd bij het onderwijsadviesbureau werd. Gelukkig was Drenth toen net geen rector meer en hoefde hij niet over de aanstelling van zijn eigen zus te beslissen. Pijpers-Drenth: "Ik heb op de vu alleen rechtstreeks met Piet te maken gehad toen ik colleges testtheorie bij hem volgde. Maar aan les krijgen van familieleden was ik al gewend doordat ik, net als Piet, bij m'n vader in de klas had gezeten." Drenth: "Maar het is wel zo dat ik in de tijd dat ik dat college gaf mezelf twee keer gedwongen heb om het helemaal te vernieuwen. Dat was toen mijn zus het volgde en later toen mijn jongste zoon het als bijvak deed. Want je wilt natuurlijk niet afgaan als er familie in de zaal zit."

FEUILLETON Dagboek van Katja (Waarin Katja het oudste idee aan de hand doet om de kosten weer voor de baat uit te iaten gaan, in plaats van de liennis, en waarin zij beschrijft hoe God eruit ziet.)

10.

Lachen met Hermans. Niet met Toon, niet met W.F., maar met Loek. In de toptien van lulligste namen hoort zeker die van Loek thuis. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit een minnaar zal hebben die Loek heet. Loek zegt dat vii] studenten wel honderd gulden meer mogen hebben... Honderd gulden... veertig kopjes kofSe! Ik heb per maand vijftienhonderd gulden nodig. Daar heb ik mijn twee minnaars voor. Nee, ik vraag natuurlijk niet om geld - ik krijg cadeaus. Ik krijg etentjes, ringen, boeken... Dus ik ben geen hoer. Ofwel? Want ik ruil al die cadeaus tegen geld. Een student kent gemiddeld drie inkomstenbronnen: beurs, ouders, werk. Gek genoeg is daarvan de beurs de meest zekere. Ouders kunnen arm zijn, en werk kun je niet altijd vinden. Maar prostitutie is toch ook werk? Lieve ouders, wat is erger: dat ik xtc slik of veilig vrij met een oudere man voor driehonderd gulden - en die van

mij houdt? Of u geeft mij geld, of ik moet de prostitutie in. Ik verdien aan L, mijn arts. Ik verdien aan zijn verlangen dat ik net niet inlos, waardoor zijn verlangen groter wordt. Ik geef weinig, maar krijg steeds meer, in ruil waarvoor ik steeds iets meer geef. Elke geheime verhouding is een klein drama, dat afgekocht kan worden met geld of mooie cadeaus. En dus geeft I. mij van alles - voor de instandhouding van het geheim. Dani geeft mij niets - dan seks. Hij wil alleen maar mijn lichaam waarin hij zijn eigen goddelijke verschijning gespiegeld ziet. Als ik het met hem over 'geest' heb, denkt hij onmiddellijk aan voetbaltaktieken. En hij heeft gelijk. Mijn arts heeft ooit de bedoeling gehad mensen te genezen, maar hij maakt ze niet gelukkig. Dani geneest niemand, maar maakt mensen gelukkig. Wat is nu belangrijker? Geluk of gezondheid? Ik wU genezen worden en gelukkig zijn. Ik weet alleen niet waarvan ik ge-

nezen wil worden. Dominee Ferwerda, mijn hospita, bekijkt me nog steeds iedere dag door het sleutelgat. Verder leest hij dit geheime dagboek. Dus is dit dagboek niet geheim meer. Gisteren zei hij: "Als jij een kind wilt, hoe moet dat kind dan zijn? Wat wil je dat het voor kind wordt?" "Het moet eruit zien als God", zei ik. Ferwerda schrok hij wist niet of ik blasfemisch was of niet. Hij vroeg: "Hoe ziet God eruit?" Ik zei: "Dat moet u toch weten, maar zeker niet als Loek Hermans." "Nee, serieus, hoe

ziet God eruit", bleef hij doorvragen, "als Dani, als je dokter, als ik?" (Ferwerda schaamt zich er niet voor dat hij mijn dagboeken leest.) Ik zei: "Je kunt twee dingen zeggen: God ziet eruit als mijn kind, of mijn kind ziet eruit als God. Ik wU dat God een stuk is." "Eerst was God dood, nu is God stuk", zei Ferwerda, "zo bezien is er vooruitgang in de wereld..." Hij liet alles in zijn geest nog eens de revue passeren en zei: "Maar wie moet de vader worden?" "Tussen de vader zijn en de vader worden zit een verschil, Ferwerda", zei ik. Ik vervolgde: "Zou jij de vader willen zijn, en hoeveel heb je daar voor over?" "Ik heb geen geld", zei Ferwerda. "Dan mag je niks. Je kunt zelfs bij mij een poging wagen om vader te worden... voor drieduizend gulden. Netto. Je mag het tien minuten proberen voor dat bedrag." Ferwerda begreep het. Hij gaat binnenkort op de beurs speculeren, zegt hij, dus hij zal ook proberen om drie mille bij elkaar te krijgen. Voor tien minuten. Hij denkt een God te maken in tien minuten. Bij mij. Terwijl ik al weet wie de vader van mijn kind wordt. Nee, niet Dani en niet Iv. Wie is de slimste Nederlander? Katja van

Groeningen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 202

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's