Ad Valvas 1997-1998 - pagina 359
AD VALVAS 22 JANUARI 1998
PAGINA 7
En nu dan promoveren Afgestudeerd politicologe Hadewych Hazelzet is, nadat ze een jaar als consultant heeft gewerkt, weer de collegebanken ingeschoven. Zij doet verslag van haar ervaringen als PhD-student aan de 'European University Institute' in Florence, Italië. Deze week deel 9: reiskoorts. Hadewych Hazelzet
Marian Grobbink, hoofd van de computerdienst 1ST: 'Ik werk al jaren in een mannenwereld, ik weet niet beter.'
Peter Wolters - AVC/VU
1k ben niet het zoi^elijke type' Salarissen bedrijfsleven en onvrede personeel 'uitdagingen' voor hoofd computerdienst Veel goede medewerkers verlaten de nieuwe computerdienst 1ST, de salarissen kunnen niet op tegen die in het bedrijfsleven en ook de reorganisatie leidt niet alom tot tevredenheid. Maar zorgen maakt het nieuwe diensthoofd Marian Grobbink zich niet. "Ik ben niet het zorgelijke type. Sommige mensen zien veranderingen als een bedreiging. Ik zie ze als een uitdaging."
Peter Boerman "Hoe het is om als vrouw in een mannenbolwerk te werken?" C o m puterdeskundige Marian Grobbink lacht. "Die vraag had ik wel verwacht. Maar je zult hem toch vooral aan de mannen om me heen moeten stellen. Het in ieder geval niet nieuw voor mij. Ik werk al jaren in een mannenwereld. Ik weet niet beter. Lastig vind ik het niet. Ik denk niet dat mannen mij ooit anders behandelen omdat ik een vrouw ben." Grobbink is sinds half augustus vorig )aar op de v u actief als hoofd 1ST, de nieuwe dienst informatiesystemen en -technologie, waar alle computerverwante activiteiten van de universiteit worden gecoördineerd. Ze keerde daarmee terug op haar oude nest. Zo'n tien jaar geleden werkte Grobbink nog bij de afdeling bestuurlijke informatiesystemen (BIS) van Financieel-Economische Zaken, een afdeling die in de nieuwe dienst IST is opgegaan. Er is veel veranderd in die tijd, weet ze. "Maar echt vergelijken kan ik het met, omdat ik zelf ook een andere functie heb." Over de nieuwe dienst IST, een bundeling van de dienst coördinatie computeraangelegenheden en BIS, zei hoofd Personeelszaken drs. Cor Jonker drie maanden geleden nog tegen de ondernemingsraad: "Ik heb bij een reorganisatie nog nooit zo'n gevoel van medewerking gehad." Er leek geen vuiltje aan de lucht. Inmiddels is duidelijk geworden dat die schijn enigszins bedriegt. De afloop van de reorganisatie is niet bij alle medewerkers van de nieuwe dienst in goede aarde gevallen, zodat Grobbink bepaald niet in een gespreid bedje terechtkwam. Zelf vmdt ze dat niet erg. "Binnenkomen tydens een reorganisatie is iets anders dan een winkel overnemen. Maar dan zou mijn belangstelling ook veel minder groot zijn geweest.
Dit is juist een uitdaging. Er zijn mensen die veranderingen bedreigend vinden. Ik zie ze liever als kansen." Over de verhoudingen tussen de oud-Bis'ers en oud-CCA'ers zegt ze: "Ik hoor de ccA'ers iets wel eens 't5?pisch Bis' noemen, en vice versa. Maar dat voert zeker niet de boventoon. Volgens mij is er best de intentie goed samen te werken. In ieder geval komt de nieuwe opzet veel beter tegemoet aan de behoeften van de afnemers van onze diensten. Er is één dienst waar men n u terecht kan voor alles wat met informatietechnologie (IT) te maken heeft."
Vacatures De dienst IST heeft sinds Grobbinks komst dne afdelingen: voorlichting advieSj techniek infrastructuur en systeemontwikkeling. De eerste, voorlichting advies, moet ds front office van de dienst worden, daar moeten de klanten binnenkomen met al h u n vragen. D e andere twee afdelingen worden de back office, waar de specialistische vragen worden beantwoord. "Je laint niet tegelijk de helpdesk bemannen en werken aan een innovatief project", legt Grobbink het waarom van die tweedeling uit. "En voor de afnemer maakt het niet uit wie zijn wens uitvoert. Als die maar wordt uitgevoerd." Grobbink hoopt dit jaar "flinke stapp e n " te kunnen zetten in de realisatie van haar plannen. Maar, beseft ze, ")e kunt achter je tekentafel wel allerlei prachtige plannen bedenken, je moet ook met de realiteit rekening houden." Ze doelt onder meer op vacatures. Het verloop bij de dienst 1ST is groot, vooral de laatste maanden. Goede automatiseerders zijn op de arbeidsmarkt momenteel niet aan te slepen en veel iST'ers verruilen h u n plek op de v u dan ook voor een beter betaalde werkkring elders. De
v u kan met haar ambtenarensalarissen in veel gevallen niet op tegen het bedrijfsleven. Grobbink maakt zich echter niet veel zorgen over de grote uitstroom bij haar dienst. "Ik ben niet het zorgelijke type", lacht ze. Wel bekent ze dat "al met al de laatste tijd meer mensen weg zijn gegaan dan wenselijk". Zoals bijvoorbeeld de specialist op het gebied van de computertaal UNIX, Jacques Schuurman, die begin volgende maand de deur van de universiteit achter zich dichttrekt. Maar Grobbink gelooft niet dat de meesten weggaan omdat de salarissen van de vu te laag zijn. "Mensen werken niet alleen voor het geld, maar ook voor hun plezier, en voor, wat ik maar noem, de 'roem'. Je moet mensen niet proberen binnen te houden met hogere salarissen, al kun je wel het een en ander doen aan flexibel belonen." Grobbink geeft ook toe dat "een enkeling wel zal zijn vertrokken omdat hij niet tevreden was over de afloop van de
'Je moet mensen niet proberen binnen te houden met hogere salarissen'
reorganisatie. Als die niet zo uitpakt als je gewenst had, kijk je eerder om je heen. En in de automatisering is het nu zo dat je dan meestal snel wat gevonden hebt." Het nieuwe diensthoofd denkt dat de v u als werkgever nog wel wat meer te bieden kan hebben dan alleen een goed salaris. "De dienst ontwikkelingssamenwerking klopt regelmatig bij ons aan voor ondersteuning van iT-projecten in het buitenland. Daar zou ik wel een speerpunt van willen maken, zodat onze medewerkers vaker naar het buitenland kunnen. Dat is iets dat bij grote bedrijven veel minder snel tot de mogelijkheden behoort." Grobbink is niet bang om met een 'tweede keus' aan werknemers achter te blijven. "Als ik op heel strate-
gische plekken senior medewerkers kan houden, met daarnaast een aantal junioren die voor mijn part net uit de collegebanken komen, dan ben ik tevreden." Die seniorposities, erkent ze, "zijn op een aantal plekken momenteel verzwakt". "Daar moeten we echt nodig wat aan doen." N u maakt 1ST noodgedwongen vaak gebruik van detacheringsen uitzendbureaus.
Facilitair bedrijf Grobbink wil daarnaast de komende jaren benutten om IST om te bouwen van een middelengeoriënteerde naar een servicegenchte organisatie. "We moeten meer rekenen vanuit de wensen van de gebruiker en daar de technologie bij zoeken. Niet andersom." Daarom worden nu eerst alle diensten die IST aanbiedt nagelopen. "Mijn ideaal op de langere termijn is eerst de bestaande diensten verbeteren, en als dat gelukt is meer diensten gaan aanbieden. Ik kan me zelfs voorstellen dat we het computerbeheer van de faculteiten gaan overnemen. N u komen ze al vaak bij ons voor advies. Als we ons daarin professioneel gedragen, is het overnemen maar een stapje verder. D a n zouden we ons als echt facilitair bedrijf kunnen ontwikkelen." Neigt dat niet naar nieuwe centralisatie? "Ja", beaamt Grobbink. Maar erg vindt ze het niet. "Het gaat alleen om centralisatie van het beheer. Sommige mensen schrikken van centralisatie. Maar ik wil niet dat diensten en faculteiten geen invloed meer hebben als ze h u n beheer uit handen hebben gegeven. Daar kan ik niet duidelijk genoeg over zijn. Ik wil gaan werken op basis van servicecontracten waarop wij zelf aanspreekbaar zijn." Ze denkt dat er veel belangstelling voor kan zijn. "Als we dat beheer hier kunnen bundelen met dne of vier mensen die altijd bereikbaar zijn, denk ik dat dat echt een zegen kan zijn voor onze klanten." Maar het nieuwe diensthoofd wil niets opleggen en zal daarom ook niet gauw via het college van bestuur een plan indienen. Liever ziet ze dat haar dienst zich als vanzelf ontwikkelt. "We moeten eerst het vertrouwen winnen van de faculteiten en diensten."
Ik stak de sleutel in het slot en baande me een weg door de gangen van het instituut. Lege flessen slingerden rond in een hoek naast een container met voorlichtingsmateriaal over studeren in Florence. Door regen en storm was ik de berg afgelopen. Ik was niet de enige. Pruttelende geluiden en de geur van glühwein in de keuken van de mensa. Vage flarden muziek uit de jaren zeventig. Trillende vloeren. Het afscheidsfeest voor de kerstvakantie was boven in volle gang. Ik glipte een deur door. Hoopte dat ik nog net even ongestoord de laatste hand aan mijn onderzoeksvoorstel kon leggen. H e t nog net even kon e-mailen naar mijn professor alvorens ik in alle vroegte zou vertrekken. Tikkende toetsen in het holst van de nacht. Wie zou nog meer vrijwillig zitten te verkleumen in de kelder terwijl er boven gefeest werd? Op een computerscherm verderop flikkerden homepages van vliegmaatschappijen. Enigszins wit maar met een blik van opwinding in zijn ogen ramde een studiegenoot het ene reisschema na het andere in de computer. Een groot papier met een eigenhandig geschetste wereldkaart naast hem. Pijlen in alle richtingen. De reiskoorts toegeslagen? Gestoord keek hij op. Wist ik misschien aan welke kant van Canada T o r o n to lag? Hij legde uit dat hij die middag op Internet een fantastische aanbieding had gevonden. Als hij binnen drie dagen met een alliantie van vliegtuigmaatschappijen naar vijf verschillende bestemmingen zou vliegen, zou hij in het volgende jaar vijf tickets gratis krijgen naar elke willekeurige bestemming in de wereld, voor hem én zijn partner. Een laatste wanhoopspoging. N u moest ze wel voor hem vallen. Ik stortte m e ongelovig in het feestgedruis. H e t klonk als een van die aanbiedingen van de boekenclub: vijf halen, vrijwel niets betalen. K o m nu en profiteer. N o g maar twee dagen geldig. Een nieuwe wereld openbaart zich aan u, als u nu... En dan de rest van je leven achtervolgd worden door verkopers aan de deur, folders en acceptgiro's. En nooit een boek in de schappen dat je nou altijd al had willen hebben. Ik liep toch nog maar even naar beneden om hem uit de droom te helpen. K o m toch boven swingen. Vanaf morgen zou het instituut er verlaten bijliggen en zou iedereen uitwaaieren over Europa en verder. Maar nee, hij beet zich vast in reisschema's en bestemmingen. Of ik zijn laatste combinatie wilde horen? Florence, Milaan, Madrid, Washington, New York, Toronto, Oslo. In Oslo zou hij Kerstmis vieren. Met haar. D e volgende morgen, toen de laatste feestgangers wazig het gebouw verlieten, zag ik hem lopen. N u was echt alle kleur uit zijn gezicht verdwenen, op de donkere kringen onder zijn ogen na. Hij zou nog even langs het reisbureau lopen en dan vertrekken. M e t een boek en wat snoepgoed in zijn rugzakje zou hij de komende dagen op vliegvelden doorbrengen. Zonder tijd om iets te zien. Beamtes zouden hem achterdochtig aanstaren en willen controleren of hij geen verboden waar rondbracht. D e volgende dag checkte ik in om rechtsstreeks naar huis te vliegen. Gewoon naar de Hollandse polder. Stamppot. Niets exotische oorden. Geen spannende avonturen. Uitrusten van de internationalisering. Het nieuwe jaar zag ik hem weer. In de computerkelder uiteraard. Wanhopig checkte hij zijn e-maü of hij al een bevestiging had gekregen van de vliegtuigmaatschappij. Het had hem een paar duizend ' gulden gekost om via een omweg in Oslo te komen. Het was het wel waard geweest. In T o r o n t o had hij snel een project kunnen bezoeken dat belangrijk was voor zijn'onderzoek. In N e w York was hij even langs de universiteit gegaan om afspraken te maken over een uitwisseling in het komende semester. Kon hij mooi zijn gratis tickets voor gebruiken. Waar hij de tijd vandaan wilde halen? Daar had hij nog niet aan gedacht. Maar zijn vriendin had hem smachtend opgewacht en maakte al plannen voor hun huwelijksreis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's