Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 328

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 328

10 minuten leestijd

PAGINA 2 0

Op de VU lopen opvallend veel mensen rond die familie van elkaar zijn. Soms is dat toeval, maar in een aantal families is het traditie om aan de Vrije Universiteit te gaan studeren of werken. Ter afsluiting van deze serie maar liefst vier verwanten: Peter van Meerveld studeert net als zijn nichtjes Jeanine en Annemarie van Biemen aan de vu, waar hun oom prof.dr.mr. J. Van Baars hoogleraar recht is aan de economiefaculteit.

Annemarie van Biemen (tweede van rechts): 'Als je iets aan oom John vraagt, krijg je geen antwoord maar een college.'

Bram de Holianüer

'We zeiden elkaar niet eens meer gedag' Marianne Hoek van Dijke Hij had echt geen idee wat er ging gebeuren. Peter van Meerveld (24) dacht met zijn nichtjes Annemarie (21) en Jeanine (23) van Biemen boodschappen te gaan doen bij Albert Heijn, omdat ze een 'neven-en-nichtenavondje' hadden afgesproken bij hem thuis. Maar de dames wilden per se van te voren iets gaan drinken. Toevallig in het café waar ook zijn oom prof.dr.mr. J. van Baars (60) op weg naar toe was. Pas toen ontdekte hij wat ze voor hem in petto hadden. Jeanine: "Peter studeert binnenkort af, dus we zijn nog maar even in de unieke situatie dat we met vier familiele-

ZOOOM, ZO

NEEF;

z o NICHTEN den aan de v u verbonden zijn. Daarom hebben we stiekem dit interview geregeld." En met een pilsje erbij is Peter best in de stemming voor een gesprek. Hij moet nog maar één berucht vak en dan is hij klaar met z'n studie bedrijfskunde van de financiële sector. Dat is nog wel even hard werken, want Peter heeft inmiddels een baan als handelaar op de optiebeurs. Daar staat hij de hele dag te schreeuwen en in gebarentaal opties te kopen en verkopen. Peter: "In het begin snapte ik niets van al die gebaren. Inmiddels heb ik het systeem wel door, maar het is te ingewikkeld om zo even uit te leggen. Er wordt op twee plaatsen op de beursvloer tegelijk gehandeld. Wil je daarbij de snelste zijn, dan moet je snel handelen. E n gebarentaal gaat sneller dan heen en weer rennen." Jeanine vindt het wel leuk dat hij nu overdag "als een echt meneertje strak in het pak" rondloopt, maar zelf aandelen kopen zou ze niet doen. Misschien ook nog een beetje duur voor een studente Nederlands. Ook haar zus, aankomend geologe Annemarie, houdt het bi) een spaarrekening bij de Postbank. Alleen hun oom John is wel geïnteresseerd in een aandelentipje. Maar hij is dan ook hoogleraar recht aan de economische faculteit. De optiebeurs heeft op z'n minst zijdelings te maken met zijn vakgebied. De drie hebben van jongs af aan veel met elkaar opgetrokken. H u n ouders woonden bij elkaar in de buurt en ook hun oom had twee kinderen in h u n leeftijdscategorie. Vooral aan zijn huis, een deel van een boerderij aan de Vecht, hebben ze goede herinnerin-

gen, 's Winters lange tochten schaatsen op de Vecht, 's zomers ging Jeanine op tienertoer met de zoon van oom John en sliepen ze in de boomgaard. Oom John zelf herinneren ze zich nog goed uit die tijd. Annemarie: "Er was een soort gezegde in de familie: 'als je iets aan oom John vraagt, krijg je geen antwoord maar een college'." Van Baars: "Ik ga ervan uit dat als je een vraag stelt, je op zoek bent naar waar het antwoord te vinden is. Ik begin dus onmiddellijk met wedervragen. Het is een wisselwerking, die mij ook weer nieuwe inzichten oplevert. Ik herinner me dat ik jullie ook wel eens een paar stukken van mij heb laten lezen bij ons thuis aan tafel. Ik vond dat uitermate plezierig." Waarna hij vertelt dat hij het pas in de trein ook niet kon laten met een stel schoolkinderen in gesprek te gaan en prompt de vraag kreeg of hij een le-

raar was of misschien een professor. Jeanine: "Het is ook geweldig om zijn werkkamer binnen te komen. Je ziet overal kranten, met een smal paadje erdoor om bij zijn bureau te komen. Maar als je hem om een artikel vraagt, hoe oud het ook is, heeft hij het altijd voor je. Waar hij ook is, oom John leest altijd de krant. Zelfs op visite." D e anderen beamen dit volmondig. De informatiehonger van hun oom is zo groot dat zijn eigen zoon op de lagere school niet beter wist of het beroep van zijn vader was lezen. Peter is de enige van de jongere generatie die potentieel bij z'n oom in de collegebanken had kunnen zitten. N a de middelbare school koos hij voor de Amsterdamse Academie, een tien jaar oud samenwerkingsverband van de vu, de Hogeschool Holland, organisaties uit het bank- en effectenwezen en de verzekeraars. Uiteindelijk koos hij voor de wetenschappelijke kant van

die opleiding en kwam hij aan de v u terecht. Peter. "Ik had via mijn middelbare school gehoord van de Amsterdamse Academie en het leek me wel wat. Pas toen ik er zat merkte ik dat mijn oom er vanaf de oprichting nauw bij betrokken was geweest. En ook aan de vu kwam ik hem natuurlijk weer tegen. Maar ik heb nooit een vak bij hem gevolgd." Desondanks kwamen de vier familieleden elkaar de afgelopen jaren regelmatig tegen op en rond de vu. Annemarie wat minder, omdat ze met in het Hoofdgebouw studeert, maar die zag de anderen dan weer op het station. Jeanine: " D a n is de v u zo groot en toch kom je elkaar regelmatig tegen. Bij kofïiepunten, in het bruin café, op het station. Op een gegeven moment zagen we elkaar zo vaak dat we elkaar niet eens meer gedag zeiden."

D a t IS veranderd nu Peter niet meer zo vaak op de vu is. Vandaar de 'neven-en-nichtenavondjes', waar ze gezellig samen eten en bijkletsen. Wat het menu voor vanavond zal worden weten ze nog niet. Al heeft Jeanine wel een idee. Jeanine: "Toen Peter klein was wist hij een keer niet wat hij voor z'n verjaardag moest vragen. T o e n vroeg hij of mijn moeder chipolatapudding voor hem wilde maken. Dat heeft ze toen een aantal jaren achter elkaar gedaan." Peter. "Voor mijn neef maakte ze die ook. Wij aten allebei ontzettend in de puberteit. Als we op bezoek kwamen gingen er altijd een paar van die puddingen doorheen. Misschien is het wel een goed idee om die traditie in ere te herstellen."

FEUILLETON Dagboek van Katja (In deze aflevering geeft Katja jonge mensen hoop, vertelt zij over de aanstaande vader van haar kind die vreemdgaat en eindigt zij, na een visie op de oudere vrouw, met een bemoedigend kerstverhaal ivaarin een Bijzondere Oudere heer een hoofdrol speelt.)

16. Meer dan de helft van de nieuwe studenten haalt het eerste jaar niet. Dat voelen ze ongeveer nu aankomen met kerst. Ze moeten straks naar pappa en mamma en die voelen ook al dat het aan het misgaan is. "Of je gaat nu praten met de decaan, of je beslist zelf welke andere studie je wilt, maar als je met Kerstmis bij ons bent, wil ik weten wat je gaat doen, anders stop ik je toelage." Dat schreef de vader van Robert, een jongen die zo scheel is als twee kruisdegens en die sjeest omdat hij al het hele jaar op mij verliefd is. Ik kon twee dingen doen: vervelend, zodat hij bang voor mij wordt. Of lief Ik ging dus, tot zijn eigen stomme verbazing, met hem naar bed - het was zijn eerste keer. En ik zei: "Als je nu flink je best doet met je studie, en je haalt dit jaar, mag je misschien nog eens." Hij ging, bij wijze van spreken, nog voordat hij klaargekomen was, al aan zijn punten werken. Maar denk je dat ik enige dankbaarheid van zijn ouders krijg? Ik ging natuurlijk ook met hem naar bed omdat Jan de bibliothecaris het te druk had om mij zwanger te maken.

Zijn '1000 sonnetten' zijn verschenen, en dat is natuurlijk de mooiste dichtbundel van dit decennium. En dat van een eenvoudige vu-student! Ja, het wordt een heel verstandig kind, dat wij krijgen. Als het een jongetje wordt, gaat hij Vic heten, een meisje zal Marina worden genoemd, want dat wil Jan. Wat had hij het druk! Al die pers, al die aandacht. Er waren ook de hele tijd vrouwen om hem heen. En diep in de nacht is hij zelfs met een vrouw meegegaan die bij hem in de buurt woont - dat heb ik van hem gehoord. Was ik jaloers? Natuurlijk! Ik ben stikjaloers. D u s vertelde ik aan Dani dat ik met Robert naar bed was geweest. Die was toen ook lekker jaloers. En aan Ivan vertelde ik dat ik met Dani de liefde bedreef; nou, die knalde ook uit elkaar. Heel goed! En tegen al mijn liefdes zei ik: maar je hebt toch geen reden om jaloers te zijn... Je hebt ook een ander. Ik moet jaloers zijn." Daarmee snoerde ik hun mond, maar niet h u n gemoed. Mannen willen alles, vrouwen krijgen alles, en niets. Omdat ik me ellendig voelde, ging ik met Marion, de vrouw van Ivan, praten. Zij is toch, net als ik, een bedro-

gen meisje. Maar ik merkte niets aan haar. Ze is heel erg met haar eigen carrière bezig en haar werk kon eigenlijk met de plaats van haar stille verdriet innemen. Emancipatie, zoveel is zeker, leidt bij de vrouw tot eenzaamheid. T o t je 45ste, vijftigste is het mooi, daarna hakt de overgang erin en duwt je met je neus in de stront van je eigen verlatenheid; het is een straf voor de schoonheid die wij allen bezitten als we jong zijn; het is de wraak van het leven - we moeten zien hoe de mannen er met de jonge, mooie vrouwen vandoor gaan, met vrouwen zoals ik nu. En daarom moet ik er nu gebruik van maken.

Mijn borsten staan nu nog rechtop; ik kan er geen potlood onder houden. Oudere mannen zijn leuker dan jonge. Maar jonge zijn potenter. Je moet dus beiden hebben - en je moet altijd een dichter als vader nemen. "Neem mij niet kwalijk dat ik dicht, mijnheer/ Uw dochter kan ik echter slechts beminnen/ door al die verzen die ik voel van birmen/ hier need'rig neer te schrijven keer op keer", dichtte Bilderdijk in een amoureuze bui. Ferwerda, mijn hospita, gaat het kerstdiner vieren met Antoine - een jongen die ik nog niet heb gezien. Ferwerda vroeg mij - net als mijn vader - om een kerstgedachte. Ik schreef beiden het volgende: "Christus werd geboren en we weten dat God de vader is. Wat is eigenlijk het beroep van God? Dat D e Oude Man alles kan, weten we, maar wat kan hij nou het best? Ik weet het antwoord: dat is dichten. Als G o d schept, dicht hij. Alles wat Hij heeft gedaan, is poëzie. Slechte, mooie, rare poëzie, maar wel poëzie. Verzin het maar eens, om het woord mens aan de mens te geven, terwijl hij toch op een dier lijkt. Dat is toch een wonder. Kortom, God is een oude dichter. En daarom moeten alle leuke jonge meisjes een gezellige dikke oude dichterlijke God proberen te verschalken met Kerstmis, want m bed dicht God het best!" Die laatste zin heb ik maar weggelaten voor mijn vader. Ik ga nu naar de bibliotheek. Katja van Groeningen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 328

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's