Ad Valvas 1997-1998 - pagina 159
AD VALVAS 23 OKTOBER 1997
PAGINA 13
Universiteiten moeten zich scliamen voor rendement' Helft studenten moet in één jaar propedeuse halen, vindt rector Sminia De rendementscijfers aan de VU moeten omhoog, vindt rector prof.dr. T. Sminia. "We hebben de ambitie bij de top te horen, maar hier en daar zitten we zelfs onder het fandelijl^e gemiddeide." Wat de rector betreft i<omen er ambitieuze streefcijfers voor de rendementen aan de faculteiten. "En wie die over drie jaar niet haait, heeft een stevig probleem", voegt hij er streng aan toe. Dirk de Hoog
"Het gaat natuurlijk primair om de kwaliteit van het onderwijs, maar ren dementscijfers zijn ook belangrijk. Studenten moeten een bepaalde pres tatie binnen een gestelde termijn kun nen leveren", zegt prof dr. T. Sminia, de rector van de Vrije Universiteit. Hij reageert hiermee onder meer op de landelijke rendementscijfers die vorige week werden gepubliceerd na een onderzoek door de samenwerkende universiteiten en het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dit jaar werden de cijfers voor het eerst op een zodanige wijze bekendgemaakt dat universitei ten onderling te vergelijken zijn. Binnen één jaar haalt gemiddeld 35 procent van de studenten de prope deuse, na drie jaar is dat 77 procent. Vier jaar geleden was dat nog 83 pro cent. Van de mensen die eenmaal een propedeuse op zak hebben, haalt na acht jaar 72 procent het doctoraal diploma. Volgens de gegevens behaalt uiteindelijk de helft van de mensen die ooit aan de vu is gaan studeren het doctoraaldiploma, van wie 8 pro cent uitwijkt naar een andere universi teit. Aan de vu had van degenen die in 1993 zijn gaan studeren 27 procent na één jaar en 74 procent na drie jaar de propedeuse. Van degenen van het cohort 1989 met een propedeuse op zak, had na vier jaar 2 procent, na vijf jaar 18, na zes jaar 54 en na zeven jaar 68 procent de bul op zak.
Sminia is niet tevreden met deze resultaten. "Dat maar zo'n één op de drie studenten in een jaar de prope deuse haalt is een resultaat waar de universiteiten zich voor zouden moe ten schamen. In principe heeft elke student met de juiste vooropleiding de potentie de studie te halen. Dat ren dement in de propedeuse moet op gemiddeld 50 procent komen te liggen als het aan mij ligt. Maar waar ik echt van schrok is het lage rendement van degenen die na de propedeuse de bul halen. Dat hoort 90 procent te zijn. Want als zo weinig mensen door de propedeuse heenkomen, moet er toch al een behoorlijke selectie hebben plaatsgevonden." De rector is er helemaal niet over te spreken dat de vu hier en daar onder het landelijk gemiddelde blijft steken. "We hebben een hoog ambitieniveau wat onderwijs betreft. We horen bij de top te zitten, zoals Wageningen en Maastricht, daar haalt zo'n 65 procent van alle studenten in zes jaar een doc toraalexamen." De komende jaren wil de rector nadrukkelijke aandacht voor de rendementen. "Ik ben ervoor dat faculteiten streefcijfers opstellen. En die moeten ambitieus zijn. Want met rendementen van 10 ä 15 procent stu denten die in één jaar de propedeuse halen, zoals voorkomt bij sommige opleidingen aan de vu, neem ik echt geen genoegen. We zullen de zaken in het bestuurlijk overleg met de facultei ten regelmatig aankaarten en de eva
luaties mogen niet vrijblijvend in de kast blijven liggen. Faculteiten die over drie jaar nog geen aanvaardbaar rendement halen, hebben wat mij betreft een stevig probleem. Ze moe ten zeker zo goed zijn als vergelijkbare faculteiten in het land. De faculteit economie heeft al besloten streefcijfers in te voeren voor de propedeuse van 50 en 70 procent, na respectievelijk een en twee jaar."
Diploma's Overigens is de rector er geen voor stander van dat de universiteiten in de toekomst vooral afgerekend worden op het aantal daadwerkelijk behaalde diploma's in plaats van op het aantal ingeschreven studenten, zoals de minister van plan is. "Het gevaar van diplomafinanciering is dat de kwaliteit van de opleiding in gevaar komt. De verleiding is groot iemand met een vijfje toch maar dat zesje te geven, want het wordt dan wel met gezegd, maar de gedachte in het achterhoofd is toch dat dat geld m het laatje brengt. Die kant moet het niet op." Sminia vindt het overigens op zich geen slechte zaak dat zo'n kwart van de studenten switcht van studie. "Veel mensen weten niet precies wat ze wil len gaan doen. Iets exacts of juist iets met talen is vaak de afweging, maar of dan wiskunde of natuurkunde de meest geschikte route is, blijkt vaak pas tijdens de studie zelf. Wat dat betreft is het jammer dat de studie duur zo sterk verkort is, want ik vind zo'n zoekproces op zich best nuttig. Maar door goede begeleiding en voor lichting moet de student wel snel op de juiste plek terechtkomen. Mis schien zouden sommige propedeuses wat breder van opzet moeten zijn, zodat er meer sprake van oriëntatie is." Sminia betreurt het wel als men sen halverwege hun studie staken omdat ze een goede baan kurmen krij
Prof.dr. T. Sminia: 'We hebben een hoog ambitieniveau wat onderwijs betreft.' Peter Wolters AVC/VU
gen. "Daar krijgen de meesten achter af toch spijt van. En ook voor je latere carrière is het meestal niet echt aan te bevelen." Ondanks de ontevredenheid over de rendementscijfers ziet Sminia toch nog wat lichtpuntjes. "De rendemen ten lijken hier en daar wat beter te worden. In ieder geval ziet het er naar uit dat meer mensen in vijf jaar afstu
Rendement faculteiten aan de VU
100
prop 82 = propedeuse rendement in % cohort 1982 na resp 1, 2, en 3 jaar prop 93 = idem cohort 1993 (Indien derdejaar met ingevuld is het rendement met o% gestegen)
80
doet 82 = % afgestudeerden van cohort 1982 met propepedeuse na resp 4, 5 en 6 jaar doet 90 = Idem cohort 1990
60
Bron Arnos, studievoortgang binnen VU 1997 Van met alle faculteiten zijn geschikte gegevens bekend, onder andere geldt dit voor Letteren en SOW
40
=
50;
soi
3ew. w« itensch.|
P
1— 70:
20
111 — —
;
0^
prop 82
ptf^j 93
(!oa oJ
doet aci
y IIH
^^^
88/89
H
prop 82
prop 83
Economie
doet 82
dod 30
deren. Maar het probleem met deze cijfers is dat er nogal wat schommelin gen in zitten, zeker bij studies met kleine groepen studenten. Het ene jaar een beetje beter, het andere jaar een beetje slechter, al lijken de gege vens over een langere termijn redelijk stabiel. Dat wil echter nog niet zeg gen dat we op onze lauweren moeten rusten."
\
m 89/90
1 !
90/91
1
\r
i
L__ J3
91/92
Propedeuserendement
Doctoraalrendement
% geslaagden propedeuse na resp 1 , 2 en 3 jaar (zwart) Gemiddelde alle universiteiten (blauw/) Gemiddelde VU
% afgestudeerden met propedeuse na resp 1,2 en 3 jaar (zwfart) Gemiddelde alle universiteiten (blauw) Gemiddelde VU
Bron Kengetallen Universitair Onderwijs, VSNU 1997
Bron: Kengetallen Universitair Onderwijs, VSNU 1997
Exacte opl.
No-showstudenten In de discussie over studierende menten speelt de betrouwbaarheid van de cijfers een belangrijke rol. Zo is er weinig bekend over studenten die geen diploma halen in de studie richting waarvoor ze zich ooit heb ben aangemeld. In de statistieken verschijnen ze als studiestaker of omzwaaier. Aan de vu schommelt dat cijfer rond de 35 procent van het totaal aantal studenten. Een kwart van de studenten geeft er binnen twee jaar al de brui aan. Uit een recent gepubliceerd onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statis tiek blijkt dat landelijk uiteindelijk 12 procent van deze 'stakers' aan een andere universiteit of binnen het hbo alsnog een diploma haalt. Hoe veel 'stakers' binnen de universiteit een andere opleiding voltooien is echter niet bekend. Bij sommige studies blijkt het aantal zogeheten noshowstudenten vrij hoog te zijn. Studiebegeleidster bij de faculteit sociaalculturele weten schappen aan de vu, Tilly Klaassen Torbijn, heeft deze groep studenten prop S2
prop 93
dod B2
prop 8Z
prop 93
doet 82
doet 90
cijfermatig in beeld gebracht. De definitie van een no shower is een eerstejaarsstudent die hooguit één tentamen heeft gedaan en daarnaast geen onderwijs heeft gevolgd. Bij de studierichting politicologie bleek dat percentage te fluctueren tussen de 5 en 32 procent met een gemiddelde van tegen de 20 procent. Bij de andere studierichtingen van SCW is dit percentage iets lager. Als bij het bepalen van het studierendement na één jaar de no showers niet worden meegeteld, kan het rendement soms wel met tien tot vijftien procentpun ten stijgen. Niet dat het rendement bij politicologie daardoor echt hoog is (tussen de 23 en 38 procent haalt de propedeuse in één jaar), maar dat heeft een logische oorzaak: in de maanden september en oktober zijn er nog herkansingen. KlaassenTor bijn noemt de percentages no showers "best aan de hoge kant. Zeker bij kleine cohorten studenten kunnen ze een behoorlijk effect hebben op de rendementscijfers." Ze heeft ook een idee om wat voor studenten het
gaat. "Meestal zijn het mensen die hier een tweede studie doen, naast rechten of economie bijvoorbeeld. Dat blijkt dan te hoog gegrepen en ze laten de studie hier sloffen. Een kleinere groep betreft studenten die al snel mzien de verkeerde keuze te hebben gemaakt en de zaak erbij laten zitten. Die kiezen het jaar daar op voor iets anders. Op zich heb je niet zoveel last van de spookstuden ten. Ze doen geen of nauwelijks een beroep op de facultaire voorzienin gen, maar in de cijfers kunnen ze wel voor een vertekening zorgen." Er is nog een factor die de rende mentscijfers kan vertekenen. Op ver schillende faculteiten mogen studen ten aan het doctoraal beginnen zon der de propedeuse volledig afgerond te hebben. Die kimnen volgens de statistiek soms wel drie of vier jaar over de propedeuse doen, terwijl ze de facto nauwelijks studievertraging hebben opgelopen. (DdH)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's