Ad Valvas 1997-1998 - pagina 585
AD VALVAS 1 MEI 1998
PAGINA 7
Kort wetenschapiielijk VU-nieuws onder redactie van Dirk de Hoog
Slechthorend
Illustratie: Aad Meijer
'Het statuut staat niet ter discussie' College volstaat met nadere toelichting aan minister Minister Ritzen stuurde vorige week een brief naar de VU, waarin hij schreef het nieuwe statuut nog niet te kunnen goedkeuren. Het is hem te onduidelijk waarom de VU van de wet denkt te mogen afwijken. Het college van bestuur gaat dat de minister nu uitleggen. "Aanpassing van het statuut is op dit moment niet aan de orde."
Peter Boerman Minister Ritzen heeft een wet gemaakt om de bestuursstructuur van alle universiteiten te moderniseren, de MUB, en van die wet heeft hij gezegd dat alle tmiversiteiten zich eraan moeten houden, zowel de openbare als de bijzondere. De bijzondere universiteiten mogen alleen afwijken als hun 'eigen aard' zich tegen de wet verzet. Vervolgens houdt de vu zich niet aan de wet en verzuimt voldoende aan te geven waarom. Daarmee gaat minister Ritzen niet akkoord, liet hij vorige week per brief weten. Hiermee heeft hij een discussie gestart waar veel van zijn voorgangers hun vmgers niet aan hebben durven branden, namelijk: hoe ver gaat de vrijheid van het bijzonder onderwijs? Want die vrijheid mag dan al zo'n honderd jaar grondwettelijk beschermd zijn, ze mag volgens de minister voor bijzondere universiteiten geen vrijbrief zijn om helemaal hun eigen gang te gaan. Wil de vu van de regels afwijken, dan zal zij met goede argumenten moeten komen, zo stelt de bewindsman in een brief aan de Vereniging, het hoogste orgaan van de vu. "U stelt dat de verantwoordelijkheid van de overheid jegens de vu niet verder strekt dan het waarborgen van de kwaliteit van de vu jegens de burger en de financiële gelijkstelling met het openbaar onderwijs. Volgens mij staat deze zienswijze op gespannen voet met de MUB, waarin staat dat deze wet een bekostigingsvoorwaarde is voor de bijzondere universiteiten."
Geen oordeel Het college van bestuur, dat namens het bestuur van de Vereniging het woord voert in deze kwestie, zegt niet geschrokken te zijn van de ministeriële brief. Het nieuwe sta-
tuut, dat opgesteld is naar aanleiding van de MUB van minister Ritzen, moet per 1 september in werking treden. Dat Ritzen het statuut nog niet heeft goedgekeurd, en de vu acht weken de tijd heeft gegeven om hem de informatie te verschaffen zodat hij wel tot een oordeel kan komen, is volgens het college geen reden tot zorg. "Er is niemand die denkt dat het statuut nu moet worden aangepast", aldus mr. J. Donner, vice-voorzitter van het college. "Het statuut is er, en kan misschien nog best veranderen, maar dat is op dit moment niet aan de orde. Ook het implementatieproces wordt niet doorkruist. Er zal zelfs geen vertraging optreden. We zijn er niet op uit om iets anders te doen dan het met de minister eens te worden. De minister heeft alleen om meer informatie gevraagd. Die zullen we hem geven. In de brief zit geen oordeel. De minister keurt het statuut niet goed en niet af. De brief is slechts een verzoek tot nader overleg. Dat zullen we nu gaan voeren. De brief is in onze ogen een aanleiding tot informatieuitwisseling, zodat de minister wél tot een oordeel kan komen." Dat neemt niet weg dat de brief waarin de minister zegt dat enkele "zwaarwegende onderwerpen" hem beletten tot een oordeel te komen, voor de bestuurders van de vu een onaangename verrassing moet zijn geweest.Maar Donner bestrijdt dat "Een verrassing? Dat kun je zo niet zeggen, nee. De minister heeft in eerdere brieven met name richting
studenten aangegeven het statuut van de vu erg goed te zullen lezen. Dat hij naar aanleiding daarvan nu om een nadere toelichting vraagt, vind ik dan ook niet onlogisch." "Op een aantal belangrijke punten heb ik er alle vertrouwen in dat we de minister ervan kunnen overtuigen waarom we bepaalde dingen hier anders invullen dan hij graag wil", benadrukt hij. "Dat de eigen aard van de vu ook betrekking heeft op haar privaatrechterlijk karakter, daar bestaat tussen ons en de minister geen discussie over. Dat is de laatste jaren herhaaldelijk bevestigd."
Consequent Binnen de overlegorganen is over het algemeen positief gereageerd op de brief van de minister. "Mij valt het mee", zegt Cees Speelman, de jurist die in de ondernemingsraad veel werk heeft gemaakt van de onderhandelingen met het college van bestuur. Speelman wil "op persoonlijke titel" wel wat kwijt over de brief. "Ik vind het heel consequent dat Ritzen niet in zijn nadagen stap-
minister lef heeft getoond met de brief. Linda Coenen, voorzitter van de studentenvakbond SRVU en lijsttrekker voor de SRVU in de komende verkiezingen voor de studentenraad: "Ik vind wat de minister gedaan heeft, wel een statement. Ik wist vooraf niet of hij dat wel zou durven te maken." Coenen zegt blij te zijn met de brief. "We zijn met een fles appelcider bij de griffie langsgeweest om het te vieren", vertelt ze. "Maar het is natuurlijk wel afwachten wat er nu gaat gebeuren. We weten niet of Ritzen het zal pikken als er niets gebeurt. Veel zal afhangen van de volgende minister. Zeker van onze zaak zijn we nog niet. Maar het geeft wel aan dat de minister onze standpunten serieus neemt." Francetta Schoe, lijsttrekker van de PKV, de progressieve studentenfractie in de universiteitsraad, is ook blij met de brief van de minister. "Het college kan niet zeggen dat we ze niet gewaarschuwd hebben", aldus Schoe. "Deze brief ligt in de lijn van de eerdere brieven die de minister gestuurd heeft naar ons en naar de SRVU. Brieven waarin hij schreef: 'Waar zijn jullie op de VU nou mee bezig?' Donner heeft natuurlijk zelf ook wel eerder bedacht dat de minister dwars zou kunnen gaan liggen. Maar ik denk dan: verbind daar je consequenties ook aan. Dat is niet gebeurd. Laat ik wel zeggen dat het college hier op de universiteit alleen in staat. Wij, maar ook de ondernemingsraad en het college van decanen, hebben gezegd: 'Volg nou minimaal die MUB'. Maar het college steekt de kop in het zand." Schoe vindt de brief van Ritzen "een duidelijk signaal" dat er wat moet gebeuren. "Het college kan hier niet omheen. En ook het bestuur van de Vereniging niet. Dat heeft ook gefaald. Het heeft verzuimd te luisteren naar wat er op de vu leeft. We zijn nu anderhalf jaar verder en staan nog met lege handen. Dat vind ik heel jammer, en dat is nog zwak uitgedrukt."
*De volgende minister van ondenvijs kan de teugels aantrekken aflaten vieren' pen heeft gezet waaraan zijn opvolger gebonden is. Zijn opvolger heeft nu nog steeds alle ruimte. Hij kan de teugels aantrekken of laten vieren. Uit ambtelijk oogpunt is deze reactie volkomen te verwachten geweest. Naar de letter en de geest van de wet hebben de ambtenaren van het ministerie natuurlijk volkomen gelijk als ze het statuut zoals het is aangeboden nog niet konden goedkeuren." De brief heeft wel een heel zware verantwoordelijkheid gelegd op het bestuur van de Vereniging, meent Speelman. De minister heeft immers duidelijk aangegeven niet zomaar genoegen te nemen met een volgende uitleg. "Volgens mij zou het geen gek idee zijn om een extern deskundige te benaderen om over de zaak te adviseren." Ook de studenten vinden dat de
Ongeveer 7 procent van de Nederlandse bevolking is slechthorend. De gevolgen van het gehoorveriies zijn zo divers dat het moeilijk is deze te meten. Omdat daar wel behoefte aan is - bijvoorbeeld om de financiële compensatie vast te stellen of bij een WAO-keuring - werd tot nu toe een geluidstest gebruikt. Die bleek echter onvoldoende te werken. Sophia Kramer zocht naar een betere methode om de mate van gehoorveriies te meten en promoveerde vrijdag 24 april op dat onderzoek. De test van Kramer, die gebaseerd is op vijf factoren die een centrale rol spelen bij de geluidswaameming, blijkt de gehoorschade wél in cijfers te kunnen vangen. Bovendien stelde Kramer vast dat slechthorenden zoveel moeite doen om geluid op te vangen dat ze daardoor zeer vermoeid raken. Klachten daarover zijn dus gerechtvaardigd, vindt Kramer, en moeten worden meegenomen in het bepalen van de einst van de handicap.
Meer tweelingen In twintig jaar tijd is het aantal tweelingen in Nederland verdubbeld. In 1975 kreeg één op de honderd zwangere vrouwen een tweeling, nu zijn dat er twee. Volgens vu-gynaecoloog dr. N. Lambalk zou je van een epidemie kunnen spreken. Statistisch is al langer bekend dat hoe ouder de vrouw is hoe groter de kans wordt op een tweeling. Een vrouw van 35 jaar heeft een twee keer zo grote kans op een tweeling dan een vrouw van 25. Tot nu toe gingen medici ervan uit dat het steeds vaker toepassen van reageerbuisbevruchtingen de toename van het aantal tweelingen veroorzaakt. Volgens Lambalk is dit echter een onvoldoende verklaring. Slechts de helft van de tweelingen komt na een dergelijke bevruchtingsmethode ter wereld. Na onderzoek bij een weliswaar vrij kleine groep vrouwen heeft Lambalk sterke aanwijzingen dat het natuurlijke vruchtbaarheidshormoon FSH een belangrijke rol speelt bij het krijgen van een tweeling. De hoeveelheid van het hormoon neemt namelijk toe met het stijgen der jaren. Maar dit is niet bij alle vrouwen in dezelfde mate het geval. Er lijkt een erfelijke factor in het spel. Bij vrouwen met een tweeling in de nabije familie blijkt de toename van het hormoon duidelijk sterker te zijn en is ook de kans op het krijgen van een tweeling groter.
Gat ozonlaag Het gat in de ozonlaag zal waarschijnlijk minder invloed hebben op de plantengroei dan onderzoekers tot nu toe dachten, concludeert Marcel Tosserams in zijn proefschrift Statospheric ozone depletion dat hij 28 april verdedigde. Door het gat in de ozonlaag valt er meer ultraviolet zonlicht de aardse atmosfeer binnen. Op zich heeft de toename van deze straling invloed op het kiemings- en groeiproces van planten. Die invloed verschilt per soort en variatie, maar bij toename van uv-licht neemt de groei meestal af. Bij planten die veel in duingebieden voorkomen, zoals smalle weegbree, veldboon en jacobskruiskruid onderzocht Tosserams de invloed van uv-licht onder kimstmatig gecontroleerde omstandigheden in kassen, maar ook in open-veldsituaties. Hij concludeert dat de negatieve effecten van uv-licht op planten alleen meetbaar zijn bij een veel hoger niveau van straling dan naar verwachting op korte termijn in de natuur zal voorkomen. Ook blijken andere ontwikkelingen in het natuurlijke milieu, zoals stijging van het kooldioxidegehalte en toename van stikstofVerbindigen in de grond, de negatieve effecten van het uv-licht te compenseren. Door het broeikaseffect en overbemesting gaan de plantjes juist harder groeien. Aangezien de uiteindelijke effecten nogal verschillen per plantensoort durft de promovendus geen harde voorspellingen te doen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's