Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 76

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 76

9 minuten leestijd

AD VALVAS 18 SEPTEMBER 1997

PAGINA 10

'Studiebegeleiding op de VU is i^nap waardeloos' Voorzitter SRVU Linda Coenen overweegt overstap naar UvA De nieuwe voorzitter van de vijftigjarige studentenvakbond SRVU is teieurgesteld. Haar hoge verwachtingen van de VU zijn niet waargemaakt. "IVIet de kennis die ik nu heb, zou ik voor de UvA kiezen." Psychologiestudent Linda Coenen vindt dat de studiebegeleiding op de meeste faculteiten veel te wensen overlaat.

Nick van Gaaien De kersverse voorzitter van de studentenvakbond SRVU ging psychologie aan de vu studeren omdat zij dacht dat de studiebegeleiding heel goed zou zijn. Dat viel Linda Coenen zwaar tegen: "Een mentorgroepje waarbij je eens in de zes weken je problemen kwijt kan, werkt gewoon niet. Je moet onderwijs aanbieden aan kleine groepjes zodat je een band schept tussen student en docent. Als je nu gaat studeren, kom je in negen van de tien gevallen in een enorme collegezaal terecht. De v u profileert zich als een universiteit met goede studiebegeleiding terwijl die op de meeste faculteiten knap waardeloos is." Omdat Coenen aan de VU moeite heeft om een richting te kiezen die bij haar past, denkt ze erover om haar studie voort te zetten aan de UVA, waar meer mogelijkheden zijn om een eigen pakket samen te stellen. Coenen sloot zich aan bij de SRVU omdat haar studiegenoten ook tegenvielen. Alleen maar studeren leek haar erg saai. Ze verwachtte allemaal interessante mensen te ontmoeten maar de groep studiegenoten bleek zo groot en divers dat ze moeite had om de leuke mensen eruit te pikken. Via een vriendin kwam ze bij de studentenvakbond terecht en daar vond ze wel de interessante mensen waarnaar ze gezocht had. Al snel werd Coenen gevraagd voor het bestuur. Dit jaar was ze het enige lid van het bestuur dat nog een termijn wilde doorgaan. Haar vorig jaar verkregen kennis van de organisatie en haar persoonlijkheid gaven voor de sollicitatiecommissie de doorslag om haar te benoemen als voorzitter. Als vakbondsleider wil Coenen de actieve SRVU-leden stimuleren zich

SRVUvoorzitster Linda Coenen: 'Wacht maar tot de grens bereikt is. En die komt steeds dichterbij.'

Peter Wolters AVC/VU

meer te verdiepen in de onderwijs- en bestuursorganisatie van de universiteit om een betere onderhandelingspositie te krijgen ten opzichte van het college van bestuur. Ze beseft dat dat moeilijk is. "Omdat de studenten van tegenwoordig binnen korte tijd moeten afstuderen kunnen ze vaak niet langer dan een jaar heel actief zijn binnen de SRVU. Het verloop van actieve leden is erg groot en daarom is het lastig om de vakbond te professionaliseren."

Participanten Over het overheidsbeleid op het gebied van onderwijs is Coenen niet te spreken. Zaken als onderwijscontracten en overheidsgeld voor diploma's wijst ze dan ook resoluut van de hand. "Een contract tussen student en instelling met wederzijdse verplichtin-

gen en beloftes is geen prettige manier van werken. Je moet studenten zien als participanten aan het onderwijs en niet als klanten. D e imiversiteit is geen markt." Het plan van minister Ritzen om onderwijsinstellingen geld te geven per student die met een diploma de school verlaat, vindt de SRVU-voorzitter "waardeloos". Ze is bang dat instellingen zoveel mogelijk studenten een diploma willen bezorgen, waardoor de waarde van het certificaat zal dalen. Ondanks die verontwaardiging ziet Coenen weinig mogelijkheden om het overheidsbeleid te veranderen. "De manier waarop politiek bedreven wordt, maakt het moeilijk om dingen structureel te veranderen. Dingen veranderen zo langzaam dat je heel lang moet vechten voordat er iets gebeurt.'

Dat kost veel tijd en energie." De SRVU, die in oktober met vier activiteiten haar vijftigjarig jubileum viert, staat er financieel niet goed voor. Door het wegvallen van het reductiebureau, waar studieboeken met korting werden verkocht, zijn de inkomsten en het ledental drastisch verminderd. M e t het bureau lag het ledental rond de 750, zonder bureau rond de tweehonderd. O m een deel van de weggevallen inkomsten op te vangen, vraagt de bond sinds kort admmistratiekosten voor het kamerbureau. Maar dat is niet genoeg. Daarom hoopt Coenen op een subsidie van het college van bestuur voor bijvoorbeeld nieuwe computers. "We zijn op dit moment aan het interen op onze reserves dus we hebben die subsidie echt nodig. Als de SRVU met een goed

plan komt, wil het college ons een subsidie per lid geven. We zijn nu met dat plan bezig, maar als het niet wordt geaccepteerd, moeten we andere manieren verzinnen om aan geld te komen." De terugloop van het ledental wijt ze niet aan de mentaliteit van de studenten: "Studenten kunnen best wel kwaad worden over zaken die ze aangaan, maar ze moeten toch het vereiste aantal studiepunten halen en daarbij een sociaal leven opbouwen. Ze zetten zich minder af en accepteren dat het steeds slechter wordt. Maar wacht maar totdat de grens bereikt is. En die komt, als het zo doorgaat, steeds dichterbij."

Geldverdeling universiteiten vooral kwestie van historie Minister Ritzen wil de financiering van universiteiten meer baseren op prestaties. Dat moet een uitdaging zijn voor kleinere instellingen als Tilburg, Rotterdam en Maastricht. Samen met de Universiteit van Amsterdam krijgen zij, per student, het minste geld. De vraag is echter of de blijdschap lang zal duren. Al sinds 1980 is er discussie over herverdeling, maar per saldo bleven de 'rijke' universiteiten rijk. Waarom zou het nu anders lopen? Frank Steenkamp (HOP) Als het om harde guldens gaat, bevat de onderwijsbegroting voor de universiteiten weinig nieuws. Samen krijgen ze 4,3 miljard gulden ongeveer hetzelfde als vorig jaar. De enige echte verandering is dat Maastricht m totaal negen miljoen gulden extra krijgt vanwege zijn sterk gegroeide aantal studenten. De Vrije Universiteit krijgt op grond van eerdere afspraken 1,5 miljoen meer. De andere moeten deze bedragen opbrengen. Dat er nu weinig verandert, was afgesproken. De budgetten zijn in 1997 en 1998 vrijwel bevroren, in afwachting van een nieuw verdeelmodel dat Ritzen wil invoeren. Belangrijker was daarom dat de minister deze week met een plan voor dat verdeelmodel kwam. Zowel in onderwijs als onderzoek wil hij de verdeling van het geld meer baseren op prestaties. Dat klinkt spannend. Het werd ook tijd, want op dit moment is de rijkdom wel erg wonderlijk over de universiteiten verdeeld. Zo krijgen Tilburg en Rotterdam per ingeschreven student jaarlijks 15 duizend gulden, terwijl Eindhoven en Wageningen een

halve ton incasseren. Ook de TU's in Delft en Twente zijn relatief rijk, met 35 mille per student. Andere universiteiten ontlopen elkaar minder, maar toch hebben de UVA en Maastricht met 19 duizend gulden vier mille minder te besteden dan Nijmegen of de Vrije Universiteit. Slechts voor een klein deel hebben die verschillen te maken met onderwijs: voor bètastudenten wordt meer betaald, en een groot aantal geslaagden en gepromoveerden levert extra geld op. Maar de bulk van het geld wordt toegewezen voor onderzoek en overige taken ('verweving'). En die bedragen liggen vast. Ze groeien of krimpen niet mee met het aantal studenten. Evenmin waren ze tot nu toe afhankelijk van onderzoekprestaties. De rijkdom is historisch bepaald. Geen wonder dat Ritzen hier vanaf wil, maar slaagt hij wel in die opzet? Op het eerste gezicht valt veel te verwachten van het plan om 500 miljoen gulden onderzoekgeld bij de universiteiten weg te halen en door NWO in een landelijke competitie te laten verdelen. Maar het resultaat kon wel eens tegenvallen. De ervaring met de nu nog beperkte competitie

van NWO leert dat juist oude, rijke universiteiten er het beste scoren. Waar dit ook aan ligt: als dit met de 500 miljoen gulden gebeurt, zal de relatieve armoede van Tilburg, Maastricht en Rotterdam verder oplopen. Alleen de uvA zou er garen bij spinnen. Punt twee is de beloning van onderwijsprestaties. Ritzen wil de financiering sterker koppelen aan het aantal diploma's. Dat klinkt mooi, want het geeft jonge universiteiten met een sterk onderwijsprofiel (of: weinig onderzoek) kans om toch nog wat binnen te halen. Maar ook dat kan tegenvallen. T e n eerste gaat het vergeleken met onderzoek om weinig geld. Maar wat erger is: wie nü al goede onderwijsprestaties levert, dreigt juist gestraft te worden.

Analyse Het klinkt absurd, maar er valt niet aan te ontkomen. Een oud dogma is dat invoering van een nieuw verdeelmodel zonder schokken moet plaatsvinden. Elke instelling zal bij de start dus evenveel geld krijgen als voorheen, en daarna zal de verandering in onderwijsprestaties bepalen of men armer of rijker wordt. Het paradoxale gevolg is dat instellingen die nu al hoge slaagpercentages halen (Maastricht, Tilburg) nauwelijks aan het nieuwe model kunnen verdienen. Juist een universiteit waar nu veel studenten afvallen, heeft nog de ruimte om zijn prestatiebeloning te verhogen. Misschien loopt het anders. Maar een blik in het eerste Hoger Onderwijs- en Onderzoeks-

plan, tien jaar geleden uitgebracht door Ritzens voorganger Deetman, laat zien hoe hardnekkig het verschil is tussen rijk en arm. Uit een vergelijking tussen instellingen bleek toen dat Tilburg, Rotterdam en de uvA in 1980 al het minste geld per student kregen. In 1985 was dat nog zo. En twaalf jaar later geldt hetzelfde; alleen heeft Maastricht zich nu door zijn sterk groeiend aantal studenten bij de 'armen' gevoegd. Tussentijdse ingrepen van Ritzen ook het extraatje dit jaar voor Maastricht - zijn slechts druppels op een gloeiende plaat geweest. T o c h is er steeds geprobeerd om tot herverdeling te komen, ook tijdens de grote bezuinigingen van de jaren tachtig. Er is geprobeerd, verschillen in onderzoekskwaliteit te belonen. En jarenlang gold er een Plaatsen-Geld-Model (pgm) dat sterk leek op de prestatiebeloning die Ritzen nu wil invoeren. Maar de verhoudingen zijn er niet ingrijpend door veranderd. Blijkbaar gaat dat niet zo gemakkelijk. Misschien moet minister Ritzen' of zijn opvolger maar accepteren dat sommige universiteiten - zoals Wageningen en de TU's - vooral onderzoeksinstituut zijn, met een klein aantal studenten. Terwijl andere er eigenlijk voor het onderwijs zijn. Maar die laatsten moet je dan ook niet onderwerpen aan strenge onderzoeksbeoordelingen. Het alternatief is om een veel groter deel van het onderzoekgeld toe te wijzen op basis van aantallen studenten of promoties. Maar daartegen hebben de oude universiteiten zich tot nu toe altijd verzet. Het zou h u n leven al te onzeker maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 76

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's