Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 661

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 661

10 minuten leestijd

AD VALVAS 4 JUNI 1998

PAGINA 7

H a P

P> Kort wetenschappelijk VU-nieuws onder redactie van Dirl< de Hoog

Hartfunctiemeter

Bram de Hollander

Dr. Herbert van Erkelens: 'Bèta's moeten zich bewust zijn van de beperlttheid van hun onderzoek.'

Wetenschap zonder oogkleppen VU-enquête weerlegt vermeende kloof tussen alfa's en bèta's Van alfa- en bètawetenschappers wordt doorgaans beweerd dat zij behoren tot twee totaal verschillende werelden. Zij koesteren hun eigen cultuur en hebben geen begrip voor eikaars werk. Maar op de VU ligt dat anders. In opdracht van het Centrum voor Algemene Vorming hield dr. Herbert van Erkelens een enquête onder medewerkers van de faculteiten letteren en natuur- en sterrenkunde. Hieruit blijkt dat beide richtingen veel belangstelling hebben voor eikaars werk. Yvette Nelen

Alfa's en bèta's staan met de rug naar elkaar toe. Dit beeld schetste Gerrit Krol in de inleiding van de vorig jaar verschenen bundel De trots van alfa en bèta. Beide soorten wetenschappen hebben in Nederland een eigen cultuur. Ze streven elk een eigen eeuwigheidswaarde na. In de alfacultuur staan het woord en de verbeelding centraal en richt men zich op mensen. In de bètacultuur overheerst de liefde voor harde feiten. Daar lijken de mens en het woord afwezig. De eerste die dit hardop constateerde was in 1959 de Britse schrijver en natuurwetenschapper C.P. Snow. In zijn inmiddels beroemd geworden rede The two cultures stelde hij vast dat de hele westerse samenleving was opgedeeld in twee groepen die lijnrecht tegenover elkaar stonden: de natuurwetenschappers en de schrijvers. Tussen beide groepen zou een diepe kloof van onbegrip gapen. De natuurwetenschappers kenden de boeken van de schrijvers niet en de schrijvers waren onwetend over de wereld van de natuurwetenschap. Snows redevoering leverde een stortvloed van reacties op. Vele intellectuelen meenden in Snows visie de tegenstelling te herkennen tussen de culturen van alfa- en bètawetenschappen. Dit schematische alfa-bèta-idee houdt de gemoederen nu al bijna veertig jaar bezig. Theoretisch fysicus dr. Herbert van Erkelens was benieuwd of er op de vu sprake was van polarisatie tussen alfa- en bètawetenschappers. Hij voerde een enquête uit onder wetenschappelijke medewerkers van Letteren en Natuur- en Sterrenkunde. De medewerkers kregen 35 stellingen voorgeschoteld waann bestaande ideeën over de alfa- en bètacultuur verwerkt waren. Zo luidde een van de stellingen: 'Natuurwetenschappers schetsen een zielloos beeld van de

werkelijkheid.' Hiertegenover stond de stelling: 'Schrijvers kunnen een betrouwbaarder beeld van de werkelijkheid geven dan natuurwetenschappers in non-fictie.' In totaal reageerden 66 mensen. Zij konden kiezen uit vier antwoorden die varieerden van volkomen juist tot volkomen onjuist. Tot Van Erkelens' verbazing werden de twee genoemde stellingen door medewerkers uit beide richtingen afgewezen. "In een voorronde waarin ik de vragen testte, hadden literatuurwetenschappers de tweede stelling juist beaamd." Het onderzoekje wijst uit dat er geen communicatiekloof bestaat tussen beide soorten wetenschappers. "Ze zijn geïnteresseerd ih eikaars werk. Bèta's lezen regelmatig romans en alfa's lezen vaak een populair-wetenschappelijke publicatie op het gebied van de natuurwetenschap. Er is ook niet zo iets als een trots van alfa en bèta, niet bij deze groepen."

Voorlopij Toch kun je niet ontkermen dat de verschillen tussen de wetenschapsgebieden groot zijn. "Dat heeft meer te maken met het karakter van de gebieden", verklaart Van Erkelens. "Je kunt in de bètawetenschappen expermienten doen die bindend zijn voor iedereen. In de literatuurwetenschap IS elke stelling voorlopig, daar is geen enkele zekerheid." Maar niet alle alfawetenschappers kunnen over één kam worden geschoren. Uit de enquête kwam ook naar voren dat binnen de letterenfaculteit een groot verschil bestaat tussen de literatuuren taalwetenschap. "Taalwetenschappers merkten nadrukkelijk op dat zij zich wel degelijk bedienen van bètamethodes. Vermoedelijk waren zij ook degenen bmnen de letterengroep die de stelling dat hun werk betrekking had op de zin van het bestaan onjuist vonden. Ze hadden het idee dat wij niet op de hoogte

waren van hun richting. Literatuurwetenschappers staan dicht bij de schrijvers waar Snow het over had. Zij leggen zich toe op het interpreteren van teksten, maar taalkundigen houden zich bezig met wat taal is, hoe bijvoorbeeld de hersenen in elkaar zitten zodat wij een taal kunnen spreken." Aan de uitkomst dat de alfa- en bètawetenschappers interesse voor elkaar hebben, kunnen geen vergaande conclusies verbonden worden. Of men elkaar ook daadwerkelijk begrijpt, is nog maar de vraag. "Uit het onderzoekje blijkt dat literatuurwetenschappers geloven dat bètawetenschappers hun werk niet begrijpen. Dezelfde groep is tegelijk van mening dat ze op hun beurt het werk van de bèta's niet snappen." De vermeende polarisatie tussen de culturen heeft een lange geschiedenis. Van Erkelens: "Vroeger was de wetenschap één geheel, het ging over één kosmos. Vanaf de zeventiende eeuw kwamen de natuurwetenschappen op en ontstonden er polemieken over verschillende wereldbeelden. Zo presenteerde Isaac Newton de kosmos als een hoeveelheid materiële deeltjes die aan onpersoonlijke wetten gebonden waren. Daar ging iemand als Goethe tegenin. Die presenteerde in zijn Faust een wereld van magie, gevoel en fantasie. Deze wereld maakte ooit deel uit van de natuurwetenschap, maar behoorde vanaf toen tot de literatuur."

Domme lui

latie. Plasterk stak zijn trots over de biochemische bètacultuur niet onder stoelen of banken. "Wij hebben geen scholen, geen richtingenstrijd, geen langdurige meningsverschillen. Je kunt over moleculair-biologische kwesties ofwel geen zinnig woord zeggen, ofwel je bent het er over eens." Daarentegen bestaan filosofen volgens hem bij de gratie van discussie. "Zij houden van discussiëren, het is tenslotte hun beroep." Van Erkelens reageert fel: "Zulke uitspraken typeren de wereldvreemdheid van de bèta's. Deze man heeft oogkleppen op. Hij is zo overtuigd van zichzelf dat hij het standpunt van een ander niet erkent. Ik heb dit ook willen testen met stelling vijf: 'De betrouwbaarheid van wetenschappelijke inzichten hangt samen met de mate van zelfkennis van de onderzoeker.' Dit is een voorbeeld van iemand die geen zelfkennis heeft. Je kunt in de bètawetenschappen de Nobelprijs wuinen door je ergens in vast te bijten en je verder nergens anders over te bekommeren. Je moet je bewust zijn van de beperktheid van je onderzoek." De bèta's moeten gecorrigeerd worden, volgens Van Erkelens. "Dat zou de taak van alfaen ook gammawetenschappen kunnen zijn, maar in de praktijk komt daar niets van terecht. De psychologen hebben zich zelfs overgeleverd aan de bètawetenschappen, hun methodes worden steeds exacter, alle. filosofisch getinte richtingen worden eruit gegooid."

De theoretisch fysicus ziet een taak weggelegd voor de inwoners van Volgens Van Erkelens is het onbegrip bètaland zelf. "Er zijn enkele bètawetussen de twee culturen nog lang niet tenschappers die zich storen aan de eenzijdigheid van hun richting. Ik uit de wereld. "Het onderzoek prekeer me tegen de opvatting van collesenteert de mening van een groep. ga-natuurkundigen dat de exacte De opvatting van individuen komt wetenschap op den duur alles kan niet naar voren. Die kurmen de kloof ontdekken. In de quantumfysica heb nog steeds bevestigen. Neem nu het boekje Ongecijferdheid van de wiskun- je bijvoorbeeld helemaal geen beeld van de werkelijkheid. Daar zijn wel dige John Allen Paulos. Die man zes verschillende interpretaties mogevindt dat alfa's maar domme lui zijn, lijk. Maar de enkeling die in de omdat ze niet begrijpen wat de natuurwetenschappen meer filosofie natuurwetenschappen eigenlijk over en gevoel wil toelaten, moet laveren onze wereld zeggen. Hijzelf heeft een om zich binnen de wetenschap staanheel eenzijdig wereldbeeld. Hij de te houden." Toch geeft hij de gelooft dat alles berust op toeval. In moed niet op. "Gerrit ICrol zal het Nederland zijn zijn ideeën volledig wel niet met me eens zijn, want die omarmd door iemand als Rudy gelooft dat alfa en bèta eeuwig zullen Kousbroek." blijven bestaan, maar ik denk dat de Ook Ronald Plasterk is een typische kloof tussen de twee culturen gaat vertegenwoordiger van de bètaculverdwijnen." tuur. In een van zijn columns voor Intermediair ventileerde de biochemicus onlangs de mening dat filosofen niets zinnigs weten bij te dragen aan de discussie over genetische manipu-

Onderzoekers aan de vu hebben een nieuwe hartmeter ontwikkeld voor de intensive care. De meter meet continu hoe goed het hart het bloed door het lichaam pompt, terwijl dat tot op heden slechts incidenteel gebeurt omdat de meting zeer bewerkelijk is. Voor de nieuwe hartmeter hoeft het verplegend personeel alleen wat elektroden op de huid van de patiënt te plakken die het functioneren van het hart berekenen. Nu gebruikt men in het ziekenhuis nog vaak een katheter die in een bloedvat van de patiënt moet worden ingebracht. Het instrument heeft ook andere toepassingen. Zo kan het bepalen of er vochtophopingen in de longen van de patiënt zitten. Dit is ook van belang voor patiënten die een nierdialyse ondergaan, omdat bij hen de vochthuishouding goed in de gaten moet worden gehouden. Met enige aanpassingen zal het apparaat in de toekomst eveneens kunnen meten hoe goed de doorbloeding is van een bepaald orgaan of lichaamsdeel. Tien ziekenhuizen, waaronder het vu-ziekenhuis, zijn inmiddels bezig de hartmeter de testen. Ongeveer tweehonderd patiënten nemen deel aan de kiinische studies. Verwacht wordt dat in het jaar 2000 de eerste exemplaren op de markt zullen komen.

Heiligen Je hoeft niet gelovig of volmaakt te zijn om het tot heilige te schoppen, stelde cultuurhistoricus prof.dr. W. Frijhoff in zijn oratie op 28 mei. Ook revolutionairen als Lenin en Ernesto 'Che' Guevara kunnen in zijn ogen als een soort heiligen worden beschouwd, omdat zij een leven hebben geleid dat voor velen als voorbeeld heeft gediend. Niet elke heihge is ook een idool of icoon, maar bij Lenin en Guevara is dat volgens de hoogleraar Nieuwe Tijd wel het geval. Zij waren tijdens hun leven idolen omdat zij door grote groepen mensen werden aanbeden en zij zijn iconen omdat na hun dood bij velen een sterk beeld van hen is blijven hangen. Ook deze tijd kent idolen die als heiligen worden vereerd: de Ierse popzanger Bob Geldof, die zijn optredens koppelt aan inzet voor de leniging van de honger m Afrika, de voetballer Ronaldo als redder van Brazilië, de acteur Leonardo DiCaprio en niet te vergeten de in september vorig jaar verongelukte Lady Di. Zij lijkt volgens Frijhoff van een idool langzaam maar zeker een traditionele heilige te worden. Bovendien is ze de icoon geworden van "hulpeloos slachtoffer van de machtigste oude en nieuwe vijanden: het koningshuis en de media".

Bewegende vulkanen Vtilkanen op eilanden als Hawaii en het Paaseiland komen waarschijnlijk voort uit hete plekken die duizenden kilometers diep in de aardmantel liggen en hotspots worden genoemd. Geologen van de vu hebben in een project van het NWO-gebied aard- en levenswetenschappen aangetoond dat deze hotspots de laatste honderd miljoen jaar met snelheden van 1 tot 6 centimeter per jaar hebben bewogen. Tot nu toe namen geologen aan dat de hotspots in de aardmantel gefixeerd waren. Vamiit de hotspotsrijzengrote pluimen van heet magma van duizenden kilometers diepte omhoog naar het aardoppervlak, waardoor vulkanen ontstaan op de langzaam bewegende aardkorst, die uit oceanische platen bestaat. Vulkanen boven een hotspot zijn daarom gerangschikt in een rij van oud naar jong. De richting van een vulkanenrij wordt bepaald door de bewegingsrichting van de oceanische plaat. Aan de afstanden tussen de vulkanen en het verschil in ouderdom kan de snelheid waarmee de plaat beweegt worden afgemeten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 661

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's