Ad Valvas 1997-1998 - pagina 227
AD VALVAS 20 NOVEMBER 1997
PAGINA 5
'Mooi werk, meester!' Oriëntatiecursus toont ook leuke kanten van het leraarsvak Het wordt voor middelbare scholen steeds moeilijker om voldoende leraren te vinden. Het beroep heeft te kampen met een negatief imago van zwaar en onderbetaald werk. Nog slechts een enkeling heeft de roeping om de jeugd op te leiden voor de toekomst. "Het is belangrijk dat je lol heb in je werk. Als geld een drijfveer zou zijn, kan ik me beter laten omscholen tot IT'er."
Sheila Kamerman 'Wie heeft Paul Witteman leren luisteren? Mooi werk, meester!' Met grote advertenties in de kranten worden jongeren op ludieke wijze opgeroepen te kiezen voor het leraarschap. Minister Ritzen deed ook een duit in het zakje: hij lanceerde enkele weken geleden het idee om werkloze academici na een stoomcursus van drie maanden op de lagere scholen in te zetten, maar moest zijn plannetje na hevige kritiek ijlings terugnemen. D e boodschap was echter duidelijk: er dreigt een tekort aan leraren. Niet alleen de lagere scholen kampen met veel vacatures, ook in het voortgezet onderwijs zal de vergrijzing van het lerarenbestand in de nabije toekomst voelbaar worden. Wanneer de huidige generatie leraren langzaam maar zeker in de VUT verdwijnt of met pensioen gaat, staat er geen jonge garde enthousiaste opvolgers te trappelen. De aanmeldingen voor zowel de pabo als de eerste- en de tweedegraads lerarenopleiding (respectievelijk onder- en bovenbouw van de middelbare scholen) lopen terug. Vooral de exacte vakken (behalve biologie) en klassieke talen ontberen voldoende (aankomende) docenten. Het leraarschap heeft een niet al te best imago. Terugdenkend aan de schooltijd zien we weer die ene wiskundeleraar voor ons die trillend 'stil nou toch jongens!' roept, overstemd door een meute gillende, propjes schietende pubers. Of we herinneren ons die arme juffrouw van Frans, die ontelbare keren met overslaande stem de menigte tot de orde probeerde te roepen om daarna huilend de klas te verlaten. En hoe zouden we die vreselijke vent van economie kunnen vergeten, die je eruit stuurde terwijl je toch echt niets gedaan had. Volgens Nico Verbeij, projectleider van de lerarenopleiding iDo/vu, wordt het tijd om het negatieve beeld van de leraar door te prikken. Hij wordt een beetje moe van de overdosis scepsis waarmee het leraarschap wordt benaderd. "Op een of andere manier onthouden mensen net die ene mislukte leraar. Het klopt, niet iedereen is geschikt voor het vak. Maar voor het gemak worden ook al die andere leraren - die zo geweldig konden vertellen, of zo enthousiast waren voor het vak, of waar je gewoon heel goed mee kon praten - vergeten." Hetzelfde geldt voor de wijze waarop er naar leerlmgen wordt gekeken, meent Verbeij, die zelf zestien jaar "met veel plezier" aardrijkskunde heeft gegeven op een mavo/havo/vwoscholengemeenschap. "Natuurlijk zijn niet alle leerlingen even gemakkelijk. Maar slechts 2 of 3 procent geeft echt problemen. Met die andere 97 procent valt prima te praten." Voor smdenten die willen weten wat
'Je moet als beginnende leraar heel zelfverzekerd overkomen en niet laten merken dat je zenuwachtig bent.'
Bart Versteeg
ze zich écht moeten voorstellen bij het leraarschap organiseert het IDO/VU in januari de cursus 'presentatie en communicatie - oriëntatie op het beroep van leraar' voor studenten van een groot aantal faculteiten. Voor mensen die de postdoctorale lerarenopleiding van een jaar willen gaan doen, is de cursus tijdens de doctoraalfase verplicht. Maar ook studenten die niet zeker weten of ze wel voor de klas willen staan, kunnen zich op deze manier op het vak oriënteren. Verbeij: "Laatst hadden we een student die zei: 'Ik kom de cursus doen om zeker te weten dat ik geen leraar wil worden'. Achteraf had hij een probleem omdat hij het heel leuk vond. Maar er zi)n er ook die denken dat het wél wat voor ze is en er tijdens de cursus achterkomen dat ze zich hebben vergist. D a n IS de oriëntatiecursus dus geslaagd."
Breed Het beroep 'leraar' is de laatste jaren veranderd. Een docent in het voortgezet onderwijs krijgt tegenwoordig te maken met het fenomeen 'studiehuis', waarbinnen de nadruk niet op de leerstof ligt, maar op de leerling. Verbeij: "Naast wat de leerling moet leren, wordt er ook gekeken naar hóe hij moet leren." Dat vereist nogal wat vaardigheden van de leraar-nieuwestijl: hij moet niet alleen gedegen vakkennis hebben, maar de leerlingen ook kunnen begeleiden, inspireren en stimuleren. Daaraan wordt in de cursus aandacht besteed. De cursus is in te delen in drie componenten. Bij het onderdeel vakdidactiek leren de cursisten hoe htm vak tegenwoordig op de middelbare school wordt gedoceerd. Want of het nu om geschiedenis gaat of om scheikunde, het ziet er heel anders uit dan
Ramon Busch (25), student scheikunde en milieuwetenschappen:
Ue moet een beetje smeuïg kunnen vertellen' "Ik ben gediplomeerd jeugdtrainer en geef al jaren korfballessen aan jongeren, veelal pubers tussen de veertien en de achttien jaar. Ik wist dus al dat ik graag met jongeren omga, maar het is natuurlijk wel wat anders om scheikunde te doceren. O m er achter te komen of ik dat óók leuk zou vinden, ben ik de oriëntatiecursus gaan doen. Je kunt wel zeggen dat de cursus een succes was, ja. In januari begin ik met de lerarenopleidmg. Op het gevaar af dat het arrogant klinkt: het lesgeven ging me heel goed af. Je moet als leraar wel wat extra's hebben; je moet een beetje smeuïg kunnen vertellen en zelfverzekerd overkomen. O p de cursus zie je mensen die totaal niet geschikt zijn voor het vak, ze staan zenuwachtig en onzeker voor de klas. Voor hen is de cursus wel zinvol, omdat je leert om te presenteren. op de universiteit. Terwijl studenten zich meestal specialiseren en een deelgebied uitspitten, wordt het vak op de middelbare school juist zo breed mogelijk onderwezen. Voor elk vak zijn er vakdidactici die de cursisten uit ervaring kunnen vertellen wat ze op een school te wachten staat. Vooral het onderdeel onderwijskunde is ook aantrekkelijk voor mensen die niet voor de klas willen staan, maar vaardiger willen worden in het presenteren en communiceren. D u s wordt het je zwart voor de ogen als je een presentatie moeten houden? Of behoor je tot diegenen die met de neus op een blaadje staccato een verhaal afratelen? D a n kun je met deze cursus je voordeel doen. Tijdens dit onderdeel wordt een presentatie voor
Mirjam Borst (23), studente economie:
Ik heb, samen met nog twee cursisten, scheikundeles geven op het Amstellyceum in Amsterdam aan 4 vwo. Bij een van de lessen wilde een lerares ons niet de les laten overnemen omdat ze een overhoring wilde geven. Wij moesten maar wachten in de docentenkamer. Even later werden we opgehaald. Bleek dat de leerlingen zo heftig hadden geprotesteerd tegen deze gang van zaken dat ze overstag was gegaan. Als je merkt dat de leerlingen je les leuk vinden, geeft dat veel voldoening. Het salaris van leraren is redelijk, al houdt het niet over. Maar het is voor mij veel belangrijker dat ik lol heb in mijn werk. Als geld mijn drijfveer zou zijn, zou ik bij een farmaceutische fabriek solliciteren of me laten omscholen tot IT'er." (SK)
medecursisten op video opgenomen en eventueel feilen genadeloos geanalyseerd. Last but not least wordt van de cursisten verwacht dat ze tenminste vijf uur lesgeven op een middelbare school in Amsterdam of omstreken. Daarnaast observeren ze ook enkele lessen van ervaren docenten en doen mee met schoolactiviteiten, zoals docentenvergaderingen en klassenavonden. Voor diegenen met een roeping speelt het salaris vanzelfsprekend geen rol. Maar je hoeft niet in de sector werkzaam te zijn om het geklaag over de honorering uit de branche op te vangen. Twee weken geleden nog lieten leraren minister Ritzen weten dat ze het zat zijn om te hard te werken voor te weinig geld. Volgens Verbeij valt
dat voor eerstegraadsleraren wel mee omdat de aanvangsalarissen sinds 1991 met 35 procent zijn opgetrokken. Beginnende eerstegraadsleraren kunnen bij een fulltime aanstelling in hun eerste jaar maandelijks rond de vierduizend gulden bruto in h u n zak steken. "Toch niet slecht." De een vindt het zwaarder om de hele dag voor de klas te staan dan de ander, meent Verbeij. " D e beste manier om er achter te komen of het beroep je aanspreekt, is het volgen van de oriëntatiecursus." Cursus Presentatie en Communicatie - Oriëntatie op het beroep van leraar. Insctirijving tot 8 december Start januari Omvang 8 studiepunten Voor meer informatie kun je terecht bij Mieke Boerema, IDO/VU, tel 4449210 (m boerema@ido vu nl) of bij je studieadviseur
Gertjan Melker (22), student economie:
^Kom op jongens, jullie willen toch wat leren' 'Ik twijfel tussen leraarschap en bedrijfsleven' "Ik heb een paar lessen gegeven op het Pieter Nieuwland College in Amsterdam Zuidoost. In het begin moest ik wel even slikken. Ik vroeg me af of ze mij wel als lerares zouden accepteren, maar het viel honderd procent mee. Ik heb drie lessen gegegeven, waarvan de tweede een beetje stroef verliep. Dat kwam doordat ik zelf de stof niet helemaal begreep en dat aan de klas liet blijken. Je moet juist heel zelfverzekerd overkomen en met laten merken dat je zenuwachtig bent. Dat hebben de kids - nee, leerlingen moet ik zeggen - meteen door. Als je voor de klas staat moet je heel concreet
worden. Ik heb bijvoorbeeld een les gegeven over ondememingsvormen. D a n merk je dat je alles eerst heel duidelijk voor jezelf op een rijtje moet hebben. Als je bijvoorbeeld niet precies weet hoe je een onderneming moet beginnen, val je in de klas genadeloos door de mand. Natuurlijk is een klas met keetschoppende pubers die niet meer stil te krijgen zijn, het schrikbeeld van elke leraar. H e t zal misschien best eens voorkomen, maar ik denk dat je daar niet te bang voor moet zijn. O p zo'n moment kun je misschien de humor ervan inzien en roepen: ' K o m op jongens, jullie willen toch wat leren.'" (SK)
"Ik ben economie gaan studeren om later economieleraar te worden. Op zich heeft de oriëntatiecursus me niet op andere gedachten gebracht. Ik weet nu zeker dat het leraarschap bij me past en dat ik het zou kunnen. Maar ik wil toch ook kennismaken met het bedrijfsleven en ga daarom stage lopen bij een adviesbureau. Ik twijfel nog over mijn uiteindelijke beroepskeuze en de toekomst moet uitwijzen waar ik uiteindelijk voor zal kiezen. Op de cursus heb ik verschillende manieren geleerd om leerstof op de leerlingen over te brengen. Dat kun je bijvoorbeeld klassikaal doen, of ze in kleine groepjes of individueel laten werken. Daarnaast leer je ook hoe je de
leerstof helder en duidelijk kan presenteren en welke media je daar eventueel bij kunt gebruiken. Ik heb stage gelopen op mijn oude school: het Jac Thijsse College in Castricum. Dat ging heel erg goed. Ik heb wel een paar keer duidelijk om stilte moeten vragen, één keer zelfs heel streng. Maar daar bleef het bij. Je moet nooit gaan schreeuwen, want dan laat je zien dat het eigenlijk niet aankunt. Leerlingen voelen dat feilloos aan. Misschien bleef het rustig omdat de docent zelf ook in de klas zat. Ach, het Jac Thijsse College is een prima school met nette leerlingen. Ik kan me scholen voorstellen waar het minder leuk is om les te geven." (SK)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's