Ad Valvas 1997-1998 - pagina 565
AD VALVAS 23 APRIL 1998
PAGINA
En nu dan promoveren Afgestudeerd politicologe Hadewych Hazelzet is, nadat ze een jaar als consultant heeft gewerkt, weer de collegebanken ingeschoven. Zij doet verslag van haar ervaringen als PhD-student aan de European University Institute in Florence, Italië. Deze week deel 16: woonwerkverkeer. Hadewych Hazelzet
'M^f--
Colijn als minister van oorlog, omstreeks 1 9 1 2 , wanneer hij in burger de troepen inspecteert.
Historisch Documentatiecentrum voor het Protestantisme
'Onaangenaam werk, maar het kon niet anders' Antirevolutionair leider valt diep door onthullingen VU-historicus Met de onthulling dat Hendrikus Colijn op Lombok rechtstreeks verantwoordelijk is geweest voor het laten ombrengen van vrouwen en kinderen die om genade vroegen, haalde VU-historicus Herman Langeveld vorige week alle media. De onthulling werpt een nieuw licht op de staatsman en eerste eredoctor van de VU die in eerdere biografieën juist zo was opgehemeld. "Ik vind dat je als historicus nooit mag selecteren wat in je politieke kraam van pas komt." Peter Boerman Du leven van krachtig handelen doopte VU-historicus dr. Herman J. Langeveld het eerste deel van zijn vorige week verschenen biografie van de belangrijke antirevolutionaire staatsman Hendrikus Colijn, verwijzend naar een van diens uitspraken uit 1897. Deze boektitel kreeg vorige week een heel wrange bijbetekenis, toen alle Nederlandse media zich stortten op het belangrijkste nieuwtje uit de biografie: het feit dat Colijn als 25-jarige in die oorlog twaalf vrouwen en kinderen genadeloos liet afmaken. "Het was onaangenaam werk, maar het kon niet anders", schreef Colijn hierover in een brief aan zijn vrouw van 24 november 1894. In deze tijd zou dat hem tot oorlogsmisdadiger hebben gemaakt, want hij had volgens Langeveld wel degelijk anders gekund: hl) had de vrouwen en kinderen ook krijgsgevangen kunnen maken. Dat hij dat niet heeft gedaan, zegt misschien meer over de in honderd jaar nogal veranderde normen dan over het wangedrag van de figuur Colijn. Maar het is in ieder geval wel opmerkelijk dat dit nu pas naar buiten komt. Langeveld is immers zeker met Colijns eerste biograaf D e gereformeerde theoloog Rullman en jounalist Van Reest gingen de historicus al m de jaren dertig voor, in 1962 gevolgd door de bekende vu-historieus dr. G. Puchinger. Dat niet eerder melding is gemaakt van de "schokkende feiten, die een duidelijk licht werpen op een bepaalde kant van Colijns persoonlijkheid" is volgens Langeveld toe te schrijven aan de plaats van deze biografen in de
"verzuilde geschiedschrijving". Zij hielden allen Colijn de hand boven het hoofd vanwege zijn gereformeerde achtergrond. Ze hadden wat zich afspeelde in 1894 wel kunnen weten, benadrukt Langeveld. De bronnen die hij gebruikte, zijn immers niet nieuw. Dat Van Reest en Puchinger er toch geen melding van maakten, komt volgens de historicus omdat zij "kennelijk het verheerlijkende karakter van h u n werken niet in gevaar wilden brengen". T o c h is Langeveld verbaasd dat het gebeurde in Lombok pas nu, ruim honderd jaar later, aan het licht komt. "Door het werk van deze biografen in het kader van de verzuiling te plaatsen, heb ik weliswaar geprobeerd een verklaring voor hun gedrag te geven, maar dat wil met zeggen dat ik deze handelwijze billijk."
Sigaar Langeveld pretendeert niet de waarheid over Colijn in pacht te hebben. "Maar ik denk wel dat mijn portrettering van Colijn beter is dan die van degenen die mij zijn voorgegaan. Ik ben me er ten volle van bewust dat ook ik een persoonlijke en plaatsgebonden presentatie van zijn leven geef. ledere historicus selecteert, dat is onontkoombaar. Je kunt nu eenmaal niet alles vermelden. Maar ik vind dat je nooit datgene mag selecteren dat in jouw politieke kraam te pas komt. Als evident is dat delen van de waarheid belangrijk zijn, mag je die nooit weglaten vanwege de politieke propagandawaarde. Ik vind dat een historicus onder alle omstandigheden de taak heeft alle feiten naar voren te brengen die van belang zijn."
Langeveld brengt zijn biografie van Colijn uit in twee delen. Het tweede deel hoopt hij over een jaar of drie af te hebben. Het deel dat vorige week gepresenteerd werd in een afgeladen volle kerkzaal op de vu, betreft 'slechts' de eerste periode uit Colijns leven: van 1869 tot 1933. Beide delen zullen samen niet de 'definitieve biografie' van Colijn worden, aldus Langeveld, "want die bestaan niet, zoals u weet." Colijn zelf heeft twee verschillende lezingen gegeven van wat er gebeurd is bij de verovering van Tjakra Negra. In de brief aan zijn vrouw schreef hij dat hij negen vrouwen en drie kinderen "op een hoop heeft moeten zetten en ze zoo dood laten schieten". Maar in een brief aan zijn ouders geeft hij een iets andere versie van het verhaal. "Na den achtsten aanval bleven nog eenige weinigen over, die genade vroegen, ik geloof dertien. D e soldaten keken mij vragend aan. [..] Ik keerde mij naar achteren om een sigaar op te steken. Eenige hartverscheurende kreten klonken en toen ik mij weer omdraaide waren ook die dertien dood." Saillant is dat Colijn in de brief aan zijn ouders opmerkt dat hij geen tijd heeft om aan iedereen dergelijke lange brieven te sturen (de brief telde 26 kantjes) en dat hij zijn ouders daarom verzoekt de brief ook aan anderen voor te leggen. In diezelfde brief meldt hij dat hij de compagniecommandant moest vervangen wegens ziekte. "Maar uit andere bronnen blijkt dat dit helemaal niet het geval is geweest", aldus Langeveld. Volgens de historicus bewijs genoeg dat de brief van Colijn aan zijn ouders (in feite een openbare brief) geen betrouwbaar verslag biedt. "Het zegt in ieder geval iets over Colijns omgaan met de feiten", meent de onderzoeker. "Met de brief uit Lombok aan zijn ouders creëerde Colijn de eerste mythe over zichzelf En daar zou het niet bij blijven." Het is opvallend dat het juist een docent van de vu is die de staatsman Colijn zo veroordeelt. Colijn mag dan ook al vóór de oorlog zeer omstreden zijn geweest, met name vanwege zijn economische politiek in
de crisisjaren, in gereformeerde kring werd hij op handen gedragen. D e opmerking dat Langevelds boek daarmee een typisch hedendaags vuproduct is geworden, noemt de auteur "een prikkelende stelling". "Ik geloof niet dat ik daar een uitspraak over moet doen. Ik denk dat het aan anderen is om daar een oordeel over te vellen. Ik hoop vooral dat mijn boek een product is dat aan alle wetenschappelijke criteria voldoet. Criteria die ook aan andere universiteiten onverkort gelden."
Inzamelingsactie Langeveld, die in zijn boek zes pagina's inruimt om de betekenis te beschrijven die Colijn voor de v u gehad heeft, zegt dat de Vrije Universiteit er zeker anders uitgezien zou hebben zonder de staatsman. Mogelijk was deze er zonder Colijns pragmatische optreden zelfs helemaal niet meer geweest. De wet had namelijk bepaald dat de vu vóór 1931 vier faculteiten moest hebben met ieder minstens drie hoogleraren. Anders zou de VU geen geldige diploma's meer mogen uitreiken. Maar in 1926 waren er nog maar drie faculteiten: godgeleerdheid, rechten en letteren. En tot overmaat van ramp dreigde een conflict over de kerkelijke positie van vier docenten ook nog eens roet in het eten te gooien. Colijn wist de situatie echter te redden, onder meer door de tactiek van de vertraging. Hij zag in dat een eigen medische faculteit voor de vu op dat moment nog een brug te ver was en besloot in te zetten op een exacte faculteit. Met de inzamelingsactie die hij op poten zette om het geld bij elkaar te brengen dat voor die faculteit nodig was, haalde hij een ongekend resultaat. In oktober 1930 stond de teller op 432 duizend gulden, terwijl er drie ton nodig was. Dat was (mede) de reden dat de VU besloot hem een eredoctoraat te verlenen, het eerste uit de geschiedenis van de universiteit. Herman tangeveld Hendrikus Colijn 1869-1944deel een 1869 1933 - Dit leven van krachtig handelen, uitgeverij Balans, Amsterdam, 1998, ƒ75,—, ISBN 90 5018 506 1.
N a enige weken met de bus op en neer te zijn gereisd naar de universiteit kocht ik, zoals het een echte Nederlander betaamt, een fiets. T o e n besefte ik nog niet dat Toscane een van die gebieden is waar geen sprake is van links en rechts, maar van boven of onderaan de berg, in de vallei of achter de heuvel. D e universiteit ligt halverwege de berg. Florence ligt beneden, het dorp Fiesole op de top. T o e n ik kort daarop naar de vallei achter Fiesole verhuisde, verfoeide ik mijn Nederlandse aankoop. Voortaan zou ik eerst hijgend vanuit de vallei omhoog moeten ploeteren naar het dorpsplein. Zweet. Vandaar met de bus naar beneden aangezien terug omhoog zelfs voor beroepswielrenners een beproeving is. Soms liep ik. 's Avonds gewapend met een zaklamp aangezien de straatverlichting ophoudt na de laatste rij huizen in het dorp. N o g geen jaar geleden hield daar ook het asfalt op. E n de waterleiding. N u is de weg begaanbaar tot mijn huis. Het water komt nog steeds uit de bron in de tuin. Stadsmens als ik ben genoot ik van dit romantische tochtje door de heuvels. H e t uitzicht op al die kleuren groen, de olijfbomen, de cypressen. De stilte van het platteland. Niet langer werd ik wakker van voorbijscheurende ambulances, rinkelende trams of toeristenbussen. N u waren het de olijfoogst, vogelgeflnit en de Vespa van 'il postin o ' die mij deden ontwaken. Ook schrok ik zo nu en dan op van een jachtschot in de verte. Arm beest, dacht ik. Het duurde niet lang of ik verruilde het ene stalen ros voor het andere: een 'motorino'. Even aantrappen, dan via het rechterhandvat de snelheid opvoeren. Niet langer aanvaard ik in stilte de tocht naar het instituut; ik raas nu met motorlawaai en luid getoeter door de bochten. Eerst nog wat timide. Daarna steeds sneller, wapperende haren, genietend van het 'skigevoel' als ik per motor de berg afzoef Als er op weg naar de universiteit een auto voorbijkomt, word ik al herkend door de boeren in de buurt. Meestal is er echter niemand te bekennen. Soms een 'Cinquecento' met een vrijend paartje in de bocht. Of een schaal met tiramisu op het bruggetje, vergeten na een picknick. Ik was dan ook op niets bedacht toen ik op een avond opeens iets hoorde in de bosjes. O p het onverlichte stuk uiteraard. Ik spitste mijn oren. H e t geritsel werd luider. Verhalen over seriemoordenaars schoten door mijn hoofd. Voor ik het wist stond ik oog in oog met twee paar zwarte ogen. Gegrom. Scherpe tanden werden ontbloot. Hete adem. Haren recht overeind. Mijn adem stokte. Wilde everzwijnen! We keken elkaar een moment in de ogen en tastten af wie er banger was. Ik gaf gas. Gebrom. In paniek struikelde het ene everzwijn de berm in, terwijl het andere probeerde bovenlangs weg te komen. Of kwamen ze achter me aan? M e t de schrik in mijn lijf kwam ik thuis, 's Ochtends schoot ik wakker: was dat geknor onder mijn raam? "Dit is nog eens wat anders dan in de avondspits met de tram terug naar huis", lachte ik een paar dagen later stoer tegen een oude vriendin van de vu terwijl we samen naar huis liepen. Net nog verrukt door de landelijke omgeving, keek ze m e n u verschrikt aan. Keek toen opzij. Wat was dat? Ze zette het op een lopen terwijl ik uit reflex begon te brommen. D e volgende morgen haalde ze resoluut mijn flets uit de schuur en verliet bepakt en bezakt mijn huis. Ze kwam nog wel eens terug vlak na het jachtseizoen, riep ze voor ze uit het zicht verdween.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's