Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 137

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 137

8 minuten leestijd

PAGINA 1 7

AD VALVAS 9 OKTOBER 1 9 9 7

Spookstudent en afhaker zeldzamer dan gedacht Driekwart haalt ten slotte diploma Zeker driekwart van alle vwo'ers die naar de universiteit komen, haalt een diploma in het hoger onderwijs. Dat blijkt uit een analyse van CBS en VSNU waarin voor het eerst alle omzwaaiers naar het hbo zijn meegeteld. De oogst aan diploma's is hoger dan vaak gedacht. Wel duurt het zeven jaar tot die oogst binnen is. Frank Steenkamp Vorige week nog klaagden Kamerleden over onbetrouwbare slaagstatistieken in het hoger onderwijs. O p hetzelfde moment rondde de vereniging van universiteiten (vsNU) een rapport af dat veel twijfels kan wegnemen. Samen met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is een jaar lang

gewerkt aan een eenduidige boekhouding van ingeschreven, afgehaakte en geslaagde studenten per universiteit. D e detaillering per opleiding komt volgend jaar, maar de resultaten zijn n u al verhelderend. D e nieuwe Kengetallen universitair onderwijs werpen nieuw licht op het uiteindelijke aantal geslaagden. Voor het eerst zijn alle 'omzwaaiers' naar andere universiteiten en hogescholen

getraceerd. E n als h u n diploma's worden meegeteld, blijkt het percentage geslaagden beduidend hoger dan de zestig procent die in politieke debatten vaak genoemd wordt. Van jaargang '88 bijvoorbeeld is na acht jaar 62 procent bij de eigen universiteit geslaagd, plus nog eens twaalf procent elders (Zie grafiek). In totaal is dus 74 procent geslaagd, terwijl nog tien procent van de oorspronkelijke eerstejaars staat ingeschreven. Zeker driekwart haalt dus uiteindelijk een diploma in het hoger onderwijs. Dat geldt ook voor andere jaren, en voor vrijwel elke universiteit. D e variatie zit in het tempo waarmee studenten afstuderen. H e t aantal echte afhakers blijkt laag. Weliswaar verlaat al na een jaar zestien procent de eigen universiteit, en

dat roept nog associaties op met de 'spookstudent' die zich slechts inschrijft om niets te doen. Maar nu de complete boekhouding is opgemaakt, blijkt dat spook vrijwel verdwenen: elf procent gaat na dat jaar elders studeren. In feite verlaat dus slechts vijf procent na een jaar het hoger onderwijs. In de drie studiejaren daarna loopt die uitval op tot tien procent. Zelfs na zeven jaar is pas vijftien procent afgehaakt. Is dus na zes jaar pas 49 procent van alle studenten afgestudeerd, het geringe aantal afhakers bewijst de hardnekkigheid waarmee de rest blijft proberen een diploma te halen. En meestal hebben ze daarbij succes. Overigens stelt de vsNU in haar rapport ook vast dat jaargang '91 sneller studeerde dan zijn voorgangers.

Gemiddeld was na vijf jaar 22 procent afgestudeerd bij de eigen universiteit, een verdubbeling vergeleken met eerdere jaren. Deze kentering doet zich alom voor, maar is in Wageningen het sterkste. Zij valt samen met een al door het CBS gemelde verkorting van de gemiddelde studieduur. Erg verrassend is deze tempoverhoging alleen niet en bij de VSNU betwijfelt men ook of het tempo van latere jaargangen even hoog zal blijken: juist in 1991 beperkte minister Ritzen het recht op studiefmanciering tot vijf jaar. Later kwam hij met andere maatregelen, waarin die grens van vijf jaar weer verviel en studenten werden aangezet om bijbaantjes te nemen. (HOP)

Studietempo varieert fors per universiteit UvA heeft meeste afhakers Het studietempo verschilt sterk per universiteit. D e verschillen hangen m a a r voor e e n klein deel samen m e t de opleidingen d i e e e n universiteit verzorgt. D e e n e instelling leidt studenten g e w o o n 'sneller' o p d a n de a n d e r e . Als na zes jaar de geslaagden binnen de eigen universiteit geteld worden, staan Wageningen en Maastricht boven de 55 procent (Zie tabel). In Delft heeft pas 24 procent het T U diploma, en in Rotterdam en Amsterdam (UVA) maar 32 en 33 procent.De Vrije Universiteit scoort 42 procent. Ook als de 'omzwaaiers' naar andere instellingen worden meegeteld, blijven de verschillen. Van de Wageningse en Maastrichtse eerstejaars heeft in totaal tweederde na zes jaar een diploma. Delft scoort maar een eenderde - en Rotterdam of de UVA niet veel hoger. Aan de Vrije Universiteit heeft precies de helft een diploma binnen. Landelijk loopt het tempo ook per studie uiteen, maar dit verklaart slechts voor een klein deel de verschillen tussen universiteiten. Maastricht profiteert iets van het feit dat medici alom snel studeren en de TU'S kunnen naar eikaars traagheid verwijzen. D e

meeste imiversiteiten hebben echter een gezonde mix van snelle en trage studies - waarbij ook rechten, economie en letteren traag blijken. Bij de 'algemene' universiteiten hebben naast Maastricht ook Nijmegen en Groningen vlotte studenten, met (netto) 49 en 46 procent geslaagden na zes jaar. Dat is anderhalf keer zoveel als Rotterdam en de uvA. Het succesvolst is de landbouw-universiteit. N a zes jaar is al tweederde van al haar eerstejaars afgestudeerd: 59 procent met een Wageningse bul en nog acht procent met een ander WO- of hbo-diploma. Snel afstuderen is sinds eind jaren tachtig normaal in Wagentngen. Maar sinds kort blijken de landbouwstudenten htin tempo nog verder te verhogen. Van jaargang 1991 is zelfs na vijf jaar al bijna de helft klaar; dat is twee keer zoveel als het landelijk gemiddelde. Het Wageningse tempo staat in scherp contrast met de situatie bij de TU's, waar vooral Delft opvalt door traagheid. Dat is opmerkelijk, want zowel de landbouw- als de techniekstudies gelden als zwaar: beide kregen enkele jaren geleden een extra jaar. In Wageningen houdt men het erop dat studenten kennelijk zeer gemotiveerd

zijn. Zolang Ritzen dat niet verhinderde, deden ze veel extra keuzevakken. N u er tijdslimieten zijn, zorgen ze dat ze die halen. Dat het studietempo meer van motivatie en discipline afhangt dan van de zwaarte van de studie, bleek vorig jaar ook uit het promotie-onderzoek van de Nijmeegse onderwijskundige J. Prins. H e t hoge tempo van medici en de traagheid van alfa's stroken met zijn conclusies. Zo bezien heerst er in Rotterdam, Amsterdam (UVA) en Delft vooral een gebrek aan discipline. Een troost voor trage universiteiten is dat de uiteindelijke slaagpercentages na zeven of acht jaar minder verschillen. Alleen de UVA blijft rond de 65 procent geslaagden steken. Alle anderen komen boven de zeventig procent. T o c h blijft ook op lange termijn Wageningen het succesvolst: daar haalt rond de 85 procent van alle eerstejaars uiteindelijk een wo- of hbodiploma. (FS, HOP)

Orde in slaagstatistieken Voor het eerst h e b b e n de universiteiten zuivere, vergelijkbare cijfers over slaagpercentages uitgebracht. "We wilden dit al twee jaar", zegt de vsNU. M a a r de m a t e r i e bleek weerbarstig. H e t kost n o g een jaar om de cijfers per opleiding op e e n rij te krijgen. Over weinig zaken heerst zoveel verwarring als over slaagpercentages. Faculteiten noemen uiteenlopende cijfers, maar dat komt heel vaak door meetverschillen. D e een telt afgestudeerde hbo'ers die een korte opleiding doen mee als gewone eerstejaars - en krijgt op papier een hoog studietempo. Anderen benadelen zichzelf door studenten die bij hen een enkel vak volgden, te tellen als eerstejaars - die vervolgens nooit een diploma halen. En soms was er sprake van regelrecht geknoei. Eind september bleken onderwijsspecialisten in de Tweede Kamer het gegoochel met cijfers beu: Ritzen moest ingrijpen. Maar voordat die kon antwoorden, legde de vereniging van universiteiten deze week haar huiswerk op tafel: een pakket opgeschoonde en uniforme studiestatistieken. Waarom moest dit zo lang duren? Volgens Peter Maarleveld, de vsNU-specialist op dit terrein, is er "absoluut geen sprake van onwil". Al in 1995 besloten de universiteiten samen uniforme statistieken te gaan maken. Dat kostte eerst maanden gepuzzel om tot strakke definities te komen. Maar ook de uitvoering viel tegen. Ruim een jaar ging verloren doordat de vsNU

in zee ging met de IB-Groep in Groningen. Die instantie verzamelt alle inschrijvingsgegevens. Maarleveld: " T o c h lukte het niet. Het landelijke bestand was niet exact bijgewerkt, en m e n kon niet alle trucs die wij wilden." Dat is minder gek dan het klinkt, want het gaat om miljoenen inschrijvingsgegevens. Vorig jaar stapten de universiteiten naar het Centraal Bureau voor de Statistiek (CES). "Men kreeg daar jaarlijks al dertien bestanden van elk van ons, en die knopen ze nu aan elkaar." N a een jaar hard zwoegen lag het eerste resultaat er deze week. Voor de eerlijke vergelijking worden vwo'ers en anderen gescheiden. Ook zijn er regels voor hantering van dubbele inschrijvingen (eerste studie telt, tenzij de tweede een fixus heeft) of voor het tellen van omzwaaiers (bij de studie waar ze begonnen). En zo zijn er nog zes pagina's rekenregels. Het resultaat is volgens Maarleveld "waterdicht". Dubbeltellingen zijn uitgebannen. Ook wordt er geen spookstudent weggepoetst: iedereen die ooit ingeschreven stond, telt mee. Het duurt nog een jaar voordat de vsNU ook gedetailleerde cijfers per opleiding kan geven. Want binnen elke universiteit wordt nog heel wat omgezwaaid en dubbel ingeschreven. Al deze 'ruis' moet weggewerkt. Als het zover is, is eindelijk bekend bij welke economie- of rechtenfaculteit de meeste studenten vertraging oplopen. Ook de Tweede Kamer kan dan tevreden zijn. (FS, HOP)

W a g e n ingenc^^ ƒ gsgjsa

#5--^--% Afstudeerpercentage na 6 jaar, jaargang '90

ff

^T^.

(ftotaalY! Eerste cijfer: binnen eigen Universiteit v.-. / Tweede cijfer: elders geslaagd üncl. HBO)

STUDIERENDEMENT VWO'ERS PER UNIVERSITEIT, PER JAARGANG

UVA UU RUG RUL VUA KUN EUR UIVI KUB TUD TUE UT LUW

TOTAAL

Na 5 jaar: j90

9

11

8

10

14

15 10

20

9

4

7

6

6

10

i91

19

22

25

26

29

35 17

39

24

8

11

14

42

22

Na 6 jaar: j89

34

41

47

43

45

46 37

59

39

27

39

40

58

41

j90

33

40

46

42

42

49 32

56

40

24

36

37

59

40

Na 6 jaar, inclusief omzwaaiers: j90

40

50

53

48

50

57 4 1

65

51

35

55

50

67

49

15

16

16

14 17

12

15

12

8

10

8

15

Uitval na 7 jaar: j88

22

16

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 137

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's