Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 357

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 357

6 minuten leestijd

AD VALVAS 2 2 JANUARI 1 9 9 8

PAGINA 5

'Scheikunde is nuttig voor liet doen van de was' Natuurwetenschappen vroeger populairder bij meisjes dan nu Een campagne als 'Kies Exact' was een eeuw geleden volstrekt overbodig. Toen waren de natuurwetenschappen bij meisjes veel populairder dan nu. Dat betoogde historica dr. Mineke Bosch 15 januari op een conferentie over de plaats van vrouwen in de geschiedenis van de bètawetenschappen.

Martine Zuidweg De echte mannenvakken waren in de negentiende eeuw de klassieke talen. Een beetje jongeheer had zich verdiept in Latijn en Grieks. Het Latijn kwam later goed van pas, want op de universiteiten konden studenten toen nog niet buiten die taal. Exacte vakken hadden minder aanzien. "Tot in de twintigste eeuw gold kennis van de natuurwetenschappen in 'Oxbridge' als iets vulgairs en bleven de klassieken het alfa en omega van de opleiding van de gentleman", vertelde histonca en beleidsmedewerker van de universiteit van Maastricht dr. Mineke Bosch tijdens de conferentie 'Een verbond tussen Kleio en Apollo' op 15 januari. Het programma met lezingen en workshops over de plaats van vrouwen m de geschiedenis van de exacte vakken trok een kleine honderd belangstellenden en was georganiseerd door het Genootschap voor geschiedenis der geneeskunde, wiskunde, natuurwetenschappen en techniek, verschillende faculteiten van de v u en de lerarenopleiding. Bosch sprak in haar lezing 'Kies exact! In historisch perspectief over de grote invloed van onderwijs op de belangstelling van meisjes voor exacte vakken. Volgens Bosch waren de lessen op vroegnegentiende eeuwse meisjesscholen niet, zoals het jongensonderwi)s, doorspekt van Latijn. Sommige pedagogen meenden dat vrouwen niet eens in staat waren Grieks of Latijn te leren. En mocht een vrouw het Latijn desondanks machtig zijn, dan was ze op z'n minst een beetje vreemd. "Een vrouw die Latijn kent... zij kan niet beminnelijk zijn", zei de ene heer van stand tegen de andere tijdens een gesprek dat in 1867 op schrift is gesteld. Omdat vrouwen nog nauwelijks iets op de universiteit te zoeken hadden (Alleta Jacobs was in 1871 de eerste vrouwelijke student in Nederland), had het Latijn voor vrouwen sowieso niet veel praktisch nut. Maar bij de natuurwetenschappelijke vakken lag dat anders. Want hoe nuttig is scheikundige kennis niet voor het doen van

lllustratie: Aad Meijer

de was en het bereiden van voedsel, geneeskunde voor de verzorging van de kinderen en meetkunde voor de ordening van het vrouwenverstand, zo redeneerde een van de bovengenoemde heren van stand. Zelfs astronomie bleek voor vrouwen zinvol. Het bracht ze dichter bij God. "De combinatie van vroomheid en praktisch nut die een rol speelde in beeld en verspreiding van de natuurwetenschappen, bood in Nederland goede mogelijkheden voor vrouwen", meent Bosch. Niet dat Nederland veel beroemde vrouwelijke bèta's heeft voortgebracht. In de woorden van ex-staatssecretaris drs N.J. Ginjaar-Maas van onderwijs, cultuur en wetenschappen, die later op de dag haar zegje deed: "Er zijn een heleboel landen die wij ontwikkelingslanden noemen, maar waar vrouwen op het gebied van de exacte vakken meer hebben bereikt dan wij." Maar Nederlandse vrouwen legden zich in de achttiende en negentiende eeuw wel degelijk toe op bètavakken. Dat werd bevorderd door een cultuur van openbare bijeenkomsten waarin natuurwetenschappelijke kennis werd verspreid. Al in 1785 werd in Middelburg het Natuurkundig Genootschap voor Dames opgericht, dat lezingen organiseerde. In Zutphen toonde dominee J.F. Martinet halverwege dezelfde eeuw wekelijks fysische proeven aan een gezelschap van 38 jonge

vrouwen. Vooral in Engeland bleken openbare lezingen van natuurkundige genootschappen onder vrouwen populair. In 1800 bestond eenderde van de leden van de Royal Institution, een vooraanstaand genootschap van natuurwetenschappers dat wekelijks lezingen verzorgde, uit vrouwen. In Engeland en Nederland verschenen in de achttiende eeuw leerboeken over natuurwetenschappen speciaal voor vrouwen. Aan het eind van de achttiende eeuw schreven met name Engelse vrouwen zulke boeken ook zelf. Vaak in een populaire vorm, zoals een dialoog tussen moeder of lerares en kind. Bosch spreekt van "een actieve deelname van vrouwen in de opkomst en verspreiding van de moderne (natuur)wetenschap".

Opvallend exact Ook het Engelse en Nederlandse meisjesonderwijs besteedde in de negentiende eeuw uitgebreid aandacht aan de natuurwetenschappen. Net als in de Verenigde Staten hadden de meisjesscholen, onderwijzeressenopleidingen en vrouwencolleges in de woorden van Bosch "een opvallend exact curriculum". Het streven naar gelijkheid tussen het onderwijs voor jongens en meisjes bracht daar verandering in. Bosch: "Opmerkelijk genoeg is het juist de wens tot verdere onderwijshervorming

geweest die uiteindelijk een einde maakte aan deze vanuit hedendaagse optiek opmerkelijke relatie tussen vrouwen en exacte vakken." In Engeland uitte een onderzoekscommissie, die in 1864 de middelbare scholen onder de loep nam, zijn verontrusting over "een volslagen gebrek aan interesse voor natuurwetenschappelijke vakken" op de jongensscholen. Op de meisjesscholen wenste de commissie juist minder aandacht voor natuurwetenschappen en meer nadruk op klassieke talen. Zolang de klassieken de kern van het onderwijs uitmaakten, moesten vrouwen zich daarop toeleggen, zo stemden voorvechtsters op het gebied van vrouwenonderwijs in met de voorgestelde veranderingen. Ook in Nederland is volgens Bosch met de komst van de Middelbare Scholen voor Meisjes vanaf 1867 en de bijbehorende discussies over nut en noodzaak van meisjesonderwijs het curriculum van meisjes minder exact geworden. Maakten de exacte vakken in 1878 nog 28,3 procent van het vakkenpakket uit, in 1947 was dat geslonken tot 15,4 procent. Bosch betoogde tijdens de conferentie dat het huidige geringe animo van meisjes voor de exacte vakken voor een deel te maken heeft met die veranderingen in het onderwijs voor meisjes. In de loop der tijd ontstond het vooroordeel dat exacte vakken vooral iets te maken hebben met jongens. "De centrale rol van deze vakken in het curriculum van de jongenshbs droeg bij aan het idee dat meisjes, in tegenstelling tot jongens, geen aan-

leg zouden hebben voor de exacte vakken." Als niet aanleg maar vooropleiding doorslaggevend is voor de geringe belangstelling van meisjes voor exacte vakken, kan vanuit de onderwijshoek ook verbetermg komen. De deelnemers aan de conferentie, onder wie ook een groep leraren van middelbare scholen, verwachten veel van het vak Algemene Natuurwetenschappen (ANW), dat in september 1998 wordt geïntroduceerd op de middelbare scholen. Het vak moet meer jongeren enthousiast maken voor natuurwetenschappen. Scholieren leren bijvoorbeeld over de invloed van de natuurwetenschappen op de techniek, de economie en de cultuur. Volgens drs. Mieke Kapteijn, die is betrokken bij de groep die het vak heeft voorbereid, moet ANW laten zien dat natuurwetenschappen meer is dan een reeks dode formules. Ze vindt het belangrijk dat wordt vastgelegd "dat de geschiedenis van de natuurwetenschappen een geschiedenis van mensen is en ook een geschiedenis van vrouwen". Maar ze voegde er meteen aan toe: "Tot nu toe is dat nog nergens zo geformuleerd en ik maak me er zorgen over of dat wel gebeurt." Kapteijn plaatste meer kanttekeningen bij de uitvoering van de plannen voor het nieuwe vak. "Tussen de elfhonderd docenten die op dit moment omgeschoold worden om straks ANW te gaan geven, zitten nog geen vijftig vrouwen."

Percentage vrouwen m een aantal verschillende Studierichtingen aan universiteiten en hogescholen 1895-1940,1981/82 en 1991/92 studiejaar

WN

WL

THD

Totaal

1895/96

1,0

7.8

9.1

2,0

1900/01

3.0

14,6

13.7

4.8

1905/06

7.1

22,4

28,8

2.0

8,2

1910/11

10,3

31.7

32,8

3.3

11.0

1915/16

13>7

44.9

48,7

5.0

15.9

1920/21

11.4

32,8

41.4

4.4

12.7 14,6

1925/26

11,1

27.0

44.6

4.3

1930/31

14.4

29.0

46,7

4.4

17.6

1935/36

15.7

24.5

41.5

3.3

16.3

1939/40

18.3

29.1

43.9

2.1

1S,2

1981/82

33

20

53

6

32

1991/92

54

30

70

13

44

MED WN WL THD Totaal

Vrouwen in een natuurkundelaboratorium eind negentiende eeuw.

MED

= = = = =

medicijnen Wü- en natuurkunde letteren en wjsbegeerte Technische Hogeschool Delft (later TUD) alle studierichtingen aan universiteiten en logescholen

Het percentage meisjes aan Nederlandse wis- en natuurkundefacuiteiten bereiltte tussen 1910 en 1 9 2 0 een lioogtepunt. Rond 1915 was bijna 4 5 procent van de studenten wis- en natuurl<unde vrouw. Een vergelijkliare verliouding tussen mannen en vrouwen was er op de faculteiten wijsbegeerte en letteren. In 1 9 9 1 was 3 0 procent van de studenten wis- en natuurkunde vrouw tegenover 70 procent van de letteren- en filosofiestudenten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 357

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's