Ad Valvas 1997-1998 - pagina 144
AD VALVAS 9 OKTOBER 1997
PAGINA 24
Op de VU lopen opvallend veel mensen rond die familie van eikaar zijn. Soms is dat toeval, maar in een aantal gezinnen is het traditie om aan de Vrije Universiteit te gaan studeren. Deze week prof.mr. H.J. De Ru en zijn zoon Niels. De Ru is Koogleraar aan de reclitenfaculteit en Niels studeert rechten.
Niels de Ru (links): 'Jij en ik zoeken vaak creatieve oplossingen in plaats van het aflopen van de pla^etreden paadjes.'
Bram de Hollander
'Ik lachte altijd heel hard om zijn grappen Marianne Hoek van Dijke Ze hebben allebei een passie voor staatsrecht en voor Amerika. Prof.mr. H.J. De Ru (49) zal de gesprekken nog missen die hij nu met z'n zoon voert. Niels de Ru (23) gaat binnenkort voor acht maanden naar Amerika om stage te lopen bij een advocatenkantoor en aan z'n scriptie te werken. In de voetsporen van zijn vader specialiseert hij zich in het staats- en privaatrecht. Niels: "Ik ben in alle stadia van mijn leven in Amerika geweest. Als kmd, na m'n middelbare school en nu ik op het punt sta de arbeidsmarkt op te
ZO VADER, ZO ZOON gaan ga ik opnieuw. Ik ben heel benieuwd welk beeld ik dit keer van Amerika krijg. Het is een land vol tegenstellingen, dat vind ik heel fascinerend." De Ru: "Ik vind het heel gaaf dat hij naar Amerika gaat. Toen Niels tien was, hebben we er met het hele gezin een jaar gewoond. We praten nog steeds over 'voor en na Amerika',iedereen vond het een prachtig jaar." Niels heeft er over gedacht zijn hele studie in Amerika tedoen, maar de waarde van een Nederlandse titel en de kosten van een buitenlandse studie deden hem toch voor Nederland kiezen. Net als Niels heeft De Ru zijn fascinatie voor het land van de onbegrensde mogelijkheden van geen vreemde. Zijn vader vertrok al in 1963 met de Holland-Amerikalijn naar de Verenigde Staten, om er een jaar lang het onderwijssysteem te onderzoeken. De Ruvond de lange brieven die zijn vader naar huis schreef altijd heel mteressant. De Ru: "En ik heb nog altijd een voorkeur voor Amerikaanse auto's en andere uitwassen van de Amenkaanse samenleving. Het heeft lang geduurd voor ik de familie zover had, maar inmiddels heb ik ook zo'n auto. Ik kan het gewoon niet helpen." Niels: "Je hebt 'm op een gegeven moment gewoon gekocht! Na verloop van tijd hielden wij wel op met klagen." Ook de liefde voor staatsrecht zit er diep in bij de familie. Ze denken zelf
dat er sprake moet zijn van een "staatsrechtelijk gen". De vader van De Ru studeerde rechten in Leiden en aan de vu, promoveerde daar en gaf in een zomervakantie twee weken staatsinrichting aan zijn zoon. Die is nu hoogleraar staatsrecht aan de rechtenfaculteit van de vu, waar hij de liefde weer doorgaf aan zoon Niels. De grootvader van Niels zat ook nog een paar jaar in het bestuur van de vereniging van de vu, waardoor hij zelfs werkgever van z'n eigen zoon werd. Ondanks alle historische verbondenheid met de vu heeft De Ru zijn zoon nooit beïnvloed bij de keuze voor een bepaalde universiteit. Niels waardeert dat. De Ru ging alleen trouw mee naar de open dagen van de verschillende rechtenfaculteiten. De Ru: "Ik was toen decaan van de fa-
culteit, dus voor mij was het een rondje bednjfsspionage. Mijn collegadecanen stonden daar voor een collegezaal hun universiteit te verkopen en waren zeer verbaasd mij daar te zien zitten. Dat was erg leuk." Niels koos uitemdelijk voor de vu omdat hij naar Amsterdam wilde en hij de UVA te chaotisch vond. Dat hij daardoor ook veel contact met z'n vader heeft, bevalt hem uitstekend. Niels: "Ik ging m het eerste jaar altijd met een stel vrienden expres vooraan zitten bij de colleges van Hendrik en heel hard lachen om z'n grappen. Hij haalde trouwens ook grapjes met mij uit."
Zo pakte De Ru Niels een keer terug toen hij weer eens te laat kwam bij een college over De Nederlandsche Bank. Hij vroeg wie er papiergeld bij zich had en Niels haalde bereidwillig
een tientje uit z'n portemonnee. Dat stopte De Ru aan het eind van z'n uitleg in z'n zak met de mededeling aan de verzamelde studenten dat hij dat geld nog van z'n zoon tegoed had. Buiten de colleges zoeken ze elkaar een paar keer per week op om bij te praten. Naast het uitwisselen van de dagelijkse beslommenngen hebben ze ook vakdiscussies. Nieb: "Ik merk de laatste jaren dat ik meer juridische kennis heb. Daardoor kan ik situaties uit het dagelijks leven beter vertalen in een juridisch probleem." De Ru: "Hij is een goede student en dat is altijd een feest om mee te werken. Ik lees z'n papers ook en dan herken ik de manier waarop hij redeneringen opbouwt en de elementen die hij uit een casus en uit de wetgeving haalt. We hebben een sterke ver-
wantschap in de vorm van redeneren Een zelfde soort legal mind." Niels: "Jij en ik zoeken vaak creatieve oplossingen in plaats van het aflopen van de platgetreden paadjes." Iets anders waar ze regelmatig samen over nadenken is het betonnen uiterlijk van de vu. Niels: "Het zou allemaal wat minder calvinistisch kuimen, met wat meer schwung. Je kunt aan de vu prima studeren, maar als je plezier wilt hebben moet je de stad in." De Ru: "We hebben als college van decanen op een gegeven moment gevraagd om een terras. Dat is er ook gekomen, maar dan wel met betonnen tafels zonder parasols. Daar kan nog geen blind paard schade doen. De vu mag in dat opzicht best een beetje flamboyanter worden."
FEUILLETON Dagboek van Katja (Oei, Katja heeft het zwaar te pakken. Waarin zij zich bioot geeft, haar dualiteit uitlegt en een gevecht levert tussen de duivel en God. Bij Nederlands leer je niks, is haar boodschap. Maar zal het haar lukken er Twee te bezitten? Haar dagboek in jamben.)
7. Ik heb de liefde heus niet in de ban gedaan. Ek kijk voortdurend uit naar wat ik wil. Mijn wens: een man, een dokter, groot, die publiceert, doceert, maar ook een mooie vrouw bezit en wier verzamelnaam een roos bevat. Maar ook wil ik een tweede man, een jongen nog, die niet afkomstig is van hier, maar die door zeevvdnd, zand en rots gevorremd is; wiens taal een melodie weerklinkt die schoner is dan bei zijn benen kunnen dansen met een bal. De één is oud, de ander jong. De jonge, mooi, de oude rijp. Het lichaam jong, de oude geest verrijkt - de ware liefde is in twee personen. Twee is voor mij één. Want twee is het getal waar het om gaat. En tel de lettergrepen maar. De eerste mensen: Adam Eva. En Jezus kent er ook al twee. En Aarde? Chomsky? Valvas? Hitler? De twee die tweeë heten moet en dan de heilige drie-een-
heid snel verstoot. Over een stoot gesproken, dat ben ik. Ook door twee dingen die bij mij te groot zijn, daardoor steeds de aandacht trekken, wat ik ook wel vtdl. In bei mijn borsten leeft een ziel die samen kijken als Gods ogen. Wat zij zien is zelden echt de moeite waard, tenzij ze dichtgeknepen worden. O Dagboek, zeg me wat heb ik aan mijn verstand, wanneer mijn lichaam lijdt omdat het wel begeert maar nooit genomen wordt? Geen man kent de onzekerheid des vrouws. De taal van mijn agenda geeft weer wat ik ben en denk. "Acht uur: opstaan. Negen tien: college. Twaalf uur: bieb." En dan is er een leegte. Leegte voor de studie en voor dromen. Want wat een saaiheid zit er mijn studie Nederlands. Zo leer je over schrijvers hier geen bal. En over taaikunst alles wat ik allang weet. Niks over eikel Zwagerman, niks over plofkop Van der Heijden,
Gerrit Achterberg kennen ze hier niet. Maar 'De Gemeenschap' wordt hier hoog geprezen. 'Nieuwe Gemeenschap' ook. Albert Kuyle is hier een God. Ooit van gehoord? Wies Moens wordt aan de vu aanbeden; Steven Barends is dé vertaler van ons land, zegt men. O wetenschap, wat heb ik toch aan u? Wat is het inzicht dat u mij verschaft? Misschien word ik wel wijs, maar dan? Geen werk in het verschiet. En dus geen geld. Tevredenheid op brood. Geen vet. Niet vet.
Nee, dan Ferwerda, dominee en hospita; een zinvol leven leidt hij door mijn pril bestaan; het sleutelgat waar hij door tuurt om mij te zien in niks, geeft zin aan zijn gepieker over alles. Ik geef soms wat hij heel graag wU; Gods ogen, vlak voordat het licht uitgaat en hij zijn ogen sluit van schaamte, schuldgevoel en geUigheid. Want God zag dat hij slecht was. Ach... Ferwerda kent het Boek der Boeken als geen ander, ook is Shakespeare hem niet onbekend. Net pappa. Maar wat is vrijsheid waar je niks mee kan en doet? Vanavond ga ik naar mijn dokter toe - zijn vrouw is weer een lezing geven over 'n exotisch land dat slechts bestaat in haar herinnering. Herinnering - ik weet dat gij niet echt bestaat, in wetenschap. Hoe tel je ze, hoe meet je ze, hoe weet je waar ze zijn, hoe breng je ze in kaart, 't Zijn net gevoelens ijler nog dan lucht. Ik ben vandaag gestemd om een sonnet te zijn; vandaar de dreun der jamben in dit boekje van de dag. Ik ga nu richting De Jordaan - en straks zal ik hier zeker schrijven hoe ik door hem genas van al mijn minnepijn, mijn dokter aan wie ik denken zal als ik in Dani's armen lig.... Katja van
Groeningen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's