Ad Valvas 1997-1998 - pagina 544
AD VALVAS 9 APRIL 1998
PAGINA 6
'Een universiteitsgebouw Hoofdgebouw VU bestaat 25 jaar De een vindt het gebouw 'afschrikwekkend' in zijn grijze saaiheid, de ander 'schitterend' in zijn betonnen eenvoud. Vijfentwintig jaar na de opening zijn de meningen over de betonkolos van Buitenveldert verdeeld. "Het gebouw is een beetje alleen blijven staan: eenzaam maar dominant." Sheila Kamerman
NICO Boink - AVC/VU
Een van de architecten: 'Het gebouw is een kind van zijn tijd.'
Hoogleraar architectuurgeschiedenis Auke van der Woud:
'De campus is een verzameling incidenten' Het Hoofdgebouw vormt een baken op het kruispunt D e Boelelaan - Buitenveldertselaan, zegt vu-hoogleraar architectuurgeschiedenis Auke van der Woud. "Ik vermoed dat ze destijds op de andere drie hoeken van het kruispunt ook fikse gebouwen hadden gepland, die er nooit zijn gekomen. Daardoor is het Hoofdgebouw in stedenbouwkundig opzicht een beetje alleen blijven staan: eenzaam maar dominant." Ook op de campus blijft het gebouw een vreemde eend in de bijt, vindt Van der Woud. "Waarschijnlijk was
ooit het plan het een rol te laten spelen in een bepaald ensemble. In plaats daarvan is er in de afgelopen 25 jaar van alles bijgebouwd, zonder dat er een duidelijke lijn te ontwaren valt. Daardoor krijg je de indruk van een verzameling incidenten." Architectonisch vindt Van der Woude het een stevig gebouw. "Het is een typisch jaren-zestigontwerp, toen schroomde men niet om het beton ostentatief naar buiten te brengen. N u wekt dat bij veel mensen een soort emotionele afkeer op. Maar beton is juist een van de meest rijke
en flexibele bouwmaterialen uit de architectuurgeschiedenis. Ik heb veel liever dit gebouw dan de goedkope architectuur van de blauw-glazen toren van het WTC. Dat vind ik iets ongelooflijk zeperigs hebben." Minder tevreden is Van der Woud over de binnenruimten: die zijn te donker en onoverzichtelijk. " M e t al die vides (open ruimten, sk) en verschillende vloerhoogten is het moeilijk je weg te vinden. Daar hebben bijna alle mensen die voor het eerst binnenkomen last van."
Precies 25 jaar geleden liep koningin Juliana in een vrolijke bloemetjesjurk, een veldboeketje in de gehandschoende hand, over de net gelegde bruine tegeltjes van het Hoofdgebouw. Aan haar de eer het pas opgeleverde gebouw te openen, onder toeziend oog van de toenmalige burgemeester van Amsterdam, dr. Ivo Samkalden, de minister van onderwijs, Chris van Veen, en de voorzitter van de Vereniging voor Christelijk Wetenschappelijk Onderwijs, prof dr. G.J. Sizoo. Geïnteresseerd luisterde ze naar de uitleg die de architect van het Hoofdgebouw, Christiaan Nielsen, haar gaf aan de hand van een maquette. Het enthousiasme over het 350 duizend kubieke meter grote Hoofdgebouw van de v u is een kwart eeuw later bij velen omgeslagen in scepsis: het vu-complex heeft een weinig sympathieke uitstraling. Afstandelijk, kil en onbeholpen torent het Hoofdgebouw uit boven haar omgeving. Studenten vinden de grijze betonkolossen ongezellig, grijs en lelijk, zo bleek vorig jaar uit een enquête van SociaalCulturele Wetenschappen. H e t is geen gebouw dat je voor je plezier binnenloopt. "Ach, het gebouw is een kind van zijn tijd", zegt Peter Snel, een van de medewerkers van Nielsen. "Begin jaren zeventig was de tijd van eerlijk en sober bouwen, zonder opsmuk en tierelantijntjes. En vergeet niet dat we ons aan een strak budget moesten houden. H e t Hoofdgebouw was destijds het goedkoopste in zijn soort."
Architect Carl Weeber:
Wat dat betreft scoort het vu-Hoofdgebouw niet erg hoog, vindt Weeber, D e hoofdingang vindt hij "geen entree voor zo'n groot gebouw" en de centrale hal is in zijn ogen "veel te donker, te benepen en vooral te laag". Hij wijst op het "woud van stenen pilaren" dat een ruimtelijk gevoel bepaald niet ten goede komt. "Zeker een krap budget. Jammer." Het grijs van het interieur vindt hi) geen probleem. "Simpeler kan het niet, maar het is niet storend." Wél storend vindt hij het weinig subtiele kleurgebruik van de felgele afschermmg van de kopieermachines in de hal. "Niets tegen geel, maar m dit grijs- en bruingetinte interieur slaat het als een tang op een varken." Van de achterkant gezien kan het gebouw evenmin zijn goedkeuring
Prijsvraag Architect Nielsen won zo'n dertig jaar geleden met zijn ontwerp voor het vuHoofdgebouw de prijsvraag die leidde tot toewijzing van het project. Samen met zijn collega Joop Spruit nam hij de klus aan. D e pas afgestudeerde architecten Peter Snel en Rob Poel, die werkzaam waren bij het bureau van Nielsen en Spruit, voerden dat werk voor een groot gedeelte uit en veranderden nog het een en ander: "In het oorspronkelijke prijsvraagontwerp was het Hoofdgebouw van buiten helemaal van glas, het leek een beetje op een van die moderne kantoorflats die momenteel veel worden gebouwd", zegt Snel. "Daar waren we pertinent tegen. Z o ' n grote glazen doos die in de zon staat te glimmen is een abstracte wereld. H e t toont niets van de activiteiten die zich er binnenin afspelen." Zij wilden een gebouw dat niets te verbergen had. "Je hoeft niet meteen te zien dat het een universiteit is, maar het moet wel levendigheid uitstralen." Bovendien, zo vonden de twee jonge architecten, moest in één oogopslag duidelijk zijn waarvan het gemaakt was - van beton dus. Maar liefst 32 duizend kubieke meter van dat goedje is in het gebouw verwerkt. Het horizontale lijnenspel van de bal-
Architect Herman Herzberger:
'Nauwelijks saaier dan de luclit' "Ik rij zeer regelmatig langs dit gebouw, m a a r het is m e nooit echt opgevallen", zegt Carl W e e ber op licht verbaasde toon, terwijl hij langs de gevel o m h o o g kijkt. "Mooi?" Hij doet e e n stapje achteruit. " N e e , m o o i is het niet. D a t hoeft ook niet voor e e n universiteitsgebouw. D a t m o e t niet te elegant, m a a r juist e e n beetje weerbarstig zijn. In z o ' n gebouw wordt i m m e r s geleerd, getobd e n geleden. Maar het m o e t wel e e n prettig uitstraling h e b b e n , h e t m o e t de m e n s e n een a a n g e n a a m gevoel g e v e n . "
T o c h vmdt Snel het geen achterhaald gebouw. "Ik vind nog steeds dat het goed in elkaar zit, alleen zouden we nu meer aandacht besteden aan de afwerking. Wij dachten destijds dat de gebruikers dat zelf zouden doen, maar dat is nooit gebeurd."
l i l ben gele op beton'
wegdragen. "Het gebouw geeft de indruk dat het niet weet dat het aan een plein staat", stelt hij enigszins cryptisch. "Het zou het publiek al het ware moeten uimodigen om binnen te komen", verklaart hij nader. "Zoals de gebouwen in Venetië die aan de pleinkant grote arcades hebben, waar het prettig toeven is. Daarvan is hier, ook als het mooi weer is, geen sprake." D e enorme betonwand van het gebouw die boven hem uittorent, vindt Weeber niet zo storend. M e t het hoofd in de nek laat hij zijn ogen over de achterkant van het gebouw glijden. "Het is nauwelijks saaier dan de lucht. Je zou hoogstens de balkons wit kunnen schilderen. D a n zou het wel opknappen." Maar zomaar hier en daar wat kleur aanbrengen - zoals de rode rand bij het Wis- en Natuurkundegebouw - vindt hi) slechts een kunstmatige oplossing en geen fundamentele verbetering. Wat hem nog het meest opvalt, zegt hij grijnzend, terwijl hij zi)n zoekende blik nu door het inteneur van het gebouw laat glijden, is het gebrek aan graffiti. "Het is zo schoon. Studeren er soms alleen maar heel nette studenten aan de vu?"
"Een heel leuk gebouw", oordeelt architect Herman Herzberger. "Waarom? N u maakt u het me wel heel moeilijk. Waarom vind je iets mooi? Het is makkelijker om te zeggen waarom je iets niet mooi vindt. Als ik over de ring rijd, dan treffen een aantal gebouwen mij aangenaam, en het vu-gebouw valt in die categorie. Tegenwoordig worden gebouwen vaak verstopt achter behangselpapier, zo noem ik dat. Je hebt geen idee wat er achter het jasje van glas of ander materiaal zit: Het kunnen kantoren zijn, maar net zo goed woningen. H e t vugebouw stamt uit een tijd dat )e van buiten moest kunnen zien hoe een gebouw in elkaar steekt. Daarom is het beton niet weggemoffeld, maar gewoon zichtbaar. Dat vind ik mooi, want ik ben gek op beton. Een gebouw is een goed gebouw als het niet met zijn omgeving detoneert en zijn plicht doet. Dat doet dit gebouw en dat is een hele prestatie."
Carl Weeber: 'De hoofdingang is geen entree voor zo'n groot gebouw.'
Peter Wolters - AVC/VU
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's