Ad Valvas 1997-1998 - pagina 175
ONDERWIJSFESTIVAL
AD VALVAS 3 0 OKTOBER 1 9 9 7
LSVb/SRVU
PAGINA 5
'We zijn aardig op weg' Ritzen houdt de moed er in "Studenten zijn geen lege e m m e r s die je vol m e t kennis m o e t g o o i e n " , zei minister Ritzen in zijn inleiding op het onderwijsfestival van de landelijke Studentenbond LSVb. Universiteiten moeten volgens h e m p r o g r a m m a ' s , bieden die uitdagen o m te studeren. En als die studenten niet bevallen, moeten ze s t e m m e n m e t h u n v o e t e n . .
' { '•
I ' ] l '
"De afgelopen zes tot acht jaar zijn we flink gaan trekken aan de kwaliteit en stu deerbaarheid van het onderwijs aan de universiteiten en hbo's. Natuurlijk is nog niet alles geweldig, maar we zijn een flink stuk op weg", aldus Ritzen. De minister mocht afgelopen maandag het onderwijs festival van de landelijke studentenbond LSVb openen, dat vanwege het vijftigjarig bestaan van de plaatselijke afdeling SRVU aan de vu plaatsvond. In het weekend had de minister nog het boekje van de emeritus hoogleraar politi cologie Daalder gelezen, die flinke kritiek spuit op de universiteiten in de afgelopen decennia. "Wat echter ook opvalt als je het boek leest, is dat de universiteiten meer dan vertienvoudigd zijn, onder meer wat betreft het aantal studenten in die jaren. Maar merkwaardig genoeg bleven de universiteiten het onderwijs in hoofdlij nen op dezelfde wijze aanpakken als ze voorheen gewend waren. Je had toch mogen verwachten dat bij zo'n enorme verandering in de omvang ook de aanpak was veranderd", aldus de minister. Mede onder druk van de Studentenbonden heeft Ritzen de kwaliteit van het onderwijs wél aangepakt.
"Er zijn inmiddels heel wat hobbels weg gewerkt en de tijd is aangebroken dat we een extra slag kunnen maken in de discus sie over studeerbaarheid. Het gaat nu niet meer alleen om het wegnemen van obsta kels, maar om het bieden van program ma's die studenten uitdagen een maxima le inspanning te leveren hun talenten te ontplooien", vindt Ritzen. Daarbij denkt hij vooral aan het introduceren van allerlei vormen van activerend en probleemge richt studeren. "Studenten zijn geen lege emmers die je vol met kennis moet gooi en. Ze moeten zelf aan de slag gaan en tegen h u n grenzen oplopen. Zo leren ze problemen oplossen", doceerde de minis ter. Hij wees erop dat de inspanningen van studenten en de rendementen in de ver schillende studierichtingen erg uiteenlo pen. Volgens hem heeft dat te maken met de wijze waarop een opleiding een relatie met de student aangaat. "Kijk naar medi cijnen. Dat is zeker geen makkelijke en lichte studie, maar de studenten besteden er veertig tot vijftig uur aan het onderwijs en hebben bovendien een heel hoog ren dement van afgestudeerden. Dat komt mede omdat bij de medicijnenstudie veel in kleine groepen wordt gewerkt met een heel directe begeleiding." Ritzen pleitte dan ook sterk voor de invoering van pro fessioneel begeleide mentorgroepen in de propedeuse. Hij kon zich wel iets voorstellen bij de metafoor van het huwelijk voor de relatie tussen de universiteiten en de studenten, die de organisatoren voor de dag hadden bedacht. Maar het motto van het festival
'tot de dood ons scheidt' vond hij wel een beetje erg rigide. "Die benadering past natuurlijk wel bij ideeën over levenslang leren. Het zou bijzonder goed zijn als de universiteiten onderhoudsprogramma's gaan aanbieden aan hun afgestudeerden. Maar zoals bij elk huwelijk moet je wel zorgen dat je de juiste partner treft. En dat is niet altijd even eenvoudig, want er spelen niet alleen rationele factoren mee. En wat weet je nu eigenlijk helemaal echt van je aanstaande?" De minister riep de studenten op h u n partner snel ontrouw te worden als die niet aan h u n wensen vol doet. "Blijf niet aan de universiteit of stu die plakken als die je niet bevalt, omdat je er zulke leuke vrienden hebt bijvoorbeeld. Maar stem met je voeten en vertrek naar een andere instelling." Ritzen daagde de instellingen uit meer variatie in h u n aanbod te brengen. "Er moet maatwerk worden geleverd. Studen ten zijn nu eenmaal allemaal verschillend. Aan de ene kant moet je aandacht schen ken aan degenen die buiten de boot drei gen te vallen, maar je moet ook de excel lente studenten aan h u n trekken laten komen. En vergeet de ruim duizend top sporters niet die in het hoger onderwijs studeren." Even verdiepte de minister zich nog in de vraag of universitaire studies speeltuinen mogen zijn. In eerste instantie neigde hij ernaar van niet, "want het gaat niet om vrijheid, blijheid", maar na enige over peinzingen vond hij de gedachte toch niet zo slecht, "mits er maar de juiste toestel len staan om van te leren en ze midden in de maatschappij liggen." (DdH)
Minister Ritzen: 'Wat weet je nu eigenlijk echt van je aan staande? Foto's Peter Wolters AVC/VU
^S^iir'.
'Studentenstatuut niet om geld aan te verdienen' "Je m o e t goed uitkijken dat je de d e u r e n niet opent voor m e n sen die geld ruiken. Je m o e t v o o r k o m e n dat studenten alleen m a a r gaan p r o c e d e r e n o m schadevergoeding te krijgen." D a t zei onderwijsjurist Wouter P o r s tijdens het onderwijsfesti val in discussie m e t m r . J. D o n n e r , lid van het college van bestuur van de v u .
Als de Kamerleden een vraag fout hadden, kregen ze een tik met de hamer. Gelukkig voor de drie was de studen I tenvakbond zo vriendelijk geweest opblaashamers te gebruiken. Zittend van links naar rechts: Bert Bakker, I Monique de Vries en Wim van Gelder.
Kamerleden goed op de hoogte De student die zich vertegenwoor digd wil zien door m e n s e n die v e r stand van zaken h e b b e n , m o e t PvdA stemmen. D a t is de onvoorzichtig geformuleerde conclusie die te trek ken valt uit de onderwijsquiz die de SRVU maandag organiseerde. De jubilerende studentenvakbond had drie Kamerleden uitgenodigd die zich met hoger onderwijs bezighouden: Bert Bakker van D 6 6 , Monique de Vries van de WD en Wim van Gelder van de PvdA. Zij kregen in totaal elf vragen op zich afgevuurd: acht meerkeuzevragen voor alledrie en drie individuele. Daar zaten vrij gemakkelijke tussen, zoals waar de afkorting SRVU voor staat, tot vragen die de Kamerleden aanzienlijk meer hoofdbrekens kostten. Zo moest De Vries het antwoord schuldig blijven
op de vraag welke voormalige SRVU bons ook leiding had gegeven aan de landelijke LSVb. D e afkomst van Mike Riegel, inmiddels ambtenaar op het onderwijsministerie, bleek haar onbe kend. Ook de kleur van de eerste ov jaarkaart was uit haar geheugen gewist, maar haar partij was altijd al tegen de ovkaart. T o e n gevraagd werd hoe hoog het collegegeld tegenwoordig is, bleek de WD'ster niet de enige die haperde. Hier verloor ook Van Gelder kostbare punten. Maar toen de pvdAonderwijs bons daarop wel weer het dichtst in de buurt raadde van het 'normbedrag' voor een student om van te leven (1211 gul den), werd zijn voorsprong onoverbrug baar. Dat hij daarna als enige het juiste antwoord wist op de een na laatste vraag, welke politieke partij volgens Els evier het grootst was op de vu, maakte
de zege alleen nog maar eclatanter. Die vraag was voor hem echter een schot voor open doel: de vu was de enige van alle dertien Nederlandse universiteiten waar niet de WD, maar Van Gelders eigen PvdA als winnaar uit de bus kwam. En dat was de volksvertegen woordiger in de naderende verkiezing stijd niet zomaar vergeten. Maar Van Gelder, die als prijs een stripboek mee naar huis mocht nemen, was niet de enige die blijk gaf van verstand van zaken. Ook beide andere Kamerleden scoorden een ruime voldoende. Waarna de presentator van de quiz zich liet ont vallen: "Blijkbaar is men in de Tweede Kamer toch vrij goed op de hoogte." Het klonk bijna teleurgesteld. (PB)
Onderwerp van gesprek waren de verzakelijking en de 'juridificering' van de universiteiten. D e relatie tussen de student en de instelling waar hij of zij studeert wordt steeds strikter, steeds meer aan regels gebonden. Dat blijkt bij voorbeeld uit het studentenstatuut, waarin de rechten en plichten van studenten zijn opgeschreven. "Het gaat er naar toe dat studenten con tracten sluiten met h u n onderwijs instelling over wat ze van elkaar kunnen verwachten, een soort leve ringsvoorwaarden", aldus inleider Paul van Grieken. "En de vraag is of dat wenselijk is." Zowel Pors als Donner wilden die vraag niet direct beantwoorden. Donner, gepromoveerd op onder wijsrecht van bijzondere imiversi teiten, begon met te stellen dat voor hem kwaliteit en studeerbaar heid niets met elkaar te maken hebben. Beide zijn volgens hem door studenten niet afdwingbaar. De vermeende juridificering heeft volgens hem dan ook weinig met studeerbaarheid of kwaliteit te maken. Toch, vervolgde hij, "zou ik graag beter in het vizier hebben wat de wederzijdse verplichtingen tussen student en instelling zijn." Pors kon h e m daar ver in volgen. Hij zei dat de juridificering eigen lijk niets nieuws is, maar dat het probleem duidelijk is geworden nu er in veel studentenstatuten rech ten zijn opgenomen aangaande studeerbaarheid. En die rechten kunnen vervelende gevolgen heb ben. Als een student nu bijvoor beeld vindt dat een onderwijspro gramma "onvoldoende studeer baar" is, kan hij naar de rechter stappen en, mits hij aannemelijk kan maken dat het slechte pro gramma hem geld heeft gekost, een schadevergoeding verwachten. Een ongewenste ontwikkeling, aldus Pors.
Een bekend voorbeeld is de dertig dagentermijn waarbinnen tenta mens behoren te zijn nagekeken. Volgens Donner "is het de vraag of je die termijn moet juridificeren, of je die in een statuut moet opne men. Veel faculteiten hier pakken dat in de managementsfeer op. Als je er langer dan dertig dagen over doet om een tentamen na te kij ken, komt dat bijvoorbeeld in je personeelsdossier. Het handhaven van zo'n termijn moet je niet in kort geding uitmaken." Soms kan dat echter wel nuttig zijn, aldus Pors. Bijvoorbeeld als je temponorm in het geding is. Maar wat dan nog, aldus Donner. De kwaliteit van het onderwijs krik je er niet mee op. "Een programma kan vodden zijn, maar prima stu deerbaar." En of een opleiding haar pretenties waarmaakt, blijkt uit de vierjaarlijkse visitaties. Daar heeft een student helemaal niets mee van doen. "Studeerbaarheid kan een element zijn in de kwali teitsdiscussie, maar is zeker niet het meest belangrijke." Op Pors' voorbeeld van een groep je studenten dat bij een hoogleraar eiste een nieuwe docent te krijgen en die eis gehonoreerd zag, zei Donner: "Een instelling is wel aan spreekbaar op haar onderwijs, maar goed onderwijs is niet afdwingbaar. Een instelling hoort gevoelig te zijn voor de wensen van haar studenten, meer niet. En dat zijn wij ook, via ons personeelsbe leid." Verregaande afspraken tussen stu dent en universiteit kunnen vol gens Donner ook nooit een manier zijn om via de achterdeur opnieuw 'medebestuur' van studenten op de universiteit te introduceren, een idee dat de minister nu net geschrapt heeft met de MUB, de wet die het universitaire bestuur moet moderniseren. Pors is dit met hem eens. Juridificering kan ook volgens hem géén alternatief zijn voor het verlies aan inspraak door de MUB. "Bij juridificering zijn de regels al gegeven, terwijl je als je meebestuurt de regels zelf maakt. En er is nog een belangrijk ver schil: voor de rechter streeft een individu zijn eigen belang na, als medebestuurder word je geacht een algemeen belang na te stre ven." (PB)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's