Ad Valvas 1998-1999 - pagina 604
PAGINA 14
FERSONEELSICATEilN; ONDERNEMINGSRAAD
AD VALVAS 20 MEI 1999
Ruiken aan gereedschap T i j d e n s d e s c h o l i n g s d a g e n die d e o n d e r n e m i n g s r a a d in april o r g a n i s e e r d e w a s h e t d e b e d o e l i n g d a t e e n basis z o u w o r d e n gelegd v o o r e e n g o e d e s a m e n w e r k i n g t u s s e n d e n i e u w e o n d e r d e e l c o m m i s s i e s e n d e OR. E r k w a m e n z o ' n h o n d e r d d e r t i g m e n s e n : OR-leden, OC-leden, d e c a n e n , d i r e c t e u r e n b e h e e r v a n d e faculteiten, h e t h o o f d P e r s o n e e l s z a k e n e n l e d e n v a n h e t college v a n b e s t u u r . O n d e r leiding v a n t r a i n e r s v a n h e t I n s t i t u u t v o o r Medezeggenschap Driebergen (IMD) brachten de meesten van h e n twee d a g e n d o o r in N o o r d w i j k e r h o u t . A l l e e n d e OR bleef e e n d a g langer.
Gewapend met een dikke cursusmap trokken de deelnemers van de ene plenaire bijeenkomst naar het volgende groepsoverleg. Groepen bestonden uit één of meerdere o c ' s , al dan niet aangevuld met OR-leden, en werden begeleid door een trainer. Op de tweede dag was er 's ochtends een buitenprogramma met 'Samenwerken' als thema. Drie betrokkenen geven hun visie: Peter Kalkman (trainer van I M D ) , Soemini Kasanmoentalib (OR-lid) en Ilse Burgers (oc-lid van het Instituut voor Milieuvraagstukken).
De Trainer Peter Kalkman is één van de in totaal dertien trainers die meewerkten aan de scholingsdagen. Het IMD, dat samenwerkt met bureau Mede Training, verzorgt sinds 1985 trainingen op het gebied van medezeggenschap in allerlei sectoren. "Natuurlijk maakt het verschil of je een traming geeft aan een groep Rotterdamse havenarbeiders, aan bankpersoneel of aan vu-personeel", vertelt Kalkman. "In het algemeen ligt het opleidingsniveau hoger in die laatste groep. Het is een kennisintensieve organisatie, bestaande uit professionals die gewend zijn hun eigen boontjes te doppen." De scholingsdagen kennen een lange voorgeschiedenis. In samenwerking met de scholingscommissie van de OR werden leerdoelen bepaald en een opbouw voor de cursus vastgesteld. "Wij als trainers hadden een boel huiswerk te doen. Natuurlijk verloopt een aantal zaken volgens een bepaalde structuur, maar zo'n cursus moet wel specifiek gericht zijn op medezeggenschap aan de vu, het moet maatwerk zijn. O m dat te bereiken zijn we ook vooraf op bezoek geweest bij verschillende onderdeelcommissies en hebben we veel gesprekken met betrokkenen gevoerd. Ook onze eigen associaties speelden een rol. Waarvan denken wij dat het belangrijk is voor medezeggenschap aan de vu?" Naast de plenaire bijeenkomsten waren er bijeenkomsten in kleine groepen, met een van de trainers als voorzitter. "Dat waren eigenlijk interactieve werkcolleges", vertelt Kalkman. "Er werd een bepaalde module behandeld, over bijvoorbeeld de Wet op de Ondernemingsraden of de positiebepaling, en mensen kunnen direct reageren of vragen stellen. Ik vond het wel jammer dat met name de eerste dag een hip-hop dag was. Van plenair naar de groepjes, en als je middenin een onderwerp zat was de tijd om en moesten we weer plenair. Echt tijd voor verdieping was er niet. Maar goed, er moest natuurlijk veel algemene infor-
matie worden overgedragen die voor alle OC'S van belang was. Met name over hun positie ten opzichte van het college van bestuur. Ik proefde bij voorzitter Donner wel wat ironie toen het over een eventuele, door de vakbonden georganiseerde, staking met betrekking tot de CAO ging. Hij had het over het afwerken van een ritueel. Maar ik denk zeker wel dat hij het personeel serieus neemt. Het is natuurlijk voor het CvB ook wennen, zo'n nieuwe structuur." "Het belangrijkste onderwerp was toch wel de positiebepaling van de o c ' s ten opzichte van het bestuur. Iemand zei dat hij de o c en de OR zag als een kwaliteitstoets voor besluitvorming. Dat vond ik wel mooi bedacht. Ze staan aan het eind van een proces en bezien dat vanuit de ogen van het personeel. Vanuit die positie kunnen ze aan het werk." "Al met al denk ik dat de training geslaagd is, we hebben aardig wat positieve signalen ontvangen. Onze interne evaluatie is bijna rond en ook met de OR wordt nog geëvalueerd. Ik denk dat zij een groot project op touw hebben gezet, de o c ' s een basis hebben aangeboden. N u zeggen ze tegen de o c ' s : 'en nu je eigen boontjes doppen'. Ik heb me bezig gehouden met de o c van het bureau. Daar is aardig wat ervaring in huis, mensen hebben er ideeën. Ik denk dat die o c goed gaat lopen, at me tegenviel was de lage opkomst. Een aantal mensen is helemaal niet gekomen, een aantal ging eerder weg. Ik denk dat vijftig tot zestig procent van de OC-leden beide dagen heeft gevolgd. Over hen denk ik: dat wordt wel wat. Maar het is wel spannend of zij erin zullen slagen de rest mee te krijgen. En wat natuurlijk van essentieel belang is, is de rol die de bestuurders gaan spelen. Er moet sprake zijn van goedlopend tweerichtingsverkeer. Ik zie wel kansen, in ieder geval heeft iedereen kurmen ruiken aan het gereedschap dat gehanteerd kan worden. Dat is echte trainerstaai, ja."
Het OR-lid "Alleen al omdat ik de mensen uit de OC van psychologie en pedagogie heb leren kennen, een faculteit waar ik al tien jaar werk, vond ik de scholing nuttig", lacht Soemini Kasanmoentalib. Zij is lid van de ondernemingsraad en verbleef dus drie dagen in Noordwijkerhout. De insteek van de OR was het creëren van een gemeenschappelijk startpunt voor de o c ' s en de OR. "Het bleek dat er bij de o c ' s een enorme informatieachterstand was", vertelt Kasanmoentalib. "Wat zijn onze aandachtspunten? Hoe moeten
lise Butlers we te werk gaan? Over die basale vragen bestond nog geen duidelijkheid. D e o c ' s verkeerden nog in een embryonaal stadium. Meer specifieke dingen die eigenlijk aan de orde hadden moeten komen zoals: hoe stellen wij ons op en welke strategie gaan we volgen konden hierdoor niet behandeld worden. Ik denk achteraf ook niet dat dat had gekund. D e oc-leden zijn pas in februari gekozen, vanaf toen traden de commissies dus echt in werking. Veel hebben ze nog niet kunnen doen. De scholing was dus uitermate belangrijk." Evenals Peter Kalkman vindt ook Kasanmoentalib het jammer dat de opkomst niet hoger was. "Ik heb bij de o c ' s van sociaal-culturele wetenschappen (sow) en psychologie/pedagogie gezeten en het viel me op dat met name van s c w niet alle oc-leden er waren. Alleen de mensen die zich echt betrokken voelen. Maar geen mensen uit het bestuur, de machthebbers kwamen niet. Ik denk dat dat de sfeer aan de faculteiten is. De sfeer die een directie uitstraalt is belangrijk, die vertaalt zich direct in de houding van het personeel. Wanneer het bestuur niet motiveert zien anderen er minder heil in. Als je als oc-lid moet beslissen over wel of niet naar de scholing gaan, zijn er altijd honderd dingen die ook moeten gebeuren. Terwijl ik vind dat er juist prioriteit aan medezeggenschap moet worden gegeven. Het faculteitsbestuur zou dat juist moeten aanmoedigen." "Ik denk dat de o c ' s veel meer kunnen bereiken dan ze denken. Maar dat moet wel bij iedereen doordringen. Universiteitsmedewerkers beseffen te weinig dat ze met de MUB op h u n tellen moeten passen. De universitaire democratie is in feite teruggedraaid. Maar die was ook wel een onding geworden. Velen denken dat de o c ' s opvolgers zijn van de faculteitsraden. Maar in die raden zaten mensen die zich opstelden
Bram de Hollander
als vertegenwoordiger van het vakgroepsbelang in plaats van als vertegenwoordiger van het hele personeel. M e n bevocht elkaar als concurrent bij het verdelen van de schaarste. Dat was een absurde situatie. D e leden van de o c ' s willen echt het personeel vertegenwoordigen, maar dat moet iedereen eerst doorkrijgen, pas dan wordt een o c een echt aanspreekpunt en kan hij goed gaan werken. Overigens is het ook belangrijk dat de OR en o c ' s invloed hebben op de grote lijnen van onderwijs en onderzoek. Daar wil het CVB niet echt aan, maar daar vechten we wel voor." Kasanmoentalib noemt de nieuwe structuur, van OR en de o c ' s samen, een 'soort veeltakkig organisme'. "De OR is een lichaam geworden met zestien armen dat enigszins gecoördineerd moet gaan handelen. Wij moeten de o c ' s informeren en zij ons. Op de laatste dag hebben wij het als OR gehad over onze positie ten opzichte van de o c ' s . Een belangrijke slogan die hier naar voren kwam is 'decentraal waar het kan, centraal waar het moet'. Dat betekent dat er zoveel mogelijk op facultair niveau moet gebeuren en dat de OR de regie in handen heeft. Hoewel het in sommige facultaire zaken weer beter is dat de OR optreedt, wij zijn minder direct betrokken. Eigenlijk moet je de o c ' s zien als onderdeelcommissies van de OR. En dus is een goede samenwerking uitermate belangrijk. Ik denk dat de scholing daartoe een goede aanzet heeft gegeven." "Ik vond het een hele ervaring. Eigenlijk had er de eerste dag een foto gemaakt moeten worden. Al die mensen, inclusief directeuren en decanen, bijzonder hoor. Wat ik tijdens de training oersaai vond was de tweede ochtend, over Arbo en milieu. Ik vind dat men niet teveel op de stoel van de bestuurder moet gaan zitten. H e t onderwerp werd benaderd vanuit het gezichtspunt van beleidsambtenaren en met vanuit medezeggenschap. Dan denk ik: dit hele gebeuren van OR-OC's is natuurlijk maar een bijbaantje. Dan moet je zo efficiënt mogelijk werken en niet vergeten waar het om gaat."
Het oc-lid
Soemini Kasanmoentalib
Bram de Hollander
Ilse Burgers werkt bij het Instituut voor Milieuvraagstukken en is sinds februari lid van de o c . "Het leek me nuttig en leerzaam. Ik wilde meer betrokken zijn bij het hele IVM en de gang van zaken leren kennen", vertelt ze. "Wat ik van de scholing vooral prettig vond was de behandeling van onze positiebepaling binnen de vu. Waar sta je nu eigenlijk als oc? Dat werd duidelijk gemaakt. Maar wij voelen ons nog geen onderdeel van de OR. Dat komt met name doordat de o c van rvM een speciale o c is. Hiervóór was er bij ons geen faculteitsraad, maar een AV, een algemene personeelsvertegenwoordiging. Die functioneerde zo'n beetje zoals de o c . Ik zat hier niet in, maar heb gemerkt dat we ongeveer op de oude voet verder gaan. Maar nu hebben we dus met de OR te maken. Er is bij ons twijfel of we er nu niet op
achteruit gaan wat betreft bevoegdheden. Wij hebben bijvoorbeeld, nog vanuit de AV, adviesrecht als het om voordracht tot benoeming van een secretaris of afdelingshoofd gaat. Het is ter sprake gekomen op de cursus, dus alle o c ' s weten dat nu. Het college van bestuur is er niet blij mee dat wij dat recht hebben als AV, nu als o c ; het wil niet dat de nieuwe o c ' s dat ook krijgen. Verder vragen we ons af of we nu met teveel aan de OR moeten overlaten in plaats van iets zelf te doen. Eerder hadden we alles nog in eigen hand. Maar aan de andere kant kunnen we nu makkelijk advies vragen aan de OR en kunnen ze ons met van alles helpen." Hoewel de verkiezingsopkomst hoog was, staat ook bij het IVM medezeggenschap lang niet bij iedereen hoog in het vaandel. Burgers: "De meeste personeelsleden bemoeien zich nauwelijks met de o c . We sturen veel verslagen rond, alles is natuurlijk openbaar. Maar er komt zelden een reactie. Dat kan twee dingen betekenen: of we zijn op de goede weg en iedereen is het ermee eens, of mensen hebben domweg weinig interesse. Ik ben bang dat het om dat laatste gaat. Terwijl ik het echt belangrijk vind. Heel typerend tijdens de scholing was een bijeenkomst van onze o c en onze directeur. We moesten onze visie geven op hoe het rvM er over drie jaar uit zou zien. Wij kwamen met punten als een prettige werksfeer en goede apparatuur om mee te werken. De directeur kwam met nog meer onderzoek en internationale bekendheid. Dat geeft toch wel aan dat de o c er echt voor het personeel is en wel eens andere belangen kan hebben dan de bestuurder. Alleen daarom is medezeggenschap al belangrijk." "Ik vond het vanuit strategisch oogpunt jammer dat wij als o c tijdens de scholing waren samengevoegd met de o c ' s van het radionuclidencentrum en het Instituut voor didactiek en onderwijspraktijk. Er is sprake van een onderzoek naar clustering van het ivM met biologie en aardwetenschappen, ik was dus liever bij hen ingedeeld omdat we waarschijnlijk veel met elkaar te maken gaan krijgen. Maar we hebben 's avonds wel met elkaar gepraat over de huidige gang van zaken." "Het buitenprogramma op de tweede dag vond ik erg leuk. Als groep moest je over obstakels heen klimmen, je moest elkaar helpen. Je zag duidelijk de capaciteiten van de verschillende mensen. De onderzoekers, de doeners en de meepraters. Daarna werd de Arbowet behandeld, dat was tamelijk saai, zeker na zo'n enerverende eerste gedeelte van de dag. In plaats daarvan had ik wel wat meer tips willen krijgen over hoe je met bepaalde zaken omgaat. Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat de directie verslagen op tijd aanlevert? Hoe leid je een vergadering het best in goede banen?"
Volgende vergadering OR: 15 juni 13.30 u u r , BL1085, G-076
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998
Ad Valvas | 704 Pagina's