Ad Valvas 1998-1999 - pagina 181
1998 ^ B
^ u VALVAS 5 NOVEMBER 1998
PAGINA 7
s
n a P Kort wetenschappelijk VU-nieuws onder redactie van Dirk de Hoog
Onterechte amputaties
In de 'open-top'-kamers worden de gevolgen van het broeikaseffect op duinplanten onderzocht
Archief Rozema
Groene prairies in liet jaar 2100 Gevolgen broeikaseffect en gat in de ozonlaag heffen elkaar ten dele op Over honderd jaar is de hoeveelheid l<ooldioxide in de atmosfeer verdubbeld, waardoor plantengroei mogelijk is in nu nog droge gebieden. Maar daarentegen bevatten planten dan meer giftige stoffen door de toegenomen intensiteit van ultraviolette B-straling. Dat zijn de eerste bevindingen van een VU-onderzoeksgroep naar de gevolgen van het broeikaseffect en het gat in de ozonlaag. De groep staat onder leiding van bioloog dr. Jelte Rozema. Elke van RIel Het broeikaseffect heeft niet uitsluitend verstorende gevolgen als temperatuurtoename, stijging van de waterspiegel en klimaatveranderingen. Planten gedijen juist op een toename van de hoeveelheid kooldioxide in de atmosfeer. In het jaar 2100 zullen prairies en andere droge gebieden op aarde dan ook meer en beter begroeid zijn. Zo verwacht de onderzoeksgroep die de gevolgen van het broeikaseffect en de dunner wordende ozonlaag onderzoekt. Op plaatsen die daarvoor nu nog te droog zijn, zal landbouw mogelijk worden. Planten hebben in een omgeving met meer c o 2 namelijk veel minder water nodig, omdat de huidmondjes minder ver open hoeven te staan. "Maar tegelijk warmen deze gebieden door het broeikaseffect echter verder op. Het is onduidelijk hoe deze twee ontwikkelingen zich tot elkaar verhouden. Daar is nog geen model voor ontwikkeld", zegt hoofddocent ecologie en ecotoxicologie dr. Jelte Rozema. Dat planten in kassen beter groeien onder invloed van meer c o 2 in de lucht, is bekend. "Kwekers in Aalsmeer en het Westland zorgen voor extra c o 2 in hun kassen. Dat levert grotere tomaten en komkommers op", aldus de onderzoeker. Naar de gevolgen van meer c o 2 in de natuur was echter nog nauwelijks onderzoek gedaan. "Voorspellingen die opgaan in kassen, kunnen niet zomaar vertaald worden naar een natuurlijk ecosysteem", legt Rozema uit. "Daar is de situatie vaak gecompliceerder. Zo was de zomer vorig jaar nogal droog. Daardoor bleken de planten door meer c o 2 nauwelijks beter te groeien. Na de afgelopen natte zomer bleek dat wel zo te zijn. Het heeft ermee te maken dat de meest beperkende factor de groei bepaalt. Dat kan de hoeveelheid water zijn, of de hoeveelheid stikstof of fosfor."
Het vu-onderzoek startte in de zomer van 1997. Het vindt plaats in het duingrasland bij het Noord-Hollandse Heemskerk. Onderzocht worden duinriet (een grassoort met grote pluimen) en het cypergras zandzegge. De vu-biologen werken samen met twee groepen uit Engeland en één uit Griekenland. Opdrachtgever is de Europese Unie, die het onderzoek ook financiert voor een periode van drie jaar. Onderzoek naar de gevolgen van een toename van c o 2 en uv-B in de natuur vindt ook plaats in Zweden. Daar gebeurt dit op de toendra.
Bij Heemskerk kijken de onderzoekers onder meer naar de effecten van de dunner wordende ozonlaag en de grotere uv-B-straling die daar het gevolg van is. Daartoe zijn speciale tl-lampen boven enkele proefgebiedjes geplaatst. Het onderzoek naar het effect van een toename van C02 op planten gebeurt in acht 'open-top'-kamers, zeskantige kassen van doorzichtig kunststof. Door het open dak hebben zonlicht en regenwater vrij toegang. In vier kassen heerst de huidige co2-concentratie, in vier andere de dubbele, die verwacht wordt in het jaar 2100. Dit is volgens Rozema geen pessimistische schatting. "De waarde van afspraken tussen landen zoals die in Kijoto gemaakt zijn, moet sterk gerelativeerd worden. Zelfs landen die voorop lopen bij de reductie, zoals Nederland, houden zich nu niet aan de afgesproken norm. De problematiek van het broeikaseffect is zo gecompliceerd dat bijvoorbeeld de Aziatische landen er zeker niet op aangesproken willen worden." De gevolgen van het broeikaseffect zijn nog steeds met erg duidelijk. Zo bleek uit recente metingen aan de ijsmassa's op de zuidpool dat het smelten van de ijskappen erg mee-
valt. "Dat moet je op gezag van die wetenschappers wel aannemen, maar tegelijk is duidelijk dat de gletsjers op de Alpen zich terugtrekken", betoogt Rozema evenwel. Maar ook hij wijst erop dat in de natuur allerlei terugkoppelingsmechanismes werkzaam zijn. "Misschien blijkt straks dat de oceanen meer C02 opslaan. Bovendien is onder meer Shell op zoek naar planten die snel veel biomassa kunnen produceren. Het is natuurlijk goed voor het imago van Shell als door het opslaan van c o 2 de gevolgen van het broeikaseffect verkleind worden. Bovendien moeten er alternatieven voorhanden zijn, als er over een jaar of veertig of vijftig geen fossiele brandstoffen meer bestaan. Daar zijn enorme economische en politieke belangen mee gemoeid."
VerdrievoudiË Uit het onderzoek in de duinen bij Heemskerk blijkt dat de bladgrootte van zandzegge onder invloed van een dubbele portie c o 2 verdrievoudigt. Datzelfde geldt voor de gemiddelde plantenlengte. De totale hoeveelheid zandzegge is verdubbeld. Voor het duinriet geldt dat het aantal scheuten per grondoppervlak ongeveer tweemaal zoveel is. De lengte van het riet bleef ongeveer gelijk. Wel verdubbelde de hoeveelheid droge massa. Ook een voedingsgewas als tarwe groeit veel beter onder invloed van een hogere dosis kooldioxide. T o c h betekent het broeikaseffect niet per se goed nieuws voor de wereldvoedselvoorziening. Dat heeft te maken met de afbraak van de ozonlaag. Daarvan is 15 procent verdwenen. Het duurt volgens Rozema zeker tot 2010 of 2020 voor de eerste tekenen van herstel optreden. "Door de grotere ultraviolette straling treedt schade op. Planten blijken er over het algemeen minder goed door te groeien. Maar sommige planten wapenen zich ertegen door het aanmaken van pigmenten, bitterstoffen of meer houtstoffen. Een andere naam voor houtstoffen is lignine. Lignine vertraagt de vertering van dode planten, omdat bacteriën en schimmels moeite hebben met de afbraak van die stof. Op die manier wordt C02 opgeslagen." In Nieuw Zeeland is bijvoorbeeld ontdekt dat witte klaver onder invloed van uv-B-straling bittere en giftige stoffen als blauwzuur aan-
maakt. D e witte klaver wordt gegeten door schapen. "Uit deze zaken blijkt dat de natuur streeft naar evenwicht. Planten beschermen zich tegen vraat door te zorgen dat ze niet meer echt lekker zijn", zegt Rozema. "Zo zorgen ze dat het Co2 niet via de magen van dieren meteen weer in de atmosfeer terechtkomt."
Poolhazen Rozema is blij met dit verband tussen c o 2 en uv-B, al is niet precies te zeggen hoe beide effecten zich tot elkaar verhouden omdat allerlei typen planten weer anders reageren. "Gelukkig dat we deze giftige stoffen konden aantonen. Want het kostte ons heel veel moeite om met onze eerste genuanceerde resultaten naar buiten te komen. T o e n in 1985 het gat in de ozonlaag in Antarctica ontdekt werd, dacht iedereen dat mensen massaal huidkanker zouden ontwikkelen en dat bijvoorbeeld poolhazen blind zouden worden. Maar alle onheilstijdingen van toen zijn achteraf gezien overtrokken. Het ligt allemaal veel minder eenduidig." Omdat de politiek volgens de onderzoeker niet zit te wachten op allerlei nuances, wordt het moeilijker om geld te krijgen voor dit type milieuonderzoek. D e onderzoeksgroep van Rozema heeft plannen voor vervolgonderzoek naar de verschillen in de gevoeligheid voor ultraviolette straling tussen water- en landplanten. "We verwachten dat schade aan het DNA door meer uv-B bij hogere planten steeds minder goed aan te tonen is. Ook blijkt dat het herstellen van de schade aan het DNA afhankelijk is van de temperatuur." In januari reist Rozema eerst nog naar de zuidpool. Een door Nwo gefinancierde promovenda onderzoekt daar de gevolgen van het gat in de ozonlaag voor de eenvoudige grassoorten en korstmossen die in deze onherbergzame gebieden groeien. "Dit geeft een idee van hoe eenvoudige ecosystemen op de maan of de planeten in leven zouden kunnen blijven. We weten nu dat er bevroren water is op de maan. Wellicht vindt daar eenzelfde ontwikkeling plaats als op aarde. Leven buiten de aarde is in theorie mogelijk, al duurde het hier natuurlijk wel vier miljard jaar voor het zover was."
Bij ongeveer de helft van patiënten met suikerziekte bij wie een voet of been is geamputeerd, vond geen goed onderzoek naar de bloedvaten plaats. Dat concludeert William van H o u t u m die 23 oktober op dit onderwerp promoveerde. In Nederland gebeuren jaarlijks zo'n 2100 voet- en beenamputaties bij patiënten die aan suikerziekte lijden. Dit is bijna de helft van alle amputaties van de onderste ledematen. Oorzaak zijn meestal door suikerziekte ontstane wonden die niet meer genezen. N a a r schatting ontwikkelt bij 15 procent van de patiënten met diabetes mellitus de ziekte zich zodanig dat een amputatie onvermijdelijk is. Dat is twintig keer zo vaak als bij patiënten zonder suikerziekte. Tijdens de ziekenhuisopname voor de amputatie overlijdt bijna één op de tien suikerziektepatiënten. De promovendus vond regionaal grote verschillen in aantallen amputaties. Zeeland kent het laagste aantal (tien gevallen per tienduizend diabetici) en Leiden het hoogste (45 op de tienduizend). Van H o u t u m constateert dat artsen niet overal dezelfde en de juiste diagnostiek toepassen. In ongeveer de helft van de gevallen had volgens hem het onderzoek beter gekund. Misschien kon dat sommige amputaties voorkomen. Van H o u t u m pleit voor speciale voetpoliklinieken waar gespecialiseerde artsen volgens een vastgelegde regels de noodzaak van amputaties bij patiënten met suikerziekte onderzoeken.
Melkzuurtest niet goed D e melkzuurtest is geen goede methode voor het bepalen van de optimale inspanning van topsporters. D e veel gebruikte methode meet namelijk niet nauwkeurig genoeg. " D e melkzuiu-concentratie in het bloed is geen goede afspiegeling van de hoeveelheid melkzuur die tijdens de inspanning ontstaat. Er ontstaat veel meer melfauur in de spieren dan we in het bloed ooit zullen vinden", zei prof.dr. Peter Hollander donderdag 29 oktober bij het aanvaarden van zijn hoogleraarschap bewegingsfysiologie. "Je kimt melkzuurbepalingen wel gebruiken om na te gaan hoe diep iemand is gegaan bij een zware insparming, maar als maat voor trainingsintensiteit bij allerhande sportieve en recreatieve verrichtingen zijn ze niet bruikbaar." D e methode kwam ooit overwaaien uit het toenmalige Oost-Duitsland. D e geweldige prestaties van de topsporters aldaar zouden komen doordat de Oost-Duitse coaches konden vaststellen bij welke mate van inspanning de spieren begonnen te verzuren. Het trainingsprogramma moest precies tot dat punt gaan voor optimale prestaties. Hollander vermoedt dat de prestaties van de Oost-Duitsers niet aan de meetmethode zijn toe te schnjven, maar aan dopinggebruik.
Kartelverbod onderscliat Brancheorganisaties zoals de Nederlandse Vereniging van Makelaars zijn onvoldoende doordrongen van de gevolgen van het kartelverbod dat sinds enige tijd in Nederland geldt. Dat blijkt uit onderzoek van Enno Masurel en Redwan Akkouh, beiden verbonden aan het Economisch en Sociaal Instituut van de vu. Sinds begin dit jaar de nieuwe Mededingingswet is ingevoerd, mogen brancheorganisaties geen prijsafspraken meer maken en zijn zelfs onderlinge 'adviezen' verboden. Prijsafspraken komen de marktwerking niet ten goede, vond de vorige mmister van Economische Zaken, en moeten daarom beëindigd worden. Nog niet alle 1200 brancheorganisaties die de onderzoekers benaderden zijn volledig doordrongen van de reikwijdte van de nieuwe wet, ondervonden Masurel en Akkouh. Dat komt vooral doordat de kartelpolitie, de Nederlandse Mededmgingsautoriteit, niet superstreng optreedt. Doet ze dit wel, dan kan wel eens een heel ander verhaal opgeld doen. De onderzoekers raden de brancheorganisaties daarom aan het aloude middel van de lobby te beproeven om de gevolgen van de wet te verzachten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998
Ad Valvas | 704 Pagina's