Ad Valvas 1998-1999 - pagina 206
AD VALVAS 12 NOVEMBER 1998
PAGINA 14
I n de wet staat hoe je een strafbaar feit moet plegen' Promovendus onderzocht toetsing van levensbeëindigend handelen Sinds 1 november bepalen vijf regionale toetsingscommissies of euthanasie en hulp bij zelfdoding correct zijn uitgevoerd. Met de nieuwe regeling hoopt de overheid eindelijk greep te krijgen op de niet gemelde euthanasiegevallen. Promovendus Cuperus onderzocht de toetsing van levensbeëindigend handelen. Volgens haar kent de nieuwe regeling wel wat haken en ogen.
In de richtlijn staat dat het OM zelfs bij een negatief oordeel van de toetsingscommissie niet altijd hoeft te vervolgen. Als het gaat om het niet raadplegen van een tweede arts of niet geheel correct medisch handelen, doet het OM niets. Cuperus begrijpt dat wel. "In het verleden bleek de afwezigheid van ondraaglijk en uitzichtloos lijden belangrijker om te vervolgen dan het niet consulteren van een tweede arts." De nieuwe regeling is een hele vooruitgang, zegt Cuperus, maar er zijn een aantal dingen niet goed geregeld. "De lijkschouwer moet nog steeds aan de officier van justitie vragen of het lichaam mag worden vrijgegeven. Begrafenis of crematie moet in principe binnen vijf dagen gebeuren. Voordat de toetsingscommissie een uitspraak doet, beslist de officier al of er sprake is van zorgvuldig uitgevoerde euthanasie, terwijl dat eigenlijk de taak is van de commissie. Dat is vreemd." Bovendien mogen vier categorieën niet door de toetsingscommissie wolden beoordeeld. Het gaat om patiënten die psychisch lijden, minderjarigen, wilsonbekwame patiënten die een verzoek schreven toen ze nog wel wilsbekwaam waren (zoals sterk dementerenden of comapatiënten) en patiënten "bij wie het vermogen tot het uiten van een verzoek gestoord kan zijn geweest". Deze vier groepen worden opgenomen in de procedure voor levensbeëindiging zonder verzoek. Een ontwerpregeling daarvoor ligt nog bij de Raad van State.
Fokke Zaagsma Het doden van een patiënt op diens verzoek en levensbeëindiging zonder verzoek zijn verboden. De ans die het doet, is strafbaar. Dat staat heel duidelijk in het Wetboek van Strafrecht. T o c h overtreden artsen deze wet. Omdat voor het CDA uit christelijke motieven een wettelijke regeling ondenkbaar is, groeide in de lange regeerperiode van deze partij een typisch Nederlands gedoogbeleid. Het Openbaar Ministerie vervolgt zelden. Dat komt ook doordat artsen uit angst voor vervolging niet altijd vertellen dat ze euthanasie plegen. Ze vullen simpelweg een verklaring m van natuurlijke dood. De overheid heeft daardoor onvoldoende grip en controle op euthanasie, hulp bij zelfdoding en levensbeëindigend handelen zonder verzoek. In 1994 kreeg het gedoogbeleid een meer legitieme basis met een wettelijke meldingsregeling voor levensbeëindigend handelen. De regeling was als volgt: een arts meldde zijn daad bij de lijkschouwer, die de officier van justitie waarschuwde. De officier bepaalde of het lijk mocht worden vrijgegeven voor begrafenis of crematie en bekeek of de arts het juridische beroep op 'noodtoestand' kon doen waardoor hij straf kon ontlopen. Dat beroep is volgens het hoogste rechtscollege in Nederland, de Hoge Raad, gerechtvaardigd als er een vrijwillig, weloverwogen verzoek is van de patiënt, een duurzaam verlangen naar de dood, de patiënt uitzichtloos en ondraaglijk lijdt, de arts minstens één andere arts advies heeft gevraagd en de arts een schriftelijk verslag heeft bijgehouden. D e officier van justitie gaf vervolgens zijn oordeel door aan de procureurgeneraal, die het weer samen met zijn collega's besprak m het college van procureurs-generaal. Het college gaf een advies aan de minister van Justitie die uiteindelijk persoonlijk besloot over vervolging.
Beter Deze meldingsregeling van 1994 kan duidelijk beter, constateert arts en jurist Jacqueline Cuperus-Bosma in haar proefschrift over regulering, toetsing en kwaliteitsbewaking van levensbeëindigend handelen. Ze promoveerde 4 november. Cuperus betrok drie onderzoeken in haar studie. Als eerste keek ze naar de praktijk van late zwangerschapsafbreking in NoordHolland. Na 24 weken zwangerschap kan een foetus buiten het moederlichaam in leven blijven en is abortus dus een misdrijf. Meer dan de helft
Promovendus Jacqueline Cuperus: 'Zolang euthanasie en hulp bij zelfdoding strafbaar zijn, zullen niet alle artsen het melden.'
Yvonne Compier AVC/VU
Onterecht
van de responderende gynaecologen antwoordde wel eens een late zwangerschapsafbreking te hebben verricht. Dat is meer dan werd gedacht, aldus Cuperus. In 88 procent van de gevallen van late abortus werd desondanks een verklaring van natuurlijke dood afgegeven. Het tweede onderzoek was een evaluatie van de euthanasiepraktijk. In 1995 meldde slechts 41 procent van de artsen euthanasie en hulp bij zelfdoding. Onder de resterende 59 procent was vaker niet voldaan aan de procedurele eisen voor een beroep op 'noodtoestand'. Hulp bij levensbeëindigmg zonder verzoek werd op een uitzondering na niet gemeld. In het derde onderzoek bekeek Cuperus hoe de meldingsprocedure kan worden verbeterd. Het eerste Paarse kabinet besloot de regeling van 1994 aan te passen met als hoofddoel meer meldingen te krij-
Ingezonden Mededeling
De Vrije Universiteit organiseert i.s.m. het dagblad TROUW
Kuyper Voordracht 1998 'Interetnische tegenstelling in Europa Mensenrechten in de minderheid?' door
mr. Max van der Stoel Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden bij de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) maandag 30 november Tijd: Aanvang 16.00 uur Plaats: Aula Vrije Universiteit Info: Commissie Kuyper Katheder, tel. 444 5321 Na de voordracht is er gelegenheid tot het stellen van vragen en discussie. De toegang is vrij op vertoon van een toegangskaart, te verkrijgen bij.de Commissie Kuyper Katheder, mevr. J. Daamen, tel. 444 4335, kamer 2D -28, Hoofdgebouw VU.
gen. Sinds 1 november is die nieuwe regeling van kracht, alleen voor euthanasie en hulp bij zelfdoding. Er zijn vijf regionale toetsingscommissies ingesteld die ieder bestaan uit een arts, jurist en ethicus. De lijkschouwer meldt aan zo'n commissie een geval van euthanasie of hulp bij zelfdoding, waarna de toetsingscommissie beoordeelt of de arts voldaan heeft aan de zorgvuldigheidseisen die de Hoge Raad formuleerde. Vervolgens meldt de toetsingscommissie haar oordeel direct aan het college van procureursgeneraal, dat de uiteindelijke beslissing neemt.
Ethisch handelen Een hele verbetering, meent Cuperus."Vooral omdat euthanasie en hulp bij zelfdoding zijn gescheiden van levensbeëindigend handelen zonder verzoek. Veel mensen hadden er moeite mee dat deze categorieën op één hoop werden geveegd." Voor 1 november werd vrijwel alleen juridisch getoetst, nu komen ook medisch en ethisch handelen aan bod. Wat precies ethisch handelen is, is moeilijk vast te stellen. Cuperus: "Volgens de Hoge Raad gaat het om 'in de medische ethiek geldende normen'." Ze vindt de ethicus m de commissie met echt nodig. "Dat heeft weinig extra waarde; een arts kan ook wel ethisch handelen beoordelen. Ik heb ook het vak ethiek gehad tijdens mijn studie geneeskunde. Beter is het de ethicus te vervangen door een extra arts". Positief IS de kleinere rol van de lijkschouwer. In de oude regeling was onduidelijk of de lijkschouwer net als de officier van justitie moest beoordelen of er zorgvuldig was gehandeld. Langzamerhand werd het normaal dat de lijkschouwer dit wel deed. "Lijkschouwers kunnen ook huisarts van beroep zijn. Ze kenden de collegahuisarts die ze beoordeelden vaak goed. Uit mijn proefschrift blijkt dat dit in een derde van de gevallen h u n conclusie beïnvloedde. Dat is best begrijpelijk. In kleine dorpjes bijvoorbeeld heb je soms twee huisartsen, die
voor elkaar als lijkschouwer optreden." Persoonlijke opvattingen kunnen eveneens een rol spelen bij het Openbaar Ministerie (OM). Cuperus legde officieren van justitie fictieve casussen voor die heel ingewikkeld waren en in werkelijkheid zeer zeldzaam voorkomen. De gevallen werden heel uitlopend beoordeeld. In het echt wordt uniformiteit in beslissingen gewaarborgd doordat het college van procureurs-generaal zich uiteindelijk over alle zaken buigt. Sinds 1 november melden toetsingscommissies direct aan het college, en niet via tussenstappen als officieren van justitie aan het college van procureurs-generaal. Rechtszekerheid is echter in de toekomst niet 100 procent gegarandeerd, vertelt de promovendus die inmiddels werkt op de sectie wetgeving en juridische zaken van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG). "In 1993 werden opeens veel gevallen vervolgd omdat er geen stervensfase zou zijn. Dat kwam omdat CDA-minister van Justitie Hirsch Ballin vond dat een patiënt in de laatste levensfase moest zijn voordat euthanasie mocht worden toegepast. Dat criterium was opeens nieuw. Ik denk dat daardoor artsen zijn vervolgd die eerder niet zouden zijn vervolgd." Deze rechtsongelijkheid en rechtsonzekerheid is nu min of meer weggenomen omdat de zorgvuldigheidscriteria zijn opgenomen in de nieuwe wettelijke regeling. T o c h sluit de promovendus niet uit dat het in de toekomst weer gebeurt als er grensverleggende gevallen worden voorgelegd. Het OM publiceerde eind oktober een richtlijn waarin staat dat het college van procureurs-generaal in principe de uitspraak van de toetsingscommissies overneemt. Cuperus is daarover niet meteen gerustgesteld. "Het blijft afwachten hoe het OM daadwerkelijk handelt. Stel dat een toetsingscommissie een zaak goedkeurt en het OM toch vervolgt, dan is de nieuwe regeling een wassen neus."
Cuperus vindt het onterecht dat de arts een uitdrukkelijk verzoek van patiënten uit deze groepen via een andere procedure moet melden. "Opeens telt zo'n verzoek blijkbaar niet. Ik vind dat de toetsingscommissies alle gevallen met uitdrukkelijke verzoeken moet bekijken." Bovendien zijn volgens haar drie van de vier categorieën te ruim gedefinieerd, waardoor er veel mensen onder vallen. "Al met al ben ik bang dat artsen euthanasie bij patiënten uit deze vier bijzondere groepen niet melden." Het belangrijkste doel van de nieuwe regeling is het aantal meldingen te verhogen. Cuperus betwijfelt of dat lukt. "Hoewel het OM meer op afstand staat, zal het een beperkte stijging zijn, misschien van 40 naar 60 procent. Zolang het strafbaar is, blijven artsen terughoudend." Ook de nieuwe toetsingsregeling doet geen recht aan de bestaande praktijk, meent Cuperus. Dat blijkt uit een onderzoek van begin november van de Erasmus-universiteit. Het overgrote deel van de Nederlanders (92 procent) is voorstander van euthanasie en hulp bij zelfdoding. Cuperus: "Bovendien is het juridisch een rare simatie. In de Strafwet is euthanasie en hulp bij zelfdoding nadrukkelijk verboden, terwijl tegelijk in de nieuwe wettelijke regeling staat onder welke voorwaarden het wel mag, kortom, hoe een arts zorgvuldig een strafbaar feit kan plegen." De beste oplossing is dan ook euthanasie en hulp bij zelfdoding te legaliseren, schrijft ze m haar proefschrift. Ze IS groot voorstander van het nieuwe wetsvoorstel van het Paarse kabinet. Daar staat dat euthanasie en hulp bij zelfdoding een rechtvaardigingsgrond wordt in het Wetboek van Strafrecht. Als aan voorwaarden is voldaan, is het niet strafbaar en kunnen de toetsingscommissies de zaak afdoen, zonder bemoeienis van het OM.
Volledig uit het strafrecht halen is volgens Cuperus geen goede optie. "Het IS immers geen normaal medisch handelen, zoals bij een operatie waarbij een arts lichamelijk letsel toebrengt omdat het medisch noodzakelijk is." Ze is geen voorstander van een zelfmoordpil voor ouderen die vinden dat ze lang genoeg hebben geleefd, of hulp bij zelfdoding die bijvoorbeeld de particuliere, met-medische Stichting D e Einder geeft. "Daar heb je geen controle op. Dat vind ik griezelig."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998
Ad Valvas | 704 Pagina's