Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 219

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 219

9 minuten leestijd

PAGINA 7

AD VALVAS 1 9 NOVEMBER 1 9 9 8

Op stage in de Himalaya VU-studente doet hoogte-onderzoek met Britse expeditie Een serie van zes artikelen in verscliiiiende regionaie liranten, interviews met De Telegraaf en een lezing op een congres over hoogteziekte dit weekeinde in Den Haag. vu-studente Henriëtte van Ruiten is net een week terug van een medische expeditie naar de Himalaya en wordt al op de voet gevolgd door media en vakgenoten.

a

EJ

Kort wetenschappelijk VU nieuws onder redactie van Dirk de Hoog

Rotterdamse bestuurders werkten

Fleur Besters Nog gekleed in gesponsorde expeditiekleding vertelt de vierdejaars bewegingswetenschappen Henriëtte Ruiten over haar avontuur. "Eind vorig )aar las ik een boek van de Engelse kinderarts Pollard, die gespecialiseerd is in hoogteziektes. Dat sprak mij enorm aan, en omdat achter in het boek een e-mailadres stond, besloot ik hem te schrijven. Na wat over en weer mailen vroeg hij mij voor een selectieweekeinde in het Lake District. Dat was in januari en ik werd uitgekozen! Je mocht zelf een onderzoek uitkiezen dat je daar wilde uitvoeren. Ik heb gekozen voor ademhalingscontrole op grote hoogte, dat ik samen mocht doen met de bekende Engelse onderzoeker Jim Milledge. Tijdens een excursie bij TNO ben ik in contact gekomen met Hein Daanen. Hij is bezig met een onderzoek naar bevroren vingers en daarvoor heb ik ook testen gedaan in de Himalaya." De studente is zo'n zes weken op pad geweest. JVlet haar 23 jaar was ze met afstand de benjamin van de expeditie. "We waren in totaal met zestig mensen, van wie vijftien onderzoekers en acht top-bergbeklimmers. De rest van de deelne-

Jlfc^

VU-studente Henriëtte van Ruiten bij haar tent in het basiskamp bij de berg Kangchenjunga op 5 2 0 0 Foto's archief Henriëtte van nieter hoogte. mers waren trekkers, die zelf tochten maakten en tegelijkertijd als proefpersonen hielpen. Het is niet alleen de combinatie van een beklimming en onderzoek die de expeditie zo bijzonder maakte, maar vooral het grote aantal deelnemers. Daardoor zijn de uitkomsten van de twintig onderzoeken statistisch van waarde." Het eerste onderzoek naar de ademhaling op grote hoogte werd gedaan met behulp van een fietstest. D e trekkers waren al op zeeniveau getest in Londen en moesten opnieuw een half u u r fietsen in het basiskamp op 5200 meter hoogte. Henriëtte: "Met de fietstest testten we de reactie van het lichaam op een kleinere hoeveelheid zuurstof.

In de mess-tent w e i K i uc s i u u c m o u^n^'i.>t,si .^menschappen aan

haar onderzoek naar bevroren vingers.

We analyseerden de samenstelling van de uitgaande lucht om verschillen tussen hoog en laag te achterhalen." D e uitkomsten van dit onderzoek werkt de studente nu samen met de Engelse Milledge uit. "Dat is wel moeilijk, want we doen alles per e-mail. En ik moet alle data nog invoeren in mijn computer."

Bevroren vingers Het tweede onderzoek, dat ze voor TNO-medewerker en oud vu-student Hein Daanen uitvoerde, was een test met een vinger in een bak ijs. "De proefpersonen moesten op zeeniveau en in het basiskamp een vinger in een bak ijs houden. Het bleek dat de vinger in de bak op zeeniveau sneller opwarmt dan op hoogte. Dat is wel opmerkelijk, want het water is in beide gevallen nul graden Celsius. D e beschermingsreactie die het lichaam op zeeniveau heeft, om de vinger zo snel mogelijk weer warm te krijgen, verdwijnt op hoogte. We gaan nu kijken of onze resultaten statistisch van betekenis zijn." Beide experimenten tellen voor de studente mee als onderzoeksstage. Buiten de onderzoeken was het verblijf in het basiskamp ook behoorlijk spannend. "Het onderzoek was heel zwaar. De testen met de vingers moest ik om zeven uur 's ochtends doen, anders lag er sneeuw. Ik had gelukkig wel een eigen tentje, want je bent bij zo'n expeditie bijna nooit alleen. Als student woon je alleen en ik ben ook best wel een individualist, dus die drukte en het samenwerken was even wennen. Het eten was ook niet zo geslaagd. We aten vrijwel alleen pasta en rijst en dan vergaten ze de saus gewoon. Ze hadden geen idee van de Europese maatstaven. Het was wel leuk dat de sherpa's je 's ochtends in je tent wekten met thee." Een tweede doel van de expeditie was de beklimming van de Kangchenjunga, met zijn 8658 meter de op twee na hoogste berg ter wereld. "Helaas is dat mislukt. Het was erg slecht weer, waardoor de klimmers net onder de top moesten terugkeren. Ik heb zelf een top van 6400 meter beklommen. Voor mezelf, na de hele zomer in de Alpen geoefend te hebben, een absoluut hoogterecord. Drie klimmers hebben me meegenomen. We vertrokken om vier u u r 's nachts en kwamen pas om half negen 's avonds weer terug in het basiskamp. Ik was helemaal uitgeput, maar het was prachtig. Gelukkig had ik goed getraind voordat we weggingen. Veel fietsen, hardlopen en zwemmen. Op de weg ernaartoe hepen we per dag negen uur. D a n heb je dus een goede conditie nodig. Maar de tocht

Ruiten

was geweldig. We kwamen door dorpen heen, waar de hele bevolking uitliep. H e t feit dat we een medische expeditie waren, ging als een lopend vuurtje rond. De artsen hielden daarom iedere avond een spreekuur voor de lokale bevolking. Ik denk er zelf nu ook weer over geneeskunde te gaan doen. Ik ben al vier keer uitgeloot, maar ga het nog maar eens proberen."

Steen Omdat ze de enige Nederlandse bij de Britse expeditie was, moest de studente alles zelf regelen. "Ik ben meteen op zoek gegaan naar sponsoren. Je moest 10.000 gulden betalen en ik had nog zo'n 4.000 gulden nodig aan uitrusting. Ik heb 130 brieven de deur uit gedaan, maar overal kreeg ik 'nee' te horen. Uiteindelijk heeft Demmenie, een Amsterdamse winkel die gespecialiseerd is in expedities, me enorm geholpen. H e t enige dat ik voor hen terug hoefde te doen was een steen meenemen van de hoogste berg. Onder hun toonbank liggen allemaal stenen, en ik keek daar altijd vol bewondering naar. N u ligt er één van mij bij!" Henriëtte is inmiddels druk bezig met de afwikkeling van haar expeditie. Maar ze is niet van plan het bij deze ene keer te houden. "Er wordt een nieuwe expeditie gepland door dezelfde organisatie. Medical Expeditions, naar Peru of Antarctica. Ik zit dit keer ook in de organisatie." Hoewel ze gek is op bergbeklimmen, gaat de studente zelf liever weer als onderzoeker mee. "Ik weet echt niet of ik zo'n hoge berg zou willen beklimmen. De risico's boven de , 8000 meter zijn enorm en er vallen ieder jaar wel doden. En het is enorm zwaar. D e klimmers zijn 20 tot 25 kilo afgevallen. Zelf ben ik ook vijf kilo lichter teruggekomen, maar zij zagen er echt niet meer uit na de top-poging. Toen we terug waren in de bewoonde wereld zijn we direct van restaurant naar restaurant gegaan om zoveel mogelijk te eten." De expeditieleden willen nu zoveel mogelijk publiceren en lezingen houden over de tocht. Aanstaande zaterdag staat Henriëtte in Den Haag op een congres over hoogteziekte. In december zijn twee congressen in Engeland en volgend jaar is er één in Canada. "Ik hoop daar zeker heen te gaan. Ik heb al zes stukken geschreven voor de GPD-bladen en foto's doorgestuurd. En toen ik zondag terugkwam, hingen er allemaal verslaggevers aan de telefoon. Door al die aandacht, zal het de volgende keer makkelijker zijn om sponsors te krijgen."

Aan het einde van de Gouden Eeuw bleven veel Rotterdamse regenten echte ondernemers, in tegenstelling tot de meeste bestuurders van andere Hollandse steden die meer en meer gingen rentenieren. Het predikaat werkstad is Rotterdam dan ook op het lijf geschreven, vindt promovendus H a n n o de Vries. Door economische veranderingen kozen in Nederland veel rijke families ervoor h u n kapitaal veilig te stellen door het te beleggen in obligaties en onroerend goed en van de rente te leven. Vroeger werd dat kapitaal vaak aangewend voor handel en het runnen van fabrieken en bedrijven. In de meeste steden ontstond daardoor een scheiding tussen de besturende elite die rentenierde en de ondernemende klasse. Rotterdam kende een ander patroon. Veel rijke families bleven actief betrokken bij het economische leven van de stad. Mogelijk komt dit doordat in Rotterdam minder strenge regels bestonden voor wie met wie mocht trouwen. D e huwelijkskandidaten hoefden niet per se uit de beperkte kring van regentenfamilies te komen. Belangrijker was dat de toekomstige schoonouders rijk genoeg waren. Daardoor bleven relaties tussen de ondernemende klasse en de bestuurlijke , klasse in Rotterdam in stand, terwijl in andere steden een echte aristocratische bovenlaag ontstond.

Conditie beter meten D e conditie van sporters kan binnenkort wellicht beter worden gemeten dan n u gebeurt. Promovendus H.J. Boogaard toont aan dat het aantal liters bloed dat per minuut via het hart circuleert, een goede graadmeter is voor het vermogen om een fysieke inspanning te leveren. Bovendien is door onderzoek van het vuInstituut voor Cardiovasculaire Research mogelijk het zogeheten hartminuutvolume met eenvoudige elektroden op de huid te meten. Deze bepaling van het slagvolume geeft een nauwkeuriger indicatie van de conditie dan de gebruikelijke meting van uitsluitend de frequentie van de hartslag. Uit het onderzoek blijkt dat bij gezonde mensen de hoeveelheid bloed die per minuut kan worden rondgepompt vrijwel altijd de beperkende factor is voor het leveren van een fysieke inspanning. Die bepaalt namelijk hoeveel zuurstof naar de spieren kan worden getransporteerd. Bij mensen met een longaandoening is de beperkende factor meestal de hoeveelheid zuurstof die de longen aan het bloed kan toevoegen.

Ingenieurs voor gezondheidszorg D e gezondheidszorg heeft ingenieurs nodig. Dit concludeert Jaap Harlaar in zijn dissertatie over een aantal apparaten die artsen gebruiken om gezondheidsklachten te meten. Het onderzoek had vooral betrekking op bewegingsproblemen zoals spierslapte of een stijve enkel. D e apparaten die artsen gebruiken bij het stellen van de diagnose en de voortgang van de behandeling zijn altijd nauwkeurig genoeg. Ingenieurs kunnen in samenwerking met artsen helpen bij het oplossen van de bestaande problemen en betere apparatuur ontwerpen. Harlaar onderzocht vier vernieuwde meetinstrumenten voor revalidatieartsen op hun bruikbaarheid. H e t betreft instrumenten voor het meten van spierkracht, spiercoórdinatie, spasticiteit en stijfheid van de kuitspier. D e vernieuwde instrumenten blijken de arts goed te kunnen ondersteunen bij het nemen van beslissingen over de behandeling. D e promovendus neemt aan dat in de toekomst computersimulaties en video-opnamen een belangrijke rol spelen bij de diagnose en behandeling van revahdatieproblemen.

X'ïi^^M^I ;.«'4#-^è

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 219

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's