Ad Valvas 1998-1999 - pagina 223
I
PERSONEELSKATERN
AD VALVAS 19 NOVEMBER 1998
PAGINA 1 1
iDe docent moet terug naar school
IZes faculteiten professionaliseren het onderwijs lesgeven op de VU kan m de toekomst niet heer zonder diploma's. Tenminste, aJs het aan Personeelszaken-medewerkster Josefien sghuwitz ligt. "Als Je mensen niet afrekent sp onderwijs, blijft lesgeven het jndergeschoven kindje." Volgend Jaar starten k'ijftien meest beginnende docenten met een Icüfsus professioneel onderwijs.
Peter Boerman
In het hele Nederlandse onderwijsstel [ sel moet je gediplomeerd zijn om les I te mogen geven. Voor de basisschool moet je minstens de pabo achter de rug hebben, voor de middelbare I school minimaal een lerarenopleiding. I Alleen aan de universiteit komt het I voor dat je zonder een didactisch diploma toch college kunt geven. Een vreemde situatie, erkent ook Josefien Laghuwitz van Personeelszaken. "Het I is helemaal niet gezegd dat de briljan te onderzoeker ook briljant kan doce j ren. Toch is goed onderwijs iets waar I we als universiteit graag mee naar bui ten treden. Dat is trouwens niet alleen een kwestie van willen, maar ook 1 steeds meer van moeten. Nog altijd I wordt niet voldoende gerealiseerd hoe belangrijk studenten als inkomsten bron voor de universiteit zijn." Laghuwitz is betrokken bij de projec ten van zes verschillende faculteiten om hun docenten te professionalise ren. Geneeskunde, Rechten, Psychologie, Bewegingswetenschap pen, Biologie en de faculteit exact hebben allemaal een eigen project, betaald uit het studeerbaarheidsfonds. De projecten komen echter zoveel overeen dat Personeelszaken en het onderwijsadviesbureau ook inhoudelij ke ondersteuning bieden. Eén van die 'centrale' activiteiten is de organisatie van een 'professionaliseringstraject' vooral voor beginnende docenten. In )anuari start een groep van vijftien recent aangetrokken krachten, die de fi)ne kneepjes van het doceren onder de knie moeten krijgen. Ze krijgen een 'inservice'opleiding van zo'n drie honderd uur, verspreid over twee jaar. Een deel van de opleiding is gewoon in de klas, waarbij de training ver zorgd wordt door het onderwijsadvies bureau. Een ander deel bestaat uit
Illustratie: Berend Vonk
coaching door een seniordocent van de eigen faculteit en zwteraitebijeenkom sten met andere cur susdeelnemers. Opvallend is dat de cursus, bij goed gevolg, afgesloten wordt met een beoordeling door de eigen faculteit. Men krijgt ook een soort van certificaat mee. "We zijn met de VSNU, de vereniging van universiteiten, druk bezig met een discussie over de vraag of het nodig is afspraken te maken over verplichte certi ficering van alle docenten, dus zowel de nieuwe als de zit tende", vertelt Laghuwitz. "In Utrecht moet je gediplomeerd zijn om aan de universiteit een vaste aan stelling als docent te krijgen. Dat geldt zowel voor nieuwe als zittende docen ten. Dit heeft ook de landelijke dis cussie hierover aangezwengeld. Op lange termijn verandert er natuurlijk wel iets als alle nieuwe docenten ver plicht de cursus moeten volgen. Maar voor de korte termijn moet je ook iets doen met je zittende personeel." De projecten van de zes faculteiten richten zich daarom niet alleen op professionalisering van (nieuwe) docenten, maar ook van het perso
neelsbeleid, legt Laghuwitz uit. Ze doelt daarbij op een intensievere beoordeling, vooral van de onderwijs taken. "Nu is het soms zo dat in een beoordeling gezegd wordt: 'je moet beter college geven, hier heb je een folder, lees die maar eens en na een jaar kijken we wel verder'. Dat kan gewoon niet meer. Er moet een bete re, structurelere begeleiding en beoor deling komen. Ik vind dat het een gewoonte moet worden dat iemand die verstand heeft van het geven van goed onderwijs, deel uitmaakt van de
beoordelingscommissie voor docerend personeel. De direct leidinggevende is daarvoor niet altijd de meest aangewe zen man of vrouw." Laghuwitz organiseerde een maand of twee geleden een eerste 'werkconfe rentie' voor iedereen die bij het pro ject betrokken is. Bij die gelegenheid legde ze de vraag voor wat nou de eigenschappen zijn van de ideale docent. De antwoorden op die vraag bleken zeer opvallend. Dat een docent goed moet kunnen begeleiden, enthousiasmeren, presenteren en
beoordelen, verbaasde Laghuwitz niet. Wél dat 'inhoudelijke kennis' erg laag scoorde. Tussen tien punten eindigde 'inhoud' op de een na laatste plaats, maar net voor 'het gebruik van audio visuele middelen'. "Dat bewijst dat als je inhoudelijk goed bent, nog niet meteen een goede docent bent. Ook het omgekeerde is van toepassing: als goede docent hoef je niet beslist inhoudelijk uit te blinken." Professionahsering is, aldus Laghuwitz, het beter laten aansluiten van wat je wil (je doelen) op wat je hebt (je personeel). Daarvoor is het allereerst heel belangrijk dat een facul teit goed in de gaten heeft wat zij wil, dat zij een visie heeft. "De visie achter het onderwijsbeleid is lang niet altijd expliciet, terwijl dat volgens mij wel zou moeten. Niet alleen om het voor jezelf helder te krijgen waar je mee bezig bent, maar ook om je mee te profileren." Ondanks dat de deelnemende facul teiten volgens Laghuwitz erg enthou siast zijn en er dankzij het studeer baarheidsfonds voldoende geld is voor het project, wil ze niet bïj voorbaat van een succes spreken. Er ligt een aantal valkuilen op de loer. "De vrees is er dat dit één van de twintig projec ten op de faculteit wordt en daardoor niet de aandacht krijgt die het ver dient. Een ander probleem is dat je nu en volgend jaar iets opbouwt wat zo weer in elkaar kan duvelen. Na 2000 moeten de faculteiten de projecten zelf trekken. Dan is het maar de vraag of de noodzaak van het project vol doende wordt ingezien." Ze is eveneens "zeer benieuwd" of over twee jaar ook de andere zeven faculteiten meedoen. Veel problemen zijn volgens haar grotendeels opgelost als het college van bestuur besluit dat deelname aan het traject verplicht is voor alle (nieuwe) docenten, op alle faculteiten. "Als je in je 'handboek personeelsbeleid' zet dat mensen die je aanneemt didactisch geschoold móeten zijn, ben je al een eind op de goede weg. Maar het blijft lastig, dat zie ik ook wel. Hoewel het meten van onderzoeksprestaties de laatste jaren heel gewoon geworden is, doen we dat nog steeds niet voor onderwijs prestaties. Als je niet afrekent op les geven, blijft het onderwijs een onder geschoven kindje. Dan worden men sen die met veel inzet onderwijs geven nooit de coryfeeën van de universi teit."
'Mijn galerie is voor mij een tweede huiskamer' Voor veel medewerkers van de VU speelt zich buitenshuis nog een heel leven af, al dan niet professioneel. Ad Valvas brengt hen in beeld. Deze maand: Walther Ploos van Amstel, docent logistiek, maar ook beheerder van een kunstgalerie in de Amsterdamse Kerkstraat. "Mijn galerie ontstond vanuit een hobby Ik had thuis aardig wat kunst aan de muur hangen. Voor ik het wist, had ik elke avond een soort Tupperware-party aan huis van vrien den en kermissen die naar mijn schil derijen kwamen kijken. Dat was alle maal best leuk, maar sommigen had den nogal de neiging te blijven plak ken. Bovendien hadden we daarvoor op een gegeven moment niet meer de ruimte. Toen ben ik eens gaan rondkijken en stuitte op deze plek in de Kerkstraat, middenin het Spiegelkwartier. Ik was meteen verkocht. Mijn kompaan en ik zitten hier nu alweer bijna een jaar. Wat je hier ziet is geen eigen kunst. Actieve kunstenaars krijgen bij ons de ruimte om hun werk tentoon te stel len, We hebben ook wat voorraad voor als mensen meer willen zien van een bepaalde kunstenaar. Het is een ontzettend lekkere plek om nisüg te werken. Ik geef een dag per week college logistiek op de vu. Dat doe ik alweer een jaar of zes. Daarnaast ben ik verbonden aan andere universiteiten, zoals die van Maastricht en Eindhoven, en ben als organisatieadviseur actief bij KPMG.
is dit een heel inspirerende plek. En zelfs om voor grote groepen te koken. Het is voor mij een tweede huiskamer geworden. Mensen vragen vaak: 'waar haal je de tijd vandaan om naast je werk een kunstgalerie te runnen?' Dan zeg ik dat het juist een uitgelezen combinatie is. Al kun je er niet altijd van op aan dat je lang door kunt wer ken. Er kunnen altijd mensen binnen lopen om naar je collectie te kijken.
Walther Pl oos van Amstel : 'Kunst-
business is erg conjunctuui^ gevoelig. Als de AEX-index instort komt er hel emaal niemand.' Archief Ploos van Amstel
De tijd dat ik niet op kantoor zit, zit ik hier in mijn eigen galerie. Ik schrijf veel boeken, ben bijvoorbeeld
bezig met een promotie, en dat gaat op deze locatie prima. Ook voor ver gaderingen en overleg met studenten
Vooral op zaterdag wil het wel eens druk worden. Maar goed, dat hoort erbij. Dat is ook het leuke van mijn verhaal. Wat ons onderscheidt van andere Amsterdamse galerieën is niet alleen dat we een hele grote zijn, maar ook dat we een hele diverse verzameling bieden. Dan weer zeventiendeeeuwse meesters, dan weer foto's, alles mag. Dat is een beetje postmodern; in de jaren zeventig zou je verketterd zijn als je het zo deed. Nu willen onze klanten niet anders. Als het maar kwaliteit heeft. Ook onze naam is anders. Heel ver terug was het geslacht Ploos van Amstel een bekend Amsterdams geslacht van kunsthandelaren. Daar kreeg ik niets van mee hoor, van huis uit heb ik alleen mijn interesse voor logistiek. Maar de naam doet, zeker in het Spiegelkwartier waar veel anti quairs zitten, bij veel kunstkeimers een belletje rinkelen. Volgend jaar
exposeert hier een oudoom van mij, de bekende schilder Jaap Ploos van Amstel. Ik ken hem helemaal niet, maar vind het wel enorm leuk om familie in de zaak te hebben. Op het eerste gezicht lijkt het dat kunsthandel en logistiek geen raak vlakken hebben. Maar dat is zeker niet waar. Allerlei lessen uit de detail handelsector gelden ook voor een galerie. Zo merk ik dat je af en toe dolle dwaze dagen moet organiseren. Dan loopt het echt storm. Wij hebben 13 december weer zo'n open huis. Mensen kunnen dan met de kunste naars praten over hun werk. Dat blijkt aan te slaan. Mensen willen graag weten van wie ze iets kopen. Wat ik ook geleerd heb, is dat de kunstbusiness erg conjunctuur gevoelig is. Als het regent, blijft het hier bijna leeg. Als de AEXindex instort, komt er helemaal niemand. Het kopen van een schilderij is overi gens wel iets anders dan het kopen van, zeg, een pak melk. Het is voor de meeste mensen een heel avontuur. Je laat jezelf zien als je kunst koopt. Met mijn galerie probeer ik een beetje met dat avontuur mee te gaan. Ik weet gelukkig wat het is om klant te zijn. Een voordeel is dat ik niet van de kunsthandel hoef te leven, dat geef ik meteen toe. Ik ben al blij als we uit de kosten komen. De bedoeling is niet dat dit mijn beroep wordt. Daarvoor vind ik mijn andere baan veel te leuk. Het gekke is, ik ben gewoon gewend om twee of meer dingen te doen. Dat doe ik al twaalf jaar. En ik voel me er prima bij."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998
Ad Valvas | 704 Pagina's