Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 485

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 485

9 minuten leestijd

AD VALVAS 25 MAART 1999

PAGINA 5

Het knagen aan de wetenschappelijke vrijheid Wetenschappers die door opdrachtgevers onder druk worden gezet om hun resultaten 'aan te passen'. De kranten stonden er vol mee naar aanleiding van het recent verschenen boek van twee Leidse antropologen. Hebben onderzoekers aan de VU er ook mee te maken? in ieder geval kan onderzoeker Michiel de Vries rijkelijk putten uit zijn ervaring. En bemiddelaar Dirk Jan Coehoorn geeft toe dat de VU ontevreden opdrachtgevers best wat tegemoet wil komen. Fokke Zaagsma Professor André Köbben van de Universiteit Leiden onderzocht enkele jaren geleden in het Leids Instituut voor Sociaal-Wetenschappelijk Onderzoek (Liswo) het ziekteverzuim in het onderwijs, in opdracht van het ministerie van OW. D e conclusie betekende dat het ministerie ruim 75 miljoen gulden in het ziektevervangmgsfonds moest storten. Dat vond het ministerie maar niks. Köbben en medewerkers werden krachtig onder druk gezet om de percentages naar beneden bij te stellen. Het Liswo weigerde. OW kwam vervolgens met eigen cijfers die aantoonden dat het Liswo-onderzoek niet deugde, maar wilde die analyses niet overhandigen. Na een reeks pesterijen en dreigementen ("Jullie kunnen nieuwe onderzoeksopdrachten wel vergeten") zocht Köbben de publiciteit. Hij schreef in 1996 een artikel over de kwestie in NRC Handelsblad, getiteld Kafka in Zoetermeer en riep collega-wetenschappers op om vergelijkbare ervaringen te melden. Samen met oud-Liswo-coUega Henk Tromp noteerde hij vervolgens 37 casussen. Het boek. De onwelkome boodschap, of: hoe de vrijheid van de wetenschap bedreigd wordt kwam twee weken geleden uit. Er hadden nog wel 35 praktijkgevallen in gekund, verklaart Köbben, maar dan was het meer van hetzelfde geworden. Veel onderzoekers die onder druk worden gezet, bleken de gegevens te hebben veranderd in het voordeel van de opdrachtgever of een ongemakkelijk compromis te hebben gesloten. De twee onderzoekers wilden geen zwartboek maken, maar laten zien dat pogmgen tot intimidatie geen incidenten zijn. Wetenschappers vonden het geen prettig onderwerp om over te praten, merkten de Leidse antropologen. Bijna alle onderzoekers die ze benaderden waren bang om h u n relaas uit de doeken te doen. Volgens Köbben en T r o m p oefenen niet alleen bedrijven en non-profitorganisaties pressie uit op onderzoekers. Ook universiteiten, die steeds meer marktgericht denken en werken, hebben belang bij tevreden opdrachtgevers. In NRC Handelsblad zegt Köbben: "In de contracten die universiteiten sluiten met opdrachtgevers staan mooie bepalingen over het recht op publicatie, maar als puntje bij paaltje komt kiezen de onderzoekers eieren voor htm geld. Ze willen geen vervolgonderzoek mislopen."

Illustratie' Aad Meijer

De bemiddelaar: 'VU wil de opdrachtgever niet sciiaden O

f het Instituut voor Milieuvraagstukken (IVM) van de vu een lading cacaobonen wilde onderzoeken op aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen. Dat was enige jaren geleden de vraag van een bekend groot overslagbedrijf. Het rvM ging akkoord en wilde een steekproef nemen uit de loods waar de ladmg lag. Het bedrijf had echter al een zak geselecteerd voor de test. "Daar is lang over gestreden", vertelt vu-medewerker Dirk Jan Coehoorn, "maar uiteindelijk ging het bedrijf overstag. Jammer genoeg ging het onderzoek niet door omdat de cacaoprijs aantrok. Voordat het IVM kon beginnen, was de loods leeg. Alles verkocht." Coehoorn bemiddelt voor bedrijven en maatschappelijke instellingen die tegen betaling - wetenschappers van de vu onderzoek willen laten doen. Het komt volgens hem zelden voor dat opdrachtgevers wetenschappelijk onderzoek willen beïnvloeden. Van de afgelopen twee, drie jaar kan hij zich geen voorbeeld herinneren. "Wel willen opdrachtgevers altijd een dikke vinger in de pap hebben. D a n mogen ze meepraten in de begeleidingscommissie." Aan het principe van onaf- '

hankelijk onderzoek wordt volgens Coehoorn echter niet getornd en gevonden feiten worden nooit en te nimmer gewijzigd.

Tegenvallen Als de resultaten' de opdrachtgever tegenvallen, is de v u toch wel bereid om de betaler tegemoet te komen. Dat gebeurt bijvoorbeeld door "m de conclusies nuances aan te brengen", aldus Coehoorn. Een heel enkele keer wordt onderzoek overnieuw gedaan als het bedrijf ontevreden is over de uitkomst. Coehoorn: "Dat doen we alleen als we zelf ook twijfelen, als we ook verrast zijn over de uitkomst." Een andere manier om een opdracht-' gever tevreden te stellen met de resultaten die hij niet verwachtte, is het onderzoek officieel openbaar te verklaren, maar niet openbaar te maken. Het rapport blijft dan met toestemming van de v u in een la liggen of wordt alleen binnen het bedrijf verspreid. Officieel mag de v u te allen tijde de gegevens publiceren. "In alle contracten staat een publicatiegeding. Maar als we publiceren, gebeurt dat altijd in samenspraak met de opdrachtgevers. Zij betalen. We willen ze niet scha-

den." De Vrije Universiteit is in zo'n geval bijvoorbeeld bereid de publicatie van een rapport op te houden zoadat de opdrachtgever zich kan voorbereiden op het slechte nieuws. Is dit gemanipuleer met de pubicatie van onderzoeksresultaten wel te rijmen met het standpunt dat de vu alleen onafhankelijk onderzoek doet? Coehoorn vindt van wel: "Dat is niet tegenstrijdig. Als de uitkomsten anders zijn dan de opdrachtgever dacht, dan mogen ze het openbaar maken beïnvloeden. Dat is geen vertekening, maar eerder verbreding of verdieping. Het gaat om respect voor elkaar, om geven en nemen. Het is de deal om het onderzoek te mogen verrichten."

Concessies Hij heeft nooit het gevoel gehad te veel concessies aan opdrachtgevers te moeten doen. Coehoorn ligt weinig in de clinch met opdrachtgevers. "In slechts 10 procent van de gevallen moet er worden gepraat, en in 1 procent daarvan kom je er soms niet uit." Een voorbeeld van die éne procent is een onderzoek voor de religieuze beweging Scientology Church. De faculteit godgeleerdheid onderzocht of

Scientology volgens de Nederlandse wetgeving een kerk was. De beweging heeft daar belang bij, want dan hoeft ze geen belasting te betalen. Tijdens het onderzoek leek het erop dat de uitkomsten niet met h u n wensen zouden overeenkomen. "Ze beschuldigden de vu van manipulatie van de uitkomsten. T o e n is het onderzoek stopgezet. D e onderzoeker heeft het wel afgemaakt en is erop afgestudeerd, maar het is nooit gepubliceerd omdat Scientology dreigde met gerechtelijke stappen." D e v u weigert een enkele keer een opdrachtgever als ze vooraf inschat dat die stennis zal maken over de onderzoeksuitkomsten. Zo werd tien jaar geleden een bedrijf uit Haarlem geweigerd dat aan kwam zetten met enkele glazen potten waarin sieraden en goudklompjes zaten, maar ook gouden tanden en kiezen. Het bedrijf wilde weten hoe ze de goudstukjes zo snel mogelijk konden omsmelten zonder gebruik van gevaarlijke chemicaliën waarvoor een milieuvergunning nodig was. "Dat leek ons geen zuivere koffie."

De onderzoeker: *lk ben heel voorzichtig geworden' B

ij elke onderzoeksopdracht die hij aanneemt, wordt druk op hem uitgeoefend. Opdrachtgevers willen een zo positief mogelijk resultaat. Michiel de Vries, docent en onderzoeker bestuurskunde aan de vu, is niet anders gewend. Ongeveer twee keer per jaar evalueert hij beleid in opdracht van de rijksoverheid en lagere overheden. "Ze willen altijd horen dat het beleid effectief was en tegelijk dat het probleem niet is opgelost. Anders moet het beleid worden stopgezet. Die resultaten komen er niet altijd uit." De pressie is subtiel. "Ze laten het rapport lang liggen voordat ze reageren. D a n volgen telefoontjes: dit moet eruit, dat moet anders, kunt u over die positieve punten wat meer schrijven." Brieven worden zelden gestuurd, want: "dan staat het zwart op wit." Enkele jaren geleden had hij nog een negatieve ervaring met een ministerie. Dat benaderde De Vries en zijn vu-collega professor Van den Heuvel voor controle van een onderzoek. " H u n onderzoeksrapport bleek al klaar. Of we achteraf even een handtekening wilden zetten dat het

goed gedaan was. Dat hebben we geweigerd." Welk ministerie het is, wil D e Vries niet zeggen. "Je kan het toch nooit bewijzen en ik wil niet beschuldigd worden van laster." Aan de Leidse antropologen Köbben en T r o m p , schrijvers van De onwelkome boodschap vertelde D e Vries over zijn ervaringen met het ministerie van VWS. N a conflicten met ambtenaren over de conclusie kreeg De Vries te horen: "U wilt toch wel nieuwe opdrachten van ons?" Drie jaar geleden onderzocht De Vries samen met vu-coUega professor Fleurke of de decentralisatie van het jeugdpreventiebeleid naar gemeentes was geslaagd. D e gemeentes zouden voortaan de regie krijgen in het beleid jongeren voor misstappen te behoeden. "In feite was het beleid nog nauwelijks afgestoten. Het onderzoek kwam veel te vroeg en de conclusie zou daardoor al min of meer vaststaan: de gemeentes doen het niet goed." D e Vries en Fleurke deden het onderzoek en concludeerden dat het te prematuur was voor een evaluatie. Gevolg: ruzie met de ambtenaren.

"Ik denk dat door het afstoten van het beleid de opdrachtgevende afdeling van vws moest inkrimpen. Die zagen dat niet zitten." Uiteindelijk verdween het rapport in de la en werd de relatie met het ministerie verbroken.

Niet vertellen Aanvankelijk wilde hij dit verhaal niet aan Köbben venellen. "Waarom zou je je opdrachtgever beschadigen? Bovendien is het moeilijk te bewijzen." Köbben haalde hem over. "Ik ben ook niet financieel afhankelijk van onderzoek door opdrachtgevers want ik word gewoon betaald door de v u . " Hij is steeds voorzichtiger geworden met opdrachtgevers. "Ik vraag nu vooraf altijd waarom ze het onderzoek willen en wil weten boe vrij ik ben. Ook over de vrijheid om te publiceren maak ik afspraken: dat gebeurt na een half jaar zodat de opdrachtgever de eerste ruchtbaarheid aan het rapport kan geven. Met het ministerie van VWS waren geen goede afspraken over publicatie."

De Vries maakte naam door een onderzoek naar de betrouwbaarheid van milieueffectrapportages die de overheid moet laten verrichten bij grote infrastructurele plannen. In februari schreef D e Vries in Trouw een vernietigend artikel over de milieueffectrapportages voor de noordoostverbinding van de Betuwelijn. Het rapport, opgesteld door NS Railinfrabeheer, was ondeugdelijk, vol met absurditeiten, slordigheden en subjectieve gegevens die als objectieve feiten worden gepresenteerd, schrijft De Vries. D e Socialistische Partij stelde Kamervragen. Vervolgens kreeg D e Vries een uimodiging om eens met de ambtenaren van Verkeer en Waterstaat en de NS te komen praten. Die waren heel boos, vertelt De Vries. "Later hoorde ik dat tijdens een hoorzitting over de Betuwelijn iemand vroeg hoe het nou zat met de kritiek van D e Vries. Daar hebben we mee gepraat, zeiden de ambtenaren, en die heeft alles ingetrokken. Maar daar is niets van waar."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 485

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's