Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 198

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 198

10 minuten leestijd

AD VALVAS 12 NOVEMBER 1998

PAGINA 8

'Scholen moeten hun christelijke identiteit niet verdoezelen' Met een congres wordt gevierd dat de Hendrik Piersonleerstoel voor christelijk onderwijs vijf jaar bestaat. Siebren Miedema bekleedt de leerstoel. "Dé christelijke school bestaat niet, maar we kunnen proberen er duizend verschillende te laten bloeien." Dirk de Hoog "Een christelijke school is geen kerk. Op zo'n school gaat het primair niet om de rituelen zoals een dagopening met gebed, maar om de pedagogische benadering. De ontwikkeling van het kmd, zijn persoonsvorming, moet het uitgangspunt zijn", stelt Siebren Miedema. Sinds vijf jaar bekleedt hij de Hendrik Pierson-leerstoel voor christelijk onderwijs die in 1993 aan de vu is ingesteld door een aantal organisaties afkomstig uit het protestants christelijk onderwijs. De leerstoel is vernoemd naar de hervormde predikant Hendrik Pierson die leefde van 1834 tot 1923. Hij was van 1890 tot 1911 de eerste voorzitter van de Schoolraad voor de Scholen met den Bijbel, maar werd vooral bekend als directeur van de Zettense inrichting voor weeskinderen en jonge gehuwde moeders. Het eerste lustrum van de leerstoel wordt vrijdag 13 november gevierd met een congres over de interactie tussen de leerling en de leraar, een thema dat Miedema zeer bewust koos. "Op school moet de leerling met een massief brok kennis voorgeschoven krijgen. Het uitgangspunt moet de bagage van het kind zijn. Wat zit er in het rugzakje? De school moet zorgen dat het kmd zich optimaal kan ontplooien tot een zelfstandig mens. Dat gebeurt in een proces, in een dialoog tussen de leerling, de leerkrachten en de andere kinderen op school." De hoogleraar wil nadruklwlijk niet het woord christelijke pedagogiek in de mond nemen. "Bij mijn aantreden zei ik al dat ik daar niet naar op zoek ben. Wel naar vragen als wat kan de identiteit van een christelijke school zijn, welke problemen komen daar bij kijken en wat is een goede pedagogi-

ging is om op een niet gekunstelde manier je identiteit en je onderwijsaanbod te verbinden. Dat zijn onderwerp waar we ons mee bezighouden " Behalve kinderen uit niet-kerkelijkactieve milieus krijgen scholen steeds vaker kinderen met een ander geloof dan het christelijke. "Hoe je omgaat met kinderen met een moslim- of hmdoeachtergond is natuurlijk een heel actuele vraag. In de grote steden zijn al scholen met 50, 60 procent kinderen met een niet-christelijk geloof Ak je de ontwikkeling van het kind als uitgangspunt neemt, kan je met volstaan met te zeggen dat je christelijk bent en kerst viert. Je zult de bagage, ook de godsdienstige, van die kinderen serieus moeten nemen. Ook daar gaat het weer om de interactie, de dialoog die je met het kind aangaat. Daarbij moet je je eigen levensbeschouwing met wegstoppen of wegrelativeren."

sche benadering. Ook als christelijk school moet je beginnen met de vraag wat we willen bereiken met de opvoeding en de ontwikkeling van de kinderen die ons zijn toevertrouwd, en wat daarbij een goede onderwijsvisie is. Natuurlijk is de godsdienstige vorming van een kind daar integraal onderdeel van." Christelijke scholen doen het niet slecht, want de scholen zijn nog steeds erg populair bij de meeste ouders. Twee op de drie scholen in Nederland hebben een christelijke signatuur. "Uit schoolkeuzeonderzoek blijkt dat heel wat ouders die met actief kerkelijk zijn, hun kinderen bewust naar een christelijke school sturen. Daarbij spelen verschillende motieven een rol. Soms kiezen ze een school omdat die gewoon dichtbij is. Veel ouders vinden echter godsdienstige en levensbeschouwelijke vorming belangrijk."

Grote populariteit Dat christelijke scholen ondanks een teruglopende kerkelijkheid toch een grote populariteit behielden, roept nieuwe vragen en problemen op. "Vroeger had je de echt verzuilde school. Als je uit een gereformeerd gezin kwam, ging je naar de gereformeerde kerk en de gereformeerde school. N u zitten kinderen met heel verschillende achtergronden samen in de schoolbankjes. Dat maakt de identiteit van de school niet meer vanzelfsprekend." Miedema ziet die ontwikkeling meer als een uitdaging dan als een probleem. "Ik wil niet zeggep dat de christelijke scholen een meerwaarde hebben - ze hebben wel een andere waarde. Aandacht voor levensvragen maakt onderdeel uit van het lesaanbod en veel ouders waarderen dat. De school leert kinderen ook omgaan met

Siebren IVliedema: 'Ik lioor wei van sciiooidirecteuren dat ze liet geloof nauwelijks op de agenda durven zetten uit angst dat dan de rapen gaar zijn.' Peter Wolters - AVC/VU bijbelverhalen, rituelen en christelijke tradities uit de samenleving, zoals het vieren van kerst en pasen. Schoolteams moeten hun christelijke identi-

teit niet verdoezelen, maar er juist trots op zijn wat ze allemaal hebben te bieden op dit punt. Ze hakken immers al vele jaren met dit bijltje. D e uitda-

Miedema merkt in de praktijk dat \ eel schoolteams er moeite mee hebben intern over de eigen identiteit te spreken. "Ik hoor wel van schooldirecteuren dat ze het geloof nauwelijks op de agenda durven zetten uit angst dat dan de rapen gaar zijn. Veel leerkrachten hebben veel schroom om over h u n eigen geloof en hun ontw ikkeling daarin te praten. Mijn ervaimg is dat zulke gesprekken absoluut noodzakelijk zijn om godsdienstige vorming tot een integraal deel van de pedagogische intentie van de school te maken. Natuurlijk levert dat geen pasklare antwoorden en recepten op, maar wel veelldeurige beelden. Dat is maar goed ook. Dè christelijke school bestaat niet, maar we kunnen er wel duizend verschillende laten bloeien Een school in Friesland is tenslotte iets anders dan een school m een Amsterdamse volkswijk. Sommige vragen zijn wel gelijk, namelijk hoe vul je elke dag weer de pedagogische verantwoordelijkheid in voor de kinderen die deel uitmaken van jouw christelijke schoolgemeenschap." Het congres vindt 13 november plaats in de Aula van tiet Hoofdgebouw

Nieuwe vragen en uitdagingen voor christelijke organisaties "Hebben maatschappelijke organisaties op basis van een christelijke identiteit nog zin?", is de vraag waar VU-filosoof Hans Groen een boek over schreef. Het antwoord is ja en nee. Dirk de Hoog "Voor een christelijk-sociale beweging is nog zeker toekomst in Nederland. Een vraag is echter of elke maatschappelijke organisatie die zich christelijk noemt, kostte wat het kost aan die identiteit moet vasthouden", stelt Hans Groen. Hij is de auteur van het boekje identiteit als belofte waaraan de VU donderdag 12 november een klein symposium wijdt. De publicatie is het gevolg van een studie naar de betekenis van de christelijke identiteit bij een viertal organisaties die zich met sociaal-economische zaken bezighouden. Het zijn de christelijke werkgeversorganisatie, de organisatie voor het midden- en kleinbedrijf, de boeren- en tuindersbond en de vakbeweging CNV. Aanleiding voor het onderzoek was dat drie van de vier confessionele organisaties in een korte tijdspanne fuseerden met h u n wereldlijke broeders. Alleen het CNV gaat vooralsnog op eigen kracht verder. "De bedenkers van het onderzoek vonden die fusies in korte tijd een opmerkelijke zaak. In 1991 was er nog een groot congres aan de vu waar de indruk was ontstaan dat de christelijk-sociale beweging nog springlevend was. Vijfjaar later kiezen drie belangrijke partijen ervoor hun christelijke identiteit min of meer op te geven." 'Hebben maatschappelijke organisaties op basis van een christelijke visie nog wel zm?' was volgens Groen de inzet van het onderzoek. Ja en nee is het antwoord. Groen stelt onomwonden dat het geen zin heeft een christelijke organisatie in stand te houden als de vlag de lading niet meer dekt. "Je

.* ^k • •• Hans Groen: 'Problemen als milieu en de derde wereld vragen om nieuwe christelijke organisaties.'

J

I M

Bram de Hollander

moet niet willen voortbestaan vanwege het voortbestaan zelf Je christelijke identiteit moet wel iets toevoegen en werkelijk een leidraad voor je handelen zijn." Dat de drie van de vier belangrijke christelijke organisaties op sociaal-economisch gebied fuseren v'indt Groen dan ook geen probleem. "Het chnstelijk-sociaal denken begon eind vorige eeuw, met als belangrijke hoogtepunten het Sociaal Congres in 1891 en de pauselijke encychek Renim Novarum. Het ging daarin om de sociale kwestie, zeg maar de mensonterende omstandigheden waarin veel arbeiders verkeerden," aldus Groen. "In het christelijke denken draait het erom dat de verschillende maatschappelijke groeperingen samen verantwoordelijk zijn om de problemen op

te lossen. Anno 1998 kunnen we concluderen dat in Nederland de sociale kwestie ongeveer op die manier is opgelost. We hebben een overlegeconomie met een Sociaal-economische Raad. Wat dat betreft zijn specifiek christelijke organisaties misschien wel overbodig." Het CNV gaat volgens Groen apart door omdat er nog grote meningsverschillen met de andere grote bond FNV bestaan. Met deze stellingname wil Groen zeker niet zeggen dat er geen behoefte meer is aan christelijke organisaties. "Er duiken allerlei nieuwe maatschappelijke kwesties op. Denk aan de nadelen van de 24-uureconomie of het steeds verder oprukkende marktdenken. Daar liggen nieuwe vragen en uitdagingen waar je

als christen een antwoord op kan proberen te vinden. Dat geldt ook voor zaken als de aantasting van het milieu en de problemen in de derde wereld. Bij die nieuwe vragen moet je, denk ik, nieuwe organisaties bedenken in plaats van de oude met deze kwesties te belasten. Stel dat de vakbeweging zich vooral met het milieu bezighoudt. Dan verloochent ze zichzelf, want ze is geen vakbond meer." Groen vindt het niet eenvoudig om aan te geven wat nu specifiek christelijk is in de wijze waarop verschillende chnstelijke organisaties tegen problemen aankijken. "Voor mij is het oude motto Pro Rege, voor God, een belangrijk motief We doen de dingen niet voor ons zelf, maar om God te dienen. Hoe je dat invult, is niet zo

simpel te verwoorden. Ik denk dat het een zinvolle benadering was om terug te kijken naar wat in honderd jaai christelijk sociale beweging is gebeurd. Je ontdekt dan gemeenschappelijke lijnen waar je verder op kunt bouwen, zoals de nadruk op de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de dingen die in de samenleMng spelen. D e overheid kan niet alles oplossen, de markt ook niet. Het strikt najagen van eigenbelang is ook geen goede zaak. Abraham Kuypei /ei al dat we niet alleen vanuit de optiek van de onderdrukte moeten kijken, maar vooral vanuit een architectonische kritiek op de samenleving als geheel." Groen vindt het van belang dat degenen die echte verantwoordelijkheid dragen binnen een christelijke organisatie zelf christen zijn. "Dat betekent met dat je het altijd met elkaar eens bent, maar je hebt wel een gemeenschappelijke bron waar je uit put Die bron bepaalt voor een groot deel je identiteit. Ik ben er bijvoorbeeld met voor dat niet-gelovigen voor het CD \ in de kamer zitten omdat het partijprogramma hun wel aanspreekt. Dan word je onhelder. Je identiteit dreigt af te kalven." Dat het toepassen van deze principes op de Vrije Universiteit tot grote pioblemen kan leiden, ontkent Groen niet. "Natuurlijk is hier de identiteit verwaterd. Van mij had de vu nooit zo groot hoeven worden. Ik heb lic\er een kleine universiteit die zich weikclijk druk maakt om zijn identiteit en meedenkt met andere gelijkgestemde maatschappehjke organisaties. Dan blijft de discussie tenminste op gang over wat een christelijke identiteit is en zien we wel waar we uitkomen." Hans Groen Identiteit als belofte. Uitgeverij Boekencentrum Zoetermeer, 1998, ƒ 39 90, ISBN 90 239 04176 Het congres vindt plaats op 12 november om dne uur 's middags in het Hoofdgebouw van de VU

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 198

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's