Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 546

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 546

11 minuten leestijd

PEeSONEELSKATEfir^; ONDERNEMINGSRAAD

PAGINA 1 2

AD VALVAS 2 2 APRIL 1999

Eigen veiligheid is altijd het belangrijkste Het huidige bedrijfsnoodplan voor de universiteit is van maart 1997. Het is opgesteid door de Gebouwendienst in samenwerking met de Dienst voor Veiligtieid en Milieu (DVM). in het plan staan de procedures beschreven die gevolgd moeten worden wanneer er bijvoorbeeld sprake is van een ongeluk met gevaarlijke stoffen, een ernstig ongeval, een bommelding of brand. Het is een tamelijk dik boekwerk met veel gedetailleerde informatie. Natuurlijk hoeft niet iedereen zich hierin te verdiepen, maar een beetje kennis van zaken over wat te doen bij een calamiteit zou wenselijk zijn. Je wéét maar nooit.

Een echte ramp heeft zich op de VU niet voorgedaan. Enkele jaren geleden kwam er een grote gaswolk aandrijven uit de richting van Uithoorn. Die was ontstaan bij een brand en tamelijk giftig. De ramen gingen dicht en er gebeurde mets. Brand wordt snel in de kiem gesmoord, bij ongevallen is de EHBO voldoende. Maar wat nu wanneer er wel iets ernstigs gebeurt? Op verschillende plaatsen in het gebouw hangen wit-groene bordjes met 'uit' erop, om de vluchtroute aan te geven. Bij de liften hangen plattegronden waarop de trappenhuizen, nooduitgangen en vluchtwegen worden aangegeven. Wie er eventjes naar kijkt begrijpt er niet veel van maar volgens Hans Keus, OR-lid van de Commissie Veiligheid, Gezondheid, Welzijn en Milieu (VGWM commissie), levert even bestuderen een aardig goed beeld op. 'Als je iets wilt weten over vluchtwegen en dergelijke, dan kan dat. Zo'n plattegrond is echt wel te begrijpen. Maar er zijn maar weinig mensen die de moeite nemen. Ik denk dat als er iets mocht gebeuren, er veel mensen zijn die geen idee hebben waar ze naar toe moeten.' Vorig jaar is de Arbeidsinspectie langs geweest en naar aanleiding van hun rapport zijn de wegwijzers voor de vluchtgangen verbeterd. Die waren soms onzichtbaar geworden omdat er iets voor stond. Janneke Eppinga, eveneens OR-VGWM lid, vindt dat elke medewerker alert moet zijn op zulke zaken: 'De Gebouwendienst is verantwoordelijk voor dit soort dingen, maar de medewerkers zijn degenen die hun afdeling kennen en er vaak lopen. Eigenlijk hebben zij de plicht dingen die niet kloppen te signaleren en te melden. Of het nu gaat om een lamp die stuk is, rotzooi die ergens ligt, een smeulende prullenbak of een nooduitgangbord dat onzichtbaar is, meld dat bij een servicepunt.'

Alarm Op bouwkundig en technisch gebied zijn er in het Hoofdgebouw dat in 1973 in gebruik werd genomen en ook in de andere gebouwen zogenoemde branden calamiteitenvoorzieningen aangebracht. Hierbij gaat het onder meer om vluchtwegen, compartimentscheiding, het gebruik van brandwerende matenalen, een brandmeldinstallatie, ventilatievoorzieningen, een noodverlichtingssysteem en brandliften. Wanneer een rookmelder brand signaleert gaat in de interne brandmeldcentrale een alarm af. Binnen vier minuten moet iemand van de brandploeg checken of het alarm terecht is en een eventueel beginnende brand blussen. Na vier minuten wordt het alarm namelijk automatisch doorgegeven aan de gemeentebrandweer, die

dan direct uitrukt. Mocht het gaan om een vals alarm, dan hoeft de gemeentebrandweer niet voor niets uit te rukken en worden een hoop kosten bespaard. Wanneer er via een handmelding, iemand slaat het glaasje van een meldkastje stuk, een alarm binnenkomt is er geen sprake van deze tijdsvertraging. Er wordt vanultgegaan dat als er een brandglaasje wordt ingeslagen, de melding seneus is en er dus daadwerkelijk brand is geconstateerd. Veel brandjes ontstaan in prullenbakken, vaak door een niet goed gedoofde sigaret. De DVM deed vele proeven met diverse prullenbakken; de meeste op de VU zijn zelfdovend. Wanneer er iets smeult wordt de rook tegengehouden zodat de inhoud van de bak gevuld raakt met rook. Er komt dan geen zuurstof meer bij en het vuur dooft vanzelf.

Dr. J. ter Wengel fac. Economie en Econometrie, Economisch en Sociaal Instituut BL 1105, 4A-19, tel. 444 6138 e-mail: jwengel@econ.vu.nl Dr. B. Overdijk Vakgroep Medische Chemie, faculteit der Geneeskunde, Van der Boechorststraat 7, kamer A - 230. Telefoon en fax: 44 48143; email: b.overdijk.medchem@med.vu.nl

Sidney Vervuurt AVC/VU

Behalve de rookmelders heeft de VU een alarmnummer (82400) dat in ernstige situaties gebeld kan worden. Via dit alarmnummer worden uiteindelijk de leden van de bedrijfshulpverleningsorganisatie opgeroepen. Deze organisatie omvat ondermeer de bedrijfsbrandweer, de bedrijfstechnici en bedrijfshulpverleningsploegen (BHV), bestaande uit EHBO'ers en brandploegen. Leden van de BHV zijn medewerkers van de VU die zich vrijwillig hebben aangemeld. Er staat een geringe geldelijke vergoeding tegenover.

Vergunningen Loes Beerepoot is voorlichter Arbo en milieuzaken bij de Dienst Veiligheid en Milieu (DVM). 'Sinds vorig jaar heeft de VU, zowel het ziekenhuis als de universiteit, een gecertificeerde interne arbodienst', vertelt ze. 'Die bestaat uit mensen van de Bedrijfsgezondheidsdienst (BGD), DVM en personeelszaken (PZ). Deze dienst houdt zich ondermeer bezig met stralingshygiëne, vergunningen, arbeidshygiène, het binnenklimaat van de gebouwen en bedrijfsveiligheid.' Samen met de BGD is de DVM verantwoordelijk voor onder andere het opleiden van EHBO'ers en leden van de brandploeg. 'Medewerkers van de continudienst en de bedrijfstechnici zijn uit hoofde van hun functie lid van de bedrijfshulpverlening (BHV). Zij vormen de kern van de BHV, m het bedrijfsnoodplan worden zij aangeduid als de 'bedrijfsbrandweer'. Daarnaast zijn uit diverse faculteiten en diensten medewerkers lid van de BHV. In overleg met hun leidinggevende kunnen medewerkers zich er voor aanmelden. De aspirant BHV-ers worden medisch gekeurd omdat ze een persluchtmasker moeten kunnen dragen. Medewerkers van 55 jaar en ouder mogen om gezondheidsrisico's te vermijden geen persluchtmas-

OR pnaktisch Dagelijks bestuur Mr. C.J. Speelman, voorzitter fac. Rechtsgeleerdheid, vakgroep Rechtshulp, BL 1105, 6A-20 tel. 444 6335/ 6331 e-mail: speelman@rechten.vu.nl

Kees van Setien, een van de verantwoord^^" en voor de training van de brandploeg: 'Hier op de VU Is een brandweerkazer ne met twee brandweerauto's. Ze lijken antiek, maar ze werken nog prima.'

OR-secretariaat Het secretariaat van de OR is gevestigd in kamer lE-26 in het hoofdgebouw (eerste etage in de E-vleugel, nabij de dienst PZ, bij ambtelijk secretaris mw. C. 't Hart. Telefoon en fax: 44 45312; email: or@vu.nl VGWM-commissie Dr. B.L.G. Bakker, voorzitter email: blgbkkr@nat.vu.nl Werkgroep SOZ Dr ir C.A.G.M. van Montfort, voorzitter email: kvmontfort@econ.vu.nl Werkgroep FEZ Dr B. Overdijk, voorzitter b.overdijk.medchem@med.vu.nl Komende vergaderingen De eerstvolgende vergadering is op dinsdag 27 april om 13.30 uur. BI 1085, G-088.

ker meer dragen, de maximale leeftijd om lid te zijn van de BHV is dan ook op 55 jaar gesteld (conform de landelijke richtlijn van het Ministerie van Binnenlandse zaken).' 'Hier op de VU is een echte brandweerkazerne, met twee brandweerauto's. Ze lijken misschien antiek, maar werken nog prima. Bij een brandmelding gaan de rolluiken van de brandweergarage vanzelf open waardoor de bedrijfsbrandweer snel kan uitrukken.' Kees van Setten van de DVM is samen met Johan Boshuizen verantwoordelijk voor de training van de brandploeg. Een paar keer per jaar zijn er oefeningen. De opleiding gebeurt op basis van een landelijk erkend diploma bedrijfshulpverlener. Het begint met een antwoord op de vraag: Wat is brand? Het eindigt met een afsluitende toets. Leden van de brandploeg hebben niet alleen als taak om een brand te blussen, ook zijn zij tijdens een brand belast met de ontruiming en met het in veiligheid brengen van mensen. 'Maar', stelt Van Setten, 'eigen veiligheid is altijd het meest belangrijk.' Op de VU is een ontruiming erg moeilijk. Alleen al omdat bij electriciteitsuitval of brand de meeste afdelingen een waar doolhof worden. En wie weet precies welke personen zich waar bevinden? Er is geen aanwezigheidsregistratie. Van Setten: 'Stel dat er iets ergs gebeurt: familieleden willen natuurlijk wel weten of hun eigen familie veilig is. Daarom zit in de procedure dat bij een ontruiming de namen worden geregistreerd van de mensen die zijn geëvacueerd. Maar dat is moeilijk te registreren. Je kunt bij een ontruiming wel tien man achter een tafel zetten om ieders naam op te schrijven, maar dat neemt veel te veel tijd in beslag en mensen zouden weglopen. We hebben nu bedacht om iedereen een voorgedrukt formulier te geven, waarop ze hun naam, telefoonnummer en afdeling invullen. Sturen ze dat terug, dan krijgen ze een tegoedbon voor een kop koffie, en mocht een ontruiming plaatsvinden, dan gaat de registratie van mensen veel sneller: ze hoeven dan alleen hun naam te noemen.' Janneke Eppinga en Hans Keus pleiten voor een goede introductie van dit soort veiligheidsmaatregelen voor nieuwe per-

soneelsleden van de VU. Keus: 'Wellicht is het een goed idee om een dag voor nieuw personeel te organiseren. Met veel algemene informatie, maar ook met bijvoorbeeld een uurtje brandveiiigheidsen milieu-aspecten. Hoe ziet de afdeling waar ze gaan werken eruit? Hoe ziet de rest van de gebouwen eruit? Waar hangen de brandslangen? Het lijkt me goed als mensen dat eens duidelijk te horen krijgen.' 'Mensen die hier al werken zouden ook een instructie moeten krijgen', zegt Eppinga. 'Ik heb dertien jaar in de bibliotheek gewerkt en er is naar mijn weten één keer een blusinstructie geweest en toen was ik er zelf niet eens bij. Er hangen dan wel brandslangen en blusapparaten, maar hoe je die moet gebruiken is lang niet voor iedereen duidelijk: zeker niet op het moment dat het echt nodig is.'

Brandploeg 'Bij biologie en scheikunde, in de laboratoria zijn dit soort dingen wel geregeld', vertelt Keus. 'Studenten krijgen instructie in blussen en uitleg over het omgaan met gevaarlijke stoffen. Juist omdat er veel met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt is het zeer belangrijk dat mensen weten wat ze moeten doen bij een calamiteit als bijvoorbeeld het vrijkomen van gassen en biJ brand. Sommige stoffen mogen als ze branden absoluut niet met water geblust worden. Bij ons in het radionuclidencentrum weet iedereen waar oogdouches zijn en waar de branddekens hangen. Maar eigenlijk zouden ook mensen van andere afdelingen eens met een brandslang of blusapparaat moeten kunnen spelen.' Volgens Loes Beerepoot (DVM) is het voornamelijk een kwestie van geld dat dit met gebeurt. 'Wij geven mensen een zogenoemde instructie kleine blusmiddelen: wat te doen bij een beginnende brand, met welke materialen, en blus maar eens een brandje. Alleen al aan blusmiddelen kost dit ongeveer 25 gulden per persoon. De OR kan wel zeggen dat ziJ willen dat iedereen zo'n cursus volgt, dat zouden wij ook wel willen, maar er zal dan wel gekeken moeten worden hoe dat kan worden gefinancierd. Het laten volgen van een instruc-

tie kleine blusmiddelen is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de leidinggevende.' Hans Keus is zelf jarenlang lid geweest van de brandploeg. Eerst een jaar of zeven in de Lairessestraat, toen zo'n vijfentwintig Jaar op het VU-terrein. Een echt grote brand heeft hij in al die jaren niet meegemaakt. 'Omdat we er altijd snel bij waren kreeg een brand geen gelegenheid groot te worden en bleef de schade dus beperkt', zegt hij. 'Eén keer per jaar hadden we een grote oefening in Marken-binnen. Verder hadden we een paar keer per jaar een oefening op de VU. Het is altijd weer spannend, je moet binnen twee minuten je persluchtmasker op hebben en de zuurstof op je rug. Natuurlijk is er een onderlinge strijd: wie is als eerste klaar? Want die mag als eerste gaan blussen, dat is toch waar het om gaat. Bij eike oefening worden wei fouten gemaakt, of blijkt dat er dingen minder goed geregeld zijn. Wie vangt bijvoorbeeld de ambulance op als die het terrein opkomt? Dat soort dm gen. Je kunt op papier van alles bedenken, maar pas in de praktijk blijkt of liet werkt. Daarom zijn die oefeningen zo belangrijk. Daarna kun je zaken bijstellen.' Zoals gezegd bestaat de brandploeg uit mensen die jonger zijn dan 55 jaar. Hans Keus bereikte die leeftijd en moest eruit. 'Op zich heb ik daar begnp voor, maar ik vond het wel zuur. Ik heb dan ook de eer aan mezelf gehouden en ben een paar maanden voor mijn vijfenvijftigste uit de ploeg gestapt. Wat ik vreemd vind, en daar hebben we als OR ook een brief over gestuurd, is dat er geen gebruik meer wordt gemaakt van de kennis van ex-leden. Wij hebben door de oefeningen in al die jaren veel erva ring en gebouwenkennis opgebouwd die nog heel nuttig kan zijn.' Na zo'n tijd in de brandploeg te hebben gezeten vindt Keus het met leuk als er weer een oefening wordt gehouden. Ik hoor dan vla de intercom dat er een oefening is en dan moet ik op mijn plek blijven zitten In plaats van met de andere jongens in actie te komen. Dat doet best zeer.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 546

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's