Ad Valvas 1998-1999 - pagina 53
PAGINA 7
AD VALVAS 10 SEPTEMBER 1998
Potjes en pannetjes Materiële cultuur in de Republiek Aardappels eten met een vork, het lijkt een eeuwenoude, oerhollandse gewoonte. Maar zowel de aardappel als de vork werden hier nog niet zo heel lang geleden geïntroduceerd. Historica Hester Dibbits onderzocht hoe de materiële cultuur van Nederland veranderde in de zeventiende en achttiende eeuw.
DEELTIJDINGEN 's Avonds is de VU vooral het domein van deeltijdstudenten. Frank Schröer, student Beleid, Communicatie en Organisatie, doet eens in de twee weken verslag van het leven van een deeltijder.
Yvette Nelen In de zeventiende en achttiende eeuw namen Hollandse zeelieden allerlei vreemde spullen mee uit het verre Oosten en Westen. Hoe ging men met die nieuwe waren om? Historica Hester Dibbits legde het vast in haar proefschrift Vertrouwd bezit over materiële cultuur in Doesburg en Maassluis van 1650 tot 1800. Zo zorgde de aanvoer van koffie en thee voor een ware culturele omslag in de Republiek. D e nieuwe genotmiddelen hadden nog grotere gevolgen voor de leefcultuur dan de eerder geïntroduceerde tabak. M e t h u n komst veranderden niet alleen de drinkgewoonten, maar ontstonden er ook nieuwe sociale rituelen. Koffie of thee zet men immers niet voor één persoon. Iedereen had het erover. Was thee goed of slecht voor de gezondheid, en was het nu een vrouwendrankje of niet? Daarbij had het theedrinken een grote invloed op de dagindeling. De moralistische dichter Jan Luiken sprak schande over de tijdverspilling die het bereiden en drinken met zich meebracht. De ouderen waren altijd tevreden geweest met twee pauzes op een dag, maar de jongeren gingen nu vier keer per dag aan tafel. De warme dranken maakten een snelle opmars in de republiek. Ze werden genuttigd door alle lagen van de bevolking. Aan het einde van de achttiende eeuw hadden de meeste huishoudens hun eigen koffie- en ^ theegerei. Vooral het theeritueel bracht een keur van nieuwe voorwerpen met zich mee: theeketels, theepotten, theekopjes, theeblaadjes, theerekjes, theevorken en theetafels. Dibbits vond ze allemaal terug in oude boedelbeschrijvingen uit Maassluis en Doesburg. Dibbits: "Je kunt je niet voorstellen wat het betekend moet hebben voor de mensen in die tijd dat er zoveel nieuwe spullen werden geïntroduceerd." Niet alleen de eet- en drinkgewoonten veranderden. Behalve koffie, thee en tabak deed ook de aardappel zijn intrede. Er kwamen nieuwe meubels zoals de kleerkast en het bureau, nieuwe gebruiksvoorwerpen als de vork en nieuwe stoffen. "Zo bracht de voc-vaart het sits, pure katoen, dat opviel door zijn bonte kleuren. De wereld kreeg een heel ander aanzien." Dibbits ontdekte dat de boedels in de loop van de achttiende eeuw steeds meer duurzame goederen bevatten en steeds diverser werden. "De beschrijvingen zijn niet alleen steeds gevarieerder, maar er was ook van alles steeds meer."
Toets O
EN
XIETTTrK
In de achttiende eeuw werd plafondverlichting ingevoerd. Deze prent laat zien hoe sommige mensen tegen de nieuwe veranderingen konden aankijken. Prentenverzamelmg Nederlands Openluchtmuseum Arnhem Dibbits onderzoek had in eerste instantie een kwantitatief karakter. "Ik kreeg de opdracht een inventarisatie te maken van de matenële cultuur in de hele Republiek. Er was al een groot bestand aangelegd." Maar in de loop van haar onderzoek raakte ze vooral geïnteresseerd in de verschillende betekenissen die de voorwerpen konden hebben. "De boedelbeschrijvingen waren voor mij niet zaligmakend. Ik wilde ook andere bronnen raadplegen en meer de diepte in."
Pronkkamer De onderzoekster schreef een gedetailleerde analyse van de materiële cultuur van twee plaatsjes: Doesburg en Maassluis. "De keuze voor de plaatsen bleek zeer gelukkig, omdat ze zo verschillend zijn. Doesburg was een markt- en gamizoensplaats in het oosten van de Republiek, een landstadje bij de grens met een heel gemêleerde bevolking. Er woonden bijvoorbeeld militairen, stadsboeren en gegoede burgers, en er waren zowel gereformeerden als katholieken en Lutheranen. Maassluis was een Zuid-Hollands dorp, waar vooral gereformeerde vissers woonden." In de twee plaatsen bleek men heel anders om te gaan met bezit. "De
boedelbeschrijvingen van Doesburg waren heel gevarieerd, er bestond een soort mengelmoes van culturen. Men vond er buitenlandse etiquetteboekjes naast tweedehands spullen." In Maassluis daarentegen leken de verzamelingen van bezittingen veel meer op elkaar. "Je had hier een hele eigen klederdracht en wooncultuur." Die klederdracht ontwikkelde zich in de achttiende eeuw. "In die tijd raakten de inwoners van Maassluis zich bewust van h u n eigen gewoonten en gebruiken. O m zich af te zetten tegen de groeiende steden gingen ze zich ook duidelijker profileren." Daarom hielden ze van pronken in Maassluis. Een huis had vertrekken die niet gebruikt werden, maar waarin voorwerpen lagen uitgestald. Dan stonden er tien theeserviezen en vijf koffiepotten. In Doesburg had men geen pronkkamers. Daar werden de spullen gezien als gebruiksvoorwerpen met een praktisch nut. "Terwijl men in Doesburg de vork gebruikte om aardappels te prikken, borg men die in Maassluis op in de kast." De verschillen hebben een sociaaleconomische achtergrond: Maassluis was rijker dan Doesburg. "Maar het was ook een culturele keuze. In Maassluis lag alles er dikker bovenop. In Doesburg hadden de rijken
! Meertens instituut De promovenda deed haar onderzoek in opdracht van het Meertens instituut, het instituut dat J.J. Voskuil inspireerde tot zijn beroemde romancyclus Het bureau.. "Ik ben van na Voskuil, al is zijn wetenschappelijke j werk wel belangrijk voor me geweest." Voskuil deed eveneens onderzoek naar het verspreiden van de koffiecultuur. Hij was een van de initiatiefnemers van de databank waarin alle gegevens van de boedelbeschrijvingen zijn verwerkt. In een periode dat het onderzoek naar materiele cultuur zich vooral toelegde op eindeloze cijferreeksen, was hij een van de eersten die een culturele betekenis probeerden te geven aan de databestanden. Dibbits: "Voskuil is een belangrijke stimulans geweest i' voor het kwalitatieve onderzoek in de i volkskunde."
J.ÏC-IIT
Jan Luiken, 'Het Leerzaam Huisraad' (Amsterdam, 1 7 1 1 ) : Het 'Thee en Koffy-gereedschap'.
bijvoorbeeld één heel mooi servies, in plaats van de tien serviezen in Maassluis." Maassluis stond ook bij de stedelingen bekend als een bijzondere vissersplaats. D e achttiende-eeuwer Le Franck van Berkhey, een volkskundige-avant-la-lettre, meende in deze schone vissersplaats de 'pure Bataver' te kunnen vinden. Hij beschreef alle eigenaardigheden van de Hollandse kustplaatsjes. "Van Berkhey romantiseerde de boeren en de vissers." D e Maassluizers hadden in de gaten dat de buitenwereld een idyllisch beeld van hen had. Zij cultiveerden dit beeld. "Er bestond dus een wisselwerking tussen hogere en lagere culturen."
Delfts blauw Dat de spullen van overzee overal weer anders gebruikt werden, laat zien dat cultuur zich niet simpelweg verspreidde van hogere naar lagere kringen van de bevolking. Lange tijd heeft men gedacht dat nieuwe gewoontes geïntroduceerd werden door de elite en later werden overgenomen door de gewone bevolking. "Maar cultuur is iets dat men zich toe-eigent en aanpast aan de eigen leefwereld. Het Delfts blauw was voor sommige mensen in Doesburg misschien niet meer dan een goedkope imitatie van porselein. Ze zetten het in de keuken neer. Voor de Maasluizer was het iets typisch Hollands. Door dit neer te zetten in de pronkkamer, verhoogde hij zijn status." Niet dat bezit in Doesburg minder telde. "In de zeventiende eeuw werd een Doesburger opgepakt omdat hij zilveren knopen gestolen had. Hij maakte deze niet te gelde, maar stak ze in zijn hemd. Hij wilde er even mee kunnen schitteren voordat hij werd opgepakt." Maassluis is veel meer de voorbode van de Hollandse cultuur zoals we die nu aan de toeristen presenteren, dan Doesburg. "Toch was Doesburg geen achterlijk en duf gat. Het stadje bood regelmatig onderdak aan militairen. Het had een kosmopolitische elite die 'in' was voor allerlei nieuwigheden. Vandaar de etiquetteboekjes bijvoorbeeld. Ik vermoed dat sommige mensen in Doesburg eerder met mes en vork aten dan in Maassluis. En met alleen omdat men m Doesburg meer aardappels had." Hoewel verschillende hedendaagse gewoontes hun wortels hebben in de zeventiende en achttiende eeuw, zijn zij in de loop van de tijd nog veel veranderd. De bekende huiselijke 'gezelligheid' is volgens Dibbits meer iets van de late negentiende eeuw. "Toen pas kwam de bloempot voor het raam."
"Goedemorgen, dit is de tentameninformatielijn van de Vrije Universiteit. Toets eerst een O om verder te gaan." "Ja, ja: 0." "Kies 1 voor het opvragen van tentamenresultaten." "Schiet maar op: 1." "Kies 1 voor de meest recente resultaten." "Dat doe ik toch: 1." "Van de laatste drie weken zijn er geen cijfers bekend." "Hoezo geen recente cijfers bekend, ik heb dat tentamen meer dan een maand geleden gemaakt." "Goedemorgen secretariaat faculteit Intelligente Wetenschappen." "Dag met Frank Schröer, deeltijdstudent, ik heb vorige maand het tentamen Wei-westerse Driehoeksleer gemaakt, maar het voiceresp onsesysteem zegt dat mijn cijfer niet bekend is. Ik werk overdag en daarom is het moeilijk om op de lijsten te kijken die op de prikborden hangen. Ook kan ik moeilijk persoonlijk bij u langs komen." "Sorry meneer, voor dit vak moet u bij het secretariaat van de vakgroep Intelligentste Wetenschappen zijn." "Goedemorgen, vakgroep Intelligentste Wetenschappen." "Ja, met Frank Schröer. Ik ben op zoek naar mijn tentamenresultaat." "Tja meneer, achter uw naam staat geen cijfer. Misschien heeft u uw opdracht niet ingeleverd? U moet even contact opnemen met de docent." "Volgens mij had ik alles ingeleverd, maar verbind m e maar even door." "Dat spijt me meneer, hij is nog twee weken op vakantie." "Goedemorgen, vakgroep Intelligentste Wetenschappen." "Ja, wederom met mij. Frank Schröer." "Wie?" "Schröer, twee weken geleden heb ik gebeld voor mijn tentamenresultaat." "O ja meneer, u kunt rechtstreeks contact opnemen met de docent, ik zal u even doorverbinden... Meneer? Hij zit niet op zijn plek, ik zal u zijn rechtstreekse n u m m e r geven." "Goedemiddag, vakgroep Intelligentste Wetenschappen." "Dag met Schröer, als ik het n u m mer bel dat u mij vanmorgen heeft gegeven neemt er niemand o p . " "Ik ben bang dat de docent dan niet op zijn plek zit. Maar de docent zei me dat het cijfer waar u om vroeg inmiddels bekend is. Als u de voice responselijn belt dan krijgt u daar zeker uw cijfer." "Goedenavond, dit is de tentameninformatielijn van de Vrije Universiteit. Kies eerst een O om verder te gaan." "Ja, ja: 0." "Kies 1 voor het opvragen van tentamenresultaten." "1" "Van de laatste drie weken zijn er geen cijfers bekend," "Wat?" "Kies O om terug te keren naar het hoofdmenu. Kies 1 voor het opvragen van een specifiek tentamen. Kies 2 om de bureaucratie van de VU op te blazen en sluit af met een hekje." "2#" FRANK SCHRÖER
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998
Ad Valvas | 704 Pagina's