Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 339

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 339

8 minuten leestijd

AD VALVAS 2 1 JANUARI 1 9 9 9

PAGINA 1 5

raken we ze kwijt' i^rouwelijke toponderzoekers

Illustraties: Aad Meijer

zoekt een deel van de oorzaak bij hoogleraren. "Bij het indienen van een aanvraag is het belangrijk om gesteund te worden door een hoogleraar. Dat zijn bijna allemaal mannen. Die stimuleren eerder maimen dan vrouwen. Dat is zeker geen kwaadwillendheid - het gaat onbewust. Aan vrouwen worden erg hoge eisen gesteld. 'Ze moet wel kwaliteit hebben', hoor je dan. D e vrouwen die doorbreken zijn in het algemeen ook 'knettergoed'."

Weinig

i

Dat zo weinig vrouwen een aanvraag willen indienen voor een postdocplaats, is de weerspiegeling van een breder probleem. Nederland kent extreem weinig vrouwen in hoge wetenschappelijke functies. Uit cijfers van de VSNU komt naar voren dat slechts 7,2 procent van de universitaire hoofddocenten (uhd) vrouw is. Op de vu is dat 6,6 procent. Bij de hoogleraren komt de vu er iets beter van af, maar daar kan niet veel waarde aan gehecht worden omdat het om lage aantallen gaat: 5,5 procent is vrouw tegenover een gemiddelde van 4,6 procent m Nederland. In het rapport 'Eerdaags evenredig' bracht Wil Portegijs vorig jaar verslag uit van een onderzoek onder universitaire docenten (ud's) en uhd's naar hun kansen om door te stromen naar hogere wetenschappelijke functies. Opvallend was dat vooral bij de uhd's meer overeenkomsten dan verschillen bestonden tussen de seksen in de manier waarop zij in h u n werk staan. Vrouwen in hoge wetenschappelijke functies zijn in gelijk mate overtuigd van hun kwaliteiten, het werk staat bij hen net zo centraal en zij zijn evenveel bereid om te concurreren als de mannen. Wel houden vrouwen er eerder mee op als de werkplek hen niet meer bevalt.

£EK| ÖN/fE^AfOCjelylC KönGNT \/ooR^ DE ^e(GcTTsCölv\N\lS'3'lE

Wef is gewoon geen negen-tot-vijf-baan^

Verschillen De verschillen moeten volgens Portegijs gezocht worden op andere terreinen. Zo wordt in de wetenschap groot belang gehecht aan ervaring in het buitenland. Dat ontberen vrouwen vaker dan mannen. Vrouwelijke wetenschappers blijken ook minder bereid om voor h u n werk te verhuizen naar het buitenland. Verder speelt de omvang van de aanstelling een belangrijke rol. Vrouwen werken vaker in deelti)d dan mannen. Dat kan zich op twee manieren wreken. Zij hebben daardoor minder publicaties op h u n naam staan. Bovendien staat deeltijdwerken nog steeds in minder hoog aanzien. Nu vond het onderzoek van Portegijs plaats onder vrouwen die al verder gekomen zijn in de wetenschap. Het geeft geen uitsluitsel waarom vrouwen in een eerder stadium afhaken. Dijkstra: "Als we willen voorkomen dat vrouwelijk onderzoekstalent verloren gaat, moeten we eerst en vooral structureel onderzoek doen naar de oorzaken van de braindrain. Er gaan genoeg meisjes studeren. Er zijn ook steeds meer vrouwelijke aio's. T o c h is er een lek. Ergens onderweg raken we vrouwen kwijt."

J

1

Renske Steenbergen (30) heeft zojuist een KNAW-beurs gekregen, die valt onder het vakgebied biomedische wetenschappen. D e enige andere vrouw in de reeks van twaalf fellows is een studiegenootje uit Leiden. T o e n Renske biomedische wetenschappen studeerde, was het aandeel van vrouwen nog zeven op de tien. "Je vraagt je af waar ze allemaal blijven." Renske heeft altijd onderzoek willen doen. Dat is gaat tot nu toe erg goed af. Op haar dertigste heeft ze al een doctoraalstudie, een promotieonderzoek én een postdoconderzoek op haar naam staan. Ze verdiept zich in de rol die de humaan-papillomavirus speelt bij het ontstaan van baarmoederhalskanker. "Ik vind het erg leuk uit te vogelen hoe iets in elkaar zit. Het geeft een kick als je telkens een stapje verder komt bij het leggen van die puzzel." De snelheid waarmee Renske carrière maakte, dreigde haar even in de weg te staan. De selectiecommissie van de vu vond haar in eerste instantie te jong om een aanvraag in te dienen voor een KNAW-fellowship. Dat ze toch is gekozen, heeft veel te maken

e zou denken dat het voor een vrouw in de jaren dertig onmogelijk moet zijn geweest om een serieuze rol te spelen in de bètawetensc hap in Nederiand. Dat gold niet voor Lili Bleeker en Truus Eymers. Beide vrouwen promoveerden in de natuurkunde bij professor Leonard Omstein en werkten als onderzoekers in zijn laboratori­ um. De hoogleraar had groot vertrouwen in zijn leerlinges. Hij gaf hen de kans zic h verder te ontwikkelen. Die stimulans was belangrijk. T o c h bleek ze niet voldoende om de vrouwen aan het labora­ torium te binden. Lily Bleeker diende na haar promotie haar ontslag in en begon een eigen bedrijf. Truus Eymers was gedwongen het labo­ ratorium te verlaten toen zij trouwde met een collega­wetenschapper. In die tijd was het getrouwde vrouwen niet toegestaan om rijks­ ambtenaar te zijn. De c arrières van Bleeker en Eymers worden beschreven in De dames op de eerste rij van Ida Stamhuis en Marianne Offereins. Dit artikel is opgenomen in de pas versc henen bundel De universiteit als modem mannenklooster van Barba­

met haar internationale ervaring, al telde ongetwijfeld mee dat ze cum laude promoveerde. "Tijdens het interview met de KNAW legden ze grote nadruk op mijn ervaringen in

het buitenland. Ik zat tijdens mijn studie een half jaar in Engeland en werkte na mijn studie een jaar op een onderzoeksinstituut in San Diego. Zij wilden weten of ik daar nog steeds

De universiteit als een mannenklooster ra van Balen en Agneta Fisc her. Ida Stamhuis is universitair doc ent weten­ schapsgeschiedenis bij de fac ulteit der exac te wetenschappen aan de vu. "Sinds de jaren der­ tig is geen simpele opgaande lijn te ontdekken in de gesc hiedenis van vrouwen in de weten­ schap", vertelt Stamhuis. "Ondanks dat de wet­ telijke beperkingen inmiddels zijn opgeheven, is het aandeel van vrouwen op hoge posities in de natuurkunde nog steeds erg klein. Het is een marmenwereld. Vrouwen zijn een vreemde eend in de bijt. Er zijn nog steeds allerlei minder zichtbare belemmeringen voor vrouwen om c ar­ rière te maken in de wetensc hap." Collega Annemarie de Knec ht bevestigt dit. T o t vorig jaar was zij universitair doc ent medisc he geschiedenis aan de v u . Ook zij leverde een bij­

drage aan De universiteit als modem mannenkloos­ ter. "Ik denk dat vrouwen in het algemeen terughoudender zijn dan mannen. Zij plaatsen zichzelf niet zo graag op de voorgrond, terwijl dit in de wetensc hap wel van je verwac ht wordt." Twee jaar geleden sollic iteerde D e Knec ht voor een hoogleraarsfunc tie aan de medisc he fac ul­ teit. Zij werkte al een paar jaar parttime aan de vu en c ombineerde deze baan met een halve aanstelling op het Instituut voor Toetsontwikke­ ling c r r o . H e t Uefste wilde D e Knec ht haar aanstelling op de vu uitbreiden. D e soOic itatieproc edure Uep uit op een teleur­ stelling. D e selec tiec ommissie gaf de voorkeur aan een jongere mannelijke c ollega. " O p zic h was hij een prima keuze. Maar de c ommissie

goede contacten h a d . " Een fellowship is bedoeld als overbrugging naar een vaste aanstelling. T o c h biedt deze beurs geen garantie op een vaste baan. " D e universiteit spreekt alleen de intentie uit voor mij werk te zoeken. Die onzekerheid weert mensen af. Veel van mijn collega's kiezen om die reden toch voor het bedrijfsleven. Maar dat commerciële onderzoek trekt me niet." Renske kan zich voorstellen dat vrouwen worden afgeschrikt door de hoge werkdruk. "Het is gewoon geen negen-tot-vijf-baan. Ik ben doorgaans veertig uur bezig op de universiteit en besteed daarnaast thuis nog vijf a tien u i y aan lezen en schrijven. Dat wordt van je verwacht. Die uren heb je nodig om bij te blijven op je vakgebied." Zij heeft altijd voltijds gewerkt. " T o t je dertigste is dat nog op te brengen. Maar ik kan me voorstellen dat je met een gezin parttime wilt werken. Dat heeft mij er niet van weerhouden om die aanvraag in te dienen. Mocht ik later kinderen willen, dan moet er een mouw aan te passen zijn."

beschouwde me geen enkel moment als een serieuze kandidaat. Dat viel tegen. Ik had genoeg gepublic eerd, zeker als je in aanmerking neemt dat ik in deeltijd werkte. D e c ommissie bestond alleen maar uit mannen en die hadden geen enkele/ee/m^ met de manier waarop ik werk. Ik func tioneer het beste in een team en heb geen behoefte om dominant te zijn of te lobbyen. M a n n e n hebben betere netwerken en hebben weinig sc rupules om die voor him per­ soonlijk belang te gebruiken." D e Knec ht kreeg een beter aanbod van de c r r o en besloot haar baan bij de vu op te geven. Zij vermoedt dat het gebruiken van een netwerk voor jonge vrouwen nog steeds een probleem kan zijn. "Vrouwen kiranen en willen zic h best voor 200 proc ent inzetten voor een onderzoeks­ baan in de exac te wetensc happen, maar alleen als zij zic h gesterkt en gesteund voelen door mannelijke c ollega's. Daar moeten ze veel tijd in steken." Barbara van Balen en Agneta Rscher (redactie): De universiteit als modern mannenklooster, Het Spinhuis, Amsterdam, 1998, ƒ 24,90, ISBN 90-5589-119-3.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 339

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's