Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 335

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 335

9 minuten leestijd

PERSDNElLSKOTCRtl

AD VALVAS 2 1 JANUARI 1 9 9 9

PAGINA 1 1

Snuffelen of zwemmen Rector: 'Aio's kunnen trainees worden' De aio-opleiding kan verbeteren door er meer erschillen in aan te ürengen, stelt de rector iiagnificus voor. Geen tandaardpakketten meer, naar "meer een trainee-ship .vaarin je je sterke en wakke punten ontdekt". De los zien meer in betere begeleiding.

uitgeschreven is. Maar juist die projecten zijn niet altijd het meest creatief-wetenschappelijk. Daardoor loop je het risico op standaardwerk. Als je enkele mensen voor langer aanneemt, krik je het niveau van je hele onderzoek o p . "

Geldpotje

Peter Boerman "We moeten misschien af van het standaard cursuspakket voor een assistent-in-opleiding", vertelt de rector magnificus van de vu, Taede Sminia. "Is iemand een talentvol wetenschapper, dan moeten we in de opleiding meer diepgang bieden. Blijkt iemand meer een manager te zijn, dan kurmen we beter beleidsmatige cursussen aanbieden. We krijgen steeds meer moeite om talentvolle aio's aan te trekken. Daarom moeten we het aio-schap aantrekkelijker maken. D a t hoeft van mij niet meteen in het salaris tot uitdrukking te komen. We kunnen, denk ik, beter de kwaliteit van de opleiding verbeteren. Het aio-schap kan een minee-ship worden, waarbij je met meerdere afdelingen kennismaakt. Dit IS bij grote bedrijven gebruikelijk. Door aan meerdere terreinen te snuffelen, ontdek je beter je sterke en zwalAe punten." De problemen van de aio's zijn inmiddels genoegzaam bekend. Slechts 7 procent rondt binnen vier jaar zijn proefschrift af De meerderheid heeft zelfs meer dan vijf jaar nodig. Dat is voor niemand leuk, voor de universiteit als werkgever net zo min als voor de aio zelf De aio baalt van de uitloop omdat hij 'op wachtgeld zit' en moet solliciteren terwijl hij ook nog aan zi)n proefschrift moet werken, de vu baalt omdat het wachtgeld veel kost. De meningen over de oplossing lopen echter mijlenver uiteen. D e v u probeerde het een tijdje met bursalen omdat die na vier jaar geen wachtgeld kosten, maar ideaal was die situatie

Illustratie: Berend Vonk niet. D e aio's roepen al een paar jaar om betere begeleiding. Als h u n meer werk uit handen wordt genomen, zouden ze beter kurmen opschieten met hun onderzoek. E n , zeggen de aio's, de onderzoeksopdrachten zijn vaak erg opportunistisch. Er zijn nog meer problemen: een aio wordt in principe opgeleid voor een baan in de wetenschap, maar slechts een fractie van het totaal aantal aio's bemachtigt een postdocplaats. D e meesten moeten h u n loopbaan buiten de universiteit vervolgen. Sminia onderkent de problemen. "We spraken af dat alle faculteiten h u n beleid nog eens goed tegen het licht

houden. Binnen zes maanden moeten ze hier verslag van maken, waarna wij een plan opstellen. Ik sluit niet uit dat we in dat plan ook kijken naar andere promotiemogelijkheden dan aio-plaatsen. Zo kunnen we de promotieperiode flexibiliseren. Niet iedereen wil doctor worden na vier jaar fulltime onderzoek. Veel mensen willen best meer tijd uittrekken. Ik denk bijvoorbeeld aan het HOVO, het hoger onderwijs voor ouderen. Veel ouderen willen tegenwoordig studeren, waarschijnlijk zijn er ook veel die willen promoveren. Ik vind dat we die groep niet moeten uitsluiten." Mooie woorden, aldus Quinten

Waisfisz, net aio af bij Geneeskunde, maar nog wel lid van het aio-overleg. Maar de basis van het aio-schap moet niet worden vergeten, benadrukt hij. "Als aio ben je wetenschapper in opleiding. Je bent geen leraar en geen manager; dan moet je maar wat anders gaan doen. Er moet daarom gezorgd worden dat de aio-opleiding zo goed mogelijk in elkaar steekt." Waisfisz voelt wat voor het model dat het Nederlands Kanker Instituut (NKI) voor aio's bedacht. Daar kunnen goede aio's een jaar verlenging van h u n aanstelling krijgen. "Promoveren kan best in vier jaar, mits het promotieplan van tevoren goed doordacht en

Zo'n apart geldpotje als het NKI heeft om aio's te behouden, moet de v u ook hebben, vindt hij. "Je trekt alleen maar goede aio's aan als het eindniveau van je opleiding hoog is. Daar moet je je op richten. Het naar beneden trekken van de normen, om het maar in vier jaar klaar te knjgen, vind ik uiterst zorgelijk. N u staan Nederlandse aio's en onderzoekers-inopleiding nog goed aangeschreven in het buitenland. Dat moeten we niet verkwanselen." Waisfisz schiet aardig op met zijn onderzoek, maar moet toegeven dat ook hij het niet in vier jaar haalt. Erg vindt hij dat niet. " D e creativiteit in het onderzoek is wat het voor mij leuk maakt. Dat moet je zien te bewaren. Volgens mij worden aio's straks steeds meer aan het handje gehouden en moeten ze een vooraf dichtgetimmerde route afleggen. Dat vind ik heel gevaarlijk, want het kan zich tegen je keren. Je krijgt er minder zelfstandige onderzoekers door." Volgens Waisfisz moet een oplossing gevonden worden in de balans tussen én vrijheid voor de onderzoeker én een betere begeleiding. "Veel mensen die ik spreek zijn jaloers op de begeleiding die ik kreeg. Ik werk in teamverband. Mijn begeleider is zelf postdoc en staat dus nog dicht bij me. D e meeste problemen die ik van anderen hoor, hebben te maken met een te grote afstand tussen begeleider en aio. De aio moet nogal eens te veel zwemmen. Ik denk dat het zinvol is aio's vaker in een team in te zetten." Waisfisz pleitte bij de rector ervoor om de aio-opleiding beter te evalueren, met name door aio's zelf. "Bij studenten is het heel gebruikelijk dat na het tentamen wordt gevraagd wat ze van een vak vonden. Ook aan het eind van h u n studie worden ze ondervraagd. Aio's niet. Ik vulde nog nooit een vragenlijstje in."

'We beroddelen de hele faculteit' Voor veel medewerkers van de VU speelt zich buitenshuis nog een heel leven af, al dan niet professioneel. Ad Valvas brengt hen in beeld. Deze maand: Rienk van Grondelle en Piet Blankert, werkzaam bij Natuurkunde, en hardloop-maatjes. Vorige week deden ze mee aan de halve marathon van Egmond.

schappers is. Misschien is het toeval dat er vooral hier hardlopers te vinden zijn. Het enige voordeel is dat wij natuurkundigen zijn en dus vrij goed uit ons hoofd kunnen rekenen. We kunnen daardoor goed inschatten of we nog op schema lopen." Blankert: "Lopen is heel gezellig. Daar vergissen mensen zich soms in. Zeker als we in training zijn voor een lange-afstandswedstrijd, lopen we niet in hoog tempo. D a n kun je er nog

Peter Boerman Rienk van Grondelle: "Als ik een week niet hardloop, heb ik een gevoel van: het mag wel weer eens. H o e hard het ook regent. D a n jog ik maar een keer met slecht weer. Je wordt toch nat, dus wat maakt het uit? Ik wil het lopen niet missen." Piet Blankert: "Het leuke van hardlopen IS dat het buiten kan. Een scherpe ti)d neerzetten geeft voldoening, maar het liefst moet het gebeuren in een mooi landschap." Van Grondelle: "Ik begon ooit met lopen tijdens de zomerstop van het voetbal. Voetballen deed ik vanaf mijn zevende, geloof ik. Op een gegeven moment kom je op een leeftijd dat je ook als je niet voetbalt aan je conditie moet werken. Toen ben ik naast het voetbal gaan joggen." Blankert: "Pas een jaar of vier, vijf loop ik hard. Ik begon na een sportdag bij ons op de faculteit. Sindsdien lopen Rienk en ik veel samen. We trainen minstens één keer in de week met z'n tweeën, gewoon tussen de middag. Een enkele keer is het clubje wat groter. Als we ons op een wedstrijdloop voorbereiden, verhogen we de frequentie wel eens."

Piet Blankert (links) en Rienk van Grondelle oefenen tussen de middag voor de marathon van Rotterdam. Bram de Hollander Van Grondelle: "We hebben afgesproken dit jaar samen de marathon van Rotterdam te lopen. Daarvoor moeten we meer trainen. Ik stel me niel al te veel voQT van die marathon. Uitlopen is voor mij al ambitieus genoeg." Blankert: "Vorig jaar deed ik ook mee in Rotterdam en haalde een tijd van 3,25 uur. Ik was net iets te hard vertrokken. N a 31 kilometer moest ik terugschakelen. T o c h was ik tevreden;

meestal lopen we kortere afstanden. Öp de halve marathon is mijn beste tijd ongeveer anderhalf uur. O p de tien kilometer liep ik vorig jaar nog 41,10 minuten." Van Grondelle: "Ik zit daar ongeveer een minuut achter. Ik moet het vooral van mijn fanatisme hebben. Gelukkig heb ik daar genoeg van." Piet Blankert: "Bij de halve marathon van Egmond, vorige week zondag.

eindigde ik bij de eerste zevenhonderd. We liepen in shirtjes van de exacte faculteit van de vu, met nog drie anderen. Dat was heel leuk, een positieve vorm van publiciteit voor de nieuwe faculteit." Van Grondelle: "Lopen is dé manier om te integreren. Lopen geeft een band, ook al loop je niet de hele afstand samen. Ik weet niet of het echt een sport voor exacte weten-

best bij praten." Van Grondelle: "We beroddelen de hele faculteit als we eropuit gaan. Piet zit als hoofd van de practica in het divisiebestuur, ik ben hoogleraar. We hebben elkaar heel wat te vertellen. Ik verklap hem altijd waar ik het geld vandaan haal. In ons werk komen we elkaar niet zo vaak tegen, dus is het leuk om eens in de week ervaringen uit te wisselen." Blankert: "Als we een tijdje lopen, praten we steeds minder. Je raakt toch buiten adem. Aan de andere kant: als je al zolang met elkaar loopt, heb je aan een half woord genoeg." Van Grondelle: "Ik heb in de loop der jaren in de hele wereld hardloopvriendjes gekregen. Ik was pas in Taipei, daar heb ik met een Zweeds maatje gelopen. Dat is het voordeel van hardlopen: je kunt het overal doen. Het enige wat je nodig hebt, is een paar loopschoenen. Ik liep ondertussen op de meest bizarre plaatsen: Japan, de Filipijnen, Califomië, ja, zelfs op de Noordpool."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 335

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's