Ad Valvas 1998-1999 - pagina 680
PAGINA 12
PERSONEELSKATERN: ONDERNEMINGSRAAD
AD VALVAS 24 JUNI 1999
Clustering vervolgt zijn weg Aardwetenschappen, het Instituut voor milieu wetenschappen (IVM) e n biologie gaan clusteren. Of niet? Er wordt al een tijd over gesproken, maar wat is de huidige stand van zaken? En hoe denken de verschillende OC's hier over? Het plan komt officieel van aardweten schappen en biologie en niet van het CvB. M aar het CvB is wel een grote voorstander van samenvoeging van de drie. Evenals de faculteitsbesturen en de directie van het IVM . Die laatsten hebben uitgangspunten voor een onder zoek naar clustering vastgelegd in 'Terms of Reference', de ToR. Dat onderzoek zou in mei starten, Het wordt nu september. Het wordt uitge voerd door een stuurgroep en vier werkgroepen. In de stuurgroep zitten de twee decanen van de faculteiten, de directeur van het IVM , een bestuurslid
partner gezien worden. Dus gaan we zelf op zoek naar informatie. Ik steek overal mijn neus in en vind ik iets nieuws, dan gaat het in een nieuws brief naar iedereen toe." "Toen ik zelf decaan was hield ik juist alles openbaar", zegt Vugts. "Deze gang van zaken bevalt me niet erg. We proberen als 00 wel invloed uit te oefenen bij de huidige decaan over benoemingen in die vier werkgroepen. De decaan heeft toegezegd onze sug gesties mee te nemen in de besluitvor ming over de samenstelling van die werkgroepen. Ons advies is ondermeer om geen OCleden in die werkgroepen te benoemen. Er komt dan een rap port waar je naam onder staat, en waar altijd wel din gen instaan waar je het eigenlijk niet mee eens bent. Wij blijven als OCleden liever neutraal en onpar tijdig."
Biologie
Ella Lamme rs, voorzitte r van de OC
van alle drie en een extern deskundige. De werkgroepen gaan onderzoek doen op het gebied van onderwijs, onder zoek, management en cultuur. Voor deze werkgroepen worden momenteel leden gezocht.
Aardwetenschappen Wynanda Koot en Hans Vugts, respec tievelijk secretaris en voorzitter van de OC van aardwetenschappen "staan in principe neutraal tegenover de cluste ring". "M aar we willen wel heel duide lijk de voor en nadelen zien", zegt Vugts. "De drie besturen hebben het natuurlijk netjes aangekleed, met zo'n onderzoek, maar ik verwacht eigenlijk dat het in dit geval gewoon doorgaat. Ik weet dat er tien jaar geleden sprake was van een samenvoeging van alle bètafaculteiten, toen is het na een onderzoek op het laatste moment niet doorgegaan. Zoiets verwacht ik nu niet." Volgens Koot krijgen zij als OC niet de kans om mee te denken. "Er is geen volledige openheid bij het bestuur. Wij krijgen concepten niet te lezen, pas als iets al officieel is gaat het naar ons. Wij hadden ook aanvullingen op de ToR, en dan wordt ons verteld dat die 'heus wel worden meegenomen in het onderzoek', maar ze zijn er dus niet in terug te vinden. Ik heb niet altijd het idee dat we als een serieuze gespreks
Jos M ol, OCvoor zitter van Biologie, Bram de Hollander weet nog niet of hij zelf in een van de werkgroepen gaat zitten. "Ik wil graag meedenken over de eventuele clustering. Ik heb hier als wetenschapper veel ervaring en kan goed zien of er een meerwaar de is voor onderzoek en onderwijs. Ik zie beperkte voordelen en a priori geen grote nadelen van clustering. Dat moet echter wel goed onderzocht worden. Misschien moet ik zelf meer onpartijdig blijven. M aar we zullen vanuit de OC wel mensen voordragen voor de werk groepen." "Op onderzoeksterrein zijn op beperkte gebieden (milieuwetenschappen) wel voordelen te vinden, al geldt dat voor mij niet, ik houd me bezig met geneti ca. Wat onderwijs betreft: ik denk dat er wel dwarsverbanden zijn aan te gaan zoals een gemeenschappelijke oplei ding milieunatuurwetenschappen en een grotere gammacomponent door samenwerking met het IVM . Of de onderlinge cultuurverschillen te groot zijn weet ik niet. Groot zijn ze in ieder geval. Alleen al de relatie tussen analy tisch en wetenschappelijk personeel is hier anders, gelijkwaardiger, dan bij het IVM. Hoe dat straks samen moet gaan weet ik niet. Op bestuurlijk vlak denk ik dat het alleen maar efficiënter wordt." Mol ziet de wens tot clustering als een wens tot overleven: "De VU wil zich profileren met gezondheid en milieu. Aan deze clustering ligt een strategi sche overweging ten grondslag, een overlevingsstrategie. M en hoopt natuur lijk meer studenten te trekken. Je zou het kunnen zien als een supermarkt
versus een specialiteitenwinkel: in een supermarkt pik je snel wat andere din gen mee, daar gaan mensen liever naar toe. M aar ik denk eerder aan een strategische alliantie dan aan een geïn tegreerd geheel, de herkenbaarheid van de drie poten blijft bestaan, dat kan niet anders." De 00 van biologie heeft meer inspraak gekregen dan die van aardwe tenschappen. "Het ging erg snel alle maal, maar wij hebben in de voorversie van de ToR amendementen ingediend en onze opmerkingen zijn er in terug te" vinden. We zullen er zeker voor zorgen dat we ook tijdens het onderzoek goed op de hoogte gehouden worden, er is ons toegezegd dat we alle nieuwe infor matie krijgen. Zo niet, dan maken we aanspraak op ons recht van informatie."
IVM "Bij IVM is de medezeggenschapscul tuur vanouds goed", vertelt Ella Lam mers, voorzitter van de OC. "We wer ken goed samen met de directie en zijn een beetje bang dat dat verandert als we op één hoop worden gegooid. Ook omdat het dan om grotere onder werpen gaat. We dreigen onderge sneeuwd te raken." Volgens Lammers is de wens van de directie om mee te gaan met de cluste ring min of meer ingegeven door angst. "Toen directeur Vellinga kwam met de mededeling dat we door biologie en aardwetenschappen benaderd waren om samen te gaan schrokken we. Het was duidelijk dat het CvB dat ook wilde. Er zijn nog twee andere milieu instituten, in Leiden en aan de UvA en die hebben het beiden erg moeilijk. Het is makkelijk om problemen voor te zijn en hier dan maar in mee te gaan. Maar ik vind eigenlijk dat er ook actief gekeken moet worden naar andere varianten. Vellinga zegt dat als je een aanzoek voor een huwelijk krijgt, je niet eerst rond gaat kijken of er nog iets beters te krijgen is. M aar je gaat toch niet met de eerste de beste in zee? En verder is de directie bang dat als we het niet doen, de eerste geldstroom uit de universiteit ons afgepakt wordt." Binnenkort start het onderzoek vanuit de stuurgroep, bij IVM wordt ook een intern onderzoek gestart naar sterke en zwaktepunten. Het IVM draait, in tegenstelling tot de twee faculteiten, voornamelijk op derdegeldstromen.
Jos Mol, OCvoorzitte r van Biologie
Bram de Hollander
.P^ \^
4"' ''•m:
k
Wynanda Koot, secretaris van de OC van aardwetenschappen Bram de Hollander Een eis van de 00, die vanuit de direc tie ondersteund wordt, is dat die bij eventuele clustering behouden worden voor het IVM . Het enige voordeel dat Lammers kan bedenken is positiever sterking van het IVM als milieu instituut op een universiteit. "M aar ik heb niet het idee dat het nu slecht gaat. We wachten het onderzoek af. Ik
weet niet wie er in de werkgroepen gaan zitten. Het lijkt er nu op dat de directie daar mensen voor uitnodigt, maar ik vind dat er een algemene uit nodiging voor personeelsleden moet komen. Wie mee wil denken krijgt dan de kans."
OC naar geschillencommissie Al verloopt het instemmingsrecht van de GV op het instellingsplan van het CvB niet geheel vlekkeloos, het recht is er wel en wordt door beide partijen erkend. Dat recht (en andere) op universiteitsni veau zou vertaald moeten worden naar faculteitsniveau. Ofwel: daar waar de OR en de uSr instemmingsrecht hebben op het instellingsplan, moet de GV van de faculteit, de OC en de facultaire studen tenraad, instemmingsrecht hebben op meerjarenplannen van de faculteit. Dat vinden de GV's althans. Bij SOW is (ondermeer) hierover een geschil ontstaan. Volgens de voorzitter van de OC van SCW, Harry van den Berg, zijn het faculteitsbestuur (FB) en de GV op punten van medezeggenschap fundamenteel van elkaar verwijderd. "Het gaat om de rechten van de GV en
wij zijn het met het FB maar over één ding eens: over het feit dat we het oneens zijn. De faculteit zegt niet over meerjarenplannen te beschikken. Maar er is bijvoorbeeld wel een faculteits researchplan, dat gaat over onderzoek en daar willen wij instemmingsrecht op. Ook als het over wijzigingen in het sys teem van kwaliteitsbewaking van onder wijs en onderzoek gaat willen wij instem mingsrecht. Het FB wil dat niet. Zij zijn bang voor medebestuur." "Wij vinden het, en dat is het FB met ons eens, buitengewoon onverstandig dat het CvB destijds geen kader heeft aangereikt voor de medezeggenschap in de faculteiten. Nu is het een vrij spel der maatschappelijke krachten. De OC's hebben de positie van een competitie team, alsof je een tenniswedstrijd
speelt en tijdens die wedstrijd samen met je medespeler de regels nog moet bedenken." "Maandag is in een overleg tussen het FB en de GV formeel vastgesteld dat er sprake is van een geschil. Er moet nu op universitair niveau een uitspraak komen, jurisprudentie, zodat voor beide partijen duidelijk wordt waar ze staan. Alleen is er nog geen geschillencommisie inge steld, vreemd genoeg. Misschien oefent dit daar wat druk op uit."
Volgende vergadering: overlegvergadering met CvB dinsdag 29 juni a.s., 13.30 uur Faculteit geneeskunde, Bs.7, A_311
instellingsplan en instemmingsrecht Het college van bestuur (CvB) zond op 1 februari van dit jaar het conceptinstellingsplan 1999 2002 ter instemming aan de Geza menlijke Vergadering (GV). Een plan dat, zo staat in het voor woord, "op hoofdlijnen inzicht biedt in de voorgenomen uitvoering van de primaire kerntaken van de universiteit, in nationaal en internationaal verband". Het behelst dus de voorgenomen plannen van het CvB ten aanzien van de VU. Onderwerpen die aan de orde komen zijn identiteit, onderwijs studenten, onderzoek, interna tionalisering, communicatie informatie, middelen en bestuur organisatie. De GV, bestaande uit de OR en de uni versitaire Studentenraad (uSr), moest na bestudering ervan al dan niet tot instemming met het plan komen. Er werd een ad hoc commissie 'Instellings plan van de Gezamenlijke Vergadering' ingesteld, bestaande uit drie ORleden
en drie leden uit de uSr. Niels Dekker is één van de student leden. "Eerst hebben we met z'n drieën het plan gelezen, gekeken naar wat er mist, wat er anders moet. Dat hebben de drie ORleden ook gedaan. Als GV kom Je op voor de hele universiteit.
maar natuurlijk hebben we verschillende invalshoeken. Het onderwerp 'functione ringsgesprekken', daar komen wij niet zo snel op en in 'huisvesting' is de OR ook beter thuis. Wij als uSr zijn meer gericht op onderwijs. 'M edezeggen schap' is voor beide een belangrijk punt." Dekker: "Ik denk wel dat het CvB reke ning houdt met wat wij signaleren. Dat moeten ze ook. Als zij zien dat we een redelijk punt hebben, of als wij opmer ken dat ze iets vergeten zijn, kunnen ze daar gemakkelijk iets mee doen. Het instellingsplan zoals het er nu ligt is geen strak omlijnde lange termijn visie, het is meer een ideeënplan. Maar ook dan is het belangrijk om aan te geven wat er in mist." Nadat de ad hoc commissie zich over het plan heeft gebogen en een flink aantal vragen heeft opgesteld, advi
seerde ze op 9 maart om niet in te stemmen met het plan. Hierna volgde (op dezelfde dag) een overlegvergade ring met het CvB. Hier werden lang niet alle vragen beantwoord en de werk groep werd door rector Sminia uitgeno digd voor een gesprek op 6 april. Naar aanleiding van de reactie van het CvB en het verslag van het gesprek met Sminia zou er een conceptadvies komen voor de GV. Die schriftelijke reactie kwam niet. Ook na het gesprek met Sminia bleef er volgens Soemini Kasanmoentalib (ORlid van de ad hoc werkgroep) nog een aantal belangrijke punten liggen, geformuleerd in het pre advies van 9 juni. Benadrukt wordt hierin dat de GV op de hoogte van en betrokken in besluitvorming wil worden. Hierbij gaat het om punten als huisves tingsplannen (zijn de plannen wel in het belang van medewerkers en perso
neel?), functioneringsgesprekken (hoe worden die ingevoerd en gecontro leerd?) en medezeggenschap (wanneer wordt instemmingsrecht ten aanzien van het facultaire onderzoeksbeleid goed geregeld?). Maar ook werd hierin gesteld dat de GV in zal stemmen met het instellings plan, onder bovenstaande voorwaarden en kanttekeningen. Dat betekent dus de volledige instemming van de GV, omdat instemming op bepaalde punten wel en op andere niet niet mogelijk is. De GV heeft er geen belang bij de gang van zaken op te houden door het plan van instemming te onthouden. Wel, zo benadrukt Bernard Overdijk van de OR, moet het CvB bij verspreiding van het instellingsplan kenbaar maken welke voorbehouden de GV heeft ten aanzien van het plan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998
Ad Valvas | 704 Pagina's