Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 579

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 579

8 minuten leestijd

Inhoud: TevredenKeid slechtzienden onder de loep

De architect worden van je eigen carrière

99 1

Meer voorlichting nodig voor allochtone ondernemers

Geduld en moskee als wapens bij hulpverlening aan Marokkanen De stichting Het Woonhuis in Gouda helpt al jarenlang Marokkaanse jongeren en gezinnen die in problemen zitten. De aanpak van de hulpverleners is bijzonder en zeer succesvol, zo constateert ex-VU-student Marga Beukers. ' Ie bent een tweede moeder voor J m ' n dochter", zei een Marokkaanse vrouw tegen een medewerkster van de stichting Het Woonhuis m Gouda. Het Woonhuis is een organisatie voor sociale en psychische hulpverlening. De stichting helpt vooral Marokkaanse jongeren met problemen. Marga Beukers bracht tijdens haar studie culturele antropologie aan de vu de werkwijze van Het Woonhuis m kaart. Ze deed dit op verzoek van de Wetenschapswinkel. Met de titel van haar scriptie, 'Geduld doorboord Marmer', een Marokkaans spreekwoord, probeert Marga Beukers de werkwijze van Het Woonhuis kernachtig samen te vatten. "De werkwijze van Het Woonhuis is in meerdere opzichten heel bijzonder", zegt Beukers. "De hulpverlening is toegesneden op de Marokkaanse cultuur met respect voor gewoontes en traditie. De hulpverleners proberen een poosje echt onderdeel van de familie te zijn. Ze komen op de thee en eten met het gezin mee. Het is een heel intensieve manier van werken die veel tijd kost, maar door de opgebouwde vertrouwensband krijgen de hulpverleners meer mogelijkheden om te bemiddelen bij gerezen problemen." Wat het Woonhuis ook bijzonder maakt is de nauwe samenwerking met de plaatselijke moskee Nour. "Het bestuur van de moskee is echt betrokken bij de hulpverlening. De bestuursleden worden om advies gevraagd en delen tijdens het hele traject de verantwoordelijkheid met de hulpverleners. Ook mag het bestuur meebeslissen over de hulpverlening. Het vervult de traditionele rol van de raad van dorpsoudsten", aldus de onderzoekster. De samenwerking met de moskee kwam in 1987 mm of meer toevallig tot stand. Toen heette de stichting Het Woonhuis nog Release. Er werkten hulpverleners met progressieve ideeën die zich vooral op Hollandse tieners richtten. De autonomie en zelfstandigheid van jongeren stond voorop. Zo hielp Release weggelopen meisjes aan onderdak op voor de ouders geheim gehouden adressen. Release merkte dat die manier van werken niet aansloot bij de problemen van allochtone jongeren. Daarom besloot de organisatie zich niet al

^

^^^X'^^^^^^^lf^^^rC'^i

^ Huiswerkgroepje in de mosltee Nour in Gouda. te zeer met die groep bezig te houden. Het toeval wilde echter dat het kantoor van Release op steenworp afstand van de moskee lag. Het bestuur van de moskee benaderde de hulpverleners met het verzoek of ze geen algemeen spreekuur in de moskee konden opzetten voor vragen over onder meer belasting, uitkeringen en het onderwijssysteem. Dat wilde Release wel doen. En van het een kwam het ander. Al snel startte in de moskee een huiswerkgroepje en kwam er een inloopuurtje voor vrouwen. Door deze alledaagse aanwezigheid in de moskee kregen de hulpverleners langzamerhand vaker de vraag of ze konden helpen om in gezinnen problemen op te lossen. Inmiddels bestaat de doelgroep van Het Woonhuis, zoals Release nu heet, bijna uitsluitend uit Marokkaanse gezinnen. "Dat IS nogal tegen de tijdgeest in", aldus Marga Beukers. "De overheid wilde beginjaren tachtig juist af van instellingen die specifiek voor één doelgroep werken. Ze vond dat allochtonen naar algemene instellingen, zoals de Riagg moesten gaan." Die benadering sluit volgens haar niet zo goed aan bij de Marokkaanse gezinnen. "Het is niet de gewoonte in die kringen om met je problemen te koop te lopen. Ruzies hou je binnen de familie. De Nederlandse aanpak van praten, praten en nog eens praten slaat niet aan. De Marokkanen

vragen in eerste instantie om praktische steun, bijvoorbeeld of de kinderen hulp bij hun huiswerk kunnen krijgen omdat het op school slecht gaat. Pas als er een vertrouwensband is, komen langzaam de achterliggende problemen op tafel." Beukers ziet nog een tweede verschil in benadering. "In de Nederlandse cultuur ligt bij de hulpverlening veel nadruk op de autonomie en zelfstandigheid van de client. In de Marokkaanse cultuur is de familie heel belangrijk. Het Woonhuis probeert altijd oplossingen te zoeken waarbij het hele gezin en de familie zijn betrokken. Met hen probeert ze de eenheid te herstellen." Volgens de onderzoekster hebben problemen in de Marokkaanse gezinnen vaak met cultuurverschillen te maken. "De kinderen kennen de Nederlandse samenleving veel beter dan hun ouders. Dat ondermijnt het gezag van de vader. De kinderen moeten bijvoorbeeld helpen met het invullen van de belastingpapieren of mee naar de huisarts om te tolken. En natuurlijk willen de kinderen allerlei Nederlandse gewoontes overnemen, zoals zakgeld krijgen en uitgaan met vriendjes en vriendinnetjes." Bij de Marokkaanse meisjes leidt de ontluikende seksualiteit nogal eens tot problemen. "Dat is een gevoelig punt", zegt Beukers. "De eer van de familie staat hoog in het vaandel en

Bram de Hollander

dat betekent dat een meisje maagdelijk het huwelijk in moet. Bovendien wil de traditie dat de familie een partner zoekt voor de meisjes. Veel meisjes worden thuis dan ook erg kort gehouden. Dat geeft spanningen. Als Marokkaanse meisjes een vriendje nemen, en zeker als de jongen geen moslim is, geeft dat vaak nog grotere problemen. Regelmatig mondt dat uit in het weglopen van de dochter." Volgens Beuker zijn de problemen bij jongens met name agressief, stoer gedrag en spijbelen op school. Relatief veel Marokkaanse jongens hebben met criminaliteit te maken. Volgens de onderzoekster is de aanpak van Het Woonhuis, die uniek in Nederland is, succesvol. "Dat ze betere resultaten halen dan andere instellingen is moeilijk meetbaar, maar ik constateer wel dat de hulpverleningsrelatie vaak langer in stand blijft dan bij veel Riaggs. Daar hebben de Marokkaanse gezinnen nogal eens de neiging na een paar gesprekken niet meer te komen opdagen. Ook stappen Marokkaanse ouders en jongeren regelmatig uit zichzelf naar Het Woonhuis toe, wat een indicatie is dat de hulpverleners vertrouwen genieten binnen de gemeenschap. Aan de benadering zitten ook nadelen. Het vergt enorm veel tijd, inspanning en geduld van de hulpverleners. Daar neem ik echt m'n petje voor af."

Doopsgezinde Kerk pakt achterstelling vrouwen aan Een rapport van de Wetenschapswinkel leidde in de Doopsgezinde Broederschap tot veel discussie en daadwerkelijke veranderingen. Zo is met opzet een vrouw tot secretaris van het kerkbestuur gekozen. In de Doopsgezinde Broederschap maken mannen in hoge mate de dienst uit, concludeerde vorig jaar een rapport van de vu-Wetenschapswinkel. Toch zijn twee keer zoveel vrouwen lid van de kerkgemeenschap. "Onder meer die conclusie maakte veel tongen los en zette van alles m beweging", vertelt Lies Brussee. Zij is voorzitter van de commissie die zich in de Doopsgezinde Broederschap met vrouwenzaken bezighield. Haar commissie vroeg de Wetenschapswinkel een onderzoek te doen naar de machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen in deze vrijzinnig protestantse kerkgemeenschap.

voorjaar

"Helaas was ik met verbaasd over de uitkomsten van het onderzoek. Het bevestigde met cijfers wat wij al vermoeden", aldus Brussee. "Toch was het rapport erg nuttig, want het doorbrak de camouflage in de Broederschap. Formeel zijn bij ons mannen en vrouwen namelijk gelijk. We hadden in 1911 als eerste kerkgemeenschap een vrouwelijke dominee. Veel mensen dachten dan ook dat met de positie van vrouwen in onze gemeenschap niks mis was." Het rapport is niet in een bureaula verdwenen. Verschillende groepen in de kerk gingen ermee aan de slag. Zo is er een handleiding voor het gebruik van het rapport gemaakt die

naar alle plaatselijke afdelingen van de kerk is gestuurd. In het tijdschrift van de Broederschap verschenen diverse artikelen over het onderwerp. Verschillende kerkafdelingen organiseerden een discussiebijeenkomst. Het rapport leidde ook tot daadwerkelijke veranderingen. "In het dagelijks bestuur van de kerk kwam de vacature van secretaris vrij. Onder invloed van het rapport hebben de andere twee bestuursleden, allebei man, nadrukkelijk gezegd dat het een vrouw moest worden. En dat is gebeurd", vertelt Brussee. Daarnaast maakte het kerkgenootschap extra geld vrij om een tweede persoon, een vrouw, af te vaardigen naar de bijeenkomst van de Wereldraad van Kerken die vorig jaar in Harare plaatsvond. Verschillende kerkbestuurders, waaronder de landelijke voorzitter, namen deel aan een cursus over het omgaan

met sekseverschillen. "De discussie en de daardoor ingezette veranderingen gaan nog steeds door. Zo heeft in maart de landelijke vergadering van kerkraden zich uitvoerig en diepgaand over het rapport gebogen. Je kan zeggen dat mensen aan de basis van de kerk bezig zijn de informatie tot zich te nemen, terwijl m de hogere regionen de bestuurders al nadenken over de vraag welke structurele veranderen nodig zijn. Natuurlijk is echte gelijkheid tussen mannen en vrouwen niet van de ene op de andere dag te realiseren. Maar als je ziet dat het rapport pas een jaar geleden uitkwam, is al heel wat gebeurd." Leonie de Quelerij: Het priesterschap van alle gelovigen; principe en praktijk. Een onderzoek naar de beeldvorming van mannelijkheid en vrouwelijkheid m de Doopsgezinde broederschap m Nederland.

^

De Wetenschapswinkel De Wetenschapswinkel bemiddelt tussen organisaties die vragen hebben en studenten of onderzoekers die deze met onderzoek willen beantwoorden. Wanneer u met een vraag bij de Wetenschapswinkel komt, dan zullen wij binnen de universiteit iemand zoeken die uw vraag kan beantwoorden. De Wetenschapswinkel werkt vooral voor groeperingen die onderzoek niet volledig zelf kunnen betalen. Voorwaarde hierbij is dat de resultaten van onderzoek niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt. Heeft u een vraag of . probleem, of wilt u gewoon meer weten over de Wetenschapswinkel, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen. Tel. (020) 444 5666 De Wetenschapswinkel maakt onderdeel uit van de dienst Voorlichting en Externe Betrekkingen van de VU.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 579

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's