Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 389

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 389

9 minuten leestijd

AD VALVAS 1 1 FEBRUARI 1999

PAGINA 13

De strijd tegen een slecht imago Opleiding tot leraar aan VU wordt toegankelijker Er is een schreeuwend

doende voorbereid om te starten als leraar-in-opleiding. Een leraar-inopleiding volgt een programma van 26 studiepunten, dat ruim een half jaar duurt. Hij staat veel voor de klas en • wordt op school begeleid door onze mentoren."

tekort aan leraren. Dat merkt ook de lerarenopleiding aan de VU. Het aantal aanmeldingen nam de afgelopen drie jaar met een kwart af. In opdracht van de minister ontwikkelde het VU-Instituut voor Didactiek en Onderwijspraktijk plannen om de opleiding aantrekkelijker te maken.

Praktijkervaring

Wette Nelen

"Het tekort aan leraren begint rampzalig te worden", meent Cor de Raadt, directeur van het Instituut voor Didactiek en Onderwijspraktijk (iDO/vu). "Wij worden vaak al in april gebeld door rectoren van middelbare scholen met de vraag: 'Hebben jullie voor na de zomer een leraar economie?' Studenten van onze lerarenopleiding komen soms voor de klas te staan zonder onderwijsbevoegdheid. Als scholen hun vacatures niet gevuld kri)gen, wil de onderwijsinspectie daar wel toestemming voor geven." Het vak leraar werd er de afgelopen )aren niet gewilder op. Vijf jaar geleden werd dit nog geweten aan de beperkte perspectieven op een baan. Nu Ii|kt het tegendeel waar te zijn. De kranten zijn gevuld met advertenties van scholen die naarstig op zoek zijn naar leerkrachten. De Raadt spreekt zelfs van een "werkgelegenheidsgarantie" voor de studenten die zijn lerarenopleiding volgen. De lerarenopleiding van de vu leverde drie )aar geleden zo'n zestig docenten af met een eerstegraadsbevoegdheid om les te geven. Nu zijn dat er 45. "Daarmee doet de vu het gemiddeld gezien nog iets beter dan de landelijke trend", aldus De Raadt. De belangrijkste reden voor het lerarentekort is

Er is werk genoeg voor leraren, maar er zijn te weinig leraren-in-opleding. De VU heeft een plan om meer studenten te laten doorstromen naar de lerarenstudie. Mare Moussauit

het gebrekkige imago van het beroep. Nu de banen voor het oprapen lijken, kiezen studenten liever voor werk dat beter betaalt en in hoger aanzien staat. Ook willen studenten na de studie graag snel aan de slag. Op dit moment is de lerarenopleiding een postdoctoraal traject. Studenten tekenen na het behalen van hun doctoraaldiploma voor een extra studiejaar, dat voor de helft gevuld is met theorie en voor de helft met praktijk. Om de lerarenopleiding toegankelijker te maken, sloot minister Ritzen vorig jaar een overeenkomst met de universiteiten. In het convenant beloofde de

minister extra geld ter beschikking te stellen voor de lerarenopleiding, op voorwaarde dat de tmiversiteiten de opleiding inbouwden in de doctoraalfase. Als onderdeel van de deal kregen de bètaopleidingen bovendien hun fel begeerde vijfde studiejaar. De vu boog zich de afgelopen maanden over een uitwerking van de overeenkomst. Deze week gaat een plan naar de minister ter goedkeuring. Als die instemt begint het IDO/VU in september met het ontwikkelen van nieuwe studievarianten. In het voorstel van het IDO/VU kunnen

studenten in hun derde studiejaar kiezen voor het behalen van een lesbe-

voegdheid. Hierbij bestaat een verschil tussen de bètaopleidingen en de alfaen gammastudies. Alleen bij de bèta's is het mogelijk om binnen de studie een volwaardig programma te volgen dat de student het recht verleent op het lerarendiploma. Bij de alfa- en gammaopleidingen, die geen uitbreiding krijgen van hun studieduur, valt een deel van de lerarenopleiding toch buiten de studie. "Een letterenstudent kan bijvoorbeeld in zijn derde en vierde jaar 24 studiepunten behalen die onderdeel uitmaken van de lerarenopleiding", legt De Raadt uit. "Dan behaalt hij zijn doctoraaldiploma en is hij tegelijk vol-

Het aantal uren voor de klas is voor bèta-, alfa- en gammastudies gelijk. Juist de praktijkervaring werd in 1997 goed beoordeeld door de visitatiecommissie van de lerarenopleidingen. "Doordat de praktijkervaring achterin de studie gepland wordt, na het schrijven van de scriptie, is het programma studeerbaar", aldus De Raadt. Wel bepleit De Raadt dat de leraar-inopleiding betaald gaat worden. "Dan hoeft de student niet op jacht naar bijbaantjes. Het moet te doen zijn, omdat scholen hard op zoek zijn naar leerkrachten. De minister denkt er nog over na." Op de vraag of de lerarenopleiding echt aantrekkelijker wordt voor studenten, antwoordt De Raadt bedachtzaam. "Ik denk het wel. Maar dan ga ik ervan uit dat studenten de neiging hebben te kiezen voor korte trajecten én dat de leraar-in-opleiding betaald wordt. Het is lastig dat het model aanneemt dat studenten al in hun derde jaar voor een beroep kiezen. Er zijn altijd studenten die er pas later achterkomen dat zij graag leraar willen worden. Voor deze spijtoptanten blijft de postdoctorale opleiding bestaan." Of er echt meer aanmeldingen komen voor de opleiding, durft de directeur niet te zeggen. "Hiermee zijn we er niet. Het is aan de minister van Onderwijs om een beleid uit te stippelen dat het vak van leraar aantrekkelijker maakt. Daarvoor is niet alleen geld nodig. De arbeidsdruk moet minder hoog worden en er moeten uitgebreidere loopbaanmogelijkheden komen. Er moet absoluut meer gebeuren."

Schone enei^ie dé oplossing voor broeil^aseffect Temperatuurstijging beïnvloedt aantoonbaar klimaat De gevolgen van het broeikaseffect op het klimaat beginnen merkbaar te worden, stelt Pier Vellinga. De directeur van het milieu-instituut aan de VU zette in een rapport alle wetenschappelijke Inzichten op een rijtje. De temperatuur stijgt, net als de zeespiegel. Maar geen paniek. Windmolens kunnen redding brengen. Dirk de H o o g

Dat het broeikaseffect definitief bewezen is, wil prof.dr.ing. Pier Vellinga nog net niet zeggen. "Het klimaat is een dermate complex systeem dat je nooit met 100 procent zekerheid kimt zeggen dat alle wetenschappelijke inzichten en modellen volledig kloppen. Wetenschappers zijn het voor zo'n 90 procent met elkaar eens dat er steeds meer broeikasgassen in de atmosfeer voorkomen en dat de gemiddelde temperatuur op aarde is gestegen. Experimenteel is tussen die twee effecten een verband aan te wijzen, maar het definitieve wetenschappeli)k bewijs is moeilijk te geven. Laten we zeggen dat het gaat om aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid." De directeur van het Instituut voor Milieuvraagstukken van de vu stelde samen met zijn medewerkers een rapport samen waarin allerlei wetenschappelijke inzichten rondom het broeikaseffect en de gevolgen voor het klimaat op een rijtje staan. Het bli)kt dat de concentratie koolstofdioxide in de atmosfeer deze eeuw met bijna eenderde steeg, de hoeveelheid methaangas verdubbelde en de concentratie lachgas aantoonbaar toenam. De gemiddelde temperatuur ging de afgelopen honderddertig jaar tussen de 0,3 en 0,6 graden omhoog. Deze trends zijn voor een groot deel het gevolg van menselijke activiteiten", aldus het rapport. Bij de bewe-

ring dat de temperatuurstijging een natuurlijke schommeling is, heeft Vellinga in ieder geval grote twijfels. "Als je ziet dat de tien warmste zomers ooit gemeten in de afgelopen vijftien jaar vielen, lijkt er meer aan de hand dan toeval. De opgaande lijn in de statistieken wijzen op een echte verandering. Ik durf de stelling aan dat het broeikaseffect aantoonbare effecten op het weer heeft." Die gevolgen zijn onder meer het warmer worden van het zeewater, het terugtreden van gletsjers, stijging van de zeespiegel en lokale toename van de neerslag. Vellinga kan zich al met al wel vinden in de leus "Ons energieverbruik brengt het weer in de war" van de op 4 februari begonnen campagne van het Wereld Natuur Fonds (WNF). Het WNF is opdrachtgever van het rapport.

Opvallend Vellinga wijt nog een opvallend weerfenomeen aan de stijging van het broeikaseffect. "De afgelopen vijftien jaar hadden we buitengewoon zachte winters met veel westelijke zeewinden. Die lucht stroom komt tegenwoordig veel vaker voor dan vroeger. De discussie is of dit door het broeikaseffect komt. Men kan de probleemstelling ook omdraaien. Ik stel dat bij doorgaande groei van uitstoot van broeikasgassen deze effecten optreden." Wetenschappers hebben die effecten berekend. Ze schatten de temperatuurstijging tussen de 1,5 en 4 graden bij elke verdubbeling van de uitstoot

-0.25

"Jiw

%w»

^m>

ii40

ii$o

Jaarlijkse afwijking van de gemiddelde temperatuur op aarde sinds 1 8 8 0 .

van broeikasgassen, een situatie die over vijftig a honderd jaar denkbeeldig is bij ongewijzigd beleid. Volgens Vellinga relativeren sommige mensen de gevolgen van die temperatuurstijging. "Wat maakt zo'n paar graden nu uit? Maar het klimaat kent heel precaire evenwichten. Er bestaan allerlei circulatiesystemen, zowel in de atmosfeer als in de oceanen. Het is niet zo dat die temperatuurstijging gelijkmatig over de aarde zal zijn verspreid. Een paar graden verschil kan de bestaande evenwichten verstoren en leiden tot grote plotselinge veranderingen." Een mogelijk scenario is dat de warme golfstroom voor de Europese kust stagneert. Zo somber wil Vellinga nog niet zijn. "Dat is niet wetenschappelijk bewezen. Met huis-, tuin- en keukeninzichten uit de natuurkunde kan ik

wel zeggen dat veranderingen in de mondiale temperatuur gevolgen zal hebben voor de circulatie in de lucht en oceaan tussen koude en warme gebieden. Ik verwacht niet dat zulke dramatische gevolgen snel, zeg binnen vijftig of honderd jaar, optreden.

Niet te overzien Maar als het gebeurt, zijn de gevolgen niet te overzien. We weten dat twaalf a veertienduizend jaren geleden zulke veranderingen zich voordeden met enorme gevolgen. Die potentiële gevaren maken het nodig maatregelen te treffen." Gelukkig gebeurt al het een en ander volgens Vellinga. "We moeten toe naar een stabilisatie van de atmosfeer. Dat betekent een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Daarover zijn wereldwijd afspraken gemaakt.

wm

Bron: National Climatic Data Center, VS 1999.

Gezien de problemen in de Derde Wereld en Oost-Europa mag je niet verwachten dat die stabilisering snel is bereikt, maar ergens in de volgende eeuw moet het kunnen. Technisch is het mogelijk. Het gaat er vooral om fossiele brandstoffen als kolen, olie en gas te vervangen door duurzame energie zoals wind-, zonne- en bio-energie. Steeds meer grote bedrijven investeren daarin. Het brengt alleen enorme sociale gevolgen met zich mee. Alleen al in Polen werken twee miljoen arbeiders in de mijnbouw voor steenkool. Die moeten ander werk krijgen. Maar er is een lichtpuntje. Groene stroom begint langzamerhand goedkoper te worden dankzij belastingen op fossiele brandstoffen. Dat is een positieve ontwikkeling." Het rapport 'Broeikaseffect, klimaatverandering en het weer is te vinden op www vu nl/IVM en verkrijgbaar b(j de VU Boekhandel/Uitgeverij'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 389

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's