Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 299

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 299

9 minuten leestijd

PERSONEELSKATERN

AD VALVAS 17 DECEMBER 1 9 9 8

PAGINA 1 1

evreden Vi//»AR IS HET

\ll)-GEVoeL?

'Je moet van iemands ^CZICill K l U I H d i 3 T I 6 Z 6 I 1 H

iié, die werkt bij de VU' Driekwart van de medewerkers van de VU is tevreden met hun werk. "Dat stemt mij redelijk gelukkig", zegt collegevoorzitter Wim Noomen, "maar er moet ook nog veel gebeuren." Zoals rondetafelgesprekken en meer en betere functioneringsgesprekken. Bovendien is het VU-gevoel "niet voldoende ontwikkeld". Peter Boerman Eerst heette de grote enquête onder het vu-personeel nog 'tevredenheidsonderzoek'. Die benaming was toch wat te beperkt, meent Wim Noemen, voorzitter van het college van bestuur. "Want wat heb je aan het meten van de tevredenheid alleen? We wilden meer weten dan dat." Het onderzoek kreeg daarom de naam vu-binding. Niet alleen werd onderzocht of de medewerkers van de vu tevreden zijn over hun werkgever, maar ook in hoeverre ze zich met de instelling verbonden voelen. Deze week kwamen de onderzoekers met de resultaten naar buiten. De uitkomsten leiden tot "redelijke tevredenheid" bij het college, vertelt Noomen. "Het blijkt dat de meeste mensen hier graag werken: het grootste gedeelte is tevreden, en de binding met het werk en de faculteit is groot. Daar kan ik met anders dan gelukkig mee zijn. Bovendien vinden medewerkers de vu over het algemeen goed georganiseerd en is de bereidheid tot flexibiliteit groot. Veel mensen vinden het niet erg om bij te scholen, desnoods in de eigen tijd. Ik geef toe dat deze resultaten die met helemaal onverwacht kwamen. Toch is het leuk om je vermoedens bevestigd zien." Noomen is niet van plan door deze resultaten in tevredenheid achterover te leunen. Daarvoor kwamen er bij de enquête onder alle vu-medewerkers te veel kritiek los. "In de eerste plaats ben ik duidehjk minder gelukkig met het oordeel van veel mensen over hun direct leidinggevende. Ik zeg daarmee met dat de leidinggevenden het slecht doen. Wel constateer ik dat er iets aan de hand is in de relatie tussen die ledinggevende en medewerker. Daar moeten we als college goed aandacht aan geven. In de tweede plaats is het beeld dat veel mensen van de tmiversiteit hebben niet helemaal het beeld dat ik graag voor ogen heb. Het blijkt dat ze de vu zien als behoudend en star. Dat komt niet overeen met de manier waarop we ons presenteren, met de 'vleugels en voeten' van de vu-campagne. Het is niet zo dat ik van deze resultaten schrik, maar het moet wel

onze aandacht krijgen. Dat geldt ook voor het interne communicatiebeleid. Veel mensen zijn toch onvoldoende op de hoogte van bijvoorbeeld de doelen van de vu." Een van de belangrijkste aanleidingen voor het medewerkersonderzoek was dat de collegeleden wel meenden hoe het eigen personeel over de vu dacht, maar dat nog nooit rechtstreeks gevraagd hadden. Noomen noemt het "geruststellend" dat het idee dat het college vooraf had, grotendeels klopt. "De resultaten zijn nergens echt schokkend", aldus de collegevoorzitter.

Vervolgacties Niettemin is de enquête aanleiding voor vervolgacties. Eén van de eerste beslissingen is dat er meer aandacht komt voor functioneringsgesprekken. Uit het onderzoek staat dat bij veel diensten en faculteiten nauwelijks deze gesprekken gehouden worden, in ieder geval niet in de frequentie die Personeelszaken graag wil. Een echt vervolg op de enquête is die verhoogde aandacht voor functioneringsgesprekken niet, want een jaar geleden beloofde Personeelszaken al een grondige evaluatie van de beoordelings- en functioneringsgesprekken. Op die evaluatie wordt nog gewacht. Wel een direct gevolg van het onderzoek vu-binding zijn de zogenaamde rondetafelgesprekken. Het college wil met medewerkers praten over het beeld dat de universiteit bij hen oproept.'Iedereen die daar zin in heeft, mag meedoen. "We willen van gedachten wisselen over wat we onze mission statement noemen: wat willen we zijn als tmiversiteit en herkennen jullie je daarin als medewerker? Die gesprekken zijn in twee opzichten van belang: je laat zien dat je je respondenten serieus neemt en je bent duidelijk bezig met je profilering. Ik denk dat dit voor universiteiten steeds belangrijker wordt. Zeker in een stad waar twee universiteiten zitten, moet je je onderscheiden en je karakter duidelijk voor ogen hebben. Je moet als het ware in het openbaar vervoer van iemands gezicht kurmen aflezen: hé, die werkt bij de vu. Dat vu-gevoel is nog niet voldoende ontwikkeld, denk ik. In de

Employabillty Employabthty, in goed Nederlands inzetbaarheid, is een actueel onderwerp in organisaties. De medewerkers van de vu aan positief tegenover employabillty. [ooral de bereidheid tot bijscholing in feen tijd is groot: zo'n 80 procent heeft laar wel oren naar. Twee op de drie VUHedewerkers hebben er bovendien geen _ioeite mee om in de vu ander werk te enichten. Zo'n 60 procent wil zelfs jest op andere functies of op andere werkplekken aan de slag. Iet ondersteunend personeel is meer iereid om andere werkzaamheden te

bereidheid m eigen tijd cursussen/ fe^olmg te volgen i^ËïÜtenaan routine bmnen het werk bereidheid ook andere werkzaamheden ïaadeVUtevemchten bereidheid om ook c^i andere tijdstippen LÉVU te werken bereidheid ook andere functies binnen de Wtevirvullen bereidheid om ook op andere werkplekken H j e V y te werken

verrichten dan het wetenschappelijk personeel. Het personeel met een tijdelijk contract vindt het vaker goed om op andere tijdstippen te werken dan het vaste personeel. Bovendien willen medewerkers met een tijdelijk contract vaker andere functies vervullen en zijn vaker bereid om zich op andere werkplekken in te zetten. Mannen zijn vaker bereid hun werktijden te veranderen dan vrouwen. Helemaal verwonderlijk is dat niet, omdat veel vrouwen meer zorgtaken hebben dan mannen.

59%

Eens noch Oneens oneens 6% 11%

Zeer oneens 3%

1% 10%

17% 57%

36% 18%

37% 12%

9% 3%

8%

47%

21%

19%

5%

11%

52%

20%

13%

4%

11%

50%

20%

14%

5%

Zeer eens

eens

21%

1

Illustraties: Berend Vonk

enquête zegt ongeveer een kwart 'Ik kan me er iets bij voorstellen', maar ook zegt een kwart 'Ik kan niet veel met het begrip vu-gevoel'. Dat mag van mij best veranderen." Uit de enquête kwam een opvallend verschil naar voren tussen hoger en lager personeel. Hoger ingeschaalden bleken meer tevreden dan lager ingeschaalden. Geen verrassing, volgens Noomen. "Een hogere functie gaat gepaard met een groter informatiereservoir en een grotere verantwoordelijkheid." Wat de collegevoorzitter echter dwars zit, is dat het lager en tijdelijk personeel zich "voorzichtig" uitlaat over de direct leidinggevende. "Ik denk dat het gebeurt uit vrees voor sancties. Dat is jammer, want ik vind de vu een open

instelling, waar je kunt zeggen wat je op je hart hebt." Een ander opvallend resultaat uit het onderzoek is dat het bijzondere karakter van de vu goed bekend is, maar dat weinig mensen er een band mee hebben. Noomen vindt dat niet verrassend. "Het blijft een voortdurende discussie in de vu, maar ik vind het belangrijker dat die discussie gevoerd wordt dan dat het meteen wat oplevert. Het gesprek is belangrijker dan het resultaat." De collegevoorzitter vertelt dat het onderwerp 'bijzondere aard' hem blijft boeien. "Ik hoopte dat de affiniteit met de doelstelling groter zou zijn. Aan de andere kant gebeuren hier veel dingen die je niet los kunt zien van de bijzondere aard. Noblesse Oblige, het project

Communicatie Het overgrote deel van de vu-bevolking is tevreden over het werk, maar de doelen van dat werk zijn veel minder bekend. Over de primaire doelen van de vu - het verrichten van goed onderzoek. Noblesse Oblige in het onderwijs en het leveren van maatschappelijke dienstverlening - voelt nog geen kwart zich uitvoerig of zeer uitvoerig op de hoogte gesteld. Zo'n 45 procent zegt summier tot zeer summier te weten van deze doelen, nog eens ongeveer eenderde kiest voor 'summier, noch uitvoerig'. Het wetenschappelijk personeel (wp) voelt zich aanmerkelijk beter op de hoogte dan het overige personeel. Zo'n 29 procent van het WP antwoordt op deze vraag 'uitvoerig tot zeer uitvoerig'. Onder de ambtenaren is dat maar ruim 19 procent. Deze verschillen doen zich ook tussen de functieniveaus voor: het hogere personeel voelt zich beter geïnformeerd dan het lagere. Dit geldt in het bijzonder voor het wetenschappelijk personeel. Van het WP boven schaal twaalf voelt 42 procent zich goed geïnformeerd, van het lagere WP is dit 15 procent. Bij het ondersteunend personeel (OP) zijn de verschillen kleiner. 28 procent van het hogere OP zegt genoeg te weten, tegenover 12 procent van het ambtenarenkorps tot en met schaal zeven. Over het bijzondere karakter van de vu kregen de medewerkers veel te horen. 28 procent van de respondenten antwoordt hier (zeer) uitvoerig over te zijn ingelicht: 36 procent van het wetenschappelijk personeel (22

zeeruilvoei

Van waarden weten, de zelfbeelden van de faculteiten, overal komt het karakter van de vu in terug. Ook de manier van omgaan met elkaar is hier anders dan elders. Dat hoor ik steeds weer." In het onderzoek vu-bmding is geen uitsplitsing gemaakt naar faculteiten en diensten. Het is dus niet te zeggen of het personeel aan de ene faculteit tevreden is dan aan de andere. Op die resultaten moet even worden gewacht. Noomen zegt daar benieuwd naar te zijn. "We kunnen nu uitspraken doen over de hele vu. Daar kurmen we ook thema's uithalen voor vervolgonderzoek. Het wordt pas echt interessant als we faculteiten en diensten kunnen vergelijken met het gemiddelde van de universiteit. Dat brengt ongetwijfeld meer tekening in de antwoorden."

zeer summier

UitVD

summer

sumtrier noch uitvoerig procent van het WPl en 49 procent van wp2) en 21 procent van het overig personeel (33 procent van het OP2 versus 13 procent van het personeel tot schaal acht). De vraag hoe goed iemand weet wat de doelstellingen zijn van de faculteit, de dienst of het instituut waar hij of zij werkt, levert een vergelijkbaar beeld op. Ongeveer drie op de tien antwoordt dat het hem of haar (zeer) uitvoerig bijgebracht is. Over deze doelen, te vinden in het meerjarenplan van de afdeling, is weer het hogere wetenschappelijk personeel het best op de hoogte: 37 procent antwoordt 'uitvoerig' of 'zeer uitvoerig', tegenover 21 procent van het lagere WP. Ook de hogere ambtenaren (boven schaal acht) zijn beter bekend met de doelen, namelijk 38 procent, versus 26 procent van OPI. Bijna de helft van alle respondenten meldt summier of slechts zeer summier te weten dat er mogehjkheden zijn om binnen de vu het eigen geloof te belijden. Dit geldt het

sterkst voor het lagere wetenschappelijk personeel: 59 procent is slechts beperkt hierover geïnformeerd, tegenover 32 procent van de wetenschappers in schaal twaalf of hoger. Bij het overig personeel zijn de verschillen minder afgetekend: 44 procent bij OP2 zegt summier op de hoogte te zijn, tegenover 57 procent bij OPl. Gevraagd naar in hoeverre medewerkers het personeelsbeleid van de vu kennen, ontstaat eenzelfde beeld. Zo'n 54 procent van de respondenten vindt de informatie over het personeelsbeleid slechts summier of zeer summier. Opnieuw geldt dat het lagere personeel zich slechter geïnformeerd voelt: 65 procent van het opl zegt dat het weinig informatie over personeelszaken kreeg, tegen 51 procent van het hogere overig personeel. Bij het wetenschappelijk personeel vindt 55 procent van de mensen onder schaal twaalf de personeelsinformatie (zeer) summier. Boven schaal twaalf vindt 43 procent dat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 299

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's