Ad Valvas 1998-1999 - pagina 338
AD VALVAS 2 1 JANUARI 1999
PAGINA 14
'Ergens onder weg Het grote tekort aan
'Ik ben wel één van hun Martine Smit (31) werkt al weer drie jaar op een gerenommeerd onderzoeksinstituut in N e w York. Ze doet onderzoek naar cellulaire processen in het lichaam die kanker veroorzaken. "In de VS zitten zeker meer vrouwen op hoge onderzoeksplaatsen dan in Nederland. Mijn studiejaar aan de v u telde dertien vrouwen. Acht daarvan promoveerden. Drie zijn uiteindelijk doorgegaan met onderzoek op de universiteit." Waar het aan ligt, vindt ze moeilijk te zeggen. "Ik denk dat vrouwen eerder ontmoedigd worden door het beurzensysteem. De toekenning van beurzen is grotendeels gebaseerd op het aantal publicaties van de aanvrager. Vrouwen denken vaak dat wetenschappelijk onderzoek en kinderen moeilijk te combineren zijn, omdat zij minder werkuren maken en daardoor niet genoeg kunnen publiceren. Een baan buiten de wetenschap lijkt gemakkelijker." Martine studeerde in 1991 af aan de vakgroep farmacochemie. Vier jaar later was zij gepromoveerd. Daarna vertrok zij naar de vs met een TALENTonderzoeksbeurs van NWO. "Het lab waar ik nu werk is alom bekend. Omdat ik er graag voor een paar jaar wilde werken, solliciteerde ik." D e Nederlandse beurs werd verlengd met een Amerikaanse beurs. En n u wordt die beurs weer aangevuld met een KNAW-fellowship. "Ik koos bewust voor de wetenschap. Onderzoek heeft me altijd geïnspireerd. Stap voor stap kom je dichter bij de waarheid." Tijdens het promotieonderzoek kostte het geen moeite lange weken te maken. Sinds ze vorig jaar een kind kreeg, is dat
De VU heeft de grootste moeite vrouwelijke onderzoekers te vinden die carrière willen maken aan de universiteit. De instroom is prima, daar ligt het niet aan. Er zijn genoeg vrouwelijke studentes. De braindrain zit een stapje verder op de weg naar de wetenschappelijke top. Maar waar precies? Yvette Ne en
moeilijker. "Ik wil proberen vier dagen te gaan werken. M e t de vakgroep overleg ik over extra ondersteuning zodat die vijfde dag niet verloren gaat. Juist in het onderzoek kan je flexibel omgaan met je werktijd. Bovendien heb ik ondervonden dat je met vier dagen veel efficiënter te werk gaat." Ze is bezig met het regelen van kinderopvang in 't Olifantje, het kinderdagverblijf van de vu. "Daar zijn wachtlijsten voor. In de vs is kinderopvang makkelijker." H e t scheelt volgens Martine dat zij een man heeft die volledig achter haar staat. Het initiatief om een onderzoeksaan-
vraag in te dienen bij de KNAW kwam zowel van haar professor als van haarzelf. "Professor T i m m e r m a n heeft me altijd gestimuleerd, zelfs toen hij wist dat ik een kind kreeg." Martine wil de wetenschap geen marmenbolwerk noemen. "Ik ben echt wel één van hun. Ik merk geen andere manier van werken bij mannen dan bij vrouwen. Het is jammer dat zo weinig vrouwen doorgaan in de wetenschap. Maar het aantal assistentes-in-opleiding is al toegenomen, dus het moet toch goed komen."
KNAW-feirowships (1998) aantal ingediende aanvragen aantal toegewezen beurzen
mannen 99 39
vrouwen 18 9
totaal X16 48
Vrouwen en toponderzoek lijken nog steeds moeilijk met elkaar te rijmen, alle emancipatiegolven ten spijt. Dat bleek afgelopen december opnieuw bij de verdeUng van postdocbeurzen voor jong onderzoekstalent door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen KNAW. In totaal beoordeelde de KNAW 116 aanvragen. Slechts achttien voorstellen waren geschreven door vrouwen. Op de v u lagen de verhoudingen iets gunstiger. Hier bevonden zich drie vrouwen onder de negen aanvragers. Maar nog steeds waren de vrouwen veruit in de minderheid. Hoe komt dat toch? "Ik zou het echt niet weten", zucht prof.dr. Christine Dijkstra, hoogleraar immunologie aan de vu. "Wist ik het maar, dan kon ik er iets aan doen. Ik maak me er wel druk over." Dijkstra pijnigde haar hersens regelmatig met het probleem. Zij was van 1995 tot 1997 lid van de emancipatiecommissie van de faculteit geneeskunde. Zij verdiepte zich in allerlei landelijke en internationale rapporten over vrouwen in de wetenschap, stimuleerde studies naar het aandeel van vrouwen in onderzoek op haar eigen faculteit en organiseerde discussiebijeenkomsten over thema's als deeltijdwerk. E n nog heeft ze geen duidelijk antwoord. "De meeste verklaringen blijven steken bij individuele gevallen. Die spreken elkaar voortdurend tegen. Een van de redenen die wordt gegeven, is dat vrouwen minder bereid zouden zijn om al h u n energie in onderzoek te steken. D e situatie op mijn afdeling wijst op het tegendeel. Van de drie senior-postdocs zijn twee vrouw en is
'Je moet een zekere arrogantie hebben Lieke Peper (32) wijt het lage aantal vrouwelijke fellows aan de "burgerlijke moraal" in Nederland. "Nederland is op het gebied van de emancipatie een achtergebleven land. Hier zijn het nog steeds de vrouwen die minder gaan werken als er kinderen komen. Ik vraag me echt af hoe dat toch komt. Waarom is het zo moeilijk een afspraak te maken met je man of vriend om de taken te verdelen?" D e bewegingswetenschapster kreeg drie jaar geleden een KNAW-beurs. Deze ronde werd haar aanvraag voor twee jaar verlenging goedgekeurd. De universiteit garandeert dat ze daarna een vaste aanstelling krijgt als universitair docent. "Bij mij ging alles achter elkaar door. Ik studeerde in 1990 af en begon meteen daarna als assistent-in-opleiding. N a anderhalf jaar stapte ik over op een ander onderzoeksproject, namelijk de interactie tussen ledematen bij de coördinatie van ritmische bewegingen. Het voorstel was geschreven naar aanleiding van mijn afstudeerproject. Drieënhalf jaar later was ik gepromoveerd. Nog voordat ik promoveerde, diende ik een aanvraag in bij de KNAW."
onderzoekster al aardig wat publicaties op haar naam staan: zeven artikelen, waarvan vijf als eerste auteur en negen hoofdstukken in boeken, waarvan zes als eerste auteur. "Ik heb altijd hard gewerkt. Daar heb ik geen last van, ik doe het voor mijn lol. Het is wel zaak efficiënt te zijn en ergens op tijd een p u n t achter te kunnen zetten." Het criterium dat je ervaring moet hebben in het buitenland, vindt Lieke "een raar ding". "Ik kan me er iets bij voorstellen, maar het wordt ook overgewaardeerd. Alsof Nederland geen goede onderzoeksinstituten heeft. Het lijkt of je moet laten zien dat je veel voor je onderzoek overhebt. Van een postdoc wordt heel normaal gevonden dat hij van hot naar her verhuist voor telkens een tijdelijke aanstelling." Ze stuurde de aanvraag naar de KNAW om haar eigen baan te creëren op een instituut dat ze zelf uitzocht. "De faculteit is goed en ik wil graag in Amsterdam blijven wonen." Binnen het onderzoeksgroepje van elf zitten nog twee vrouwen. Voor de rest komt ze voornamelijk mannen tegen.
Het initiatief voor de aanvraag kwam van haarzelf. "Ik stelde het voor aan mijn co-promotor en die zei: 'Dat is eigenlijk een goed idee.' Sommige vrouwen zijn misschien voorzichtiger. Je moet een zekere arrogantie hebben dat het je zal lukken." Lieke had geen moeite met de selectiecriteria. "Ze vonden het volgens mij prachtig dat ik binnen vier jaar gepromoveerd was. Later bleek het ook nog cum laude te zijn, maar dat was nog niet duidelijk toen ik de aanvraag indiende." Ze had als jonge
Lieke merkt geen verschillen tussen werkwijzen van mannen en vrouwen. "Alleen vind ik het erg vreemd als een prof mij vraagt hoe het nu moet met mijn carrière als er kinderen komen. Dat vragen ze nooit aan mannen. Ik heb geen kinderwens en kijk er daardoor vast erg rationeel tegenaan, maar als mijn vriend en ik kinderen willen, gaan we, denk ik, alletwee minder werken." Voorlopig kan dat nog niet. " H e t lukt me al niet om gewoon veertig uur te werken."
één man. D e man werkt deeltijd en de vrouwen werken dag en nacht." Dijkstra noemt het tekort aan vrouwelijke onderzoekers een nijpend probleem. Dat begint ook langzaam maar zeker door te dringen tot beleidsmakers. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) sprak oktober vorig jaar haar zorg uit over het grote potentieel dat voor de wetenschap verloren gaat. Dijkstra werd in december samen met een tiental andere vrouwehjke wetenschappers door NWO uitgenodigd om over de zaak te praten.
Aanbevelingen Zij kwamen tot een paar voorlopige aanbevelingen. In eerste instantie moeten organisaties als NWO en KNAW meer bekendheid geven aan het probleem en expliciet hun voorkeur uitspreken voor een evenredige vertegenwoordiging van m a n n e n en vrouwen op universiteiten. Meer vrouwen zouden zitting moeten nemen in selectiecommissies en besturen. Ook parttime werken moet makkelijker worden. Naar aanleiding van een onderzoek in Zweden wordt ook de vrouwvriendelijkheid van selectiecriteria voor onderzoeksbeurzen onder de loep genomen. D e Zweedse onderzoekers Wenneras en Wold baarden vong jaar groot opzien toen zij een artikel publiceerden in Science met de titel 'Nepotism and sexism in peer-review'. Zij kwamen tot de conclusie dat de Zweedse Raad voor Medisch Onderzoek vaker de voorkeur gaf aan mannen bij het vergeven van een postdocplaats, ook als vrouwen solliciteerden met evenveel ervaring. Uit een eerste peiling bij twee postdocprogramma's van NWO bleek dat de honoreringskansen voor beide seksen gelijk zijn. Ook bij de laatste verdeling van de KNAw-beurzen kwamen de vrouwen er zeker niet slechter van af dan de mannen. Van de achttien aanvraagsters kregen negen een postdocplaats. Bij de mannen kregen 39 van de 99 kandidaten een beurs.
Schifting Maar volgens C.M. van der Heuvel van de KNAW vond de schifting al plaats voordat aanvragen van vrouwen bij hen bitmenkomen. " O p de faculteiten geschiedt de eerste selectie." Dijkstra beaamt dit. "Je weet niet op welk niveau de aanvragen van vrouwen sneuvelen. Voordat onderzoeksaanvragen terechtkomen bij het college van bestuur van een universiteit, wordt gefilterd bij de afdeling, dan bi) het onderzoeksinstituut en dan nog bij de faculteit. Het zegt niet zo veel dat NWO en KNAW beweren dat vrouwen bij h u n even veel kansen krijgen als mannen. Er worden zo weinig aanvragen ingediend dat honoreringspercentages weinig betrouwbaar ivfl" Monic Hodes, secretaris van de emancipatieconmiissie van de vu
Percentage vrouwen op wetenschappelijke functies, in Nederland en op de VU
'B.
Nederland VU hoogleraren 4,6% 5,5% uhd 7,2% 6,6% ud 18,9% 20,7% overig wp 3 3 , 0 % 35,7% aio's 3 6 , 6 % 46,4% Uit: Wil Portegijs, Eerdaags evenredig?. Leiden, 1998, p. 63
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998
Ad Valvas | 704 Pagina's