Ad Valvas 1998-1999 - pagina 645
AD VALVAS 10 JUNI 1999
PAGINA !
r iromovendi movendus in de schei- of natuurkunde met het minimumloon genoegen moeten nemen. Iemand die op letterengebied een proefschrift wil schrijven, moet geld meebrengen," Ook aan de vu is inmiddels sprake van zo'n tweedeling. Volgend jaar krijgen afgestudeerden bi) Economie een 'arbeidsmarkttoeslag', dus meer dan een gewoon aio-salaris als ze promovendus worden. Daarmee hoopt de economenfaculteit de concurrentie met het bedrijfsleven aan te kunnen. De bèta's overwegen zoiets eveneens. Dat is nodig ook. "Ook bij ons staan vacatures open", vertelt dr. B. Dam, UD bij natuur- en sterrenkunde. "Elke collega in Nederland die ik spreek heeft hetzelfde probleem: afgesmdeerden vragen zich steeds vaker af of het wel handig is om te promoveren. In twee jaar tijd is de markt omgekeerd. Hiervoor was er nog een groot aanbod en hadden wij de touwt)es in handen. Nu trekken de aio's aan de touwtjes." Bij Letteren en Psychologie is de situatie volkomen omgekeerd. Deze faculteiten mochten tot een jaar geleden bursalen aanstellen. Ook al kregen die bursalen netto een minimumloon, de vervulling van die plaatsen was "geen enkel probleem", aldus het Psychologiebestuur. Omdat er te veel protest was tegen het bursalenstelsel, is het aan de vu
inmiddels afgeschaft. Rector magnificus van de vu Taede Sminia wil daarom van een tweedeling niets weten. "Daar kleeft zo'n negatief imago aan."
Verschillen De rector geeft toe dat er verschillen zijn tussen promovendi van verschillende faculteiten, maar die zitten volgens hem niet zozeer in het salaris. De verschillen ontstaan doordat promovendi het best passende contract wordt aangeboden. "Bij sommige faculteiten zijn bijna alle promovendi aio's, bij andere zie je juist veel niet-aio's. Het aio-schap is bij uitstek geschikt voor jongeren, zeg tot een jaar of 27. Het is de echte tweede fase. Daarvan hebben we duidelijk gezegd: dat willen we voortzetten, met voor iedereen nagenoeg dezelfde voorwaarden", aldus Sminia. "Maar er zijn met name bij de alfa's veel promovendi die op latere leeftijd een proefschrift willen schrijven. Leraren van de middelbare school bijvoorbeeld, of dominees die bij Godgeleerdheid willen promoveren. Dat moeten we onderkennen. We kunnen die mensen bijvoorbeeld een deeltijdaanstelling aanbieden, of een beurs. Bij de bèta's en de medici kom je zulke vormen minder tegen. Daar ben je als onderzoeker altijd afhankelijk van de apparatuur. Bovendien passen
aio's daar vaak beter in langlopende onderzoeksprojecten. Hun werk is meer geconstrueerd. Als er dus sprake van een tweedeling zou zijn, dan is dat voor mij eerder in soort promotie dan in salaris." Volgens Sminia valt het mee met de moeite die de vu heeft om goede aio's aan te trekken. Alleen bij sommige bètafaculteiten zijn noodgedwongen veel Oost-Europeanen aangesteld, weet hij. Er is dus geen reden om aan de aio-salarissen te morrelen. De rector zegt meer te zien in 'kwaliteitsverbetering'. iVleer en betere begeleiding, meer nadruk op onderwijs geven, meer internationalisering en meer maatwerk in contracten bieden. "We moeten zorgen dat onze aio's een goed perspectief op de arbeidsmarkt krijgen. Een promotie moet weer echt meerwaarde bieden." ORP, de belangenvereniging van promovendi van onderzoeksorganisatie NWO diende inmiddels een klacht in tegen het Cap-Geminispot)e bij de Reclame Code Commissie. Ze claimt dat de spot beledigend is voor promovendi. De commissie heeft de klacht in behandeling genomen en doet deze maand uitspraak. Hoe die uitspraak ook uitvalt, het leed is al veel eerder geschied. En daar is niet alleen Cap Gemini debet aan.
iBSsffe
Margit Rem: 'Alfa-aio's willen van hun proefschrift een levenswerk maken.' Bram de Hollander
^Letteren-aio is geen werk, eerder een roeping' Margit Rem (32), vierdejaars aio algemene taalwetenschap: "Bij Letteren heeft een assistent-in-opleiding weinig kansen om in de wetenschap door te gaan. Dat merk ik nu al. Vanuit Personeelszaken wordt voortdurend duidelijkgemaakt dat het belangrijk is alvast om je heen te kijken naar ander werk. De kleine groep die doorgaat, wordt meestal postdoc. Die zitten drie jaar later in hetzelfde schuitje. Toch wil ik in principe verder met onderzoek. Ik vind het gewoon erg leuk om te doen. De meeste aio's op onze faculteit zijn fanatiek en enthousiast. Zij hebben een enorme liefde voor het vak. Je zou het misschien een roeping kunnen noemen. Veel aio's hebben eerst iets anders gedaan voor zij onderzoek gingen doen. Ik deed freelancewerk voor Van Dale en andere woordenboeken. Voorzover ik het kan beoordelen heb je bij de bèta's een ander type onderzoeker. Veel medisch onderzoek past in een langer traject dat al is uitgestippeld. Vaak staat daar het soort proeven dat een aio moet uitvoeren van tevoren vast. Niet dat het makkelijker is, maar ik kan me voorstellen dat je pragmatischer tegen het onderzoek aankijkt als je weet dat het een begin is van meer. Onderzoek doen in de letteren is breder en ruimer. Er wordt geprobeerd planmatiger te werken, maar dan nog weet je vooraf niet wat je tegenkomt. Je kunt niet zeggen: ik ga van A naar C via B. Bovendien zorgen de slechte arbeidsperspectieven ervoor dat aio's van hun proefschrift een levenswerk willen maken. Als je verder wilt met onderzoek, moet je met kop en schouders boven de rest uitsteken. Ik vind het absoluut niet terecht dat steeds meer onderscheid gemaakt wordt tussen de beloningen van alfa- en bètapromovendi. Dan plaats je de ene vorm van wetenschap boven de andere. Het beleid ten aanzien van promovendi is telkens ad hoc. De universiteiten zouden eens een algemene discussie moeten voeren of het wenselijk is de ene tak van wetenschap beter te waarderen dan de andere." (YN)
Sense Jan van der Molen: 'Het is maar de vraag of hogere beloningen meer aio's trekken.' Bram de Hollander
^Sommlg onderzoek ligt al anderhalfjaar stil' Sense Jan van der Molen (27), derdejaars oio experimentele natuurkunde: "Ik zie om me heen een groot tekort aan assistenten-in-opleiding en onderzoekers-in-opleiding. De universiteit en de NWO hebben de grootste moeite om vacatures gevuld te krijgen. Sommig onderzoek ligt al anderhalf jaar stil. Dat is zonde. De meeste plekken worden opgevuld door buitenlandse studenten. Ik heb veel collega's uit Oost-Europa. Ergens anders had ik vrijwel zeker aan de slag gekund, maar ik wilde graag de wetenschap in. Na mijn studie solliciteerde ik nog in het bedrijfsleven om in ieder geval een bewuste keuze te maken. Je moet uit een bepaald hout gesneden zijn om aio te willen worden. Voor de meesten is het meer dan 'gewoon' werk: ze zien het niet als een baan die je kunt inwisselen voor een andere. Daarom is het ook zo moeilijk om aio's te mobiliseren om hun arbeidsomstandigheden te verbeteren. Het aio-systeem heeft zo lang gewerkt omdat veel promovendi werken uit interesse en vinden dat je niet moet zeuren. Inmiddels heeft het aio-schap een slechte reputatie. Je moet hard werken voor een laag salaris en dan heb je na vier jaar nog niets echt bereikt. Toch moet je daar doorheen kijken. Ik vind FOM (de NWO-tak voor natuurkunde) een goede werkgever. Ze doen nooit moeilijk over declaraties en je hoeft niet een jaar te bedelen om een computer zoals bij letteren. Je merkt dat daar minder geld zit. Ik heb er veel moeite mee dat bèta-promovendi beter gewaardeerd worden dan alfa's. Ze doen in wezen hetzelfde werk. Uiteindelijk is het nog maar de vraag of hogere beloningen meer mensen trekken, want de salarissen in het bedrijfsleven zijn altijd hoger. Ik wil alleen maar verder in de wetenschap als ik merk dat ik met mijn onderzoek echt iets kan bereiken en mijn proefschrift niet zomaar kantje boord is. Een postdoc ligt voor de hand, maar ik schrok wel toen ik hoorde dat daarna slechts 2 procent wetenschappelijk medewerker wordt. Gelukkig heb ik altijd nog een uitweg. Als bèta kun je tot je dertigste het bedrijfsleven in." (YN)
Aio's, oio's, bursalen en postdocs Er zijn drie soorten promovendi: aio's, oio's en bursalen. Een assistent-in-opleiding (aio) krijgt van de universiteit een contract voor vier jaar om onderzoek uit te voeren en een proefschrift te schrijven. Daarnaast krijgt hij of zij meestal een paar onderwijstaken. Een onderzoeker in opleiding (oio) doet hetzelfde werk als een aio, maar wordt betaald door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
Aio's en oio's krijgen nu allemaal eenzelfde salaris (schaal 10). Van dit salaris wordt een vast percentage ingehouden, omdat zij zelf moeten betalen voor hun opleiding. Wel is het percentage elk jaar minder. Het eerste jaar wordt 45 procent ingehouden, het laatste jaar 15 procent. Na het aflopen van hun contract
hebben de promovendi recht op wachtgeld. Sinds de minister van Onderwijs vier jaar geleden bepaalde dat de universiteiten en NWO zelf verantwoordelijk zijn voor het uitbetalen van het wachtgeld, namen de financiële lasten van de promovendi voor de universiteiten flink toe. Vooral omdat de meeste aio's en oio's hun proefschrift niet afkrijgen in vier jaar. Aan de vu rondt bijvoorbeeld een kwart van de aio's zijn proefschrift af in vijf jaar. De wachtgeldlast is bij de alfa's doorgaans groter dan bij de bèta's, omdat zij langer over hun promotie doen en minder snel een nieuwe baan vinden. Daarom experimenteerden de faculteiten letteren en psychologie en pedagogiek van de vu, in navolging van de universiteiten van Amsterdam en Leiden, een jaar met de uitgave van
promotiebeurzen (bursalenstelsel). Met een beurs bouwt een promovendus immers geen recht op wachtgeld op. Het stelsel van de bursalen riep veel kritiek op, omdat juridisch onderscheid werd gemaakt tussen werknemers die in wezen hetzelfde werk uitvoerden. Aan de vu is het bursalenstelsel inmiddels afgeschaft. Officieel wordt een aio of oio opgeleid voor een wetenschappelijke carrière. De mogelijkheden om door te stromen in de wetenschap zijn echter zeer beperkt. Een deel van de promovendi zet in op een postdocplaats, een tijdelijke aanstelling als onderzoeker aan de universiteit of bij NWO. Maar slechts weinig postdocs blijken na deze verlenging alsnog een aanstelling te kurmen krijgen als wetenschappelijk medewerker. (YN, PB)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998
Ad Valvas | 704 Pagina's