Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 406

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 406

15 minuten leestijd

PERSONEELSKATERN: ONDERNEMINGSRAAD

PAGINA 1 0

A D VALVAS 1 8 FEBRUARI 1 9 9 9

Het laatste probleem statuut, universiteitsreglement en faculteitsreglementen naderen hun voltooiing. Bieden de nieuwe regels mogeiijltheden aan het wetenschappelijk personeel om bij de totstandkoming van onderzoek- en onderwijsprogramma's invloed uit te oefenen, of hebben de faculteitsbesturen vrij spel? C.J. Speelman (lid OR) Zo langzamerhand, twee jaar na de publicatie van de Wet MUB in het Staatsblad, lijkt de invoenng van de nieuwe bestuursstructuur aan de VU te worden afgerond. Verrassend is het resultaat met; na veel duw- en trekwerk IS een regeling verkregen die opmerkelijke gelijkenis vertoont met die welke in de wet is neergelegd voor het openbaar onderwijs. Dat betekent met dat alle moeilijkheden zijn opgelost. Integendeel, waarschijnlijk zullen de echte moeilijkheden zich eerst in de komende tijd openbaren. De formulenng van de medezeggenschapsrechten, vooral op facultair terrein, is namelijk zo indirect dat over de reikwijdte van die medezeggenschap bij sommigen onzekerheid bestaat. De kernvraag waarom het nu draait is deze: geven de nieuwe regels aanwijzingen voor enige vorm van betrokkenheid van het wetenschappelijk personeel bij de bepaling van het beleid met betrekking tot inhoud en innchting van hun dagelijks werk, dus van het onderzoeks en onderwijsbeleid'? Op centraal niveau zijn er twee wegen waarlangs de inspraak van het personeel zich kan doen gelden: via de ondernemingsraad en via de gezamenlijke vergadering. Ja, ook als het om onderzoeks- en onderwijsbeleid gaat kan de ondernemingsraad meepraten, zoals de minister heeft uitge legd aan de kleine confessionele fracties in de eerste kamer. De raad is namelijk ingesteld in het belang van het goed functioneren van de universiteit in al haar doelstellingen. Maar de bevoegdheden van de raad zijn beperkt. Voor een besluit tot belangrijke inkrimping, uitbreiding of andere wijziging van de werkzaamheden of tot een belangrijke investenng dient vooraf advies aan de raad te worden gevraagd. Verder kan de raad alle aangelegenheden de universiteit betreffende, waarover hij overleg wenselijk acht, op de agenda van de overlegvergadenng plaatsen en daarom-

Mededeling van de verkiezingscommissie stemmen voor de OR en de onderdeelcommissies Vorige week zijn de stembiljetten voor de GR- en OC-verkiezmgen verzonden naar de huisadressen van de kiesgerechtigde werknemers van de VU. ieder wordt verzocht uiterlijk 22 februari, 17.00 uur zijn/haar stem uit te brengen Door uw stem uit te brengen kunt u invloed uitoefenen op de samenstelling van de nieuwe GR en de GC in het eigen onderdeel De verkiezingscommissie roept u op van uw kiesrecht gebruik te maken, het kan nog' De antwoordenveiop met de stembiljetten kan per interne of externe post worden verzonden. Ook kan men deze deponeren in een van de dne stembus sen die geplaatst zijn • in het Hoofdgebouw, bij de informatie balie van PZ (IE 71 op de eerste verdieping) • in de faculteit geneeskunde: bij het servicepunt • in het W N gebouw: bij het service punt. Geen OC-verkiezingen in zes faculteiten Werknemers van de faculteiten Economie en Econometrie, Geneeskunde, Letteren, Psychologie en Pedagogiek, Sociaal Culturele Wetenschappen en Wijsbegeerte hebben wel een OC kandidatenlijst ontvangen, maar geen OC stembiljet omdat in hun faculteit evenveel (of minder) kandidaten zijn gesteld dan er zetels beschikbaar zijn. In dat geval schrijft het reglement voor dat er geen verkiezingen worden gehouden Elk van de kandidaten is dan automa tisch gekozen Geen stembiljet ontvangen'? Kiesgerechtigden die onverhoopt geen verkiezingsenvelop hebben ontvangen kunnen alsnog een stembiljet ophalen op het OR secretanaat, kamer lE-26 Hoofdgebouw.

trent voorstellen doen en standpunten bekend maken. Wat de andere weg betreft, artikel 8.3 hd 3 Statuut bepaalt dat het college van bestuur de voorafgaande instemming van de universitaire geza menlijke vergadenng behoeft voor elk besluit tot vaststelling of wijziging van het instellingsplan. In het kader van het instellingsplan wordt ook het onderwijs- en onderzoeksbeleid van de instelling als geheel vastgesteld. Hier ligt een schakel naar het decentraal niveau: binnen de universiteit is de onderwijs- en onderzoekorganisatie in het bijzonder belichaamd in de faculteiten. Het college van bestuur kan, wat deze onderwerpen betreft, dus met zonder overleg met en inbreng van de faculteiten. De inspraak van het wetenschappelijk personeel zal, zo ergens, zich dus vooral moeten doen gelden op het facultair niveau.

Meepraten Ook hier kan de inspraak langs verschillende wegen lopen. De mogelijkheden van de onderdeelcommissie zijn Identiek aan die van de ondernemingsraad en kennen dus dezelfde beperkingen. Voor wat betreft de andere wegen is het zinnig onderscheid te maken tussen vaststelling van het onderzoeksbeleid, die nu eerst wordt besproken, en vaststelling van het onderwijsbeleid, die later aan de orde komt. Het faculteitsbestuur is belast met de vaststelling van het jaarlijks onderzoekprogramma van de faculteit en van het meerjang onderzoekprogramma van een facultair onderzoekinstituut (art. 6.5 Statuut, 4 . 2 1 URVU). Dat laatste wordt door de directeur van het instituut voorbereid; omtrent de voorbereiding van het facultair programma geeft Statuut noch URVU aanwijzingen. De instelling van een facultaire commissie voor de weten schapsbeoefening is met voorgeschreven, indien althans daarover ook in het faculteitsreglement geen bepalingen zijn opgenomen. Voor het overi-

ge IS het faculteitsbestuur belast met het bestuur en de mnchtmg van de faculteit voor de wetenschapsbeoefening, en het kan dus zelf bepalen of en op welke wijze het de hoogleraren en andere wetenschappers betrekt bij de voorbereiding van het onderzoekprogramma. Daarbij verdient nog aantekening dat, ook als wel een onderzoekcommissie IS voorgeschreven, het faculteitsbestuur de adviezen zonder meer naast zich neer kan leggen. Dit maakt de vraag interessant of bij de vaststelling van het onderzoekprogramma een rol is weggelegd voor de facultaire gezamenlijke vergadenng. Het antwoord zal men zoeken in het Statuut. Artikel 8.4 bepaalt in lid 3 dat artikel 8.3, tweede tot en met vierde lid, op het faculteitsbestuur en de faculteit zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing zijn. In artikel 8.3 geeft het tweede lid een adviesrecht met betrekking tot begroting en jaarverslag, het derde een instemmingsrecht met betrekking tot het instellingsplan, een systeem van kwaliteitszorg en het umversiteitsreglement, het vierde een instemmingsrecht met betrekking tot het reglement voor de vergadenng. Dit noopt ons de regeling met betrekking tot het instellingsplan nader te bezien. Het instellingsbestuur moet om het jaar zo'n plan vaststellen. Dit plan geeft een omschrijving van de inhoud en de specificatie van het voorgenomen beleid van de instelling voor die penode (art. 2.2 WHW). Het zou een misverstand zijn te menen dat het alleen gaat om meerjang beleid. Ook voorgenomen beleid dat binnen een kalenderjaar ten uitvoer wordt gelegd behoort m het plan te zijn beschreven, want ook dat valt immers binnen de tweejaarlijkse periode.

Instellingsplan Voorts IS het onmiskenbaar zo dat al het voorgenomen beleid in het instellingsplan moet zijn opgenomen. Ware het anders, dan zou het bestuur zelf kunnen uitmaken of ten aanzien van een beleidsvoornemen het instemmingsrecht van toepassing is, simpel weg door het voornemen al dan met in de bundel (het instellingsplan) op te nemen. Deze regel behoeft met in de weg te staan aan slagvaardig

bestuur. Het instellingplan kan gaandeweg worden gewijzigd, bijvoorbeeld door aanvulling. Uit deze samenhang blijkt dat de aard van de maatregel - voorgenomen beleid, met omschrijving van inhoud en specificatie - doorslaggevend is, met de context van presentatie. Deze regeling is dus zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op het faculteitsbestuur en de faculteit. Het Statuut legt het faculteitsbestuur met de verplichting op een (meer)jaarlijks beleidsplan op te stellen Maar WIJ zagen zojuist dat bij het bestuur op centraal niveau de aard van de maatregel en' met het al dan met opgenomen zijn in het instellingsplan doorslaggevend is. De conclusie moet dan ook zijn dat ook op facultair niveau nota's waann voorgenomen beleid is neergelegd aan de gezamenlijke vergadenng dienen te worden voorgelegd ter verkrijging van instem ming. Dat geldt dus ook voor de grote lijnen van onderzoekprogramma's en de vaststelling van de benodigde personele en andere faciliteiten Want wat zou anders "zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing' nog kunnen betekenen"?

Ondeiwijsbeleid BIJ de vaststelling van het onderwijsbeleid ligt de zaak iets anders. Ten eerste schrijft het Statuut de instel lingvan een opleidingscommissie voor (artikel 6.8). Deze commissie heeft o.a. tot taak het uitbrengen van advies over alle aangelegenheden betreffende het onderwijs in de des betreffende opleiding. Het faculteitsbestuur IS echter bij de bepaling van het beleid (de vaststelling van de onderwijs- en examenregeling) met aan het advies gebonden. Ten tweede bepaalt het Statuut (artikel 8.4 lid 2) dat het faculteitsbestuur de voorafgaande instemming van de gezamenlijke vergadering behoeft, indien het de onderwijs- en examenregeling wil vaststellen of wijzigen. Dat geldt echter met ten aanzien van de onderwerpen van de OER, genoemd in art. 7.13 WHW, tweede lid, onderdelen a tot en met g. Wie de wet daarop naslaat ziet tot zijn verbazing dat de uitgezonderde punten nu juist de belangrijkste punten zijn. De inhoud van de opleiding en van de

daaraan verbonden examens; de inhoud van afstudeernchtingen; de studielast van de opleiding en van de onderdelen daarvan;, de kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden die een student zich bij beëindiging van de opleiding moet hebben verworven. Het Statuut heeft deze uitzondenng gemaakt in navol ging van de WHW (art. 9.38). In de wetsgeschiedenis kan men een verklaring vinden. ~Het bepalen van de eindtermen van de opleiding achten WIJ bij uitstek de eindverantwoordelijk heid van de instelling als aanbieder van onderwijs', aldus de minister in de Nota naar aanleiding van het verslag (tweede kamer). ~Dat neemt met weg dat de advisenng daarover door de opleidingscommissie van groot belang is, en dat de faculteitsraad op deze onderdelen adviesrecht kan uit oefenen. De voorgestelde pantaire samenstelling van de faculteitsraad verdraagt zich echter met met uitbrei ding van het instemmingsrecht tot deze onderdelen. Dat zou bij deze getalsverhouding kunnen betekenen dat studenten zelf in belangrijke mate de eindtermen van de opleiding kun nen bepalen.' Men ziet: pnncipieel geen enkel bezwaar tegen advies recht, wel tegen instemmingsrecht Waar in deze passage staat ~facul teitsraad' moet men voor de VU lezen: facultaire gezamenlijke vergadenng. De vraag de betrokkenheid van het wetenschappelijk personeel bij de vaststelling van het onderwijs programma te respecteren door toe kenning van een adviesrecht aan de gezamenlijke vergadering (instem mingsrecht voor de personeelsgele ding en adviesrecht voor de studen tengeleding behoort ook tot de moge lijkheden, vgl art 9.36 WHW) wordt door de ondernemingsraad nu voor de derde keer aan het bestuur voorge legd, in het kader van een advies over de herziening van het Statuut. Aanpassing van artikel 8 4 zou voor de gewenste oplossing de beste methode zijn Het bestuur van de Vereniging, dat de eindverantwoorde lijkheid draagt voor de totstandkoming van een Statuut waarmee goed valt te werken, zou de faculteiten vermoede lijk een grote dienst bewijzen door daarbij duidelijkheid te verschaffen over de intenties die het had bij de formulenng van artikel 8.4 lid 3 van het Statuut.

'Studeren lijkt me ook leuk' Na zes jaar stapt immunoloog Jeike Biewenga uit de Ondernemings-raad. In de zomer stopt ze helemaal met haar werk aan de universiteit. Na achtendertig jaar gewerkt te hebben, waarvan zo'n dertig jaar aan de VU (met hier en daar een korte onderbreking), vindt ze het welletjes. IVlicheile Kiünder Toen de OR zes jaar geleden werd opgencht meldde Biewenga zich aan als kandidaat vanuit het CFG. Ze werd op een verkiesbare plaats gesteld en kwam in de GR terecht. Veel 'medezeggenschapservanng' had ze nog met 'Ik deed onderzoek m de immuno logie, maar bedacht me ook dat er veel jonge honden zijn, met een verse opleiding m hun zak, die net zo goed kunnen onderzoeken als ik. Dat onderzoeken ben ik langzaam gaan afbouwen, mijn onderwijstaak heb ik vastgehouden. Daarnaast wilde ik iets nieuws, ik houd van verandenng, maar ik wilde met mijn baan aan de W opgeven. Dus dan ben je beperkt m je mogelijkheden Het leek me boeiend de VU eens van een heel andere kant te gaan bekijken, en stelde me daarom kandidaat.' Biewenga werd lid van het dagelijks bestuur, ze werd voorzitter van de verkiezingscommissie, secretans van de pr werkgroep en lid van de redactiecommissie van het personeelskatern in Ad Valvas. 'Vooral in het begin waren veel dingen ondui delijk. Er was bijvoorbeeld nauwelijks iets afgesproken over communicatie. Samen met twee GR collega's heb ik toen een pr cursus gevolgd Tijdens die cursus hebben we een communicatieplan gemaakt dat, weliswaar hier en daar bijgesteld, nog steeds gebruikt wordt Het personeelskatern is onze informa tiebron naar het personeel toe. Nu zijn er verkiezingen en alles daarover is te lezen in dit katern ' Als voorzitter van de verkiezings commissie had ze het dit jaar extra druk 'Die verkiezingen zijn dit jaar veel ingewikkel der dan in voorgaande jaren. Toen kreeg iedereen gewoon een stembiljet voor de GR, dit jaar zijn de Onderdeelcommissies erbij gekomen Het was erg moeilijk dit te organi-

seren, het IS logistiek ook met helemaal goed gegaan De adresetiketten kwamen te laat en we moesten per OC de juiste stembiljetten versturen, dus de juiste biljetten moesten in de juiste enveloppen. Dat was handwerk waarvoor we ook studenten hebben ingehuurd Die OC's zijn nog met bekend genoeg en er zijn op veel faculteiten te weinig kandidaten voor. Ik hoop echt dat dit systeem snel goed gaat functioneren want ik vind het wel erg belangrijk. Maar de bereidheid om medezeggenschap inhoud te geven is met groot bij veel mensen Ik denk dat dat voor een belangrijk deel te wijten is aan de hoge werkdruk Het IS heel normaal datje werk mee naar huis neemt. Men zou zich rot zouden schnkken als wij om vijf uur met een leeg koffertje naar huis gingen en de volgende ochtend met alleen boterhammen in dat koffertje weer zouden beginnen Dan zouden veel dingen vertraging oplopen Voor werk in de GR krijg je 0,2 fte compensatie, voor werk in het dagelijks bestuur nog eens 0,2. Op schaal zes. Dat kan natuurlijk absoluut met. Voor werk in een GC bestaat helemal geen compensatie, onder het mom van 'het hoort bij je werk'. Maar omdat het overal zo druk IS zegt elk afdelingshoofd natuurlijk dat je dan eerst maar moet zorgen dat je werk op de afdeling voor elkaar komt Maar goed, het IS wel heel boeiend om dit werk te doen, om te merken datje wel degelijk invloed kunt uitoefenen op besluiten die genomen moeten worden ' Gok al bestaat de OR uit vertegenwoordigers van vier vakbonden, Biewenga heeft de indruk dat de OR meestal een echte eenheid is 'Een belangrijke rol daarin speelt de jaarlijkse scholing Hier leer je alle leden kennen en oefenen we situaties zoals die in de praktijk kunnen voorkomen.

Welke strategie gaan we volgen' Hoe werk je het best samen"? Maar ook problemen bin nen de OR kunnen hier worden opgelost. Zo hebben we een keer door middel van een spel het probleem aangepakt dat wij als CFG fractie vonden dat we te weinig aan bod kwamen, dat er te weinig naar onze argu menten geluisterd werd Dat heeft heel verhelderend gewerkt. Na haar afscheid, waarschijnlijk in juni, gaat Biewenga met stilzitten Dat kan ze met Eigenlijk heeft ze al te weinig tijd voor alle dingen die ze nog wil doen. Eerst is daar in ieder geval nog het internationale immunolo giecongres, na Sydney en San Diego dit jaar in de RAI in Amsterdam Ze zit in de organi satie en zorgt ervoor dat zo'n zevenhonderd vijftig deelnemers met elkaar kunnen praten over mucosale immunologie, dat is de afweer aan de slijmvliezen En daarna gaat ze door 'Ik houd erg van schaatsen, en geef nu soms les aan kinderen. Ik wil wat meer met die sport bezig gaan en ben van plan volgend jaar het Nederlands kampioenschap voor veteranen te rijden. Dat heb ik dit jaar gemist, Ik wist met eens dat het gehouden werd Ik schaats makkelijk binnen de limiet voor mijn leeftijdscategone Verder ben ik penningmeester van een vrouwenclub en wil Ik eindelijk thuis eens dingen op orde bren gen Ik wil ook gaan reizen, dat heb ik trouwens altijd al gedaan. Ik heb zeker zo'n dertig landen bezocht, ik ben o a in Jordanië geweest, in Nepal, Afghanistan, Peru, Bolivia Studeren lijkt me ook leuk, ik denk erover om wat aan antropologie te gaan doen.' Naar alle waarschijnlijkheid gaat de eerste reis naar Zuid-Afnka, naar een universiteit in het noorden, om daar een masters opleiding te introduceren, waarin ook een practicum ondersteunend computerprogram ma IS opgenomen dat Biewenga mede ont wikkeld heeft Dat programma is ook al gebruikt in Harare, Zimbabwe en in Yogyakarta, Indonesië 'Is het met zinvol dan ga ik met; daarover praten we nog met de universiteit daar'

Klein grut Dagelijks bestuur Dr M.WG de Bolster (ABVAKABO), voorzit ter email' oac@chem.vu nl Mw dr. T.J Biewenga (CFG), secretans email: tj biewenga.cell@ med vu.nl Dr B Overdijk (CMHF), plv voorzitter email. b.overdijk.medchem@ med.vu.nl OR-secretariaat Het secretanaat van de GR IS gevestigd in kamer I E 26 in het Hoofdgebouw (eerste etage in de E vleugel, nabij de dienst PZ, bij ambtelijk secretans mw C. 't Hart Telefoon en fax 44 45312, email' or@vu nl Volgende vergaderingen: 23 februan a s. geza menlijke vergadenng OR en Studentenraad 13.30 uur in 7A05 24 februan a s over legvergadering met het CvB, 14 00 uur, BL 1085 in G 076 9 maart a.s.- geza menlijke vergadenng van GR, USR en CvB, 14 00 uur in het Auditorium

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 406

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's