Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 558

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 558

9 minuten leestijd

PAGINA 4

AD VALVAS 29 APRIL 1999

Servische anti-oorlogactivist protesteert in Hoofdgebouw

'Voor mijn part hoort Kosovo niet meer bij Servië' Al ruim een maand bombardeert de NAVO Servië en ontvluchten de Kosovaren massaal hun land. De Servische Marko Petrovic verzamelde vorige week aan de VU handtekeningen tegen de bombardementen. De bommen zorgen er volgens hem voor dat de oppositie tegen Milosevic verzwakt.

E ke van Riel "Er vallen bommen op mijn land. Daar word ik niet vrolijk van", zegt de uit Belgrado afkomstige Marko Petrovic (20) mismoedig. Niet dat hij nationalistisch is, of pro-Milosevic. Maar hij wil wel zoveel mogelijk oppositie tegen de bombardementen opbouwen. Daarom organiseerde hij vorige week met de Internationale Socialistische Studentenorganisatie (isso) in het Hoofdgebouw een handtekeningenactie tegen de oorlog om Kosovo. Het motto was "Stop de oorlog. Welkom de vluchtelingen". Volgens een recent NiPO-onderzoek is 78 procent van de Nederlandse bevolking voor de NAVOacties. Marko zet daar vraagtekens bij. "Ik heb de indruk dat de meeste Nederlanders twijfelen over de bombardementen. D e meeste mensen willen graag horen wat ik ervan vind: Ik heb ook niet het gevoel dat ik hier

getrouwd. In 1997 was hij voor het laatst in Belgrado. "Omdat ik vanaf mijn achttiende dienstplichtig was, was het niet verstandig om eerder terug te gaan. Dan had ik meteen in het leger gemoeten. Gelukkig kon ik drie dagen voordat de bombardementen begonnen regelen dat ik onder mijn dienstplicht uit kon." Marko maakte hier de havo af en bereidt zich nu voor op zijn colloquiu m doctum om komend studiejaar met een universitaire studie te kunnen beginnen. In mei moet hij examen doen. "Ik hoop dat het lukt, want met mijn concentratie is het nu niet al te best. Ik kan aan weinig anders denken dan aan de oorlog." Via de telefoon en e-mail onderhoudt hij zoveel mogelijk contact met zijn vrienden en zijn vader in Belgrado. "De mensen daar zitten de hele nacht in de schuilkelder. Ze zijn heel cynisch, zijn puur bezig om te overleven. M e t mijn vader heb ik veel discussies. Hij is erg teleurgesteld dat het Westen is overgegaan tot de bombardementen. Doordat de media in Servië in staatshanden zijn en voortdurend propaganda uitzenden, weten de meeste mensen nauwelijks wat in Kosovo gebeurt." Ook de Nederlandse media geven volgens hem een erg eenzijdig beeld van de situatie. "Je ziet 24 uur per dag de vluchtelingen uit Kosovo. Natuurlijk is het een humanitaire ramp. Je ziet echter erg weinig van wat in Servië gebeurt. Als er Serviërs aan het woord komen, zijn dat alleen nationalisten." Dit terwijl volgens Marko vanaf 1997 een krachtige oppositie was gegroeid. "Vorig jaar waren er grote studenten-

'Mijn vader in Belgrado is erg teleurgesteld in het Westen'

opeens gezien word als de vijand." Van een baantje dat hij op het oog had in de keuken van een restaurant zag hij af. Vanwege de oorlog. "Daar stond de hele dag de televisie aan met de beelden van de vluchtelingen uit Kosovo. De mensen in de keuken keken naar de bombardementen alsof het een film was, alsof het allemaal fictie was. Alsof het om bommen ging in een computerspel. Het leek me niet zo prettig om tussen die mensen te zitten." Viereneenhalf jaar woont Marko Petrovic in Nederland. Na het uiteenvallen van Joegoslavië kwam hij met zijn moeder mee, vooral vanwege de economische crisis door de sancties. Zij is inmiddels met een Nederlander

Marko Petrovic: 'Milosevic overdrijft het belang van Kosovo voor Servië enorm.' protesten en stakingen. Door de oorlog is de oppositie monddood gemaakt. Mensen zijn ondergedoken. Anderen schijnen zelfs doodgeschoten te zijn." Alleen al de dreiging van de bombardementen speelde Milosevic volgens hem in de kaart en wakkerde het nationalisme aan. "Hij overdrijft het belang van Kosovo voor Servië enorm. Het zou het heilige land zijn, omdat er kerken staan uit de dertiende eeuw." Zelf is hij voorstander van zelfbeschikkingsrecht voor Kosovo. "De enige

oplossing is er een langs democratische weg. Voor mijn part hoort Kosovo dan niet meer bij Servië. Als de Serviërs er ook maar in vrede kunnen leven." De NAVO-acties verergerden de situatie alleen maar, meent Marko, en zorgden dat de emische zuiveringen sneller werden uitgevoerd. Ook van NAVO-grondtroepen verwacht hij niets positiefs. "Dan ontstaat een nieuw Vietnam, want Servië heeft een zeer machtig leger. Er is de afgelopen jaren zeer veel geld ingestoken. Bovendien escaleert het dan zeker tot een Bal-

Bram de Hollander

kanoorlog. Albanië en Macedonië staan nu al aan de rand van een burgeroorlog." Het gaat de NAVO volgens hem vooral om de eigen prestige en de geloofwaardigheid. "Daarnaast spelen strategische belangen. Ze willen dat de regio stabiel blijft. Kosovo is dicht bij Griekenland en Turkije." Marko vindt dat er sprake is van selectieve verontwaardiging. "In Koerdistan en Israël is hetzelfde al jaren aan de gang. Daar grijpt de NAVO niet in."

Onderzoek moet grensoverschrijdend zijn

Europa trekt twee miljard uit voor jonge onderzoeliers "Hier hèb je als universiteiten tenminste wat aan." Met die aanbeveling werd onlangs het nieuwe Europese programma voor training en mobiiiteit van onderzoekers gepresenteerd. Deze Brusselse geldpot is vooral bestemd voor internationale training van jonge onderzoekers. Frank Steenkamp (HOP) Vijfduizend postdocplaatsen voor jonge mensen die buiten eigen land aan onderzoek meedoen, steun aan vijfhonderd internationale onderzoeksnetwerken en tienduizend korte bezoeken aan grote onderzoeksfaciliteiten in Europa. Dat gaat Brussel de komende vier jaar ongeveer betalen uit het programma Improving the Human Research Potential of IHP. In totaal mag het 2,5 miljard gulden kosten. Maar er wordt voor een veelvoud van dat bedrag aan aanvragen verwacht. Voor de Nederlandse universiteiten is IHP interessant, stelt M r Cees Vis, die in Brussel fulltime de onderzoekswereld vertegenwoordigt. De voorganger van het iHP-programma leverde de instellingen 150 miljoen gulden op, of zo'n duizend extra mensjaren van onderzoekers. Daarmee was Europa een belangrijke financier van de in ons land ^c\maxst fellowships, waarmee gepromoveerden ervaring bij goede instituten kunnen opdoen. Ook vormden tientallen onderzoeksgroepen met Brussels geld een netwerk met buitenlandse vakgenoten.

D e VU bijvoorbeeld en de universiteiten van Utrecht, Leiden, Delft en Nijmegen waren nauw betrokken bij een aantal van die netwerken. Het iHP-programma is een onderdeel van het nieuwe Europese Kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkehng, dat in totaal 33 miljard gulden gaat kosten. Het meeste geld is gekoppeld aan doelen als efficiëntere productiemethodes of betere gezondheidszorg. Maar IHP is een buitenbeentje: het mag overal over gaan, als er maar over de grens wordt samengewerkt. En als het onderzoek maar kwaliteit heeft.

Netwerken Volgens de Brusselse topambtenaar Barry M c Sweeney wordt de concurrentie nog groter dan onder het vorige programma. Er dingen nu onderzoekers mee uit 31 landen, inclusief Israel en Cyprus. Bij de populairste delen van het IHP schat M c Sweeney de succeskans op 15 procent. Zijn advies: "Wees heel kritisch met je plannen." De subsidie voor netwerken van onderzoekers is zo'n populair onderdeel. Dit jaar is er een half miljard gulden voor beschikbaar, goed voor

tweehonderd initiatieven. In een netwerk moeten minstens vijf onderzoeksgroepen, uit drie of meer landen, samenwerken. D e EU-subsidie dient meer dan voorheen voor het kweken van een nieuwe generatie 'Europese' onderzoekers: 60 procent van het geld moet bestemd zijn voor postdocs. En die moeten vrij toegang hebben tot de aangesloten collega-instituten. Wie op de website van het vorige programma TMR kijkt, ziet dat Nederlandse universiteiten penvoerder waren van verbanden die vaak wel tien instituten in zeven landen besloegen. McSweeney vindt zulke grote netwerken riskant: "Hoed u voor de overcomplete partner. Eén zwakke schakel kan een netwerk opbreken. Er worden afspraken niet gehaald en de boel verwatert. "Stel u dus de vraag of alle beoogde deelnemers wel noodzakelijk zijn voor het netwerk," aldus McSweeney.

Fellowships Ook op individuele onderzoekersbeurzen (budget dit jaar: 270 miljoen gulden) wordt een stormloop verwacht. Maar bij dit onderdeel moest wel iets veranderen. Volgens McSweeney ging het voorheen vaak te vrijblijvend toe. D e regels voor deze fellowships zijn nu veranderd. De pot voor individuele aanvragen is gehalveerd; hier wordt scherp gelet op het commitment van het gastinstituut. De rest van het geld is bestemd voor beursaanvragen waar de rollen zijn omgekeerd. Niet de onderzoeker, maar het instituut dient

een aanvraag in en neemt daarna alle verantwoordelijkheid voor selectie en begeleiding van een of meer jonge onderzoekers. Ook bedrijven kunnen jonge onderzoekers in huis halen. Brussel heeft dit jaar 45 miljoen gulden voor zulke industry host fellowships beschikbaar. "De boodschap is dat research bij bedrijven géén tweederangsonderzoek is. De helft van alle jonge onderzoekers in Europa werkt in de industrie", aldus McSweeney. Behalve met netwerken en fellowships stimuleert Brussel nog op een derde manier de 'Europeanisering' van het onderzoek. Dat is het gezamenlijk gebruik van grote onderzoeksfaciliteiten of -instituten. Hiervoor is de komende jaren 400 miljoen gulden beschikbaar. Hoofddoel van dit fonds is om met beurzen te zorgen dat dure 'topfaciliteiten' ook zoveel mogelijk gebruikt worden door onderzoeksteams uit andere landen.

Deadlines Veel onderzoekers zijn al bezig h u n aanvraag te schrijven. Want volgende maand zijn de deadlines. Daarna is het weer een jaar wachten om mee te kunnen doen. Al op 4 mei is de deadline voor de onderdelen die betrekking hebben op 'Europeanisering'. Aanvragers van allerlei fellowships hebben iets meer tijd, tot 17 mei. Twee weken later sluit ook de termijn voor onderzoeksnetwerken. Alleen voor bedrijven die onderzoekers willen ontvangen is er nog wat meer tijd, tot 16 juni.

Drie maanden na die laatste deadline denken de Brusselse ambtenaren al klaar te zijn met de selectie van de vele tienduizenden beursaanvragen. Omwille van die snelheid werkt de Europese Commissie zoveel mogelijk met digitale aanvragen - via de eigen website. Bij IHP is dat 'www.cordis. lu/improving'. Op die site is ook alle informatie over procedures te vinden. En een oproep voor referees die de vele aanvragen kunnen helpen beoordelen. Want van zulke mensen kan McSweeney er nog wel een paar honderd gebruiken.

Advertentie

•sa

Proefschrift? Uw jarenlange opofferingen verdienen een professionele grafische afsluiting. Bel voor onze informatieve documentatie met prijzen.

Drukkerij Elinkwijk Postbus 11061

3505 BB Utrecht

030-2444921

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 558

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's