Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 70

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 70

10 minuten leestijd

AD VALVAS 1 7 SEPTEMBER 19

PAGINA 8

Peptalk van de nieuwe minister Hermans wil geen kommer-en-kwel-minister zijn Het hoger onderwijs moet de komende vier jaar bijna een half miljard bezuinigen. Maar, zegt minister Hermans, "ik ben geen kommer-en-kwel-minister voor het hoger onderwijs". Hanne Obbink

Vijf weken geleden is hij beëdigd. Eén week daarvan is hij op vakantie geweest, en de begroting is al twee weken klaar. Nee, zegt minister Hermans zelf, een duidelijk stempel heeft hij niet kunnen drukken op de onderwijsbegroting die hij op Prinsjesdag openbaar maakte. Maar één ding weet de nieuwe minister wel heel zeker; "De bezuinigingen op het hoger onderwijs zijn een fait accompli." Dat betekent dat universiteiten en hogescholen bijna een half miljard gulden moeten inleveren. Zo'n 170 miljoen daarvan vloeit voort uit het regeerakkoord van Paars-II, een kleine 300 miljoen stamt nog uit het tijdperk-Ritzen. Het hoger onderwijs heeft, anders dan andere sectoren van het onderwijs, weinig reden tot juichen over zijn begroting. Hermans erkent het, maar wil er niet te lang bij stilstaan. "Die bezuinigingen worden gewoon uitgevoerd", zegt hij met nadruk. "Ik heb de universiteiten en hogescholen uitgenodigd voor een gesprek. Maar niet over de vraag of de bezuinigingen geschrapt kunnen worden. Daarover • praten is verspillen van energie. Dan blijven we steken in het kommer-enkwel-verhaal waarin het onderwijs al

zo lang verstrikt is." Waarover moeten die gesprekken dan wel gaan? "Hoe moet de relatie tussen het hoger onderwijs en het bedrijfsleven, de markt eruit zien", noemt Hermans als eerste vraag die hij aan de orde wil stellen. "Neem Fortis, het verzekeringsconcern dat de studie van zes studenten gaat betalen. Ik heb niet meteen 'nee' geroepen toen zich dat voordeed - en het is ook de vraag of ik het had kunnen tegenhouden als ik dat gewild had. Zoiets gebeurt, en het zal vaker gebeuren. Daar moeten we dus goed over praten." Zo heeft Hermans wel meer agendapunten voor de gesprekken van dit najaar. In hoeverre mogen universiteiten en hogescholen onderling van elkaar verschillen? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat het hoger onderwijs flexibeler wordt? Hoe kan het stelsel van studiefinanciering aangepast worden zodat die flexibiliteit mogelijk wordt? Hoe moet het verder met de verdeling van onderzoeksgeld? Met het opvoeren van dat laatste agendapunt neemt Hermans alvast de vrijheid af te wijken van het beleid dat zijn voorganger Ritzen uitstippelde. Die wilde 500 miljoen gulden weghalen bij de universiteiten en laten verdelen door de landelijke onderzoeksorganisatie NWO. Maar Hermans wil

Minister van Onderwijs Loek Hermans: 'De bezuinigingen op het hoger onderwijs worden gewoon uitgevoerd,'

Ji

Nout SteenkaiT

1|

er "opnieuw naar kijken". Toch goed nieuws voor de universiteiten rond Prinsjesdag? Met een glimlach: "Ik ben geen kommer-en- kwel-minister." Hermans hoedt zich ervoor nu al

standpunten in te nemen. "Ik ga niet het schoolbord volschrijven. Ik wil eerst horen wat de betrokkenen er zelf over denken", zegt hij. Maar vrijblijvend moeten de gesprekken niet wor-

den. "De discussie moet geen jaren gaan duren. Begin komend jaar wil ik knopen doorhakken." (HOP)

gaan er het beste van maken Zo'n 300 miljoen gulden. Dat bedrag moeten de universiteiten de komende jaren inleveren. "Maar tot nu toe hebben we niet gezegd: die bezuiniging moet van tafel. En dat zullen we ook niet doen", zegt voorzitter Rien Meijerink van de vereniging van universiteiten VSNU. "Zwaar teleurgesteld" is Meijerink over de bezuinigingen. Maar hem is inmiddels duidelijk dat minister Hermans er niet over piekert die kortingen te schrappen. Daarom kiest de vsNU-voorzitter een andere koers. "We moeten die bezuinigingsbedra-

gen maar inboeken en zien hoe we er het beste van kunnen maken." En daar heeft hij wel zo zijn gedachten over. "We worden de markt opgedrongen", steekt Meijerink van wal. "De universiteiten willen een deel van die miljoenen terugverdienen met inkomsten uit het bedrijfsleven. Maar dan moet de politiek ons daarvoor ook het instrumentarium geven. Want nu zijn we aan handen en voeten gebonden. De politiek bepaalt nog tot op grote hoogte wat de universiteiten wel en niet mogen."

Zo mogen de universiteiten geen nieuwe opleidingen beginnen zonder overheidstoestemming, voert Meijerink aan. En ook schrijft de overheid voor uit hoeveel studiepunten een opleiding moet bestaan. "Dat moet veranderen. De regering kan ons niet dwingen de markt op te gaan en tegelijkertijd de instrumenten onthouden die je als marktpartij nodig hebt." Als hoger onderwijs op de markt gebracht wordt, veronderstelt dat op zijn minst dat de universiteiten onderling vee! sterker van elkaar ver-

schillen dan nu. Meijerink: "De een zal opleidingen van vijf jaar willen opzetten, de ander misschien juist kortere, en weer een ander richt zich misschien vooral op duaal onderwijs waarin leren en werken samengaan. Ook de hoogte van de collegegelden moet dan kunnen uiteenlopen." Vooral de vele regels rond de studiefinanciering verhinderen nu nog het ontstaan van zulke diversiteit, zegt Meijerink. Dat Hermans in zijn begroting - opnieuw - voor een veel flexibeler beurzenstelsel pleit, stemt de vsNU-voorzitter daarom hoopvol.

Maar tegelijk betwijfelt hij of 'Den Haag' wel beseft welke kant het hoger onderwijs opgestuurd wordt als het honderden miljoenen moet bezuinigen. "In Den Haag lijkt men nog te denken dat de universiteiten dat geld kunnen bezuinigen door gewoon de efficiency te verhogen. Maar dat is onzin, volstrekte onzin. We zullen echt particuliere inkomsten moeten krijgen. En zelfs dan zullen we snoeiplannen moeten opstellen. Want de volle mep halen we niet terug." (7/0, HOP)

Clustering bèta's nu officieel van start De faculteiten Scheikunde, Wiskunde en informatica en Natuur- en Sterrenkunde zijn sinds 1 september niet meer. Zij heten nu divisies. Behalve voordelen brengt de snelle clustering ook enkele kinderziektes met zich mee. Elke van Riei

"De grootste uitdaging waar we nu voor staan, is om op hele korte termijn de overgang te realiseren en iedereen het gevoel te geven dat er winst in zit", zegt prof.dr. M.A. Kaashoek, decaan van de kersverse Faculteit Exacte Wetenschappen. Winst is volgens hem bijvoorbeeld te halen op het gebied van voorlichting. "Daar zijn zoveel parallelle processen. Voorheen waren er meerdere kleine aanstellingen, verdeeld over de drie faculteiten. Nu hebben we één full-time voorlichter, zodat we de voorlichting professioneler kunnen aanpakken." De clustering draait met name om het vergroten van de efficiency, stelt ook drs. G.J. Veerbeek, directeur bedrijfsvoering van de nieuwe faculteit. "Zo moeten onderzoeksinstituten en scholen voor hun aanvragen vaak allemaal dezelfde ambtelijke procedures doorlopen. Het is de bedoeling dat een professionele facultaire staf daarbij ondersteuning gaat bieden, terwijl de inhoud bij de divisies blijft. Door de clustering moet op de langere termijn de bestuurslast bij het wetenschappelijke personeel geringer worden." Voor clustering is gekozen om in beheersopzicht een sterkere bestuurs-

eenheid te vormen, benadrukt Kaashoek. "Het is dus geen verborgen bezuinigingsoperatie. Wel denken wij dat er in financiële zin zwaar weer op komst IS. Zo houden we er rekening mee dat ons bezuinigingen van de overheid boven het hoofd hangen. Daarom willen we ook een grote inspanning doen om de instroom van studenten te vergroten." Ook op het gebied van voorzieningen ontstaan nieuwe mogelijkheden. Zo komt er door clustercomputing nieuwe hardware beschikbaar voor de hele faculteit. De technische werkplaatsen zullen ook meer gaan samenwerken. "Zover is het nu nog niet. Dat wordt nog een heel project, omdat met name daar het punt van de eigen identiteit speelt, de angst: misschien verliezen we er iets mee", aldus Veerbeek, In de nieuwe structuur zijn ook minder obstakels voor inhoudelijke samenwerking. Zo kan op het gebied van internationalisering, stages of de integratie van algemene academische vorming in het curriculum expertise gebundeld worden, zo is de verwachting. "Alle opleidingen zijn bezig in het kader van het bètaconvenant vijfjarige opleidingen te ontwikkelen en hun onderwijs te herstructureren. Ook moeten ze inspelen op de veranderin-

gen die de introductie van het studiehuis op het vwo met zich meebrengt. Daarbij kunnen ze nuttig samenwerken", zegt Kaashoek. "Maar we denken niet aan een bètabrede opleiding. Er komt geen bèta-gamma propedeuse." Eventuele verdere inhoudelijke samenwerking wordt in ieder geval niet door het faculteitsbestuur opgelegd. "Die moet vanuit de dynamiek van de wetenschap komen. Alle primaire processen blijven plaatsvinden binnen de divisies. Zij vormen de natuurlijke grenzen voor wetenschap", vindt de decaan. Het gaat bij de clustering volgens de faculteitsbestuurders om drie gelijkwaardige partners. De drie budgetten zijn ongeveer gelijk. Natuur Sterrenkunde krijgt veel inkomsten uit de tweede geldstroom en Scheikunde uit de derde. Maar qua studentenaantallen verschillen de drie divisies wel sterk. Die lopen uiteen van gemiddeld 25 eerstejaars bij Natuur Sterrenkunde en 50 bij Scheikunde tot 150 bij Wiskunde Informatica. "Met name de natuurkundestudenten zagen tegen de clustering op", weet Veerbeek. "Zij zien nu dat ze bij het onderwijsbureau opeens voor een loket staan."

Kinderziektes De keuze voor 1 september als ingangsdatum voor de clustering betekent dat het hele proces in een hoog tempo moest plaatsvinden. Kaashoek: "We wilden aan die datum vasthouden, omdat deze samenviel met de invoering van de MUB. Door alle processen samen te pakken, hebben we

het in een keer achter de rug." Maar daaraan zitten twee kanten, realiseert de decaan zich. "Het is net als met een verhuizing: de overgangsfase is lastig, het duurt even voor iedereen zijn weg weer gevonden heeft. Ik kan me voorstellen dat dat vervelend kan zijn. Maar je bent er ook sneller doorheen. Anders heerst er langer onzekerheid." Beide bestuurders houden rekening met de nodige kinderziektes. Om al te veel problemen te vermijden, is besloten een aantal zaken nog even zo te houden als ze waren. Omdat de officiële datum voor de clustering samenviel met het begin van het nieuwe collegejaar is bijvoorbeeld even gewacht met de omzetting van het onderwijsbureau. "De overgang doet wel een beroep op mensen", merkt Veerbeek. "Er heerst nu op veel plaatsen onduidelijkheid over de vraag: wie regelt wat in de nieuwe structuur? Daarbij gaat het om honderd kleine taakjes. Maar over twee maanden zijn veel kleine, praktische problemen opgelost", zo verwacht hij. Aangezien er pas in het voorjaar een cei)trale locatie is voor het faculteitsbestuur, is er voorlopig sprake van bureaus op verschillende plaatsen. En er is later nog een interne verhuizing nodig. Een van de belangrijkste voorwaarden die tevoren aan de clustering werd gesteld door de betrokken faculteiten was dat er geen derde bestuurslaag of meer bureaucratie zou mogen ontstaan. "Wij verwachten niet dat dat gebeurt, omdat de onderlinge com-

municatie informeel kan verlopen. Het faculteitsbestuur bestaat uit de decaan en de voorzitters van de divisiedirecties. Bovendien woont directeur beheer Veerbeek alle vergaderingen van de divisiedirecties bij. Ook zal er meer dan voorheen gewerkt worden met portefeuillehouders", zegt Kaashoek. Bovendien is afgesproken dat de drie divisiedirecties elkaar geen brie- , ven gaan schrijven en ook niet naar het faculteitsbestuur. Ook komt er een centraal archief. Volgens Veerbeek is er geen sprake van een verdubbeling van taken, maar juist van het scheiden daarvan. "Er is nu een getrapte structuur ontstaan, een harmonicamodel. De divisiedirecties zijn managementteams voor de primaire processen, het faculteitsbestuur richt zich op beheerszaken." Ondanks het grote belang dat de faculteit zegt te hechten aan studenteninspraak heeft in het nieuwe faculteitsbestuur geen student zitting. "Daarover hebben we wel een beetje gebakkeleid met de studenten in de klankbordgroep, de voorloper van de facultaire studentenraad", geeft Kaashoek toe. "Maar het faculteitsbestuur praat wel direct met de nieuwe facultaire studentenraad. Eventueel gebeurt dat voltallig. Ook blijven studenten adviserend lid van de divisiedirecties. Naar mijn gevoel is dat de meest logische plaats voor hun inbreng, al wordt hun invloed door de MUB wel wat minder. Studenten blijven daarnaast actief in bijvoorbeeld opleidingscommissies en onderwijscommissies."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 70

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's