Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 423

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 423

10 minuten leestijd

PAGINA 1 1

AD VALVAS 2 5 FEBRUARI 1 9 9 9

Gereformeerden minst depressief

Kerk geeft ouderen troost Religie gaat sombere gevoelens bij ouderen tegen, aldus promovendus Arjan Braam. Bejaarden die wekelijks naar de kerk gaan, hebben minder depressieve klachten dan degenen die het geloof aan de laars lappen. Maar er zijn uitzonderingen. Te veel sociale controle op de naleving van de geloofsregels stort sommige bejaarden In mineur.

legt te veel nadruk op de rationele inhoud van het geloof en heeft te weinig oog voor het troostende element." Hij denkt dat juist de gevoelsmatige beleving, de spirituele kant van religie de helende kracht biedt. "Het kan zijn dat individuen in problemen komen vanwege de geloofsleer, maar die missen dan die spirituele kracht. Schilder baseert haar theorie op individuele gevallen uit de klinische praktijk. Mijn onderzoek sluit niet uit dat zulke gevallen bestaan, maar het kent zeker geen epidemische vormen."

Andere landen

Dirk de Hoog "Dat gereformeerden somberder zijn, moet ik op grond van mijn onderzoek een hardnekkig vooroordeel noemen, in ieder geval als het om ouderen gaat", zegt Arjan Braam, zelf katholiek. De medicus onderzocht de relatie tussen depressies en religie bij de ouderen. Het onderzoek waarop Braam 26 februari promoveert, maakt deel uit van het Lasa-project waarbij vu-wetenschappers jarenlang drieduizend mensen volgen tussen de 55 en 85 jaar afkomstig uit de regio's Amsterdam, Oss en Zwolle. De onderzoekers verzamelen allerlei data variërend van het aantal botbreuken tot het in kaart brengen van sociale netwerken. Uit Braams gegevens blijkt dat religie in het algemeen bejaarden tegen depressies wapent. Gelovige ouderen zi)n minder vaak depressief dan onkerkelijken en mensen die eerder in het leven van h u n geloof zijn gevallen. Kerlwerlaters hebben het meeste last van chronische somberheid.

Moeilijke tijden Religie helpt volgens het onderzoek bejaarden om moeilijke tijden door te komen. "Dat werkt niet altijd op dezelfde manier", aldus Braam. "Religie heeft een positieve invloed op de gemoedsstemming van chronisch zieken. Daarentegen lijken gelovigen bij het verlies van een partner, een andere belangrijke oorzaak voor het ontstaan van depressies, dieper te lijden - maar over een kortere periode. Blijkbaar helpt het geloof hen over het verlies heen." Als mogelijke oorzaak voor het grotere verdriet bij partnerverlies noemt Braam het extra belang dat christelijke kringen toekennen aan het huwelijk en familieleven.

De gevoelsmatige kant van het geloof biedt kracht. Niet alle gelovigen gaan blijmoedig door het leven, zo blijkt uit de onderzoeksresultaten van de promovendus. In plaatsen waar veel streng orthodoxe protestanten wonen, komen onder de ouderen veel meer depressies voor dan bij vergelijkbare plaatsen met een liberalere bevolking. "Neem Genemuiden vlakbij Zwolle. D a t is echt een zwartekousenkerkgemeente. Onder de ouderen vonden we meer dan twee keer zoveel depressies als in het vergelijkbare plaatsje Zwartsluis aan de overkant van het Zwarte Water waar een milder religieus klimaat heerst", vertelt Braam. "Opvallend is dat in Genemuiden kerkelijken en niet-kerkelijken ongeveer gelijk scoren wat depressies betreft. Ik denk dan ook dat de oorzaak van de depressie niet het strenge geloof is, maar de strenge sociale controle. De inwoners van Genemuiden hebben heel veel contact met elkaar. Een sterk sociaal leven is op zich beschermend tegen

Flip Franssen

depressies, maar als mensen elkaar te veel controleren op de naleving van strenge geloofsregels, kan het negatief uitpakken." Dat veel gereformeerden lijden onder h u n geloof, zoals psychologe Aleid Schilder stelt, bestrijdt Braam. "Uit

mijn onderzoek blijkt dat gereformeerden minder zelfwaardering hebben en minder invloed op h u n leven denken uit te kunnen oefenen. Dat wijst op een bepaalde levenshouding. Maar die mentaliteit zorgt niet voor meer depressiviteit, zoals Schilder denkt. Ze

Braam vergeleek ook gegevens uit andere Europese landen. Een belangrijke uitkomst was dat ouderen die veel, liefst elke week, de kerk bezoeken minder depressief zijn. Hij wijst de voor de hand liggende conclusie af dat niet religie of kerkbezoek de verklarende factor is, maar het sociale netwerk dat kerkbezoek met zich meebrengt. "Natuurlijk speelt het sociale contact mee. Gereformeerden blijken het grootste netwerk te hebben, gevolgd door de katholieken. Na allerlei statistische berekeningen denken we toch te kunnen stellen dat religie wel degelijk een eigen, op zichzelf staande factor is." Daarmee moeten hulpverleners in zijn ogen rekening houden. In de psychische hulpverlening bestaat vaak geen aandacht voor religieuze gevoelens van patiënten, terwijl die heel belangrijk zijn. Braam ziet nog een consequentie. "In veel zieken- en verpleeghuizen bestaan weinig mogelijkheden om de religieuze gevoelens te beleven. O p een zaal met zes bedden is het bijvoorbeeld niet prettig bidden. Het is geen goede ontwikkeling dat in ziekenhuizen steeds vaker de kerkzalen en kapelletjes verdwijnen. Voor chronisch zieke bejaarden is het geloof vaak het enige dat nog rest. Geef ze de ruimte en de rust om de religie te kunnen beleven." ''S

Religie maalit niet gezond In h e t toonaangevende Britse m e d i s c h e tijdschrift The Lancet v e r s c h e e n r e c e n t e e n artikel dat d e vloer aanveegt m e t h o n d e r d e n studies die b e w e r e n aan te t o n e n dat religie e e n positieve invloed heeft o p de gezondheid. Bij veel v a n de onderzoeken z o u d e n d e onderzochte groepen te klein zijn voor het trekken v a n conclusies o f mogelijk andere verklaringen b u i ten b e s c h o u w i n g blijven. Als voorbeeld stellen de schrijvers dat h e t g e m i d d e l d e langere leven v a n n o n n e n e n priesters niet hoeft te k o m e n door e e n spirituele levenswijze. Belangrijker zijn waarschijn-

lijk d e gezondere eetgewoontes, zoals niet roken e n m a t i g eten e n drinken. P r o m o v e n d u s Arjan B r a a m kan zich iets voorstellen bij de kritiek. "In d e Verenigde Staten bestaat e e n geweldige lobby o m de gezondheidszorg te bekeren e n o p christelijke leest te s c h o e i e n . H e t gevaar is echter dat ideologie wordt v e r m e n g d miet degelijke w e t e n s c h a p " , zegt hij in dagblad Troutv. Hij voegt er a a n toe dat zijn eigen proefschrift a a n alle w e t e n schappelijke eisen voldoet.

Wetenschapsbeleid terug bij af in mei maakt minister Hermans openbaar wat hij wil met het wetenschapsbeleid. Van een terugblik op de afgelopen jaren kan hij weinig leren. Want in negen jaar is zijn voorganger Ritzen nauwelijks opgeschoten. Hanne Obbink (HOP) Terug bij af. Dat is de stand van zaken na de negen jaar dat Ritzen het bewind voerde over het wetenschapsbeleid. Al die tijd probeerde Ritzen greep te krijgen op het universitaire onderzoek. Het beste en belangrijkste onderzoek moest gesteund worden, vond hij. Omdat de universiteiten daar zelf niet voor zorgden, zocht hij methodes om dat af te dwingen. Tevergeefs, zo lijkt het. Deze week maakte de Adviesraad voor Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) een advies openbaar waarin met zoveel woorden staat dat Ritzens opvolger Hermans het streven naar directe invloed op onderzoek beter kan opgeven. De minister heeft er simpelweg niet de middelen voor. Uiteraard is er het afgelopen decennium wel iets gebeurd. Ritzen heeft de aanzet gegeven tot het opzetten van onderzoekscholen. Zijn gedachte was dat er ongeveer tien van zulke scholen moesten komen. Zo zouden de 'toppen op de hoogvlakte van het onderzoekslandschap' zichtbaar worden.

Maar die aanzet van Ritzen kreeg al snel een eigen dynamiek. Uiteindelijk kwamen er ruim honderd erkende onderzoekscholen. Daarin is het grootste deel van het universitaire onderzoek gebundeld. Daarmee schoten de scholen het doel dat Ritzen ermee had voorbij, want lang niet al dat onderzoek was 'top'. Ook in andere opzichten zijn de onderzoekscholen geen succes. Dat valt op te maken uit het proefschrift van de Twentse bestuurskundige Bartelse. In een klein aantal vakken, schreef die, brachten de scholen iets tot stand wat er vroeger nog niet was. Maar elders waren ze niet meer dan een nieuw etiket op bestaande verbanden of bleven het papieren constructies. Zinloos zijn de onderzoekscholen daarmee niet. Alle scholen zijn gekeurd door de wetenschappelijke academie KNAW. Dat is een garantie voor kwaliteit. Mede daarom durft de AWT nu te stellen dat er "grosso modo geen sprake is van kwalitatief ondermaats onderzoek aan de universiteiten." Dat is winst, maar met de Rit-

zens doelstellingen heeft het weinig te maken. Van meet af aan had Ritzen echter ook een tweede ijzer in het vuur. Hij wilde geld 'overhevelen' van de universiteiten naar de landelijke organisatie NWO. Die zou beter in staat zijn om onafhankelijk van de belangen van afzonderlijke universiteiten te bepalen welk onderzoek het meeste maatschappelijk belang had of het beste was. Pas aan het slot van zijn tweede ambtstermijn wist Ritzen steun in de Tweede Kamer te krijgen om 500 miljoen gulden over te hevelen. D a t was te laat, want Hermans was nog maar net aan het bewind of hij schrapte het plan. Begrijpelijk, erkent de AWT in zijn advies, want de universiteiten moeten ook nog eens 300 miljoen bezuinigen. Maar zo geeft de minister zijn enige Ritzen deed nóg een poging om zijn doelstellingen te verwezenlijken. Samen met de universiteiten, AWT en KNAW bedacht hij de zogeheten 'breedte- en dieptestrategie'. O m de 'diepte' van het onderzoek te versterken moeten er zo'n tien toponderzoekscholen worden aangewezen die

tientallen miljoenen guldens krijgen. O m de 'breedte' te bevorderen geeft elke universiteit haar eigen veelbelovende onderzoek extra steun. Ook dit plan is op een mislukking uitgelopen. NWO schreef in december een vernietigend rapportje over de breedtestrategie: de universiteiten hebben er weinig werk van gemaakt. Dat kwam NWO o p

Overheidsgeld besteden aan universitair onderzoek ivordt nog steeds gezien als geld vuegschieten in een zwart gat

een boze brief van d e VSNU t e

staan, met als boodschap: we hebben gedaan wat we hadden afgesproken. Als dat klopt, had de breedtestrategie weinig om het lijf. Veel imiversiteiten hebben een etiketje geplakt op wat ze al deden, meer met. Het aanwijzen van toponderzoekscholen (de 'diepte') verloopt evenmin voorspoedig. Er zijn er in het voorjaar van 1998 zes aangewezen - tot woede van velen alle zes uit de exacte hoek. Alom berust men erin dat ook de tweede selectieronde, in het jaar 2002, moet doorgaan. D e beslissingen daarover kunnen immers nauwelijks nog teruggedraaid worden. Maar het draagvlak voor de dieptestrategie brokkelt af en het ministerie

van Onderwijs zelf twijfelt sterk. "Het is zelfs de vraag of het ministerie wil doorgaan", concludeert Bureau Barrels, dat de eerste ronde evalueerde uit gesprekken met ambtenaren. Deze week voegde de AWT zich in dit koor. Minister Hermans zoekt nu, net als Ritzen, naar een mechanisme waardoor het beste onderzoek de kans krijgt zich te bewijzen. Laten we de universiteiten 'signalen' geven over wat wenselijk onderzoek is, stelt de AWT voor, en dan maar hopen dat ze luisteren. Een minister als Ritzen zou zich daar niet bij neerleggen. Die ging ervan uit dat de universiteiten niet in staat zijn het gewenste onderzoek te laten gedijen. Maar misschien denkt de liberaal Hermans daar anders over en mogen de universiteiten htm eigen gang gaan. Daarmee zijn de universiteiten niet af van htm belangrijkste probleem: het gebrek aan goodwill. Overheidsgeld besteden aan universitair onderzoek wordt nog steeds gezien als geld wegschieten in een zwart gat. Daardoor zijn universiteiten steeds opnieuw een willig slachtoffer van bezuinigingen. Dat moet veranderen. Ook nu zij verlost zijn van de kwelgeest die de wantrouwende Ritzen voor hen was, zijn ze daarom niet af van de noodzaak het belang van htm onderzoek aan te tonen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's

Ad Valvas 1998-1999 - pagina 423

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998

Ad Valvas | 704 Pagina's