Ad Valvas 1998-1999 - pagina 471
PERSOlMEELSfCATlRIV
AD VALVAS 18 MAART 1999
PAGINA 1 1
De afvalrace op weg naar de profstatus
Een postdoc moet ruim tien jaar geduld liebben De wetenschap is een hard bedrijf. Slechts een handjevol bereikt de top. De postdoc, een belangrijke middenmoter zonder vaste baan, begint zich hiertegen I te verzetten.
\
ƒ
<^^^^ Postdocs zijn onderzoekers met een tijdelijke aanstelling die na hun promotie een wetenschappelijke functie vervullen aan een universiteit of onderzoeksinstelling. Ze richtten vorige maand een landelijk platfonn op om de belangen varl h u n functiegroep beter onder de aandacht te krijgen. M e t als voornaamste wens: meer vaste banen. "Laten we eens kijken naar de u n i versitaire bureaucratie", stelt postdoc dr. George Schrambowski van het platform voor. "Door daar te bezuinigen, komt geld vrij voor onderzoek." In Nederland werken zo'n tweeduizend postdocs. Z o ' n 135 zijn in dienst van de vu. De natuurwetenschappelijke onderzoeksorganisatie Kwo heeft er het meest in dienst: zo'n 430. Hoeveel daarvan aan de v u werken, kan NWO niet zeggen.
Peter Boerman Het was niet echt een opvallende personeelsadvertentie in de Volkskrant van afgelopen zaterdag: de Erasmusuniversiteit zocht een gepromoveerd neurowetenschapper (V/M) om als postdoc aan de slag te gaan. De afsluitende tekst was echter wél veelzeggend. "Wij bieden een tijdelijke aanstelling voor een periode van 22 maanden, zonder uitzicht op een vast dienstverband." Het is het probleem van de wetenschappelijke hiërarchie in een notendop. Van de grote groep studenten kan maar een klein deel, na het halen van hun doctoraal, assistent-in-opleiding (aio) worden. Nadat ze promoveren, wordt van hen maar een fractie postdoc. Aan de universiteiten omschrijven de beleidsmakers de vooruitzichten van de postdoc graag als up or out. Dat betekent: wie als postdoc er niet in slaagt om in een paar jaar op te klimmen naar hoofddocent of hoogleraar, moet zijn heil elders zoeken. Dat is de gedachte van de piramide: breed aan de basis, smal aan de top. De praktijk toont zich echter weerbarstiger dan de theorie. Postdocs gaan zelden up of out. De meesten blijven jarenlang doormodderen aan de universiteit, van het ene tijdelijke contract in het andere. Van de huidige postdocs is 40 procent niet aan zijn of haar eerste contract bezig, maar aan het tweede, derde of vierde. Meer dan 85 procent van alle postdocs in Nederland zegt aan het begin van hun tijdelijke aanstelling door te willen in de wetenschap. Dat is een droom die slechts voor een enkeling uitkomt: van de posities als docent, hoofddocent of hoogleraar komt jaarlijks 2 procent vrij. Alle universiteiten hebben veel personeel rond de 55 jaar waarvan driekwart in vaste dienst
Illustratie: Berend Vonk
werkt. Het duurt nog een jaar of tien voordat die vertrekken. "Dat is een enorme prop die veel tegenhoudt", aldus Van den Maagdenberg, directeur van de universiteitenvereniging VSNU. "Totdat die met pensioen gaat, moeten we zorgen dat niet hele generaties onderzoekers verloren gaan."
Grote uitstroom De v u verwacht dat de grote uitstroom iets eerder op gang komt, tussen 2001 en 2004. Ook aan de v u ligt het zwaartepunt van de leeftijdsopbouw boven de vijftig jaar. "Ja, we zijn typisch de lost generation", verzucht Claartje Levelt, een taalkundige die als postdoc werkt aan de letterenfaculteit van de vu. Ze is sinds september vorig jaar bezig aan haar twee-
de postdocplaats sinds haar promotie in 1994. Levelt werkte een halfjaar in Leiden, ging vijftien maanden naar Amerika als visiting fellow en deed onderzoek aan het Max Planckinstituut. N u heeft ze een plek tot in 2002. "Tot nu toe heb ik veel geluk gehad", vertelt ze. " N o g geen maand zat ik thuis." Levelt wil graag verder in de wetenschap. "Sterker nog: ik kan me geen toekomst buiten de wetenschap voorstellen." D e vu-postdoc noemt het schrijnend dat de eisen die aan postdocs gesteld worden niet gelden voor de zittende generatie 55-plussers. "Het principe up or out gaat niet op voor het vaste personeel. Ik heb de indruk dat daar in die groep mensen zijn die niet zo
veel bijdragen, maar wel blijven zitten. Bij postdocs tellen alleen de publicaties. Die moeten ze ook eens bij het zittende personeel tellen." Levelt sloot zich aan bij het landelijk platform van ontevreden postdocs (zie kader). De wens van een vaste aanstelling was niet de eerste reden waarom ze dat deed. "Ik weet dat niet elke postdoc in vaste dienst kan worden genomen, maar er moet wel uitzicht op zijn. Het lijkt me in ieder geval goed als het probleem een keer duidelijk aan de orde wordt gesteld. Ik ben echt geschrokken van de getallen en van de opstelling van de geldschieters. Hutter, de directeur van onderzoeksorganisatie Nwo, zei dat de individuele onderzoekers hem weinig kunnen schelen. Als het onderzoek maar door-
gaat. Dat kan ik me vanuit zijn positie indenken, maar leuk om te horen is het niet." Het postdocstelsel is een vorm van talent spotting, aldus diezelfde Hutter. " D e besten moeten behouden blijven voor de wetenschap." D e rest kan dus vertrekken? "De wetenschap is een keihard bedrijf dat niet zonder selectie kan." Levelt ziet het gelaten aan. "Ik klaag niet; ik heb leuk werk. Als postdoc hoor je eigenlijk nergens bij: niet bij de smdenten en ook niet bij de docenten. Persoonlijk vind ik dat niet zo erg. Ik kan hier lekker mijn werk doen. Begeleiding heb ik ook niet nodig, zoals een aio. Wat ik wel vervelend vind: ik hoorde op de vorige maand gehouden discussiemiddag dat ik eigenlijk niet aan een wetenschappelijke carrière mag denken. Dat ik me maar beter kan laten omscholen. Als taalkundige lijkt me dat heel moeilijk. Ik ben een echte wetenschapper geworden."
'Voor collega's speel ik voor een vriendenprijsje' Voor veel medewerkers van de VU speelt zich buitenshuis nog een heel leven af, al dan niet professioneel. Ad Valvas brengt hen in beeld. Deze maand: Henk Wolleswinkel (54), schilder bij de gebouwendienst en eenmansorkest op bruiloften en partijen. Peter Boerman "Mijn tante had een piano. N a schooltijd ging ik altijd naar haar toe. Lekker spelen, eerst nog met twee vingertjes. Noten lezen heb ik nooit geleerd. Ik kan het nog steeds niet. Maar wat ik hoor, speel ik moeiteloos na." "Vroeger had ik zeker drie keer per week een optreden. N u is dat minder. Ik denk dat ik gemiddeld twee keer per week op het podium sta. Dat wil ik afbouwen. Ik wil meer van mijn weekends genieten. Ook mijn doelgroep is veranderd. Ik speel zelden voor jonge mensen, vaker zijn het 2 5 en 40-jarige huwelijksfeesten. Ik ben een beetje blijven hangen in de jaren zestig, denk ik. Mijn repertoire bevat naast Nederlandstalig werk ook Griekse, Italiaanse en Spaanse liedjes. Af en toe treed ik op in Griekse restaurants. Heerlijk vind ik dat. Ik hou enorm van emische muziek." "Bij de gebouwendienst weet iedereen dat ik ook in de muziek zit. Ik trad «en paar jaar geleden op tijdens de kerstinstuif en ik speel wel eens op feestjes van collega's. Daar maak ik dan een vriendenprijsje voor. Niet iedereen is even blij met mijn muziek. Ze denken nogal eens dat het ten koste gaat van mijn gewone werk als schilder. Om me daar tegen in te dekl^cn, ben ik een dag korter gaan wer-
ken. Ook omdat ik het wel lekker vind, hoor. Ik ben de jongste niet meer." "In 1986 werd ik onderhoudsschilder aan de vu. Ik doe het kleinschalig werk: toiletten, kamers, gangen. Buitenschilderwerk doe ik niet, dat wordt allemaal uitbesteed. Voordat ik naar de vu kwam, zat ik in het bedrijfsleven. Dat verdiende meer, maar het had een groot nadeel. Je zat vijf maanden per jaar in de ww." "Op mijn 35ste had ik er genoeg van om e)k jaar een aantal maanden werkloos te zijn. T o e n heb ik het een tijdje helemaal in de muziek geprobeerd. Twee jaar werkte ik fulltime op het Rembrandtplein, in café Hof van Holland. Horecamensen blijken niet de beste werkgevers. Ik verdiende veel geld maar had aan de andere kant erg weinig zekerheid. Op den duur wreekt zich dat. Daardoor ben ik toch weer het schildersvak ingegaan." "Het werk op de v u is door de jaren heen veranderd. Het is zwaarder geworden, zakelijker. Vroeger kon alles. Het was allemaal wat gezelliger, de saamhorigheid was beter. Tegenwoordig is er veel meer papierwerk. Alles moet over een aantal schijven. Je kunt niet zomaar even ergens een klusje doen, je moet strak plannen." "Ik ben heel blij dat ik de muziek naast mijn werk heb. Dat is een
prachtige tegenpool voor het stresserige dat ik aan de vu tegenwoordig zie. Je bent als muzikant mensen aan het vermaken. Daar krijg je veel voor terug." "Ik zie mijn muziek als een gave. Ik heb er nooit veel voor hoeven doen. T o e n ik twintig was, begon ik met optreden. Ik sloot me aan bij een groep aankomende artiesten die belangeloos speelde in bejaardenhuizen en sociale instellingen. Daar kreeg je dan een reiskostenvergoeding voor, en een bosje bloemen. Op een gegeven
moment kwamen daar de familiefeesten bij. Dan rolt het vanzelf verder." "Sinds een jaar of vier ben ik voorzitter van de artiestenclub Amsterdam. Dat is een vereniging met zo'n honderd leden. Twee keer per maand komen we een donderdagmiddag bij elkaar in café Eik en Linde. D a n wisselen we ervaringen uit. Het gaat merendeels om oud-artiesten uit de revue. En ook wel bekende namen: Martine Bijl, André van Duin en Paul van Vliet." "Ik weet niet hoelang ik het nog allemaal volhoud. Je hoopt dat je niets aan je rug krijgt, want het is een stationwagen vol die je elke keer moet versjouwen. Ik weet dat ik het rustig moet aandoen. T o c h ben ik alweer aan het boeken in het nieuwe millennium. Ik heb echt moeite om te zeggen dat ik bezet ben als ik mets in mijn agenda heb staan. Maar ik moet het toch. Ik moet aan mezelf denken."
' f' « 4
Onderhoudsschilder Henk Wolleswinkel: 'Muziek is een prachtige tegen pool voor het stresserige dat ik aan de VU zie.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998
Ad Valvas | 704 Pagina's