Ad Valvas 1998-1999 - pagina 217
PAGINA 5
AD VALVAS 19 NOVEMBER 1998
'Het is zeker geen pretstudie' Woord en Beeld bestaat tien jaar Woord en Beeld viert haar tiende verjaardag. Als zelfstandige opleiding is het waarschijnlijk het laatste feestje, want integratie in Algemene Cultuurwetenschappen ligt op de loer. Een opleiding met "avontuurlijk ingestelde studenten", zo wordt beweerd, en "een studie van de toekomst." Yvette Nelen "Ik moet toch zeggen dat professor Sandor Varga, de initiatiefnemer van de opleiding, een goede neus had voor wat er in de lucht hing. D e laatste tien )aar duiken overal in Europa vergelijkbare opleidingen op. Er is zelfs een internationale vereniging opgericht, de International Association of Word en mage studies." Marjolein van Tooren IS als studiebegeleider en universitair docent vanaf het begin in 1988 betrokken bij de opleiding 'Vergelijkende Kunstwetenschap: Woord en Beeld', meestal afgekort tot Woord en Beeld. "Je hebt altijd een heel verhaal nodig om uit te leggen wat de studie inhoudt", vertelt van Tooren. "Tijdens visitades en bij voorlichtingsbijeenkomsten merk je dat mensen over de smdie geen duidelijke ideeën hebben. Woord en Beeld is ontstaan om dwarsverbanden te bestuderen tussen letterkunde en kunstgeschiedenis. Vroeger werden alle kunstvormen in combinatie bezien, maar in de negentiende eeuw groeiden literatuurwetenschap en kunstgeschiedenis uit elkaar. In de jaren tachtig startte professor Varga van Frans een studiegroep. Hij wilde die samenhang opnieuw tot stand brengen. Het bleek een vruchtbare samenwerking." Wat begon als een studiegroep van hoogleraren en docenten letterkunde en kunstgeschiedenis, groeide uit tot een volwaardige opleiding. Vanaf 1982 verzorgden letterendocenten het bijvak Woord en Beeld. Dat liep storm: het vak trok minstens 120 studenten. In 1988 besloten de docenten er een bovenbouwstudie van te maken. In 1991 werd Woord en beeld een volwaardige opleiding. Vier jaar later kreeg ze een eigen hoogleraar, professor Ed Tan. Ondanks de groeiende populariteit van het bestuderen van woord- en beeldrelaties, is T a n nog steeds de enige hoogleraar Vergelijkende Kunstwetenschap in de wereld. "Wij zijn uniek", zegt T a n , niet zonder trots. "Verschillende onderzoekers in Europa zijn jaloers op ons." De smdie kende een behoorlijke aanlooptijd. Woord en Beeld is als geen andere smdierichting op de universiteit voortdurend in beweging. "De kritiek van studenten was lange tijd dat het toch gewoon twee studies bleven. Je volgde vakken bij letterkunde en bij kunstgeschiedenis", aldus Van Tooren. "We zijn de hele tijd aan het verbeteren en herprogrammeren om
vakken te integreren." Van Tooren moet toegeven dat de eerste lichting studenten een beetje pech heeft gehad. T a n vertelt dat hij op het lustrumfeest een student van het eerste uur sprak. "Hij wüde destijds allerlei dingen die nog niet mogelijk waren. Zo bedacht hij een scriptie te schrijven over strips, bij uitstek een Woord en Beeldonderwerp. Tegenwoordig kan dat wel. Hij ontwerpt computerspelletjes. N u zouden wij hem daar een betere theoretische ondergrond voor kunnen meegeven." Volgens T a n is het gros van de vakken inmiddels gericht op een vergelijking van de twee terreinen in de kunsten, het culturele domein van het woord en dat van het beeld. Ook krijgen eerstejaarsstudenten het vak Semiotiek, de theorie van de betekenis van tekens. T o c h blijft het nog zoeken. T a n : "Van de studenten wordt veel zelfwerkzaamheid verwacht. Zij hebben geen pasklare boeken en artikelen tot hun beschikking. Het kost extra tijd om relaties te leggen tussen woord- en beeldvakken." Op dit moment lopen er zeventig a tachtig studenten rond bij Vergelijkende Kunstwetenschap. Gemiddeld komen er elk jaar twintig tot 25 nieuwe studenten bij. T a n beschrijft de Woord en Beeldstudent als "avontuurlijk ingesteld". "Het is een studie met veel keuzevrijheid." Inmiddels gaat het niet meer alleen om het leggen van dwarsverbanden tussen literatuur en beeldende kunsten. De hoogleraar en dpcente leggen er graag de nadruk op dat Woord en Beeld een studie van de toekomst is. Van Tooren: "Je ziet dat onze cultuur aan het verschuiven is. De maatschappij is steeds meer gericht op beelden in plaats van woorden. Kijk naar reclame en voorlichting of naar de huidige informatietechnologie."
SOMS WERP VE STUDIE WOORDEHBEELD BMESTIETS TE VBBl
Zij spreken tegen dat Woord en Beeld een modieuze studierichting is. T a n : "Volgens mij zijn die monodisciplines juist modieus. Ik geloof dat interdisciplinaire vakken op de lange termijn
Illustratie: Berend Vonk
meer toekomst hebben." Van Tooren: "Oké, als je bedoelt dat we inspelen op hedendaagse ontwikkelingen, dan klopt het, maar Woord en Beeld is zeker geen pretstudie."
Specialisaties In 1997 bepaalde de VSNU dat het aantal studierichtingen in Nederland moest worden teruggebracht van 260 naar 107. Woord en Beeld wordt waarschijnlijk ondergebracht bij Algemene Cultuurwetenschappen. "Zeg nou zelf', reageert T a n , "dat brengt niet veel duidelijkheid. 'Cultuur' is al algemeen en dan ook nog 'algemene cultuurwetenschap'. Ik zie het niet als een bedreiging. Wel moeten wij de mogelijkheid houden om onze studie uit te leggen. Wij blijven ons profileren door herkenbare specialisaties." Twee nieuwe specialisaties moeten inspringen op hedendaagse ontwikkelingen: Woord en beeld in film en
Cultuur en digitale media. T a n ziet hier voldoende beroepsmogelijkheden in. "Aan elke film, reclame of documentaire gaat een tekst vooraf. D e filmspecialisatie leidt bijvoorbeeld scriptdocters op, die de teksten kunnen analyseren. Daar is grote behoefte aan. Voor de tweede specialisatie willen we samenwerken met zowel Wiskunde als Informatica. Er is een trend om ons culturele erfgoed toegankelijk te maken voor een zo groot mogelijk publiek, bijvoorbeeld via Internet of cd-roms. H o e beschrijf je kunsten? Hoe zet je ze om in digitale media? D a t is een Woord en Beeldprobleem." Afgestudeerde Jaconelle Schuffel liep twee jaar geleden stage in het museu m Boymans van Beuningen. Zij ontwierp een website voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. "Ik merkte dat mijn studie voor educatieve taken een meerwaarde had. Je bent heel breed opgeleid in de cultuurhistorie.
Zo organiseerde het museum een tentoonstelling over de zeevaart. Ik had juist een werkstuk geschreven waarin ik de geschiedenis van het leven aan boord van een voc-schip vergeleek met gedichten van Vondel en met schilderijen. D e rondleiders maakten hiervan gebruik. Zij hadden dit soort materiaal eerder niet voorhanden." Inmiddels is Jaconelle het onderzoek in gegaan, maar niet bij Woord en Beeld. Zij is aio bij Nederlands. Waar afgestudeerden nog meer terechtkomen, weet Van Tooren niet precies. "We hebben nauwelijks gegevens over alumni. Op een enquête reageerden er 9 van de 46. Zij zaten in de joumalis- ' tiek en in het onderwijs. Eentje zat op een kunstredactie en een ander werkte bij een \nte.me.X.provider. We zijn van plan de studenten nauwkeuriger te volgen."
'y/y' studeert toch Boek en Plaat?' Cassander Eeftinck (24, tweedejaars): "Je moet echt heel vaak uitleggen wat de smdie Woord en Beeld inhoudt. Ik vind dat niet leuk. Inmiddels houd ik mijn antwoord zo kort mogelijk. Als ik echt geen zin heb in de vraag, zeg ik niet dat ik Woord en Beeld studeer, maar Literatuur en Kunst. De tweede vraag is steevast: wat kun je ermee? Daar heb ik echt geen antwoord op. Dat weet ik nog steeds niet. Zeker niet met het nieuwe p r o gramma. H e t vroegere programma was nogal gericht op kunstgeschiedenis. Je kunt dan bijvoorbeeld in het museumwezen terecht. D a t lijkt mij niet zo interessant. Ik ben meer geïnteresseerd in film en digitale media. Dat is een nieuwe specialisatie, maar wat het precies inhoudt, is nog onduidelijk. D e uitleg in de studiegids is summier. Ik hoop daar snel een beter beeld van te krijgen. Toch ben ik zeker niet 'zomaar iets' gaan studeren. Ik had drie jaar in
Groningen op de kunstacademie gezeten en wilde graag wat anders gaan doen. Van de studie W o o r d en Beeld had ik nog nooit gehoord, totdat ik haar toevallig tegenkwam in een gids van de v u . H e t sprak m e onmiddellijk aan, de literaire aanvulling op de kunsten. Ik vond kunsttheorieën alleen altijd oppervlakkig. De literatuur bestrijkt een veel groter gebied. Woord en Beeld is zeker meer dan blokken kunstgeschiedenis afgewisseld met blokken literatuur. Het wórdt ook steeds meer. Ik behoor tot de eerste lichting die een nieuw programma volgt. Zo kregen we de vakken Semiotiek en Geschiedenis van woord- en beeldrelaties. H e t komt nog niet altijd even goed uit de verf. Sommige colleges komen geforceerd over, dan wordt de samenhang er met de haren bijgesleept. D a n heeft een docent het over een kunstenaar die ook nog schrijver was. De kunstgeschiedeniskant komt af en toe wat
stoffig over. Ik zou graag meer eigentijdse stof willen krijgen. Juist omdat het vak zo breed is, moet je weten wat je wilt. Gelukkig kreeg ik daar betere ideeën over door mijn ervaringen op de kunstacademie. Alleen qua beroep weet ik nog niet wat ik wil. Daar maak ik m e soms een beetje zorgen over. Ondanks alle twijfels en studiedipjes is h e t leuk genoeg om door te gaan." Anja Tollenaar (21 jaar, vierdejaars): "Ik ben bhj dat de studie steeds meer erkenning krijgt. Natuurlijk blijven er altijd van die lollige studenten, die je na een jaar weer tegenkomen en roepen: 'Jij studeerde toch Boek Plaat?' Ook rnijn oma vraagt me: 'Meid, kom je dan op de televisie?' Maar de laatste jaren is de opleiding wel bekender geworden. Het was toeval dat ik Woord en Beeld ging studeren. Ik kende de studie niet, maar op de voorlichtingsda-
gen van de v u zag ik opeens Vergelijkende Kunstwetenschap onderaan een lijstje staan. H e t leek me wel wat, kunstgeschiedenis en literatuur in één studie. Ik was veel met tekenen bezig, maar wilde niet naar de kunstacademie. Aan de andere kant vond ik een taal leren te eetizijdig. Ik ben in 1995 begonnen, toen kregen we veel aparte blokken kimstgeschiedenis en literatuur. Inmiddels hebben de mensen van de opleiding veel gedaan om eigen vakken te ontwikkelen. H e t is jammer dat deze niet meer in mijn studieprogramma zitten. Als lid van de opleidingscommissie merk ik dat studenten een grote stem krijgen in het aanpassen van nieuwe programma's. Studenten van Woord en Beeld zijn wel kritisch over de vakken die ze krijgen. Bij elk college vragen we ons af wat de stof te maken heeft met Woord en Beeld. Sommige docenten van een taalvak tonen aan het eind van een college snel even een foto en
zeggen dan: 'Zo, voor de Woord en Beelders onder ons laat ik nog even een plaatje zien.' D e studie is heel breed, soms vaag, maar naarmate je vordert, kun je een heel persoonlijk programma samenstellen. H e t went om zelf het verband te leggen tussen Woord en Beeldonderwerpen. Je raakt erin getraind vakken te kiezen uit andere opleidingen. In januari ga ik een tijdje in Stockholm studeren. Daar kan ik bijvoorbeeld colleges volgen bij film- en theaterwetenschappen. Ook koos ik voor een vrije specialisatie. Ik wil me bezighouden met de invloed van media op de samenleving en d e verschuiving die je nu ziet van woord naar beeld. Een stage wil ik zeker lopen, maar weet nog niet welke. Woord en Beeld is een kleine opleiding. Onder de studenten bestaat een grote samenhang. D a t we de enige opleiding zijn in Nederland geeft toch wel een bijzonder gevoel."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 24 augustus 1998
Ad Valvas | 704 Pagina's