Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1999-2000 - pagina 432

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1999-2000 - pagina 432

8 minuten leestijd

AD VALVAS 16 MAART 2000

PAGINA 4

KunstJiistorica promoveert op geschiedenis van Metz Co

Volksmeubelen en mode voor een nieuwe maatschappij Vorig jaar schreef ze de eveneens zeer leesbare nabeschouwing Avant-garde en commercie. Samen vormen deze teksten haar proefschrift. De geijkte wetenschappelijke editie - saai en uitputtend geannoteerd - blijft achterwege. "Dat typeert mijn promotor Carel Blotkamp. Hij vindt de manier waarop je dingen opschrijft en overbrengt een belangrijk onderdeel van ons vak Ik schrijf graag toegankelijk, want dan begrijp ik het zelf ook beter."

Gerrit Rietveld, Le Corbusier, J.J.P. Oud. Indrukwekkende namen komen voorbij in de geschiedenis van Metz Co. Kunsthistorica Petra Timmer boog zich voor haar promotie aan de VU over de opmerkelijke samenwerking tussen linkse avant-garde-kunstenaars en een elitair warenhuis.

T

Krista Kroon

P

etra Timmer is een betrokken wetenschapper. Haar promotieonderwerp, het warenhuis Metz Co, is haar "aan het hart gebakken". Ze droeg haar boek Metz Co. De creatieve jaren op aan Gina de Leeuw-Monty, de weduwe van de laatste 'creatieve' eigenaar-directeur. En wanneer de kersverse doctor praat over de grote man achter de vooruitstrevende, artistieke koers van het bedrijf, verschijnt er een vertederde glimlach op haar gezicht. "Joseph de Leeuw was een heel bijzonder iemand. Hij was ondernemend, had gevoel voor zaken, en had daarbij het lef om in zee te gaan met avantgardekunstenaars." Familieleden van De Leeuw waren ook present bij Timmers promotie, op 14 maart. De kunsthistonca ontmoette hen voor het eerst toen ze in 1980 hun archief kwam bekijken. Ze was op Metz Co gestuit tijdens haar studie, omdat ze zich verdiepte in het Nieuwe Bouwen of de Nieuwe Zakelijkheid. De veelal linkse kunstenaars binnen deze stroming wilden met hun werk concreet bijdragen aan een nieuwe maatschappij. Ze geloofden in volkswoningbouw en de ontwikkeling van verantwoorde massameubelen. Deze kunstenaars vonden in Metz een kanaal om hun werk bij het publiek te brengen. De winkel produceerde onder meer meubelen van Le Corbusier, J.J.P. Oud en Marcel Breuer. Gerrit Rietveld richtte de winkel op de hoek van de Amsterdamse Keizersgracht en Leidsestraat in en bouwde een glazen koepel op het dak. De samenwerking met deze functionalistische avantgarde was niet de eerste gelegenheid waarbij de stoffen-, mode- en interieurwinkel zijn tijd vooruit was. T o e n de meeste dames nog ingesnoerde jurken droegen en hoeden met struisveren, introduceerde Metz Co rond 1900 losvallende Engelse Liberty-japonnen. In 1922 ontwierp Stijl-kunstenaar Victor Huszar stoffen voor het bedrijf en vanaf 1923 vervaardigde Metz meubels van de socialistische ontwerper Willem Penaat.

V

erantwoordelijk voor deze gedurfde koers was Joseph de Leeuw. Van jongste bediende bij Metz Co, met slechts een lagereschooldiploma, had hij zich opgewerkt tot eigenaar-directeur van de in 1777 opgerichte winkel. Hij interesseerde zich voor kunst, koesterde socialistische sympathieën en voelde zich aangetrokken tot de vernieuwende geesten van zijn tijd. Behalve de functionalistische meubels produceerde zijn bedrijf onder meer tapijten van Bart van der Leek, stoffen van Sonia Delaunay en keramiek van de socialistische kunstenaar Hildo Krop. Josephs zoon Henk zette na de oorlog het progressieve beleid van zijn vader voort. Zo haalde Metz Co als eerste Italiaans design en de minirokken van Mary Quant naar Nederland. In 1973 deed Henk de Leeuw de zaak van de hand en werd Metz een 'gewone' winkel. Timmer wist tijdens haar onderzoek in de archieven van Metz Co de collectie stoffen te redden, die tijdens een verbouwing bij het vuilnis dreigde te belanden. "In een metersdiepe kast waren vanaf het begin van de eeuw de Metz-stoffen bewaard. Hoe dieper ik in die kast kroop, op mijn buik over de opgerolde lappen, hoe ouder het werd. Ik was onder de indruk. Wat

Kunsthistorica Petra Timmer in haar woning een variatie in ontwerpen, kleurstellingen en stofsoorten!" Het textiel bevindt zich nu in het Amsterdams Histonsch Museum. Bij het opdoeken van een Metz-meubelwerkplaats had de onderzoekster minder geluk. Vlak voordat zij met een busje langskwam, waren de overgebleven oude ontwerpen weggegooid. Timmer kon één Penaat-stoel redden, die nu in haar

woning staat. Ze wijst: "Kijk eens hoe mooi die poot van de rugleuning doorloopt. Penaat is mijn favoriete meubelontwerper. Zijn meubels hebben een evenwicht en verfijning in hun vormen die ze iets heel edels geeft." De Metz-vormgeving is op meer manieren terug te vinden in het huis van de kunsthistorica. Ze heeft haar

etage op de Wallen doorgebroken omdat "de ruimtelijkheid van Rietveld" haar aanspreekt. Ook heeft ze twee Metz-commodes, gekregen van de familie De Leeuw. "Die stonden in hun schuur, haha." Timmers boek over de geschiedenis van Metz verscheen m 1995, tegelijk met de door haar ingerichte tentoonstelling in het Stedelijk Museum.

immer verklaart in Avantgarde en commercie de ogenschijnlijk paradoxale samenwerking tussen maatschappijkritische kunstenaars en het kapitalistische warenhuis. Anti-commerciële pnncipes of niet, de gelegenheid die Metz Co bood om vernieuwende ontwerpen daadwerkelijk te vervaardigen, was voor veel kunstenaars te mooi om te laten liggen. Productie door Metz viel met enige goede wil te beschouwen als eerste stap op weg naar het ideaal van het volksmeubel. Hardcore-functionalisten dachten daar anders over. Van Tijen schreef bijvoorbeeld dat de "zwoele" winkelomgeving afbreuk deed aan "het wezen van het moderne stalen buismeubel geen luxueuze modegril, maar het eenvoudige, goeddoordachte, beknopte en goedkope massameubel". Voor Metz Co lag de samenwerking evenmin voor de hand. De dure zelfvervaardigde meubels leverden elk jaar een verlies op, dat door de stoffenafdeling moest worden gecompenseerd. Het overleg met de kunstenaars kostte veel tijd: elk detail moest aan hun eisen voldoen. Daar stond tegenover dat de avant-gardeobjecten Metz Co een bijzonder imago verleenden. Volgens T i m m e r was het enthousiasme van Joseph de Leeuw echter doorslaggevend. De kunsthistorica vindt dat wetenschappers vaak te eenzijdig de 'berekenende' motieven van kunstminnaars benadrukken. "Natuurlijk werkt kunst statusverhogend. Mensen onderscheiden zich door hun smaak, in kleding, huizen, vrijetijdsbesteding, van anderen. Ik denk dat die behoefte zich te onderscheiden bij Joseph de Leeuw zeker heeft meegespeeld. Maar je maakt mij niet wijs dat het zijn voornaamste, of zelfs maar een bewuste drijfveer was. Dat waren liefde voor de kunst en idealisme." In een geval strekte die liefde zich uit tot het persoonlijke vlak. De Leeuw vroeg in 1933 ontwerpster Soma Delaunay (vergeefs) ten huwelijk. Timmer: "Ik heb dat beschreven omdat het iets zegt over die man, over zijn betrokkenheid. Wat ik bovendien mooi vind, is dat geschiedenis altijd medebepaald wordt door toevalligheden: wie ontmoeten elkaar en klikt het. Dat deze twee mensen zo goed samenwerkten, kwam deels doordat ze elkaar graag mochten. Ik vind dat een aardig, menselijk detail. Zo is het leven."

Onderwijskundige Simons spreker op Dag van het Onderwijs

'Bereid studenten beter voor op de praktijk' Veel mensen vinden dat ze meer leren in de praktijk dan op school, is de ervaring van de Nijmeegse hoogleraar onderwijskunde Robert-Jan Simons. Op de Dag van het Onderwijs die woensdag 22 maart op de VU plaatsvindt, zal hij zijn visie geven op het thema van de dag: modern en flexibel leren. M Valvas sprak vooraf met hem. Dirk de Hoog Wat zal straks uw boodschap zijn? Ons onderwijssysteem is erg gericht op de overdracht van kennis. Je moet boeken lezen, dingen uit je hoofd leren en passief verhalen van een docent aanhoren. Mijn ervaring is dat menen in werksituaties heel andere vaardigheden nodig hebben om hun kennis uit te breiden. In de praktijk moet je goed weten welke kennis je nodig hebt en hoe je daaraan kunt komen. Ik vmd dat je studenten beter

op die praktijk moet voorbereiden. Je moet ze leren leren. Studenten leren te veel wijsheid uit boeken? Kennis uit boeken is heel belangrijk, maar moet niet het enige leermoment zijn. We zijn het er allemaal over eens dat academische vaardigheden zoals kritisch leren denken erg belangrijk zijn. Maar als je docenten vraagt hoe ze daar vorm aan geven in hun eigen vak, blijft het vaak ijzig stil. We moeten op zoek naar onderwijsvormen die activerend werken.

Bent u een voorstander van probleemgericht studeren? Ik ben niet voor een bepaald concept. Onderwijs moet zowel naar inhoud als vorm gevarieerd zijn. Ik ben er wel voor om niet alleen naar intellectuele problemen te kijken, maar ook naar problemen die werkelijk in de praktijk spelen. Vraag maar aan bedrijven en instellingen waar ze mee zitten en probeer oplossingen aan te dragen. Dat kan bijvoorbeeld door leren en werken te combineren bij het zogeheten duale leren. Veel mensen vinden dat soort onderwijs meer iets voor het hbo. Ach, dat onderscheid tussen universiteit en beroepsonderwijs bestaat grotendeels alleen in Nederland. Mijns inziens is het onderscheid ook niet iets tussen praktijkgericht of wetenschappelijk studeren. Het gaat het om de diepte van de reflectie. O m m de maatschappij bestaande problemen

goed op te lossen moet je vaak heel diep nadenken, veel wetenschappelijKe theorie bestuderen en vooral ontdekken waar lacunes in bestaande kennis zitten. Een bij uitstek academische bezigheid lijkt me. Hoe ziet u de rol van computers m het onderwijs? , Daar liggen ongekende mogelijkneden. Met behulp van computergestuurd onderwijs kan bij wijze van spreken maatwerk voor individuele studenten worden geleverd. Aard, niveau en tempo van het studeren i namelijk te variëren. Het probleem goede software te maken. Nu stopi een docent nog te vaak gewoon een handboek in de computer. Zo weri. het natuuriijk met. Wat dat betren moeten we als docenten nog vee' leren. Informatie over de onderwijsdag op de VU-website: www.lustrum200U.n

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999

Ad Valvas | 660 Pagina's

Ad Valvas 1999-2000 - pagina 432

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999

Ad Valvas | 660 Pagina's