Ad Valvas 1999-2000 - pagina 592
Slibdepot IJmeer kan grondwater
aantasten
Het is niet uitgesloten dat giftige stoffen uit baggerslib dat in een depot in het IJmeer wordt gestort, op den duur doordringen in het grondwater van omringende gebieden, zoals de Flevopolders. Dit blijkt uit een onderzoek dat VU student Mark Kramer hield voor de Wetenschapswinkel van de VU.
E
en aanzienlijk deel van de verontreiniging die uit het slib vrijkomt, kwelt binnen 10.000 jaar op'in de Flevopolders", staat in de samenvatting van het onderzoeksrapport te lezen. Kramer houdt echter de nodige slagen om de arm om precieze getallen te noemen. "De werkelijke vervuiling van het grondwater hangt van ontzettend veel factoren af. Bijvoorbeeld welke vervullende stoffen m het slib zitten. Zit er benzeen m, dan is de kans groot dat de wettelijke richtlijnen worden overschreden. Bij naftaleen is die kans bijvoorbeeld al een stuk kleiner." Ook speelt een rol hoeveel organische koolstof in de bodem van het depot aanwezig is. Dit houdt namelijk de verontreiniging deels tegen. Een derde factor die de verontreiniging beïnvloedt, is de wijze van aanleg en gebruik van een slibdepot in het IJmeer. Hoe hoger de berg slib is hoe meer vervuiling er door drukverschillen met de omgeving uit het slib zullen sijpelen. Het doordringen van deze verontreiniging m het grondwater onder het omliggende land komt mede door-
dat het grondwaterniveau m de polders door bemaling extreem laag wordt gehouden. Daardoor sijpelt voordurend kwelwater de ondergrond binnen dat tot diep in de bodem kan doordringen.
De Kwade Zwaan
Het idee voor een slibdepot in het IJmeer was afkomstig van de directie Noord-Holland van Rijkswaterstaat. Die zijn op zoek naar een plek waar verontreinigd slib dat van de bodems van waterwegen wordt weggebaggerd, kan worden opgeslagen. Het vinden van een geschikte opslagplek is een groot probleem. Milieuorganisaties en omwonenden kwamen direct in verzet tegen de plannen. Niet in de laatste plaats omdat het depot door enorm hoge dijken zou worden omgeven, wat een ernstige aantasting van het uitzicht over het IJmeer zou betekenen. Eén van de actiegroepen die tegen de plannen in verzet kwam. De Kwade Zwaan, klopte bij de Wetenschapswinkel aan met de vraag de voor het slibdepot gemaakte milieu effectrapportage tegen het licht te houden.
Mark Krarner: "Een aanzienlijk deel van de verontreiniging die uit het si ib vrijkomt, kwelt binnen 10.000 jaar op in de Flevopolders." Dat deed Mark Kramer dus. Ondanks dat de plannen van het depot inmiddels van de baan zijn, vindt hij het een nuttig onderzoek. "Bij het maken van een milieueffectrapportage ga je altijd uit van be-
paalde theoretische aannames. Ik heb gekeken hoe betrouwbaar de gebruikte parameters zijn. Dankzij geavanceerde computermodellen heb ik een nieuw model kunnen gebruiken voor effecten op het
grondwater. Daardoor kunnen mijns inziens betere voorspellingen voor het effect op het milieu worden gedaan. Dat kan ook m volgende situaties nuttig zijn."
JaHÏ probeert jongeren bewust te laten kopen Jongeren voor alternatieve handel is een vrij kleine organisatie van vrijwilligers die zich inzet om de verkoop van schone en eerlijk geproduceerde goederen te promoten. Studente Culturele Antropologie Esther van Schagen heeft onderzoek gedaan naar de organisatiestructuur en -cultuur Van de Stichting JaH! Ze schreef over haar bevindingen een rapport voor de Wetenschapswinkel.
T
oen Esther van Schagen voor haar studie Culturele Antropologie op zoek was naar een stage had ze nog nooit gehoord van de Stichting Jongeren voor alternatieve handel GaHI). Via het stage-informatiepunt van de Vrije Universiteit kwam ze JaH! op het spoor. De jongerenorganisatie zocht iemand die kon adviseren over de organisatiecultuur en -structuur en het opzetten van een doelgroepenbeleid. Esther stapte in het project en liep een tijdje mee binnen de organisatie om via participerende observatie een beeld te krijgen hoe het eraan toegaat bij JaH! Haar bevindingen heeft ze vastgelegd m een rapport dat de Wetenschapswinkel heeft uitgegeven. "Het is een heel leuke dynamische club van jonge mensen die met elkaar proberen een goed product neer te zetten. Ze steken er veel energie m, maar het is een vrijwilligersorganisatie met alle problemen van dien. De mensen die zich inzetten voorJaH! hebben ook andere verplichtingen. Als vrijwilligers voor een examen of tentamen zitten, is er minder tijd voor het werk bijJaHi", aldus Esther. Een probleem is ook dat JaHi weinig geld heeft en dus met met grote campagnes aan de weg kan timmeren. Dat verklaart mede waarom de groep buiten eigen kring met zo bekend is. JaH! is in 1 993 opgericht door een aantal jongeren werkzaam bij wereldwinkels. Zij constateerden dat van het actieve kader bij de wereldwinkels nog geen vijf procent jonger dan 27 jaar was. JaH! moest zich specifiek op jongeren tussen de vijftien en zesentwintig jaar gaan richten om deze
groep bij de doelstelling van de wereldwinkels, eerlijke handel met arme mensen in arme landen, te betrekken. JaHi was en is een organisatie voor en door jongeren. In 1 995 maakte de groep zich los van de vereniging van wereldwinkels en ging zelfstandig door met het propageren van alternatieve handel. Daarbij gaat het met meer alleen om de koop van eerlijke producten. Ook het milieu speelt een steeds belangrijker rol. Hoge d o o r s t r o m i n g van het kader Esther wil de ongeveer veertig echt actieve leden niet typeren als een stelletje alternatievelingen. "De groep is een v n j normale doorsnee van de jongeren in Nederland. Er zijn scholieren, studenten en werkenden bij betrokken. Wel hebben veel van hen ooit iets met wereldwinkels van doen gehad. Bijvoorbeeld omdat hun ouders, vrienden of kennissen daar actief waren." Omdat het en een jongeren- en een vrijwilligersorganisatie is, kent JaH! een tamelijk hoge doorstroming van het kader. Dat hoeft volgens de onderzoekster op zich geen probleem te zijn. Je moet de organisatie er wel op inrichten. "Je moet de bestaande open structuur behouden. Dat motiveert de mensen die bijJaH! betrokken zijn en maakt het voor nieuwkomers makkelijker binnen te komen. Maar je moet er voor zorgen dat de kennis en ervaring niet verdwijnt als een kaderlid vertrekt. Ik heb voorgesteld zoveel mogelijk beschikbare informatie in toegankelijke en overzichtelijke documenten vast te leggen. Dan kan je die kennis over-
dragen en hoeft niet om de zoveel tijd het wiel opnieuw te worden uitgevonden." Een tweede goede raad van Esther is om duidelijker te bepalen op welke groepen jongeren JaH! zich wil richten. "Jongeren in het algemeen is een veel te grote en diffuse groep, zeker voor een vrij kleine en weinig draagkrachtige groep als JaH! Elke groep jongeren vraagt om een eigen benadering. Je kunt je bijvoorbeeld specifiek richten op jongeren die al actief zijn m allerlei politieke en maatschappelijke organisaties. Daar heb je makkelijker toegang toe omdat ze al een bepaalde maatschappelijke betrokkenheid tonen. Je kunt je ook specifiek richten op middelbare scholieren en daar activiteiten voor aanbieden. Ik denk dat JaH' zich eerst meer op een bepaalde groep moet richten om vanuit de daarmee opgedane ervaring te kunnen doorgroeien naar een grotere organisatie." Voor scholieren heeft JaH! al wat projecten uitgevoerd. Zo is in samenwerking met CNV-jongeren, De Schone Kleren Kampagne en de NJMO de workshop 'Fashion Files' ontwikkeld voor middelbare scholieren. In de workshop die op school kan worden gehouden, komen vragen aan de orde hoe verschillende kleren zijn gemaakt. Is er bijvoorbeeld gebruik gemaakt van kinderarbeid'? Zitten er giftige kleurstoffen in en betalen de naaiateliers wel een redelijk salaris? Kloof tussen d e n k e n en d o e n Esther ziet zeker mogelijkheden voor een groep als JaH! m de toekomst." Mijn ervaring is dat veel jongeren wel degelijk interesse
Stichting JaH! vraagt zich af hoe jongeren bij de doelstelling van wereldwinkels betrokken kunnen worden. hebben in vraagstukken rondom ongelijke verdeling van de rijkdom in de wereld en het belang om de natuur te behouden. Uit onderzoek blijkt dat ze er feitelijk ook ongeveer net zo veel van af weten als ouderen. Maar jongeren hebben wel een heleboel interesses en aandachtsvelden tegelijk. De thema's milieu en derde wereldproblematiek maken onderdeel uit van een veel breder dagelijks leven. De kunst is ze juist op die items te benaderen." Hoe je dat moet doen is ook voor Esther
een moeilijke vraag. "In de wetenschap IS het algemeen bekend dat tussen iets denken en iets doen vaak een grote kloof ligt. Veel jongeren vinden d a t j e eerlijke en schone producten moet kopen, maar hebben geen zin er een blokj e voor o m te lopen. Wat dat betreft zijn het heel gewone mensen. Zorg er dan voor dat er Max Havelaar koffie, chocola en bananen m de schoolkantine liggen. Die producten zijn net ietsje duurder, maar geven je wel een veel betere smaak. Zoiets spreekt veel scholieren aan, denk ik."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999
Ad Valvas | 660 Pagina's