Ad Valvas 1999-2000 - pagina 418
AD VALVAS 9 MAART 2000
PAGINA 10
Piekervaringen, onmogelijke liefde en a Het studentencabaret is niet meer wat het was, vindt programmamaker en schrijver Jacques Klöters. Hij hield de derde lezing van het Studium Generale rond het thema Het studentenleven is bitter, is best De laatste twee lezingen stonden vooral in het teken van
'Humor is plaats- en tijdgebonden' het satirische Laatje zoon studeren wordt enthousiast de maat getikt. De lijzige uitspraak van de zangers is opvallend; de '1' in 'zedelijk peil' krult nog echt ABN-erig naar binnen. Maar het is IClöters vooral om de inhoud te doen. "In die tijd zeiden mensen nog: laat je zoon voor minister studeren. De corpora waren onaantastbare bolwerken, kraamkamers voor toekomstige bestuurders. Als je dat niet hebt meegemaakt, kun je dit lied niet plaatsen." H u m o r is vaak plaats- en tijdgebonden, stelt Klöters. "Betekenissen veranderen. N a een paar jaar moet je haast filologie bedrijven om te begrijpen waar zoiets over gaat." T o c h blijkt een aantal artiesten de tand des tijds zeer goed te hebben doorstaan. Het ongeveer dertig jaar oude filmpje Kattekwaad van 'eeuwige student' Drs. P is tijdloos absurd. Het is het onbetwiste hoogtepunt van het college. Maar ook een zwartwitfilmpje van een rappende Freek de Jonge is de moeite waard. Het lied gaat over een vlinder en een bloem. "Ik was verbijsterd toen ik dat zag", vertelt Klöters. "In die tijd was iedereen bezig met acties en verzet. Wij wilden scherp zijn, maatschappijkritisch. En hier was een klungelige jongen die zong over een bloem." Tijdens het Camerettenfestival in 1968 werd De Jonge op afstand verslagen door Klöters' groep D o n Quishocking, iets wat de eerste moeilijk kon verkroppen. Klöters: "Maar wij waren ook beter, toen." De zaal lacht smalend. Klöters: "Nee echt, wij waren een goed geoliede machine."
Toen hij Freek de Jonge voor het eerst zag optreden, was Jacques Klöters verbijsterd. De 'lulligheid' van de act stond in schril contrast met de maatschappijkritische toon van het toenmalige studentencabaret. Een college over de bloei en ondergang van het studentencabaret. Hij doet een beetje denken aan Wim Sonneveld. Slank en gesoigneerd, jasje met coltrui, duidelijk ar-ti-cu-le-rend. Jacques Klöters is programmamaker, tekstschrijver voor cabaretiers en auteur van een aantal boeken over cabaret. Vandaag zit hi) op de stoel van de 'amusementshistoncus'. Hoewel hij zelf in de jaren zestig furore maakte met het roemruchte Don Quishocking, laat hij zijn eigen ervaringen als cabaretier grotendeels buiten beschouwing. "Voor mijn nieuwe boek had ik gehoopt vandaag wat informatie te verzamelen over het hedendaagse studentencabaret", begint Klöters terwijl hij verwachtingsvol de zaal rondkijkt. Maar zijn publiek bestaat vooral uit generatiegenoten. Het studentencabaret uit de jaren vijftig en zestig, daar komt men voor. Klöters past zich soepel aan. Met smaak vertelt hij over de verschillende studentencoterietjes in de jaren vijftig: Paul van Vliets Leidse studentencabaret, het Amsterdamse cabaret met Hans van den Berg en het Groningse met Seth Gaaikema. Klöters blijkt een enorme kletskous die graag zijpaden bewandelt. Hij zal zijn verhaal dan ook niet afkrijgen, vandaag. D e video- en geluidsfragmenten zijn natuurlijk de krenten in de pap. Bij
Yvonne Compier
Jacques Klöters
Bekende namen komen als in een soap voorbij: Hans Dorrestein die, licht aangeschoten en met een bepleisterde bril op, poèzie in uitleenregisters van bibliotheekboeken krabbelt, De Jonge die na een maandenlange afwezigheid tijdens een college oreert over zijn ervaringen als onderkoning van het fictieve eiland Mavora en een zekere Ivo de Wijs die mensen ronselt voor zijn cabaretgroepje. Alsof
de halve studentenbevolking destijds op het toneel stond. Maar vanaf de jaren zestig noemden deze groepjes zichzelf steeds minder vaak studentencabaret, vertelt Klöters, terwijl hij op de video het cynische lied Protesteer, protesteer van Ivo de Wijs afspeelt. "De normen en waarden veranderden. Er werd actie gevoerd en een nieuwe kaste van Grote Bekken stond op." Met de oprichting van de Cameretten in 1967 werd het cabaret grootschaliger. De (voormalige) studenten traden voortaan op in schouwburgen. "Wi) deden het er een beetje bi), zagen onszelf in de eerste plaats als student. Freek en Bram namen het cabaret serieus", vertelt Klöters. Hoewel de term studentencabaret m onbruik raakte, bleven de specifieke kenmerken ervan bestaan. Klöters: "Je ziet het aan het plezier in de taal, het afzetten tegen de burgermaatschappij en een dosis ironie. Dat zijn dingen die blijven terugkeren." N a afloop discussieren twee meisjes met de spreker over het verschil tussen de oude en de nieuwe garde cabaretiers. Het zijn Celine Bouwmans en Laura van Geel, die voor de studentenvereniging LANX een cabaretavond organiseren m De Rode Hoed "Ik vind dat engagement toch wel thuishoort in cabaret", bekent Klöters Van Geel IS het niet met hem eens. "Waardenberg en De Jong zijn absurd en helemaal niet politiek. Maar toch /ijn ze heel goed." De twee studentes houden verder van Herman Finkers en Youp van 't Hek. "Ik snap niet dat vrouwen Youp van 't Hek leuk kunnen vmden", reageert Klöters. "Hij noemt ze muts of kut, ontzettend vrouwonvriendelijk." Van Geel' "Ja, maar daar meent hij niets van." Klöters' eigen favoriet allertijden? Toch Freek de Jonge. "Die man is een genie, de Cruyff onder de cabaretiers."
Bewegingswetenschappers halen Nature met optisch bedrog bij voetbal
De onvermijdelijke fouten van de grensrechter Hoe komt het dat grensrechters bij voetbal vaak fouten maken in het beoordelen van buitenspelsituaties? Ze kunnen niet tegelijk naar de ene en naar de andere speler kijken, is de gangbare opvatting. Maar het zit anders, stellen bewegingswetenschappers Raöul Oudejans en Raymond Verheijen. Vorige week beschreven de VU-onderzoekers hun bevindingen in het gerenommeerde wetenschapstijdschrift Nature. Martine Postma "Kijk, dit is de aanvallende speler", zegt Verheijen. Hij zet een kofSebeker op het bureau van Oudejans. "En dit is de laatste verdediger." Op enige afstand komt een beker water te staan. "Als de grensrechter nou hier staat" Verheijen plaatst een kopje met lepeltjes schum voor de andere bekers "dan vlagt hij voor buitenspel. Maar dat is optisch bedrog." Voor alle duidelijkheid: een aanvallende voetballer staat buitenspel als hij, zonder de bal, dichter bij het doel van de tegenpartij staat dan de laatste verdediger. Voor insparmingsfysioloog Verheijen, aio aan de faculteit der Bewegingswetenschappen (FBW), en universitair docent Oudejans is de materie inmiddels gesneden koek. Sinds mei werken ze al aan het onderzoek, waarvan de KNVB de opdrachtgever en financier is.
Bij het project zijn ook FBW-hoogleraar Peter Beek, universitair hoofddocent Frank Bakker en twee stagestudenten betrokken. Verheijen promoveert op de ontwikkeling van spelinzicht bij jeugdspelers en het beslissingsgedrag van scheidsrechters. Als stageproject voor twee studenten is daaraan nog het grensrechteronderzoek toegevoegd. Dat uitstapje heeft nu verrassende resultaten opgeleverd. "We wilden de hypothese toetsen die J. Sanabria in 1998 publiceerde in het wetenschapstijdschnft The Lancet", vertelt Oudejans. Die hypothese stelt dat grensrechters vaak met goed kunnen beoordelen of een voetballer buitenspel staat, omdat ze met hun ogen moeten switchen mssen de speler die de bal heeft en de aanvaller die vooruiüoopt om de pass te ontvangen. Hoe groter de hoek die de grensrechter met zijn ogen moet maken, des te groter de
kans dat hij een fout maakt. O m deze hypothese te toetsen, lieten de onderzoekers twee jeugdteams van Feyenoord opdraven. Onder leiding van professionele grensrechters speelden zij tweehonderd spelsituaties na. Vanaf een flat naast het voetbalveld werden de verrichtingen van de spelers gefilmd. "Al snel bleek dat het hoekprincipe niet klopte", vertelt Oudejans. "In situaties waarin de hoek maar 45 graden was, werden net zoveel fouten gemaakt als in de gevallen waarbij de grensrechter met zijn ogen een hoek van 90 graden moest maken." Ook bleken de grensrechters hun blik eigenlijk nauwelijks te verplaatsen. "Een van hen hadden we een hoofdcamera opgezet. De beelden die die camera maakte, bewezen dat de man zijn hoofd niet draaide." De betrokken grensrechters bevestigden dat ook zelf. Ze zeiden dat ze eigenlijk nooit keken naar de speler die de bal had, maar veel meer op basis van hun gehoor probeerden in te schatten wanneer de pass zou komen. H u n blik was op dat moment al bij de ontvangende speler.
Vertekend beeld De hypothese klopte dus niet. Maar hoe kwam het dan wel dat verschillende grensrechters bij het beoordelen van buitenspelsituaties vaak fouten
maken? O m zo'n situatie goed te kunnen beoordelen, moet de grensrechter op één lijn blijven met die laatste verdediger. "Maar gezien de enorme dynamiek van het spel, is dat bijna onmogelijk", zegt Verheijen. "Die laatste verdediger staat natuurlijk niet stil. Dus de grensrechter is de hele tijd heen en weer aan het rennen. In de praktijk komt het erop neer dat hij zich meestal ongeveer een meter voor of achter de laatste verdediger bevindt." Daar bleek de verklaring voor de beoordelingsfouten te zitten. Oudejans: "Ik zat de video van die spelsituaties te bekijken en opeens zag ik het. Doordat de grensrechter bijna nooit echt op één lijn met de laatste verdediger staat, heeft hij bijna altijd een vertekend beeld van de situatie." Hij wijst op de bekertjes op tafel. "Kijk, als je vanuit het gezichtspunt van de grensrechter naar deze twee spelers kijkt, dan lijkt het of de aanvaller al voor de laatste verdediger staat. Maar in werkelijkheid staat hij zelfs een stukje achter hem." O m h u n ontdekkmg te staven, analyseerden de onderzoekers videobeelden van buitenspelsituaties uit nog eens tweehonderd echte ^voetbalwedstrijden. Die gaven hetzelfde beeld. "Van alle fouten die werden gemaakt, was 85 procent met onze theorie te verkla-
ren", vertelt Verheijen. "Daarmee tonen wij dus aan dat van een grensrechter iets wordt gevraagd wat helemaal niet kan. Het is onvermijdelijk dat er fouten worden gemaakt. Grensrechters moeten zich dan ook vooral niet aangevallen voelen, benadrukt Verheijen.
Charme Wat er met de conclusies moet gebeuren, laten de onderzoekers in het midden. "Wij hebben voor het eerst wetenschappelijk bewezen dat er een probleem is. Of daar iets mee wordt gedaan, dat moet de voetballerij zeil uitmaken", vindt Oudejans. Volgens Verheijen hangt het er ook maar vanai welke visie op voetbal wordt gehanteerd. "Er zijn twee kampen. Het en probeert het voetbal puur te maken zou bereid zijn om de regels aan te passen. Maar het andere is van mening dat fouten ook de charme vau het spel zijn." 11 <iris N u het grensrechteronderzoek klaar ' keert Oudejans terug naar zijn ana bezigheden. Verheijen gaat door me de volgende fase van zijn project, ni) gaat het spelinzicht bij jeugdspeler^ onderzoeken. Hij promoveert erg in 2 0 0 1 . " Een baan hoeft hij daarna niet meer te zoeken: hij is al wegg kocht door de KNVB.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999
Ad Valvas | 660 Pagina's