Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1999-2000 - pagina 123

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1999-2000 - pagina 123

9 minuten leestijd

AD VALVAS 7 OKTOBER 1 9 9 9

PAGINA 7

'Ik wil graag 0 6

filosofie

van 0 6 9 T W 3 S schrijven Het jaar 2000 nadert. Een mooi moment om de stand van de wetenschap aan de VU te bekijken. Wat weten wij nog niet? Is er vooruitgang in de kennis? En: wagen wetenschappers zich aan een voorspelling voor de volgende eeuw? In de derde aflevering: filosofe dr. Angela Roothaan. "Ik heb liever dat wetenschappers zo af en toe een potje huilen dan dat ze overspannen raken." Wim Crezee In de natuurwetenschap is deze eeuw grote vooruitgang geboekt. Hoe zit dat in de filosofie? "Nou, bij de vooruitgang in de natuurwetenschap kun je je vraagtekens zetten. Thomas Kuhn heeft in zijn boek De structuur van wetenschappelijke revoluties uiteengezet dat de geschiedenis van de natuurwetenschap er allerminst een is van een steeds beter inzicht. Want door nieuwe zienswijzen wordt de hele boel regelmatig op z'n kop gezet. Dat gebeurde bijvoorbeeld door Galileï die ontdekte dat de zon niet om de aarde draait maar andersom. De afgelopen decennia heeft de genetica weer alles overhoop gehaald. Nee, dat beeld van een continue vooruitgang klopt niet." Laat ik het zo vragen: vaaren filosofen in deze eeuui slimmer dan in de vorige? "Kan ik niet zeggen. Ik zie wel een duidelijke ontwikkeling in de filosofie. In de negentiende eeuw werkten filosofen volgens het klassieke wetenschapsideaal: een koele blik, waardenvrij, nuchter, niet om geld geven, alleen de waarheid willen weten. De laatste twintig jaar is dat ideaal enorm veranderd. De wetenschapper, ook de filosoof, is veel meer geneigd zich bezig te houden met vragen vanuit de maatschappij. Meer dan vroeger werken wetenschappers samen met collega's uit andere disciplines." Bent u daar blij mee? "Ik ben er zeer voor als mensen de grenzen van hun vak verkennen en ter discussie stellen. Het mag van mij best een beetje rommelig." Rommelig? "Ik vind het heerlijk als ik niet meer precies weet waar mijn gedachten naartoe gaan. Een beetje morrelen aan vaststaande beelden. Dat dwingt je om harder na te denken. Want dan blijkt dat die begrippen en beelden niet zo vaststaand zijn of dat ze gammel in elkaar zitten. Sommige mensen kunnen er niet tegen als ik zo aan het rommelen ben. Die worden soms zelfs agressief Ik probeer in discussies wel rekening te houden met de persoonlijkheid van anderen. Als ik het gevoel heb dat ze er moeite mee hebben om bepaalde beelden op te geven, ga ik niet op ze inhakken." Een wetenschapper moet toch overal tegen kunnen? "Nee hoor, dat is flauwekul. Dat is precies dat negentiende-eeuwse ideaal van de afstandelijke, koele wetenschapper. Mannen huilen niet en wetenschappers al helemaal niet. Dat is echt onzin. Daarom raken wetenschappers soms overspannen: ze mogen hun emoties niet laten zien. Ik heb liever dat wetenschappers zo af en toe een potje huilen of zeggen dat ze iets moeilijk vinden dan dat ze een bum-out krijgen. Als mensen zeer gehecht zijn aan een bepaalde theorie en die zeer fanatiek blijven verdedigen, dan zit daar vaak een persoonlijk verhaal achter. Iemand heeft bijvoorbeeld dankzij die theorie een baan gekregen van professor X die hem zo goed vond."

Wat een ontnuchterende kijk op wetenschap... "Ik wil niet ontnuchteren omdat ik voor het nihilisme ben, maar omdat ik een hoog ideaal heb van de wetenschap. Want als je dergelijke persoonlijke aspecten onder ogen ziet, kun je er iets aan doen. Pas als ik weet dat ik altijd negatieve recensies schrijf over de boeken van wetenschapper X omdat hij mij die baan niet heeft gegeven, kan ik wetenschappelijker te werk gaan. Want dan weet ik dat ik te persoonlijk ben geweest en dat ik meer recht moet doen aan de waarde van die boeken. Ik vertel het nu wat alledaags, maar dit thema - dat kennis niet alleen rationeel is, maar ook iets zegt over degene die kennis produceert - is een belangrijk onderwerp in de postmoderne filosofie." Filosofen hebben de afgelopen eeuw dus vooral de geldigheid van kennis gerelativeerd. Frits Staal zei ooit: 'In de tzvintigste eeuw zijn de grote inzichten niet meer door filosofen aangedragen.' "Daar ben ik het niet mee eens. Oké, we hadden deze eeuw geen Hegel en Kant die vanuit hun studeerkamer een nieuwe, grote theorie ontvouwden. Het werk van filosofen van tegenwoordig is vergelijkbaar met dat van een therapeut: de zaken eens behoorlijk op z'n kop zetten. Niet met het doel nog verder in de war te raken, maar om juist meer greep op je leven en je gedachten te krijgen. Het werk dat filosofen verrichten is ook voor henzelf een gevaarlijk vak. Ze moeten bereid zijn aan alles te twijfelen en overal vragen bij te stellen. O m de rommel in het denken aan te kunnen, moeten ze stevig in hun schoenen staan. Dat is niet altijd makkelijk. Vraag maar aan filosofiestudenten. Beroemde filosofen, zoals Nietzsche, raakten geestelijk compleet in de

Angela Roothaan: 'Om de rommel in het denken aan te kunnen, moeten filosofen stevig in hun schoenen staan'

Cynthia van Elk

precies zit, weten we niet. Wij hebben het Afrikaanse denken altijd vrij primitief gevonden: zij met die bomen waarin goden zouden huizen. Nee, dan wij. Onze cultuur is gebaseerd op de grote Griekse denkers - dat is wel even van een andere orde. Maar kijk

'In onderzoek neem je altijd je eigen persoonlijkheid mee' war. Zo ver moet het in het onderwijs natuurlijk niet komen. Op colleges laat ik zien dat je een theorie uit elkaar kunt halen, maar ik zeg er altijd meteen bij dat je kritiek kunt hebben op de manier waarop ik dat doe. Ik vind dat iedereen ook recht heeft op een geloof of een overtuiging. Gewoon vanuit je intuïtie en filosofisch niet te funderen." Kent de filosofie ook ivitte plekken; terreinen vaaar ze weinig van iveet? "Ondanks alle feminisme weten we weinig van het verschil tussen gedachtenpatronen van vrouwen en van mannen. Het feit dat veel mannen razend worden als ze geen voetbal op TV kunnen zien, is voor veel vrouwen onbegrijpelijk. Ze kunnen zich daar niets bij voorstellen. Andersom speelt dat even sterk: 'Waarom zeurt ze nu over zo'n futiliteit?' Hetzelfde geldt voor Afrikaanse filosofie. We beweren wel te weten dat we vooringenomen zijn met onze westerse manier van denken. Maar hoe dat

nu eens wat die Grieken voor verhalen over hun goden hadden. Het een is niet primitiever dan het ander. Onze zogenaamde harde wetenschap bevat tal van mythen. Ook het denken van kinderen wordt in de filosofie nauwelijks serieus genomen. Grote filosofen hebben het over 'redelijk denken'. Maar ze bedoelen eigenlijk het mannelijke, volwassen, westerse denken. Ik vind dat filosofie zich meer moet verdiepen in andere denkpatronen. Daarom moeten we de werkelijkheid vooral vanuit de menselijke ervaring benaderen." De menselijke ervaring? "Ja. Ik zou zelf graag 'de filosofie van de afwas' willen schrijven. Dat heeft te maken met een jeugdherinnering. Ik kom uit een groot gezin en iedereen moest op gezette tijden, samen met een broertje of zusje, de afwas doen. Een heel aards en saai klusje. Juist omdat het zulk stom werk was, gingen we altijd iets bijzonders doen. Zingen, een potje ruzie maken, gekke denkraadsels aan elkaar opgeven om

daarover weer de slappe lach te krijgen. Als filosoof interesseert mij dat erg: de geestelijke kant van iets heel aards en alledaags." Dan zitten jullie filosofen hier toch helemaal verkeerd: op de dertiende verdieping in een saaie Amsterdamse buitenwijk, ver voeg van het straatgevuoel? "Ho ho, het alledaagse leven is niet alleen op straat. Het alledaagse leven is overal, ook onder filosofen onderling. Om eens een voorbeeld te geven: hoe komt him kennis tot stand? Wie beslist er over de vraag wie geld krijgt voor onderzoek en wie niet? Je kent vast wel dat geruchtmakende Zweedse onderzoek. Daaruit bleek dat vrouwelijke wetenschappers gemiddeld drie publicaties meer op hun naam moesten hebben staan dan hun mannelijke collega's om in aanmerking te komen voor een onderzoeksbeurs. Dat Iaat zien hoe het alledaagse leven doorwerkt in de resultaten van de wetenschap. In de jaren zestig en zeventig kwamen voor het eerst nogal wat kinderen van niet-geschoolde ouders de universiteiten binnen. Zij moesten een enorme switch maken van een milieu waar je geacht wordt je mond te houden naar een intellectuele omgeving waar het verstandig is juist je mond open te doen. Om kort te gaan: de levensgeschiedenis van mensen heeft grote gevolgen voor de wetenschap zelf. Met de komst van wetenschappers uit lagere sociale milieus verschenen er in de geschiedwetenschap bijvoorbeeld smdies over levensomstandigheden van gewone mensen. Tot dan toe was vooral het leven van koningen en keizers bestudeerd.

Over portretschilders wordt soms gezegd dat ze in al hun werk in feite steeds zichzelf portretteren. Bij wetenschappelijk onderzoekers geldt eigenlijk hetzelfde. In het onderzoek neem je altijd je eigen persoonlijkheid mee. Dat zijn interessante kwesties voor de filosofie." Komt de filosofie steeds dichter bij de ivaarheid? "Dat zal ik nooit zeggen. Ik zie wel dat filosofie steeds meer de complexiteit van het denkproces kan begrijpen." Bent u nooit jaloers op exacte zvetenschappers? In hun onderzoek hebben ze gewoon te maken met vaststaande feiten. "Ik zou me direct afvragen wat dat zijn: vaststaande feiten. Ik ben wel eens jaloers op bijvoorbeeld bedrijfseconomen die in no time veel geld kunnen verdienen. Niet zozeer vanwege het geld, maar vanwege de waardering die daaraan vast zit. Pas afgestudeerde filosofen moeten al blij zijn als ze ergens gratis onderzoek mogen doen. Alsof bedrijfseconomen maatschappelijk nuttiger zijn dan filosofen. Oké, op feestjes zijn mensen onder de indruk als je zegt dat je filosoof bent. Zo knap, zo moreel hoogstaand." Is dat dan niet zo? "Welnee, onder filosofen heb je ook zondaars. Als ze al moreel hoogstaander zijn, komt dat niet omdat filosofen betere mensen zijn, maar omdat ze meestal wat secundair reageren. Als er iets gebeurt, gaan ze er eerst over nadenken. Tja, dan zijn je kansen al weer voorbij."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999

Ad Valvas | 660 Pagina's

Ad Valvas 1999-2000 - pagina 123

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999

Ad Valvas | 660 Pagina's